Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-11-28
ECLI:NL:RBNNE:2024:5163
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,573 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 257566463
zaaknummer: 11237067 BU VERZ 24-1689
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 28 november 2024 op het beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ingediend door
[betrokkene]
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.
Zitting hebben
als kantonrechter : mr. P.G. Wijtsma
als griffier : R. de Hoop
Betrokkene en haar zus [naam zus] zijn op de zitting verschenen. Als vertegenwoordigster van de officier van justitie is verschenen mr. R.A. van der Velde (hierna: de vertegenwoordigster).
De kantonrechter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk mondeling uitspraak. Hij overweegt daarbij als volgt:
De kantonrechter stelt allereerst vast dat het door betrokkene ingediende administratief beroep door de officier van justitie niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet binnen de gestelde termijn instellen van het beroep. Ingevolge artikel 9, eerste lid, van de Wahv en de artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient het beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken; deze termijn vangt aan op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan betrokkene is toegezonden.
Blijkens het zaakoverzicht diende het beroepschrift uiterlijk op 22 juni 2023 bij de officier van justitie te zijn ingediend. Het administratief beroepschrift is gedateerd op 22 mei 2023 en is verzonden per post. Op de enveloppe staat een ontvangststempel van het parket CVOM Utrecht van 15 juni 2023. De kantonrechter is van oordeel dat er in deze zaak tijdig administratief beroep is ingesteld en dat de officier van justitie het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens een termijnoverschrijding. Daarmee was de vertegenwoordigester het op de zitting eens. Dit alles brengt mee dat de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie zal vernietigen. Hij zal vervolgens overgaan tot de beoordeling van het beroep tegen de inleidende beschikking.
Betrokkene heeft een beschikking ontvangen voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart, op 21 april 2023 aan de Maaslaan in Groningen. De sanctie bedraagt € 359,00 (inclusief administratiekosten). Zij betwist de verweten gedraging niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren.
De gedraging is hiermee komen vast te staan. De kantonrechter moet vervolgens de vraag beantwoorden of er omstandigheden zijn die de sanctie niet billijken of een wijziging van de sanctie rechtvaardigen.
Betrokkene heeft aangevoerd dat onderhavig voertuig op haar naam staat, maar dat zij dit deelt met haar zus. Toen die op deze plek parkeerde, omdat zij in de [buurt] woont, was het een reguliere parkeerplaats. Het bord E6 is vervolgens in verband met bouwwerkzaamheden op de pleeglocatie verplaatst naar deze plek toen haar zus er al geparkeerd stond. De kantonrechter overweegt dat op een foto van Google Maps is te zien dat de gehandicaptenparkeerplaats in 2022 zich rechts naast de plek waar de zus heeft geparkeerd bevond. Op de foto van 2024 is te zien dat het bord E6 inderdaad is verplaatst en dat de plek waar de zus heeft geparkeerd nu een gehandicaptenparkeerplaats is.
Op de zitting heeft de zus aangevoerd dat het voertuig ongeveer vier dagen op deze plek geparkeerd heeft gestaan, het voertuig in de tussentijd niet is verplaatst en dat zij ook niet heeft gezien dat het bord E6 is verplaatst. Gelet hierop vindt de kantonrechter het aannemelijk dat het voertuig al een tijdje op de plek in kwestie geparkeerd stond en dat het bord E6 in verband met bouwwerkzaamheden in die tijd naar de pleeglocatie is verplaatst. Nu zowel betrokkene als haar zus in deze periode niet bij het voertuig is geweest, konden zij dit niet weten en konden zij hun gedrag niet aanpassen.
Daarnaast overweegt de kantonrechter dat betrokkene een briefje heeft overgelegd waarin mensen van de bouwkeet haar zus hebben gewaarschuwd dat het bord E6 is verplaatst toen zij daar al geparkeerd stond en dat zij bezwaar kon maken tegen de boete. Ondanks het feit dat de verbalisant de sanctie terecht heeft opgelegd, nu het voertuig van betrokkene op de pleegdatum met bijbehorend tijdstip geparkeerd stond op een gehandicaptenparkeerplaats zonder gehandicaptenparkeerkaart, zal de kantonrechter – op voorstel van de vertegenwoordigester- de sanctie, gelet op de bijzondere omstandigheden, matigen tot nihil.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt die beslissing;
wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot nihil;
bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
griffier, kantonrechter,
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: