Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-12-31
ECLI:NL:RBNNE:2024:5126
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
1,442 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 24/5084
uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 december 2024 in de zaak tussen
[namen]
, uit Emmen, verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van Emmen, verweerder
(gemachtigde: mr. C. Post).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Carbidteam Noordbarge, uit Emmen.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van 27 december 2024 om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen het carbidschieten te Noordbarge op 31 december 2024. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.1.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk als onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter wordt aan deze voorwaarden voldaan nu alle partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun standpunten naar voren te brengen.
Beoordeling
2.1.
Bij besluit van 25 september 2024 heeft de burgemeester van Emmen aan verzoekers een evenementenvergunning verleend voor het organiseren van een oudejaarsfeest voor de buurt Huizingsbrinkweg, kadastraal bekend gemeente Emmen sectie K nummer 2988, in Noordbarge in Emmen op 31 december 2024 van 13.30 uur tot en met 16.30 uur.
2.2.
Bij besluit van 13 november 2024 heeft de burgemeester van Emmen aan het Carbidteam Noordbarge een evenementenvergunning verleend voor het organiseren van een buurtfeest Oud en Nieuw op de hoek Huizingbrinkweg en Baxhoekweg, kadastraal bekend gemeente Emmen, sectie K nummer 2988, in Noordbarge in Emmen op 31 december 2024 van 10.00 uur tot en met 20.00 uur.
2.3.
Tegen het besluit van 13 november 2024 hebben verzoekers bezwaar gemaakt. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht de voorziening te treffen dat het evenement van het Carbidteam Noordbarge inclusief het carbidschieten wordt verplaatst naar een alternatieve locatie.
2.4.
Bij uitspraak van 23 december 2024, LEE 24/4588, ECLI:NL:RBNNE:2024:5068, heeft de voorzieningenrechter het verzoek afgewezen.
3.1.
Op 25 november 2024 heeft het Carbidteam Noordbarge een melding carbidschieten gedaan. Het Klantcontactcentrum van de gemeente Emmen heeft de ontvangst van deze melding op dezelfde dag bevestigd.
3.2.
Bij brief van 24 december 2024 hebben verzoekers bezwaar gemaakt tegen het carbidschieten. Bij brief van 27 december 2024 hebben verzoekers de voorzieningenrechter gevraagd een voorziening te treffen. Bij besluit van 30 december 2024 heeft verweerder het bezwaar van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard.
4. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers nog geen beroep hebben ingediend tegen het besluit op bezwaar van 30 december 2024 zodat niet langer wordt voldaan aan de voorwaarde van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dat het verzoek om voorlopige voorziening connex moet zijn aan een lopend bezwaar of beroep. Gezien de korte tijdspanne waarin alle ontwikkelingen zich voordoen en gezien het onderstaande, verbindt de voorzieningenrechter hieraan geen gevolgen. Het verzoek zal dus beoordeeld worden als ware het connex aan een lopende procedure.
5.1.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter betoogt verweerder in het verweerschrift van 30 december 2024 terecht dat de reactie op een melding carbidschieten geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Gezien de artikelen 8:1 en 7:1, eerste lid, van de Awb betekent dit dat tegen de reactie geen bezwaar kan worden gemaakt. Uit bovengenoemd artikel 8:81, eerste lid, van de Awb volgt dat de voorzieningenrechter, nu het bezwaar niet-ontvankelijk moet worden verklaard voor zover gericht tegen de reactie op de melding, ook geen voorlopige voorziening kan treffen.
5.2.
De voorzieningenrechter heeft er oog voor dat verzoekers bezwaar maken tegen het carbidschieten en dat zij in het bezwaarschrift de reactie op de melding niet noemen. Verzoekers betogen dat verweerder met het door hem gevoerde beleid de rechtsbescherming compleet vernietigt en dat zij zullen proberen in de bodemprocedure daarin verandering te brengen met een verzoek om een exceptieve toetsing van artikel 2:40 van de APV.
De voorzieningenrechter overweegt dat, wat hiervan ook zij, er nu geen sprake is van een besluit waartegen bezwaar of beroep openstaat. Dit betekent dat het niet mogelijk is om een voorlopige voorziening te treffen.
Conclusie
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 december 2024.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.