Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-09-24
ECLI:NL:RBNNE:2024:5132
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,513 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 255724870
zaaknummer: 11093713 BU VERZ 24-970
uitspraak van de kantonrechter van 24 september 2024
inzake
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats].
Procesverloop
1.1.
Aan betrokkene is een sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Betrokkene heeft administratief beroep ingesteld tegen de inleidende beschikking. De officier van justitie heeft het administratieve beroep ongegrond verklaard. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. De behandeling van het beroepschrift heeft plaatsgevonden op de openbare zitting van 27 augustus 2024.
1.2.
Betrokkene is niet ter zitting verschenen. Als vertegenwoordiger van de officier van justitie is verschenen mr. R.A. van der Velde (hierna: de vertegenwoordiger).
1.3.
De verweten gedraging betreft ‘R556 – handelen i.s.m. een geslotenverklaring (bord C9 RVV1990)’, verricht op 11 februari 2023, om 15:22 uur, op de Provincialeweg N361 te Leens, met een tweewielige bromfiets, met kenteken [kenteken]. De opgelegde sanctie bedraagt € 49,00 (inclusief administratiekosten).
Overwegingen
2.1.
Betrokkene heeft aangevoerd, dat de tractor op het bord C9 was afgeplakt wegens wegwerkzaamheden aan de Dijkstilsterweg, waardoor het in feite een C15-bord was. Volgens haar mocht zij daarom op de N361 rijden.
2.2.
De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat de gedraging kan worden vastgesteld. Door het afplakken van de tractor, heeft het bord volgens haar de juridische status behouden. Daarbij merkt zij op, dat betrokkene bij de staandehouding heeft verklaard dat zij altijd zo rijdt. De vertegenwoordiger stelt zich uiteindelijk op het standpunt dat betrokkene niet anders kon rijden dan zij heeft gedaan. Daarom verzoekt de vertegenwoordiger de kantonrechter het sanctiebedrag met 50% te matigen.
2.3.
De kantonrechter overweegt als volgt.
2.4.
Uit beelden op Google Street View van even voor de gedraging blijkt dat de tractor op het bord inderdaad afgeplakt is geweest en dat ernaast een waarschuwingsbord geplaatst was met de betekenis ‘landbouw en langzaam verkeer’.
2.5.
Het pad aan de rechterkant is geen doorgaande weg, maar leidt naar een aantal erven. Links van de kruising is te zien dat doorgaand verkeer op de Dijkstilsterweg is afgesloten.
2.6.
De vraag die voorligt, is of betrokkene mocht rijden waar zij reed. Daarvoor is van belang of het C9-bord nog van toepassing is op een brommobiel, als de tractor daarop is afgeplakt (en het in feite een bord C15 wordt).
2.7.
Blijkens de begripsbepalingen van artikel 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV1990) is een brommobiel een bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie. De brommobiel kwalificeert zodoende als een bromfiets.
2.8.
Op grond van artikel 2a RVV 1990 gelden voor brommobielen de regels van motorvoertuigen in plaats van de regels voor bromfietsen, tenzij dit anders is bepaald. Dit betekent dat een brommobiel, die niet als gehandicaptenvoertuig staat geregistreerd, de weg dient te gebruiken.
2.9.
De omschrijving van bord C9 is volgens de bijlage bij het RVV 1990: “Gesloten voor ruiters, vee, wagens, landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid, mobiele machines, brommobielen, fietsen, snorfietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen”.
2.10.
Uit deze omschrijving, waarin de brommobiel los van de bromfiets wordt genoemd, maakt de kantonrechter op dat de wetgever heeft bedoeld om de brommobiel te scharen onder de afbeelding van de tractor op het bord en niet onder die van de bromfiets. Doordat de tractor was afgeplakt vanwege een afsluiting van de weg die betrokkene normaliter diende te volgen, mocht betrokkene gebruik maken van de N361. De gedraging kan niet worden vastgesteld. De kantonrechter zal het beroep gegrond verklaren.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt die beschikking;
bepaalt dat betrokkene de zekerheidstelling terugbetaald moet krijgen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, kantonrechter, in aanwezigheid van D.W. Veenstra griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 september 2024.
griffier, kantonrechter,
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: