Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-12-24
ECLI:NL:RBNNE:2024:5078
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
5,873 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18.292763.24
vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 96.315873.21
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 24 december 2024 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats],
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans gedetineerd te [instelling].
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 10 december 2024. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. D. de Jong-van de Berkt, advocaat te Assen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R. Janssens.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 12 september 2024 te Emmen en/of Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer (in totaal) 9.365,37 gram, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer (in totaal) 1.936,91 gram, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende heroïne,
zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Beoordeling
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het opzettelijk vervoeren dan wel aanwezig hebben van harddrugs nu hij dacht dat er softdrugs in de pakketten zat en dat ook past bij het geldbedrag dat hij kreeg voor het vervoeren van de tas, te weten € 4.400,-. De impliciet subsidiair ten laste gelegde niet opzettelijke variant kan wel wettig en overtuigend bewezen worden.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. De door verdachte ter zitting van 10 december 2024 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Het klopt dat ik op 12 september 2024 een tas met drugs in bezit heb gehad. Ik had een adres in Emmen waar ik naartoe moest, de [adres]. Daarna ben ik meteen aangehouden. Ik moest die tas iets verderop afgeven aan een vrachtwagenchauffeur. Ik ben de dag ervoor in Amsterdam benaderd voor deze opdracht. Ik ken diegene verder niet. Diegene had mij verteld dat het hasj was. Ik heb iets meer dan 4.000 euro gekregen voor deze opdracht.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 september 2024, opgenomen op pagina 20 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2024249969 d.d. 11 oktober 2024, inhoudend als relateringen van verbalisanten:
Op 12 september 2024, waren wij, verbalisanten belast met een dienst toezicht op de verkeersstromen in de omgeving van Emmen. Wij zagen een ANPR hit ter zake ondermijning. Het betrof een Renault Clio voorzien van Nederlands kenteken [nummer]. Wij zagen het voertuig rijden over de A37. Wij zagen dat de bestuurder ter hoogte van [plaats] de A37 verliet, in de richting van Emmen en uiteindelijk in een doodlopenstukje van de [adres] [de rechtbank begrijpt: in Emmen] zijn voertuig keerde en vervolgens stil bleef staan.
Na enkele minuten zag ik dat er een Zwarte Volkswagen Passat voorzien van Duitse kentekenplaten, met twee personen erin gezeten, de doodlopende weg inreed waar de Renault Clio geparkeerd stond. Ik zag dat deze Volkswagen Passat direct voor de Renault Clio parkeerde. Ik zag dat de bijrijdersdeur van de Volkswagen Passat open ging en dat de bijrijder uitstapte. Later bleek deze bijrijder te zijn: [verdachte] , geboren [geboortedatum]-1994 te [geboorteplaats]. Ik, zag dat [verdachte] contact maakte met de bestuurder van de Renault Clio, ik zag dat deze uitstapte. Ik zag dat beiden uit mijn beeld verdwenen richting de achterdeuren/achterzijde van de Renault Clio. Ik hoorde bonkende geluiden alsof deuren dicht gegooid werden. Vervolgens zag ik de Duitse Volkswagen Passat wegrijden en rechtsaf de [adres] in rijden.
Wij verbalisanten [naam] en [naam] reden achter de Duitse Volkswagen Passat en voerde het stop transparant aan de voorzijde. Wij zagen dat het voertuig accelereerde en met hoge snelheid van ons wegreed. Wij zagen dat het voertuig rechtsaf de [adres] inreed. Wij zagen dat het voertuig stopte. Wij zagen dat het portier rechts voor open ging. Wij zagen dat de passagier rechtsvoor met een blauwe tas uit het voertuig stapte. Wij zagen dat de passagier met de tas vervolgens de bosschage in rende. Ik verbalisant [naam] ben uit het dienstvoertuig gestapt en achter de passagier aan gegaan. Ik zag dat de passagier de tas liet vallen en struikelde. Ik zag dat er meerdere gesealde blokken in te blauwe tas zaten. Hierop heb ik de passagier aangehouden. De verdachte gaf ons later op te zijn: [verdachte], [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats]. De inhoud van de blauwe tas is in beslag genomen.
Onder verdachte [verdachte] namen wij de volgende goederen in beslag;- Goednummer 1753730, "pakket 6" vermoedelijk cocaïne- Goednummer 1753729, "pakket 3" vermoedelijk 3kg cocaïne- Goednummer 1753732, "pakket 4" 2 blokken vermoedelijk cocaïne- Goednummer 1753733, 3 blokken vermoedelijk cocaïne- Goednummer 1753735, "Pakket 5" vermoedelijk cocaïne- Goednummer 1753736, 4 blokken vermoedelijk cocaïne
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 17 september 2024, opgenomen op pagina 153 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relateringen van verbalisanten:
De volgende onderzoeksitems zijn aangeboden voor onderzoek:
BVH goednummer: G1753733
Object omschrijving: Een dichtgesealde plastic zak met daarin 3 afzonderlijk verpakte pakketten en een geel briefje met opschrift “PAKKE 1".
De 3 pakketten bestonden uit meerdere verpakkingslagen:
Pakket 1 AASB3776NL; een dichtgesealde plastic zak met daarin brokken wit poeder.
Nettogewicht: 328,39 gram.
Pakket 2 AASB3775NL; een dichtgesealde plastic zak, onder de verpakkingslagen zat een blok geperst wit poeder met aan 1 zijde een stempel “007".
Netto gewicht: 1012,97 gram.
Pakket 3 AASB3777NL; een dichtgesealde plastic zak, onder de verpakkingslagen zat een blok geperst wit poeder met aan 1 zijde een stempel van het “TOYOTA logo”
Netto gewicht: 968,80 gram.
BVH goednummer: G1753736
Object omschrijving: Een dichtgesealde plastic zak met daarin 4 afzonderlijk verpakte pakketten en een geel briefje met opschrift “PAKKE 2”.
De 4 pakketten bestonden uit meerdere verpakkingslagen. Onder de verpakkingslagen zat een blok geperst bruin poeder ' (AASB3769NL)
Netto gewicht: 1936,91 gram
BVH goednummer: G1753729
Object omschrijving: Een dichtgesealde plastic zak met daarin 3 afzonderlijk verpakte pakketten en een geel briefje met opschrift "PAKKE 3”.
De 3 pakketten bestonden uit meerdere verpakkingslagen. Onder de verpakkingslagen zat een blok geperst wit poeder met aan 1 zijde een stempel “DHL" (AASB3773NL).
Netto gewicht: 3086,72 gram.
BVH goednummer: G1753732
Object omschrijving: Een dichtgesealde plastic zak met daarin 2 afzonderlijk verpakte pakketten en een geel briefje met opschrift "PAKKE 4”.
De 2 pakketten bestonden uit meerdere verpakkingslagen:
Pakket 1 AASB3889NL; Een dichtgesealde plastic zak, onder de verpakkingslagen zat een blok geperst wit poeder met aan 1 zijde een stempel van het “TOYOTA logo”
Netto gewicht: 949,89 gram.
Pakket 2 AASB3890NL; Een dichtgesealde plastic zak, onder de verpakkingslagen zat een blok geperst wit poeder met aan 1 zijde een stempel "FENDI”.
Netto gewicht: 1011,21 gram
BVH goednummer: G1753735
Object omschrijving: Een dichtgesealde plastic zak met daarin 1 pakket en een geel briefje met opschrift "PAKKE 5".
Het pakket bestond uit meerdere verpakkingslagen. Onder de verpakkingslagen zat een blok geperst wit poeder met aan 1 zijde een stempel “007" (AASB3770NL).
Netto gewicht: 994,40 gram.
BVH goednummer: G1753730
Object omschrijving: Een dichtgesealde plastic zak met daarin 1 pakket en een geel briefje met opschrift "PAKKE 6”.
Het pakket bestond uit meerdere verpakkingslagen. Onder de verpakkingslagen zat een blok geperst wit poeder met aan 1 zijde een stempel van het “TOYOTA logo” (AASB3774NL).
Netto gewicht: 1012,99 gram.
4. Een deskundigenrapportafkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.09.16.005 (aanvraag 001), d.d. 16 september 2024, opgenomen op pagina 168 van voornoemd dossier, opgemaakt door ing. M.
Conclusie
5. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.09.16.005 (aanvraag 002), d.d. 16 september 2024, opgenomen op pagina 169 van voornoemd dossier, opgemaakt door ing. M. Visser – van Leeuwen, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:
Kenmerk: AASB3769NL
Omschrijving FO: blok(ken), bruin, uit 1936,91 gram; aantal bemonsteringen in onderzoek: vier
Conclusie
6. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.09.16.005 (aanvraag 003), d.d. 16 september 2024, opgenomen op pagina 170 van voornoemd dossier, opgemaakt door ing. M. Visser – van Leeuwen, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:
Kenmerk: AASB3776NL
Omschrijving FO: brokvormig, wit, uit 328,39 gram; aantal bemonsteringen in onderzoek: één
Conclusie
7. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.09.16.005 (aanvraag 004), d.d. 16 september 2024, opgenomen op pagina 171 van voornoemd dossier, opgemaakt door ing. M. Visser – van Leeuwen, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:
Kenmerk: AASB3773NL
Omschrijving FO: blok(ken), wit, uit 3086,72 gram; aantal bemonsteringen in onderzoek: drie
Conclusie
8. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.09.16.005 (aanvraag 005), d.d. 16 september 2024, opgenomen op pagina 172 van voornoemd dossier, opgemaakt door ing. M. Visser – van Leeuwen, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:
Kenmerk: AASB3770NL
Omschrijving FO: blok(ken), wit, uit 994,40 gram; aantal bemonsteringen in onderzoek: één
Conclusie
9. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.09.16.005 (aanvraag 006), d.d. 16 september 2024, opgenomen op pagina 173 van voornoemd dossier, opgemaakt door ing. M. Visser – van Leeuwen, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:
Kenmerk: AASB3889NL
Omschrijving FO: blok(ken), wit, uit 949,89 gram; aantal bemonsteringen in onderzoek: één
Conclusie
10. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.09.16.005 (aanvraag 007), d.d. 16 september 2024, opgenomen op pagina 174 van voornoemd dossier, opgemaakt door ing. M. Visser – van Leeuwen, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:
Kenmerk: AASB3777NL
Omschrijving FO: blok(ken), wit, uit 968,80 gram; aantal bemonsteringen in onderzoek: één
Conclusie
11. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.09.16.005 (aanvraag 008), d.d. 16 september 2024, opgenomen op pagina 175 van voornoemd dossier, opgemaakt door ing. M. Visser – van Leeuwen, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:
Kenmerk: AASB3890NL
Omschrijving FO: blok(ken), wit, uit 1011,21 gram; aantal bemonsteringen in onderzoek: één
Conclusie
12. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.09.16.005 (aanvraag 009), d.d. 16 september 2024, opgenomen op pagina 176 van voornoemd dossier, opgemaakt door ing. M. Visser – van Leeuwen, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:
Kenmerk: AASB3775NL
Omschrijving FO: blok(ken), wit, uit 1012,97 gram; aantal bemonsteringen in onderzoek: één
Conclusie
Bewijsoverweging
Vaststaat dat verdachte op 12 september 2024 ruim 9 kilo cocaïne en bijna 2 kilo heroïne heeft vervoerd. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of verdachte dat opzettelijk heeft gedaan. Verdachte stelt dat immers dat hij niet wist dat hij heroïne en cocaïne in zijn bezit had en dat hem was verteld dat het hasj was.
Verdachte heeft over de gang van zaken verklaard dat hij een dag eerder in Amsterdam een klus aangeboden heeft gekregen waar hij € 4.400,- mee kon verdienen. Hij moest een pakketje – waar volgens de opdrachtgever hasj in zou zitten – ophalen in Emmen en even verderop overdragen aan een vrachtwagenchauffeur. Zowel de opdrachtgever, de persoon bij wie hij het pakketje in Emmen op moest halen als de vrachtwagenchauffeur kende hij niet. Verdachte heeft de opdracht aangenomen en het pakket opgehaald in Emmen in een doodlopende steeg bij een voor hem onbekend persoon. Door onder deze geheimzinnige omstandigheden deze opdracht aan te nemen en het pakket – waarvan verdachte in ieder geval wist dat het illegaal was – zonder de inhoud te controleren mee te nemen en verder te vervoeren, heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat er inderdaad een of meer verdovende middelen, zoals heroïne en cocaïne, in het pakket zouden zitten, zoals ook het geval is gebleken. Een en ander geldt temeer nu een vergoeding van € 4.400,- niet past bij het vervoeren van softdrugs, maar veel meer bij het vervoeren van een grote hoeveelheid harddrugs. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het vervoeren van heroïne en cocaïne en acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
hij op 12 september 2024 te Emmen, opzettelijk heeft vervoerd,
in totaal 9.365,37 gram van een materiaal bevattende cocaïne en
in totaal 1.936,91 gram van een materiaal bevattende heroïne,
zijnde cocaïne en heroïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3,5 jaar.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft – indien de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte het ten laste gelegde opzettelijk heeft gepleegd – gepleit voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met daarnaast een taakstraf en/of een voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met door de rechtbank te stellen bijzondere voorwaarden. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte zijn leven graag wil beteren en zich in wil zetten voor een goede terugkeer in de maatschappij.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het reclasseringsrapport van 16 september 2024, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoeren van ruim 9 kilo cocaïne en bijna 2 kilo heroïne. Hij heeft een dag eerder een klus aangeboden gekregen van voor hem onbekend persoon om een pakket op te halen in Emmen en even verderop af te geven aan een vrachtwagenchauffeur. Hij heeft hier € 4.400,- voor gekregen. Verdachte dacht makkelijk geld te kunnen verdienen, maar heeft daarmee een zeer ernstig strafbaar feit gepleegd dat erg schadelijk is voor de maatschappij. Immers, verdachte heeft met zijn handelen drugscriminelen gefaciliteerd in hun handel in harddrugs en bijgedragen aan de instandhouding van het drugscircuit en de vele daarmee gepaard gaande vormen van criminaliteit, waardoor de samenleving ernstig wordt ontwricht. Voorts heeft verdachte bijgedragen aan de instandhouding van het gebruik van verdovende middelen, terwijl algemeen bekend is dat harddrugs zeer schadelijk zijn voor de gezondheid. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan.
Het is voorts niet de eerste keer dat verdachte zich schuldig maakt aan drugsgerelateerde strafbare feiten. Verdachte is zowel in 2019 als in 2020 in Denemarken veroordeeld in verband met Opiumwetfeiten, waaronder tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden. Dit heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw over te gaan tot het plegen van strafbare feiten.
Gelet op de ernst van het feit kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een gevangenisstraf van 12 maanden met daarnaast een taakstraf en/of een voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals bepleit door de raadsvrouw. Dat geldt temeer gelet op de context waarbinnen het onderhavige feit zich heeft afgespeeld, te weten de georganiseerde drugscriminaliteit. Ook gelet op de justitiële documentatie van verdachte en de oriëntatiepunten voor straftoemeting kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Eventuele hulpverlening kan in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling worden vormgegeven.
De rechtbank ziet, anders dan de officier van justitie, in het verschil in justitieel verleden tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] geen aanleiding om te differentiëren in de aan beide verdachten op te leggen straffen.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 3,5 jaar, te weten 42 maanden, voor beide verdachten passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
Vordering na voorwaardelijke veroordeling
Bij onherroepelijk vonnis van 24 april 2023 van de politierechter in de rechtbank Amsterdam is verdachte veroordeeld tot -onder meer- een geldboete van € 1.500,-, waarvan € 750,- voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 9 mei 2023. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen. De officier van justitie heeft bij vordering van 28 november 2024 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering tot tenuitvoerlegging en de toewijzing van de vordering gevorderd.
Dictum
96/315873-21:
Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Amsterdam van 24 april 2023.
Beslag
Onttrekt aan het verkeer:
3 blokken groen, verdovende mid, goednummer 1753729
Pakke 6, verdovende mid, goednummer 1753730
2 stuks, verdovende mid, goednummer 1753732
3 stuks, verdovende mid, goednummer 1753733
Pakke 5, verdovende mid, goednummer 1753735
4 stuks, verdovende mid, goednummer 1753736
1 gram hennep, verdovende mid, goednummer 1753749
Verklaart verbeurd:
Geldbedrag van 4380 EUR, goednummer 1753693
Geldbedrag van 20 EUR, goednummer 1753740
Beveelt teruggave van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven geldbedrag van
€ 2.360,- aan verdachte.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen voorzitter, mr. A.S. Venema-Dietvorst en mr. R.D. van Essen, rechters, bijgestaan door mr. L. Lamers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 december 2024.
Mr. Venema-Dietvorst en mr. Van Essen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.