Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-12-17
ECLI:NL:RBNNE:2024:5141
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,562 tokens
=== VOLLEDIG ===
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 256674604
zaaknummer: 11049226 BU VERZ 24-700
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, gedaan ter openbare zitting van 17 december 2024 in het beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ingediend door
[betrokkene] (hierna: betrokkene),
wonende te [woonplaats],
gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V.
Zitting hebben
als kantonrechter : mr. C.H. de Groot
als griffier : D.W. Veenstra
Betrokkene zelf is niet op de zitting verschenen. De gemachtigde is vertegenwoordigd door D. Pietersen. Als vertegenwoordiger van de officier van justitie is verschenen mr. R.A. van der Velde (hierna: de vertegenwoordiger).
De verweten gedraging betreft N420D – ‘de lichtdoorlatendheid van voorruit/voorste zijruit(en) bedraagt minder dan 55%’, verricht op 26 maart 2023, om 11:07 uur, op de Overijsselselaan in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde sanctie bedraagt € 289,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene voert aan dat ze de auto heeft gekocht met deze ramen. De auto is ook gekeurd met deze ramen. Betrokkene heeft zelf geen tintmeter. De vorige eigenaar wist het ook niet. De agent heeft de ramen ook niet schoongemaakt en de auto was best vies. Betrokkene heeft gevraagd of ze de folie er ter plaatse af mocht halen, maar dit was niet nodig volgens de verbalisant. Gemachtigde voert onder verwijzing naar jurisprudentie aan dat sprake is van een overmachtssituatie en dat betrokkene eerst de mogelijkheid had moeten krijgen om het defect te herstellen. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten.
De kantonrechter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk mondeling uitspraak. Hij overweegt daarbij als volgt:
Betrokkene betwist de gedraging en voert aan dat de meting niet correct is verricht. In Mulderzaken is de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende voor het vaststellen van de gedraging. Dat is anders als de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden geeft, die laten twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring, of als zulke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
Wat betreft de meting heeft de verbalisant het volgende verklaard in het zaakoverzicht: “Ik zag dat vanaf de bestuurderszitplaats het zicht door deze ruiten naar buiten ook beduidend minder was dan het zicht dat bij soortgelijke voertuigen gebruikelijk is. (…) Vervolgens heb ik, met een voor de meting gekalibreerd, NMI gecertificeerd en op de voorgeschreven wijze gebruikt meetmiddel, merk Tintman, de lichtdoorlatendheid van de zijruiten gemeten. Conform de in de geldende aanwijzing meting lichtdoorlatendheid van het college van procureurs-generaal voorgeschreven werkwijze heb ik per zijruit drie metingen verricht. (…) Beide zijruiten voldeden niet aan de gestelde eis en de laagste gemiddelde gemeten waarde van deze drie metingen bedroeg 36% transmittantie. De gemiddelde gemeten waarde heb ik vervolgens gecorrigeerd met de maximale fout van 5% transmittantie. De gemiddelde gecorrigeerde waarde bedroeg derhalve: 41% transmittantie, zijnde een waarde die lager is dan de in de regeling voertuigen opgenomen lichtdoorlatendheidseis voor deze ruiten.”
De vertegenwoordiger heeft aangevoerd, dat uit deze verklaring volgt dat de meting correct is uitgevoerd. De verbalisant heeft op drie punten gemeten. Hierbij is een lichtdoorlatendheid van 36% gemeten, waar nog een correctie van 5% bij komt. In deze correctie, is volgens de vertegenwoordigd de door betrokkene aangevoerde viezigheid van de auto verdisconteerd. Dat betrokkene geen weet van heeft gehad van de raamfolie, is volgens de vertegenwoordiger iets wat voor rekening en risico van betrokkene komt.
De kantonrechter is het met de vertegenwoordiger eens dat de meting correct is uitgevoerd. De gedraging kan worden vastgesteld op basis van het zaakoverzicht.
Ten aanzien van de aangevoerde omstandigheden, overweegt de kantonrechter dat het aan betrokkene was om zich er bij aanschaf van de auto, van te vergewissen dat de auto voldeed aan alle regelgeving. Betrokkene had kunnen zien dat de auto van folie was voorzien. Dat de auto door de apk is gekomen, doet niet ter zake. De regelgeving omtrent lichtdoorlatendheid is niet aan de keurmeester om te bepalen en het maakt ook geen deel uit van de keuring. De keurmeester kan hooguit het advies geven, om de folie te verwijderen, maar is hier niet toe verplicht. Er is geen rechtsregel die voorschrijft, dat betrokkene eerst de kans moest krijgen om de folie ter plekke te verwijderen. De kantonrechter ziet geen reden voor matiging van de sanctie.
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
griffier, kantonrechter,
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: