Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-07-30
ECLI:NL:RBNNE:2024:3589
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
28,530 tokens
Inleiding
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/004324-22
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 30 juli 2024 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] ), wonende te [adres]
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 3 juli 2024. Op 16 juli 2024 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. N. Tromp.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2021 tot en met 5 januari 2022 te [plaats] , gemeente Coevorden, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in een pand/boerderij/schuur aan het [adres] ) heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd (B) en/of vervaardigd (D), een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of één of meerdere onbekend gebleven personen, op één of meerdere tijdstippen, in de periode van 1 december 2021 tot en met 5 januari 2022 te [plaats] , gemeente Coevorden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in een pand/boerderij/schuur aan het [adres] ) heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd (B) en/of vervaardigd (D), een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die weten, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meerdere
tijdstippen, in de periode van 1 december 2021 tot en met 5 januari 2022 te [plaats] , gemeente Coevorden, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door in en/of rondom het drugslab aan het [adres] :
schoonmaak- en/of opruimwerkzaamheden te verrichten, bestaande uit (onder meer) het schoonmaken van de ketels en/of vloeren en/of het legen/opstapelen/wegzetten van meerdere (gevulde) jerrycans en/of andere voorwerpen, en/of
jerrycans (met restanten van vloeistoffen/grondstoffen/afvalstoffen ten behoeve van en/of als gevolg van de productie van amfetamine en/of de productie van MAPA/BMK-Glycidezuur naar BMK (Benzylmethylketon), in elk geval een stof vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I), te brengen en/of op te halen en/of te vervoeren;
2.
hij op of omstreeks 5 januari 2022 te [plaats] , gemeente Coevorden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk (in een pand/boerderij/loods aan het [adres] ) aanwezig heeft gehad (C) een (grote) hoeveelheid van (ongeveer) 517 liter amfetamine(-olie) (O8A en P23 t/m P26), in elk geval een (grote) hoeveelheid amfetamine(-olie), zijnde amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2021 tot en met 5 januari 2022 te [plaats] , gemeente Coevorden, en/of (elders) in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk
telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren (B) en/of
vervaardigen (D) en/of van een of meer hoeveelhe(i)d(en) amfetamine(-olie), zijnde amfetamine(-olie) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende een middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen:
een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid
en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of
voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van het/die delict(en), immers, heeft/hebben hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn
mededader(s) in voornoemde periode en op een of meer van voornoemde pleegplaatsen (telkens): (uit het proces-verbaal van analyseresultaten en bevindingen [adres] d.d. 13 januari 2022 (JM133;
dossierpagina 80 e.v.) en het proces-verbaal van analyseresultaten en bevindingen [adres] d.d.
Beoordeling
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen hem onder 1 primair en 2 ten laste is gelegd. Hetgeen verdachte onder 1 subsidiair en 3 ten laste is gelegd, kan wettig en overtuigend worden bewezen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd, nu er sprake is van meerdere onherstelbare vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek die tot bewijsuitsluiting moeten leiden.
De raadsman heeft hiertoe het volgende aangevoerd. Volgens het openbaar ministerie was er een verdenking in de zin van artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) jegens verdachte gerezen nadat hij was staande gehouden en de verbalisanten bij het openen van de Volkswagen Crafter, waarin verdachte reed, zagen dat deze helemaal vol lag met lege blauwe jerrycans waar bovendien een zeer
sterke chemische lucht afkwam.
De raadsman stelt zich echter op het standpunt dat de verdenking reeds eerder die dag was ontstaan, te weten op het moment dat andere verbalisanten op 5 januari 2022 om 12:39 uur een zogenaamde ANPR- hit kregen op het voertuig voorzien van het kenteken [nummer] (zijnde de Volkswagen Crafter waarin verdachte op dat moment reed) en waarbij uit de begeleidende informatie bij die hit bleek dat het voertuig in het referentiebestand “ [naam] ” stond en mogelijk betrokken zou zijn bij “drugslabs”.
Dat het voertuig na voornoemde ANPR-hit door de verbalisanten gevolgd is totdat deze om 14:25 uur het perceel [adres] opreed, sterkt de raadsman in zijn overtuiging dat er al sprake was van een verdenking jegens verdachte. Immers, het dusdanig lang volgen van een voertuig is een observatie die aan wettelijke eisen is gebonden en slechts is toegestaan als er een verdenking is gerezen.
Nadat er door één van de verbalisanten een verdachte situatie was geconstateerd bij de loods op het perceel [adres] te [plaats] en het voertuig dit perceel inmiddels alweer had verlaten, is de achtervolging van dit voertuig door twee andere verbalisanten hervat (nadat zij het voertuig weer op het spoor waren gekomen door een melding vanuit de iTrechter). Deze verbalisanten hebben het voertuig met daarin verdachte als bestuurder staande gehouden en onderworpen aan een controle op grond van artikel 160 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW).
Dit levert naar het oordeel van de raadsman misbruik van bevoegdheid op, nu de controlebevoegdheid die er bestaat op grond van de WVW is gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is bedoeld, namelijk om op te sporen.
De Hoge Raad heeft bepaald dat een verkeerscontrole die wordt ingezet om opsporingshandelingen mogelijk te maken, de verkeerscontrole nog niet onrechtmatig maakt. Echter, in casu, hebben de verbalisanten de verkeerscontrole uitsluitend gebruikt om opsporingsonderzoek te doen. Deze situatie verschilt ook met bedoeld arrest van de Hoge Raad omdat er jegens verdachte reeds een verdenking was ontstaan. In een dergelijke situatie geldt volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad dat die verdenking niet in de weg hoeft te staan aan het uitoefenen van controlebevoegdheden door opsporingsambtenaren, mits bij aanwending van die bevoegdheden tegenover een verdachte de aan deze als zodanig toekomende waarborgen in acht worden genomen.
Deze waarborgen zijn ten aanzien van verdachte echter geschonden. Zo hebben de verbalisanten hem, nadat zij hem hadden staande gehouden, gerichte vragen gesteld met betrekking tot de laadruimte van het voertuig zonder hem eerst de cautie te geven. Dit had wel gemoeten omdat reeds sprake was van een verdenking ex artikel 27 Sv. De verbalisanten hebben vervolgens ook de laadruimte van het voertuig gecontroleerd waartoe zij op grond van artikel 160 van de WVW niet bevoegd waren. Artikel 96b Sv biedt hiervoor evenmin een grondslag, nu er geen sprake was van een heterdaadsituatie en evenmin van een verdenking als bedoeld in artikel 67, lid 1 Sv (die verdenking ontstond immers pas daarna volgens de verbalisanten en het openbaar ministerie). Ook op grond van artikel 9 van de Opiumwet bestond geen rechtmatige grondslag om de laadruimte te controleren. Nu verdachte hier ook zelf geen toestemming voor heeft gegeven, was deze doorzoeking van de laadruimte van de bestelbus dan ook onrechtmatig.
De raadsman heeft tot slot gesteld dat de onrechtmatige staande houding van verdachte een schending van zijn privacy en een inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer oplevert in de zin van artikel 8 EVRM. Dat verdachte de cautie niet tijdig heeft gekregen, levert een schending van het recht op een eerlijk proces op
zoals bedoeld in artikel 6 EVRM. Aan deze onherstelbare vormverzuimen dient het rechtsgevolg van bewijsuitsluiting te worden verbonden, dan wel dient dit te worden gecompenseerd door strafvermindering.
Subsidiair, indien de rechtbank van oordeel is dat er geen sprake is van vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek, dan wel dat er weliswaar sprake is van vormverzuimen, maar dat deze geen bewijsuitsluiting tot gevolg dienen te hebben, heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd.
Ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman daartoe in het bijzonder aangevoerd dat uit het dossier op geen enkele wijze kan worden afgeleid dat verdachte schoonmaak- dan wel opruimwerkzaamheden in/rondom het drugslab heeft verricht. Ook kan niet worden bewezen dat verdachte jerrycans naar het drugslab toe heeft gebracht, dan wel heeft opgehaald, dan wel heeft vervoerd die betrekking hebben op de productie van amfetamine. Verdachte is op 5 januari 2022 in de Volkswagen Crafter naar het [adres] gereden. Bij het staande houden van verdachte, niet lang nadat hij weer uit [plaats] was vertrokken, is weliswaar gebleken dat er in de laadruimte van die Volkswagen Crafter lege jerrycans aanwezig waren met daarin restanten van o.a. mierenzuur, formamide en BMK, maar dit is onvoldoende om de conclusie te kunnen rechtvaardigen dat deze jerrycans afkomstig waren uit het drugslab te [plaats] en dat verdachte deze daar heeft opgehaald. Zelfs als dit wel als een “medeplichtigheidshandeling” zou worden gezien, in die zin dat verdachte daarmee opzet had op het behulpzaam zijn, dan kan er nog steeds geen bewezenverklaring volgen. Voor medeplichtigheid dient namelijk dubbel opzet te worden vastgesteld. Verdachte dient ook opzet te hebben op het gronddelict, de productie van amfetamine, en dit kan absoluut niet worden vastgesteld.
Oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van het verweer ex artikel 359a Sv strekkende tot bewijsuitsluiting
De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank merkt allereerst op dat de verbalisanten bevoegd waren om het voertuig, de Volkswagen Crafter met kenteken [nummer] , te volgen teneinde deze te controleren op grond van de informatie die zij hadden verkregen uit het ANPR-systeem. Uit het dossier is niet gebleken dat er voor de verbalisanten een andere aanleiding dan de ANPR-hit bestond om het voertuig te gaan volgen.
De verbalisanten zijn overgegaan tot het onopvallend volgen van het voertuig om het eventueel op een tactisch moment aan een controle onderwerpen, zoals in het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 januari 2022 op pagina 35 e.v.
Feiten
Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast.
Verdachte is op 5 januari 2022 in een Volkswagen Crafter naar het perceel [adres] te [plaats] gereden, alwaar korte tijd nadat verdachte daar weer vertrokken was een in werking zijnd drugslaboratorium is aangetroffen.
De gebruiker van voornoemd perceel en voornoemde loods, te weten medeverdachte [medeverdachte 2] (zijn partner [naam] was van dat perceel en die loods de eigenaar), bevond zich op het moment van de instap in zijn woning op het terrein. Hij is ter plekke aangehouden.
Op het perceel bevond zich een houten bijgebouw dan wel vakantiehuisje, waarin drie mannen werden aangetroffen. Deze mannen, te weten medeverdachten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] zijn eveneens ter plekke aangehouden.
De Landelijke Faciliteit Ontmantelen van de Landelijke Eenheid van de politie, Dienst Specialistische Operaties (LFO) heeft de loods onderzocht, een inventarisatielijst opgemaakt van al hetgeen zij daar heeft aangetroffen en voorts alle goederen die te relateren zijn aan de vervaardiging van verdovende middelen nader onderzocht, beschreven, gefotografeerd en deels bemonsterd. Deze monsters zijn ter analyse overgebracht naar het NFI.
Onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft aangetoond dat het onderzoeksmateriaal afkomstig uit de loods amfetamine(-olie) en hulpstoffen/tussenproducten voor de vervaardiging van synthetische drugs bevat.
De LFO heeft vervolgens, na kennisname van het rapport van het NFI, definitief geconcludeerd dat het als drugslaboratorium ingerichte deel van de loods op het moment van ontdekking in gebruik was voor de zeer grootschalige vervaardiging van benzylmethylketon (BMK) en amfetamine(-olie) vanuit BMK middels de Leuckart-methode.
De Volkswagen Crafter met verdachte als bestuurder is staande gehouden op de [snelweg] nabij Zwolle, waarbij in de laadruimte van de bestelbus een grote hoeveelheid lege jerrycans werden aangetroffen met daarin restanten van vloeistoffen. Hiervan zijn monsters genomen, welke ter analyse zijn overgebracht naar het NFI.
Op de vraag of het onderzoeksmateriaal, voornoemd, grondstoffen/hulpstoffen/tussenproducten voor de vervaardiging en/of bewerking van (synthetische) drugs bevat, antwoordt de deskundige van het NFI als volgt:
“In het onderzoeksmateriaal zijn mierenzuur, formamide, benzylmethylketon (BMK; 1-fenyl-Z-propanon) en fosforzuur aangetoond. In relatie tot drugs wordt de combinatie van BMK, formamide en mierenzuur gebruikt bij de vervaardiging van amfetamine met de Leuckartmethode. Fosforzuur wordt in de chemische industrie veelvuldig toegepast. In relatie tot drugs kan deze stof worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs”.
Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaringen afgelegd, welke verklaringen er kort samengevat op neerkomen dat hij voor 5 januari 2022 één keer eerder aan het [adres] is geweest en dat hij, toen hij op 5 januari wederom op het perceel was, de Volkswagen Crafter niet uit is gestapt. Hem was gevraagd om daarheen te rijden en dat heeft hij gedaan. Hij weet niet waarom. Hij heeft niets te maken met het drugslab.
Bewijsoverwegingen
Vrijspraak van het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem onder 1 primair en 2 ten laste is gelegd en zij spreekt verdachte hiervan vrij. Ook van het onder 3 ten laste gelegde zal de rechtbank verdachte vrijspreken, nu verdachte geen beschikkingsmacht had over de in de loods aangetroffen goederen en stoffen zoals omschreven in de tenlastelegging.
Ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde
Voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid aan een misdrijf, zoals aan verdachte onder 1 subsidiair ten laste is gelegd, is allereerst vereist dat wordt bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op de behulpzaamheid zelf. Ten tweede is vereist dat het opzet van verdachte, al dan niet in voorwaardelijke
vorm, was gericht op het door de dader(s) gepleegde misdrijf (het gronddelict). De rechtbank overweegt dat verdachte dit zogenaamde opzet heeft gehad op 5 januari 2022 omdat hij op dat moment op het perceel [plaats] aanwezig was, terwijl blijkens de bewijsmiddelen daar en op dat moment een chemische geur te ruiken was en ook een zoemend geluid te horen was, afkomstig uit een loods. In het als drugslaboratorium ingerichte deel van de loods was op dat moment de zeer grootschalige vervaardiging van benzylmethylketon (BMK) en amfetamine(-olie) vanuit BMK middels de Leuckart-methode gaande.
Niet lang nadat verdachte het [adres] weer had verlaten, is hij staande gehouden en is er in de laadruimte van de Volkswagen Crafter waarin hij reed een grote hoeveelheid nagenoeg lege jerrycans aangetroffen met daarin, blijkens onderzoek van het NFI, stoffen die mierenzuur, formamide, benzylmethylketon (BMK; 1-fenyl-Z-propanon) en fosforzuur bevatten. In relatie tot drugs wordt de combinatie van BMK, formamide en mierenzuur gebruikt bij de vervaardiging van amfetamine met de Leuckartmethode. Fosforzuur wordt in de chemische industrie veelvuldig toegepast. In relatie tot drugs kan deze stof worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs.
Op basis van het voorgaande kan het niet anders dan en gaat de rechtbank derhalve ervan uit dat verdachte wel degelijk wetenschap had van het in de loods gevestigde drugslab en dat hij tevens opzettelijk behulpzaam is geweest bij de productie van de amfetamine(-olie) aldaar, in die zin dat hij aldaar jerrycans met restanten van voornoemde stoffen heeft opgehaald en vervoerd. Daar komt bij dat de geconstateerde feiten en aangetroffen omstandigheden dringend vragen om een uitleg, maar verdachte geen enkele concrete en verifieerbare verklaring geeft over wat hij dan wel ter plaatse aan het [plaats] deed en/of waarom die (lege) jerrycans daar al dan niet vandaan kwamen.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan het medeplegen van de productie van amfetamine.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het onder 1 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1.
Inleiding
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/004324-22
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 30 juli 2024 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] ), wonende te [adres]
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 3 juli 2024. Op 16 juli 2024 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. N. Tromp.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2021 tot en met 5 januari 2022 te [plaats] , gemeente Coevorden, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in een pand/boerderij/schuur aan het [adres] ) heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd (B) en/of vervaardigd (D), een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of één of meerdere onbekend gebleven personen, op één of meerdere tijdstippen, in de periode van 1 december 2021 tot en met 5 januari 2022 te [plaats] , gemeente Coevorden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in een pand/boerderij/schuur aan het [adres] ) heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd (B) en/of vervaardigd (D), een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die weten, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meerdere
tijdstippen, in de periode van 1 december 2021 tot en met 5 januari 2022 te [plaats] , gemeente Coevorden, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door in en/of rondom het drugslab aan het [adres] :
schoonmaak- en/of opruimwerkzaamheden te verrichten, bestaande uit (onder meer) het schoonmaken van de ketels en/of vloeren en/of het legen/opstapelen/wegzetten van meerdere (gevulde) jerrycans en/of andere voorwerpen, en/of
jerrycans (met restanten van vloeistoffen/grondstoffen/afvalstoffen ten behoeve van en/of als gevolg van de productie van amfetamine en/of de productie van MAPA/BMK-Glycidezuur naar BMK (Benzylmethylketon), in elk geval een stof vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I), te brengen en/of op te halen en/of te vervoeren;
2.
hij op of omstreeks 5 januari 2022 te [plaats] , gemeente Coevorden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk (in een pand/boerderij/loods aan het [adres] ) aanwezig heeft gehad (C) een (grote) hoeveelheid van (ongeveer) 517 liter amfetamine(-olie) (O8A en P23 t/m P26), in elk geval een (grote) hoeveelheid amfetamine(-olie), zijnde amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2021 tot en met 5 januari 2022 te [plaats] , gemeente Coevorden, en/of (elders) in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk
telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren (B) en/of
vervaardigen (D) en/of van een of meer hoeveelhe(i)d(en) amfetamine(-olie), zijnde amfetamine(-olie) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende een middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen:
een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid
en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of
voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van het/die delict(en), immers, heeft/hebben hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn
mededader(s) in voornoemde periode en op een of meer van voornoemde pleegplaatsen (telkens): (uit het proces-verbaal van analyseresultaten en bevindingen [adres] d.d. 13 januari 2022 (JM133;
dossierpagina 80 e.v.) en het proces-verbaal van analyseresultaten en bevindingen [adres] d.d.
Beoordeling
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen hem onder 1 primair en 2 ten laste is gelegd. Hetgeen verdachte onder 1 subsidiair en 3 ten laste is gelegd, kan wettig en overtuigend worden bewezen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd, nu er sprake is van meerdere onherstelbare vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek die tot bewijsuitsluiting moeten leiden.
De raadsman heeft hiertoe het volgende aangevoerd. Volgens het openbaar ministerie was er een verdenking in de zin van artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) jegens verdachte gerezen nadat hij was staande gehouden en de verbalisanten bij het openen van de Volkswagen Crafter, waarin verdachte reed, zagen dat deze helemaal vol lag met lege blauwe jerrycans waar bovendien een zeer
sterke chemische lucht afkwam.
De raadsman stelt zich echter op het standpunt dat de verdenking reeds eerder die dag was ontstaan, te weten op het moment dat andere verbalisanten op 5 januari 2022 om 12:39 uur een zogenaamde ANPR- hit kregen op het voertuig voorzien van het kenteken [nummer] (zijnde de Volkswagen Crafter waarin verdachte op dat moment reed) en waarbij uit de begeleidende informatie bij die hit bleek dat het voertuig in het referentiebestand “ [naam] ” stond en mogelijk betrokken zou zijn bij “drugslabs”.
Dat het voertuig na voornoemde ANPR-hit door de verbalisanten gevolgd is totdat deze om 14:25 uur het perceel [adres] opreed, sterkt de raadsman in zijn overtuiging dat er al sprake was van een verdenking jegens verdachte. Immers, het dusdanig lang volgen van een voertuig is een observatie die aan wettelijke eisen is gebonden en slechts is toegestaan als er een verdenking is gerezen.
Nadat er door één van de verbalisanten een verdachte situatie was geconstateerd bij de loods op het perceel [adres] te [plaats] en het voertuig dit perceel inmiddels alweer had verlaten, is de achtervolging van dit voertuig door twee andere verbalisanten hervat (nadat zij het voertuig weer op het spoor waren gekomen door een melding vanuit de iTrechter). Deze verbalisanten hebben het voertuig met daarin verdachte als bestuurder staande gehouden en onderworpen aan een controle op grond van artikel 160 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW).
Dit levert naar het oordeel van de raadsman misbruik van bevoegdheid op, nu de controlebevoegdheid die er bestaat op grond van de WVW is gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is bedoeld, namelijk om op te sporen.
De Hoge Raad heeft bepaald dat een verkeerscontrole die wordt ingezet om opsporingshandelingen mogelijk te maken, de verkeerscontrole nog niet onrechtmatig maakt. Echter, in casu, hebben de verbalisanten de verkeerscontrole uitsluitend gebruikt om opsporingsonderzoek te doen. Deze situatie verschilt ook met bedoeld arrest van de Hoge Raad omdat er jegens verdachte reeds een verdenking was ontstaan. In een dergelijke situatie geldt volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad dat die verdenking niet in de weg hoeft te staan aan het uitoefenen van controlebevoegdheden door opsporingsambtenaren, mits bij aanwending van die bevoegdheden tegenover een verdachte de aan deze als zodanig toekomende waarborgen in acht worden genomen.
Deze waarborgen zijn ten aanzien van verdachte echter geschonden. Zo hebben de verbalisanten hem, nadat zij hem hadden staande gehouden, gerichte vragen gesteld met betrekking tot de laadruimte van het voertuig zonder hem eerst de cautie te geven. Dit had wel gemoeten omdat reeds sprake was van een verdenking ex artikel 27 Sv. De verbalisanten hebben vervolgens ook de laadruimte van het voertuig gecontroleerd waartoe zij op grond van artikel 160 van de WVW niet bevoegd waren. Artikel 96b Sv biedt hiervoor evenmin een grondslag, nu er geen sprake was van een heterdaadsituatie en evenmin van een verdenking als bedoeld in artikel 67, lid 1 Sv (die verdenking ontstond immers pas daarna volgens de verbalisanten en het openbaar ministerie). Ook op grond van artikel 9 van de Opiumwet bestond geen rechtmatige grondslag om de laadruimte te controleren. Nu verdachte hier ook zelf geen toestemming voor heeft gegeven, was deze doorzoeking van de laadruimte van de bestelbus dan ook onrechtmatig.
De raadsman heeft tot slot gesteld dat de onrechtmatige staande houding van verdachte een schending van zijn privacy en een inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer oplevert in de zin van artikel 8 EVRM. Dat verdachte de cautie niet tijdig heeft gekregen, levert een schending van het recht op een eerlijk proces op
zoals bedoeld in artikel 6 EVRM. Aan deze onherstelbare vormverzuimen dient het rechtsgevolg van bewijsuitsluiting te worden verbonden, dan wel dient dit te worden gecompenseerd door strafvermindering.
Subsidiair, indien de rechtbank van oordeel is dat er geen sprake is van vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek, dan wel dat er weliswaar sprake is van vormverzuimen, maar dat deze geen bewijsuitsluiting tot gevolg dienen te hebben, heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd.
Ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman daartoe in het bijzonder aangevoerd dat uit het dossier op geen enkele wijze kan worden afgeleid dat verdachte schoonmaak- dan wel opruimwerkzaamheden in/rondom het drugslab heeft verricht. Ook kan niet worden bewezen dat verdachte jerrycans naar het drugslab toe heeft gebracht, dan wel heeft opgehaald, dan wel heeft vervoerd die betrekking hebben op de productie van amfetamine. Verdachte is op 5 januari 2022 in de Volkswagen Crafter naar het [adres] gereden. Bij het staande houden van verdachte, niet lang nadat hij weer uit [plaats] was vertrokken, is weliswaar gebleken dat er in de laadruimte van die Volkswagen Crafter lege jerrycans aanwezig waren met daarin restanten van o.a. mierenzuur, formamide en BMK, maar dit is onvoldoende om de conclusie te kunnen rechtvaardigen dat deze jerrycans afkomstig waren uit het drugslab te [plaats] en dat verdachte deze daar heeft opgehaald. Zelfs als dit wel als een “medeplichtigheidshandeling” zou worden gezien, in die zin dat verdachte daarmee opzet had op het behulpzaam zijn, dan kan er nog steeds geen bewezenverklaring volgen. Voor medeplichtigheid dient namelijk dubbel opzet te worden vastgesteld. Verdachte dient ook opzet te hebben op het gronddelict, de productie van amfetamine, en dit kan absoluut niet worden vastgesteld.
Oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van het verweer ex artikel 359a Sv strekkende tot bewijsuitsluiting
De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank merkt allereerst op dat de verbalisanten bevoegd waren om het voertuig, de Volkswagen Crafter met kenteken [nummer] , te volgen teneinde deze te controleren op grond van de informatie die zij hadden verkregen uit het ANPR-systeem. Uit het dossier is niet gebleken dat er voor de verbalisanten een andere aanleiding dan de ANPR-hit bestond om het voertuig te gaan volgen.
De verbalisanten zijn overgegaan tot het onopvallend volgen van het voertuig om het eventueel op een tactisch moment aan een controle onderwerpen, zoals in het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 januari 2022 op pagina 35 e.v.
Feiten
Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast.
Verdachte is op 5 januari 2022 in een Volkswagen Crafter naar het perceel [adres] te [plaats] gereden, alwaar korte tijd nadat verdachte daar weer vertrokken was een in werking zijnd drugslaboratorium is aangetroffen.
De gebruiker van voornoemd perceel en voornoemde loods, te weten medeverdachte [medeverdachte 2] (zijn partner [naam] was van dat perceel en die loods de eigenaar), bevond zich op het moment van de instap in zijn woning op het terrein. Hij is ter plekke aangehouden.
Op het perceel bevond zich een houten bijgebouw dan wel vakantiehuisje, waarin drie mannen werden aangetroffen. Deze mannen, te weten medeverdachten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] zijn eveneens ter plekke aangehouden.
De Landelijke Faciliteit Ontmantelen van de Landelijke Eenheid van de politie, Dienst Specialistische Operaties (LFO) heeft de loods onderzocht, een inventarisatielijst opgemaakt van al hetgeen zij daar heeft aangetroffen en voorts alle goederen die te relateren zijn aan de vervaardiging van verdovende middelen nader onderzocht, beschreven, gefotografeerd en deels bemonsterd. Deze monsters zijn ter analyse overgebracht naar het NFI.
Onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft aangetoond dat het onderzoeksmateriaal afkomstig uit de loods amfetamine(-olie) en hulpstoffen/tussenproducten voor de vervaardiging van synthetische drugs bevat.
De LFO heeft vervolgens, na kennisname van het rapport van het NFI, definitief geconcludeerd dat het als drugslaboratorium ingerichte deel van de loods op het moment van ontdekking in gebruik was voor de zeer grootschalige vervaardiging van benzylmethylketon (BMK) en amfetamine(-olie) vanuit BMK middels de Leuckart-methode.
De Volkswagen Crafter met verdachte als bestuurder is staande gehouden op de [snelweg] nabij Zwolle, waarbij in de laadruimte van de bestelbus een grote hoeveelheid lege jerrycans werden aangetroffen met daarin restanten van vloeistoffen. Hiervan zijn monsters genomen, welke ter analyse zijn overgebracht naar het NFI.
Op de vraag of het onderzoeksmateriaal, voornoemd, grondstoffen/hulpstoffen/tussenproducten voor de vervaardiging en/of bewerking van (synthetische) drugs bevat, antwoordt de deskundige van het NFI als volgt:
“In het onderzoeksmateriaal zijn mierenzuur, formamide, benzylmethylketon (BMK; 1-fenyl-Z-propanon) en fosforzuur aangetoond. In relatie tot drugs wordt de combinatie van BMK, formamide en mierenzuur gebruikt bij de vervaardiging van amfetamine met de Leuckartmethode. Fosforzuur wordt in de chemische industrie veelvuldig toegepast. In relatie tot drugs kan deze stof worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs”.
Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaringen afgelegd, welke verklaringen er kort samengevat op neerkomen dat hij voor 5 januari 2022 één keer eerder aan het [adres] is geweest en dat hij, toen hij op 5 januari wederom op het perceel was, de Volkswagen Crafter niet uit is gestapt. Hem was gevraagd om daarheen te rijden en dat heeft hij gedaan. Hij weet niet waarom. Hij heeft niets te maken met het drugslab.
Bewijsoverwegingen
Vrijspraak van het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem onder 1 primair en 2 ten laste is gelegd en zij spreekt verdachte hiervan vrij. Ook van het onder 3 ten laste gelegde zal de rechtbank verdachte vrijspreken, nu verdachte geen beschikkingsmacht had over de in de loods aangetroffen goederen en stoffen zoals omschreven in de tenlastelegging.
Ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde
Voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid aan een misdrijf, zoals aan verdachte onder 1 subsidiair ten laste is gelegd, is allereerst vereist dat wordt bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op de behulpzaamheid zelf. Ten tweede is vereist dat het opzet van verdachte, al dan niet in voorwaardelijke
vorm, was gericht op het door de dader(s) gepleegde misdrijf (het gronddelict). De rechtbank overweegt dat verdachte dit zogenaamde opzet heeft gehad op 5 januari 2022 omdat hij op dat moment op het perceel [plaats] aanwezig was, terwijl blijkens de bewijsmiddelen daar en op dat moment een chemische geur te ruiken was en ook een zoemend geluid te horen was, afkomstig uit een loods. In het als drugslaboratorium ingerichte deel van de loods was op dat moment de zeer grootschalige vervaardiging van benzylmethylketon (BMK) en amfetamine(-olie) vanuit BMK middels de Leuckart-methode gaande.
Niet lang nadat verdachte het [adres] weer had verlaten, is hij staande gehouden en is er in de laadruimte van de Volkswagen Crafter waarin hij reed een grote hoeveelheid nagenoeg lege jerrycans aangetroffen met daarin, blijkens onderzoek van het NFI, stoffen die mierenzuur, formamide, benzylmethylketon (BMK; 1-fenyl-Z-propanon) en fosforzuur bevatten. In relatie tot drugs wordt de combinatie van BMK, formamide en mierenzuur gebruikt bij de vervaardiging van amfetamine met de Leuckartmethode. Fosforzuur wordt in de chemische industrie veelvuldig toegepast. In relatie tot drugs kan deze stof worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs.
Op basis van het voorgaande kan het niet anders dan en gaat de rechtbank derhalve ervan uit dat verdachte wel degelijk wetenschap had van het in de loods gevestigde drugslab en dat hij tevens opzettelijk behulpzaam is geweest bij de productie van de amfetamine(-olie) aldaar, in die zin dat hij aldaar jerrycans met restanten van voornoemde stoffen heeft opgehaald en vervoerd. Daar komt bij dat de geconstateerde feiten en aangetroffen omstandigheden dringend vragen om een uitleg, maar verdachte geen enkele concrete en verifieerbare verklaring geeft over wat hij dan wel ter plaatse aan het [plaats] deed en/of waarom die (lege) jerrycans daar al dan niet vandaan kwamen.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan het medeplegen van de productie van amfetamine.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het onder 1 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1.
Beoordeling
van het dossier staat gerelateerd.
Dat reeds met het twee uren lang volgen van het voertuig sprake was van een observatie, zoals door de raadsman is betoogd, kan de rechtbank niet volgen.
Observaties waarvoor geen machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 126g Sv, kunnen onrechtmatig zijn indien zij in verband met de plaats waar zij zijn uitgevoerd, de duur, intensiteit en frequentie ervan, alsmede het gebruik van technische hulpmiddelen, geschikt zijn om een min of meer compleet beeld te verkrijgen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van de betrokkene. Indien dat niet het geval
is, kan de met het observeren samenhangende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als zo beperkt worden beschouwd dat de algemene taakomschrijving van opsporingsambtenaren, neergelegd in art. 3 PW, daarvoor voldoende legitimatie biedt. Dit zal in het bijzonder het geval zijn indien de observaties slechts in een bepaald gebied en kortstondig worden uitgevoerd, naar aanleiding van omstandigheden waaruit redelijkerwijs een verhoogde kans op strafbare feiten kan worden afgeleid.
De rechtbank is van oordeel dat in onderhavige zaak het volgen van het voertuig, onder de geschetste omstandigheden zoals de uit de ANPR-hit over het voertuig verkregen informatie niet geschikt was om een min of meer compleet beeld te krijgen van bepaalde aspecten van het leven van verdachte en dat derhalve van stelselmatige observatie als bedoeld in artikel 126g Sv geen sprake was. Het ging om het volgen van het voertuig, waarvan op dat moment niet bekend was wie de bestuurder was. Als er al sprake zou zijn van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte, dan betreft dit slechts een lichte inbreuk zodat de algemene taakomschrijving van opsporingsambtenaren, neergelegd in artikel 3 PW, daarvoor voldoende legitimatie biedt.
De verbalisanten hebben de Volkswagen Crafter, met daarin zo bleek pas later - verdachte als bestuurder, uiteindelijk gevolgd totdat deze het perceel [adres] opreed en daar tot stilstand kwam. In de tussentijd nam een van de verbalisanten poolshoogte rondom het perceel, waarbij hij een scherpe chemische lucht rook, een prikkeling in zijn ogen voelde en een zoemend geluid hoorde. Toen hij terugkwam, had de Volkswagen Crafter het terrein reeds verlaten.
De verbalisanten hebben hun bevindingen vervolgens doorgegeven aan het Operationeel Centrum van de Landelijke Eenheid, waarna twee andere verbalisanten werd gevraagd verder uit te kijken naar de Volkswagen Crafter. Het voertuig is ten behoeve van dat verzoek in de iTrechter gezet, waarna verbalisanten een bericht kregen op hun werktelefoon, vanuit die iTrechter, dat het voertuig onder de ANPR-camera bij [plaats] doorreed. De verbalisanten zagen het voertuig vervolgens rijden, hebben het op enige afstand gevolgd en vervolgens een stopteken gegeven conform de WVW.
Op dit moment was er naar het oordeel van de rechtbank nog steeds geen sprake van een verdenking ex artikel 27 Sv jegens verdachte. De politie was immers nog steeds bezig om voornoemd voertuig te controleren; dit naar aanleiding van de ANPR-hit eerder die dag in combinatie met het feit dat het voertuig aanwezig was op een perceel, [adres] , waar gelet op de waarnemingen van een van de verbalisanten mogelijk een drugslab zou zijn. Het was op dat moment dus duidelijk, zo blijkt ook uit het dossier, dat de Volkswagen Crafter op genoemd terrein was geweest. Verder was onbekend bijvoorbeeld wie de bestuurder was van het voertuig, wat het voertuig op het terrein deed en of er goederen waren in- en/of uitgeladen.
Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 februari 2022, opgenomen op pagina 57 e.v. van het procesdossier wordt door de verbalisant gerelateerd dat de bestuurder van de Volkswagen Crafter zich legitimeerde als [verdachte] en dat hij [verdachte] vervolgens heeft gevraagd of het voertuig geladen was met goederen, waarop [verdachte] antwoordde dat hij dit niet wist. Vervolgens heeft de verbalisant [verdachte] gevraagd of hij de laadruimte wilde openen om de mogelijke lading te kunnen controleren, waarna de grote hoeveelheid lege jerrycans met chemische geur werden gezien in die laadruimte. De verbalisant heeft [verdachte] vervolgens aangehouden en gewezen op zijn rechten (en hem aldus de cautie heeft gegeven). In de lezing die verdachte heeft gegeven van deze gang van zaken, zoals ook door de raadsman geschetst, herkent de verbalisant zich in het geheel niet. De verbalisant relateert daarnaast expliciet dat hij het openen van een voertuig (laadruimte) altijd over laat aan de bestuurder van het voertuig, omdat hij niet weet wat de inhoud van het voertuig is en hij niet door mogelijk losstaande lading
geraakt wenst te worden.
De rechtbank stelt vast dat uit het door verbalisant op ambtseed opgemaakte proces-verbaal blijkt dat verdachte zijn laadruimte op verzoek heeft geopend en zij gaat hier dan ook vanuit.
Al met al is de rechtbank van oordeel dat de verdenking jegens specifiek verdachte pas ontstond op het moment dat de jerrycans in het laadruim van het door hem bestuurde voertuig werden ontdekt door de verbalisanten, waarna zij hem meteen op zijn rechten hebben gewezen.
Dit maakt dat er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is geweest van (door de raadsman opgeworpen) vormverzuimen in het voorbereidende onderzoek, zoals bedoeld in artikel 359a Sv, en zij verwerpt dit verweer van de verdediging dan ook. Voor bewijsuitsluiting is daarom vanzelfsprekend ook geen reden meer.
Bewijsmiddelen
Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze uitwerking is als bijlage I bij dit vonnis gevoegd en de inhoud van die bijlage dient als hier ingelast te worden beschouwd.
Feiten
subsidiair.
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , op meerdere tijdstippen, in de periode van 3 januari 2022 tot en met 5 januari 2022 te [plaats] , gemeente Coevorden, tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk in een pand/schuur aan het [adres] heeft vervaardigd, (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 5 januari 2022 te [plaats] , gemeente Coevorden, opzettelijk behulpzaam is geweest, door in en/of rondom het drugslab aan het [adres] :
- jerrycans (met restanten van vloeistoffen/grondstoffen/afvalstoffen ten behoeve van en/of als gevolg van de productie van amfetamine en/of de productie van MAPA/BMK-Glycidezuur naar BMK (Benzylmethylketon), in elk geval een stof vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I), op te halen en te vervoeren.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
1 subsidiair. medeplichtigheid aan het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder D van de Opiumwet gegeven verbod
Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair en het onder 3 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 420 dagen (met aftrek ), waarvan 159 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er in het geval van enige bewezenverklaring kan worden volstaan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die in duur gelijk is aan het reeds door verdachte ondergane voorarrest.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de omtrent hem opgemaakte rapportages, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich op 5 januari 2022 als medeplichtige schuldig gemaakt aan het medeplegen van de productie van amfetamine(-olie).
Amfetamine is een harddrug die zeer verslavend en schadelijk is voor de volksgezondheid. De (chemische processen bij de) productie van synthetische drugs en de ongecontroleerde opslag van chemicaliën ten behoeve van deze productie brengen bovendien grote veiligheidsrisicos en risicos voor de volksgezondheid met zich. Verdachte heeft met zijn gedragingen een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de productie van harddrugs en hij kan medeverantwoordelijk worden gehouden voor de nadelige effecten die door de productie hiervan worden veroorzaakt. De productie van harddrugs gaat ook vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit, zoals het witwassen van grote sommen geld en het illegaal lozen van chemisch afval. Verdachte heeft zich totaal niet bekommerd om de risico's voor omwonenden en de schadelijke gevolgen van zijn handelen.
De rechtbank rekent dit verdachte aan en overweegt dat een dergelijk feit de oplegging van een substantiële straf in beginsel zonder meer rechtvaardigt.
De rechtbank realiseert zich echter ook dat zij, anders dan ten laste is gelegd, slechts bewezen heeft verklaard dat verdachte slechts eenmalig medeplichtig is geweest op de wijze zoals voornoemd, namelijk op 5 januari 2022. Daarnaast constateert zij dat de redelijke termijn waarbinnen de berechting dient plaats te vinden, in de onderhavige zaak fors is overschreden gelet op het feit dat het vonnis meer dan 24 maanden na 5 januari 2022, de dag waarop verdachte in verzekering is gesteld, wordt gewezen. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen. De rechtbank zal bij de bepaling van de straf rekening houden met zowel de korte periode die zij bewezen heeft verklaard als met de overschrijding van de redelijke termijn, door een strafkorting toe te passen.
Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het omtrent verdachte opgemaakte reclasseringsrapport d.d. 21 juni 2024, waarin de reclassering de rechtbank adviseert om verdachte, bij enige bewezenverklaring, te veroordelen tot een straf zonder bijzondere voorwaarden. Zij vindt interventies of toezicht niet nodig.
Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat in de onderhavige zaak kan worden volstaan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte die in duur gelijk is aan het reeds door hem ondergane voorarrest.
De rechtbank wijkt hiermee af van de eis van de officier van justitie, nu zij minder bewezen acht en tevens van oordeel is dat met voornoemde straf, in dit geval, voldoende recht wordt gedaan aan de ernst van de het bewezen verklaarde strafbare feit.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 48 en 49 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair, 2 en 3 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 261 dagen.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schuth, voorzitter, mr. M.S. van der Kuijl en
mr. A.L.J.M.A. Janssens, rechters, bijgestaan door mr. L. van der Weide, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 juli 2024.
Mr.
Beoordeling
van het dossier staat gerelateerd.
Dat reeds met het twee uren lang volgen van het voertuig sprake was van een observatie, zoals door de raadsman is betoogd, kan de rechtbank niet volgen.
Observaties waarvoor geen machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 126g Sv, kunnen onrechtmatig zijn indien zij in verband met de plaats waar zij zijn uitgevoerd, de duur, intensiteit en frequentie ervan, alsmede het gebruik van technische hulpmiddelen, geschikt zijn om een min of meer compleet beeld te verkrijgen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van de betrokkene. Indien dat niet het geval
is, kan de met het observeren samenhangende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als zo beperkt worden beschouwd dat de algemene taakomschrijving van opsporingsambtenaren, neergelegd in art. 3 PW, daarvoor voldoende legitimatie biedt. Dit zal in het bijzonder het geval zijn indien de observaties slechts in een bepaald gebied en kortstondig worden uitgevoerd, naar aanleiding van omstandigheden waaruit redelijkerwijs een verhoogde kans op strafbare feiten kan worden afgeleid.
De rechtbank is van oordeel dat in onderhavige zaak het volgen van het voertuig, onder de geschetste omstandigheden zoals de uit de ANPR-hit over het voertuig verkregen informatie niet geschikt was om een min of meer compleet beeld te krijgen van bepaalde aspecten van het leven van verdachte en dat derhalve van stelselmatige observatie als bedoeld in artikel 126g Sv geen sprake was. Het ging om het volgen van het voertuig, waarvan op dat moment niet bekend was wie de bestuurder was. Als er al sprake zou zijn van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte, dan betreft dit slechts een lichte inbreuk zodat de algemene taakomschrijving van opsporingsambtenaren, neergelegd in artikel 3 PW, daarvoor voldoende legitimatie biedt.
De verbalisanten hebben de Volkswagen Crafter, met daarin zo bleek pas later - verdachte als bestuurder, uiteindelijk gevolgd totdat deze het perceel [adres] opreed en daar tot stilstand kwam. In de tussentijd nam een van de verbalisanten poolshoogte rondom het perceel, waarbij hij een scherpe chemische lucht rook, een prikkeling in zijn ogen voelde en een zoemend geluid hoorde. Toen hij terugkwam, had de Volkswagen Crafter het terrein reeds verlaten.
De verbalisanten hebben hun bevindingen vervolgens doorgegeven aan het Operationeel Centrum van de Landelijke Eenheid, waarna twee andere verbalisanten werd gevraagd verder uit te kijken naar de Volkswagen Crafter. Het voertuig is ten behoeve van dat verzoek in de iTrechter gezet, waarna verbalisanten een bericht kregen op hun werktelefoon, vanuit die iTrechter, dat het voertuig onder de ANPR-camera bij [plaats] doorreed. De verbalisanten zagen het voertuig vervolgens rijden, hebben het op enige afstand gevolgd en vervolgens een stopteken gegeven conform de WVW.
Op dit moment was er naar het oordeel van de rechtbank nog steeds geen sprake van een verdenking ex artikel 27 Sv jegens verdachte. De politie was immers nog steeds bezig om voornoemd voertuig te controleren; dit naar aanleiding van de ANPR-hit eerder die dag in combinatie met het feit dat het voertuig aanwezig was op een perceel, [adres] , waar gelet op de waarnemingen van een van de verbalisanten mogelijk een drugslab zou zijn. Het was op dat moment dus duidelijk, zo blijkt ook uit het dossier, dat de Volkswagen Crafter op genoemd terrein was geweest. Verder was onbekend bijvoorbeeld wie de bestuurder was van het voertuig, wat het voertuig op het terrein deed en of er goederen waren in- en/of uitgeladen.
Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 februari 2022, opgenomen op pagina 57 e.v. van het procesdossier wordt door de verbalisant gerelateerd dat de bestuurder van de Volkswagen Crafter zich legitimeerde als [verdachte] en dat hij [verdachte] vervolgens heeft gevraagd of het voertuig geladen was met goederen, waarop [verdachte] antwoordde dat hij dit niet wist. Vervolgens heeft de verbalisant [verdachte] gevraagd of hij de laadruimte wilde openen om de mogelijke lading te kunnen controleren, waarna de grote hoeveelheid lege jerrycans met chemische geur werden gezien in die laadruimte. De verbalisant heeft [verdachte] vervolgens aangehouden en gewezen op zijn rechten (en hem aldus de cautie heeft gegeven). In de lezing die verdachte heeft gegeven van deze gang van zaken, zoals ook door de raadsman geschetst, herkent de verbalisant zich in het geheel niet. De verbalisant relateert daarnaast expliciet dat hij het openen van een voertuig (laadruimte) altijd over laat aan de bestuurder van het voertuig, omdat hij niet weet wat de inhoud van het voertuig is en hij niet door mogelijk losstaande lading
geraakt wenst te worden.
De rechtbank stelt vast dat uit het door verbalisant op ambtseed opgemaakte proces-verbaal blijkt dat verdachte zijn laadruimte op verzoek heeft geopend en zij gaat hier dan ook vanuit.
Al met al is de rechtbank van oordeel dat de verdenking jegens specifiek verdachte pas ontstond op het moment dat de jerrycans in het laadruim van het door hem bestuurde voertuig werden ontdekt door de verbalisanten, waarna zij hem meteen op zijn rechten hebben gewezen.
Dit maakt dat er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is geweest van (door de raadsman opgeworpen) vormverzuimen in het voorbereidende onderzoek, zoals bedoeld in artikel 359a Sv, en zij verwerpt dit verweer van de verdediging dan ook. Voor bewijsuitsluiting is daarom vanzelfsprekend ook geen reden meer.
Bewijsmiddelen
Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze uitwerking is als bijlage I bij dit vonnis gevoegd en de inhoud van die bijlage dient als hier ingelast te worden beschouwd.
Feiten
subsidiair.
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , op meerdere tijdstippen, in de periode van 3 januari 2022 tot en met 5 januari 2022 te [plaats] , gemeente Coevorden, tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk in een pand/schuur aan het [adres] heeft vervaardigd, (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 5 januari 2022 te [plaats] , gemeente Coevorden, opzettelijk behulpzaam is geweest, door in en/of rondom het drugslab aan het [adres] :
- jerrycans (met restanten van vloeistoffen/grondstoffen/afvalstoffen ten behoeve van en/of als gevolg van de productie van amfetamine en/of de productie van MAPA/BMK-Glycidezuur naar BMK (Benzylmethylketon), in elk geval een stof vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I), op te halen en te vervoeren.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
1 subsidiair. medeplichtigheid aan het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder D van de Opiumwet gegeven verbod
Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair en het onder 3 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 420 dagen (met aftrek ), waarvan 159 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er in het geval van enige bewezenverklaring kan worden volstaan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die in duur gelijk is aan het reeds door verdachte ondergane voorarrest.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de omtrent hem opgemaakte rapportages, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich op 5 januari 2022 als medeplichtige schuldig gemaakt aan het medeplegen van de productie van amfetamine(-olie).
Amfetamine is een harddrug die zeer verslavend en schadelijk is voor de volksgezondheid. De (chemische processen bij de) productie van synthetische drugs en de ongecontroleerde opslag van chemicaliën ten behoeve van deze productie brengen bovendien grote veiligheidsrisicos en risicos voor de volksgezondheid met zich. Verdachte heeft met zijn gedragingen een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de productie van harddrugs en hij kan medeverantwoordelijk worden gehouden voor de nadelige effecten die door de productie hiervan worden veroorzaakt. De productie van harddrugs gaat ook vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit, zoals het witwassen van grote sommen geld en het illegaal lozen van chemisch afval. Verdachte heeft zich totaal niet bekommerd om de risico's voor omwonenden en de schadelijke gevolgen van zijn handelen.
De rechtbank rekent dit verdachte aan en overweegt dat een dergelijk feit de oplegging van een substantiële straf in beginsel zonder meer rechtvaardigt.
De rechtbank realiseert zich echter ook dat zij, anders dan ten laste is gelegd, slechts bewezen heeft verklaard dat verdachte slechts eenmalig medeplichtig is geweest op de wijze zoals voornoemd, namelijk op 5 januari 2022. Daarnaast constateert zij dat de redelijke termijn waarbinnen de berechting dient plaats te vinden, in de onderhavige zaak fors is overschreden gelet op het feit dat het vonnis meer dan 24 maanden na 5 januari 2022, de dag waarop verdachte in verzekering is gesteld, wordt gewezen. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen. De rechtbank zal bij de bepaling van de straf rekening houden met zowel de korte periode die zij bewezen heeft verklaard als met de overschrijding van de redelijke termijn, door een strafkorting toe te passen.
Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het omtrent verdachte opgemaakte reclasseringsrapport d.d. 21 juni 2024, waarin de reclassering de rechtbank adviseert om verdachte, bij enige bewezenverklaring, te veroordelen tot een straf zonder bijzondere voorwaarden. Zij vindt interventies of toezicht niet nodig.
Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat in de onderhavige zaak kan worden volstaan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte die in duur gelijk is aan het reeds door hem ondergane voorarrest.
De rechtbank wijkt hiermee af van de eis van de officier van justitie, nu zij minder bewezen acht en tevens van oordeel is dat met voornoemde straf, in dit geval, voldoende recht wordt gedaan aan de ernst van de het bewezen verklaarde strafbare feit.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 48 en 49 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair, 2 en 3 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 261 dagen.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schuth, voorzitter, mr. M.S. van der Kuijl en
mr. A.L.J.M.A. Janssens, rechters, bijgestaan door mr. L. van der Weide, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 juli 2024.
Mr.
Feiten
Janssens is buiten staat om dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I
De rechtbank past ten aanzien van het hierna onder 1 subsidiair bewezen verklaarde de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten
zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. De door verdachte ter zitting van 3 juli 2024 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Ik ben op 5 januari 2022 in de Volkswagen Crafter met kenteken [nummer] aan het [adres] te [plaats] geweest. Later die dag ben ik staande gehouden en toen zagen de agenten dat er jerrycans in het laadruim van de bestelbus stonden waarvan ik op dat moment nog steeds de bestuurder was.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 januari 2022, opgenomen op pagina 35 e.v. van deel 1 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2022004901 d.d. 1 juni 2022, inhoudend als relaas van de verbalisanten:
Op 5 januari 2022 voerden wij, verbalisanten, een zogenaamde ANPR-controle uit. Om 12:39 uur kregen wij een "hit" op een voertuig voorzien van het kenteken
[nummer] . Volgens de begeleidende informatie bij deze hit zou het voertuig mogelijk betrokken zijn bij "drugslabs". Gezien de hit en de begeleidende informatie besloten wij dit voertuig onopvallend te volgen en eventueel op een tactisch moment aan een controle te onderwerpen. Op de [snelweg] ter hoogte van afrit strand [plaats] zagen wij het voertuig voor het eerst rijden. Uiteindelijk zag ik het voertuig in de richting van de plaats [plaats] rijden om vervolgens over de sluis via de straat " [plaats] " naar het perceel 140 te rijden. Ik zag het voertuig om 14.25 uur voor het hek van perceel 140 stoppen en vervolgens nadat het hek geopend was het perceel oprijden. Vervolgens ben ik, [naam] , vanuit de richting van de sluis, te voet, richting perceel 140 gelopen om aanvullende waarnemingen te kunnen verrichten. Bij het passeren van het desbetreffende perceel rook ik een voor mij onbekende scherpe chemische lucht en voelde ik een lichte prikkeling in mijn ogen. Het terrein was afgesloten met een groot hekwerk. Vervolgens ben ik vanaf het [plaats] in de richting van de [adres] gelopen. Toen ik de [adres] bleef volgen kwam ik aan de rechterzijde van de achterliggende loods van perceel 140 te staan. Hier hoorde ik op een afstand van een meter van de muur van deze loods een zoemend geluid. Om 15.11 uur, zie ik, [naam] , vanaf de [adres] , de Volkswagen Crafter het terrein verlaten. Ik zag dat het hek nadat de Volkswagen Crafter het terrein verliet meteen weer werd afgesloten. Wij, verbalisanten [naam] en [naam] kregen de bovenstaande berichtgeving mee. Wij hebben hierop direct contact opgenomen met het Operationeel Centrum van de Landelijke Eenheid om onze bevindingen door te geven. Zij hebben een eenheid van de Landelijke Eenheid aangestuurd om ter hoogte van Zwolle de Volkswagen Crafter aan een controle te onderwerpen. De hierboven beschreven bevindingen zijn ook gedeeld met het Operationeel Centrum Noord-Nederland en met de operationeel coördinator van Basisteam Emmen. In samenspraak met hen, is besloten een instap te organiseren in het genoemde pand, omdat bij ons het vermoeden ontstond dat er een stof, genoemd in lijst 1 of 2 van de Opiumwet aanwezig was, dan wel vervaardigd werd.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 januari 2022, opgenomen op pagina 80 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisanten:
Hierbij verklaren wij, allen werkzaam als LFO-expert bij de Landelijke Eenheid, het volgende. Op 5 januari 2022 hebben wij een onderzoek ingesteld in een loods op locatie [adres] te [plaats] . Deze loods was in gebruik voor de zeer grootschalige productie van amfetamine en BMK. De loods bestond uit vier delen:
het voorste deel van de loods, ruimte [O]
het tweede gedeelte van de loods, de productieruimte [P]
het derde gedeelte van de loods, de destillatieruimte [D]
het vierde deel van de loods
Productieruimte [P]:
Links in de productieruimte stonden vier opstellingen van reactieketels. Bij aankomst waren er drie hiervan in werking, hiervan stonden de roermotoren en de gasbranders aan. Drie reactieketels hadden een temperatuur van 100 graden Celsius op de temperatuurmeter. Op de muur achter de reactieketels stonden verhoudingen van de diverse kookstappen.
Destillatieruimte [D]:
Links in de destillatieruimte stonden een aantal lege blauwe 200 liter klemdekselvaten. In het midden van
deze ruimte stonden twee grote destillatieopstellingen. De opstellingen bestonden beide uit een destillatieketel gekoppeld aan twee stoomgeneratoren. Op de destillatieketel was een destillatiebuis bevestigd. Onder de destillatieketel lagen vier branders welke aan elkaar gekoppeld waren. Deze waren gekoppeld aan twee gekoppelde gasflessen. Op de deuren van de wc ruimtes waren aantekeningen geschreven met betrekking tot tijden en hoeveelheden.
Nader onderzoek en monsterneming:
Wij hebben de loods nader onderzocht en alle goederen die te relateren zijn aan de vervaardiging van verdovende middelen nader onderzocht, beschreven, gefotografeerd en deels bemonsterd.
Indien meerdere IBC s, jerrycans of vaten als één partij worden omschreven dan is dit omdat de inhoud van deze jerrycans of vaten organoleptisch gelijk is. Als van een partij een monster is genomen, dan is dit aselect uit een van de verpakkingen in deze partij gedaan.
Ten behoeve van de voorlopige vaststelling van de aangetroffen chemicaliën werd door ons onder andere gebruik gemaakt van een identificatieapparaat dat werkt op basis van Ramantechnologie, de Thermo Scientific First Defender (FD).
Deze monsters worden ter analyse overgebracht naar het NFI afdeling verdovende middelen te Den Haag. De inhoud van de op pagina 83 e.v. opgenomen inventarisatielijst zal de rechtbank ten behoeve van de overzichtelijkheid niet integraal opnemen; zij verwijst daarnaar en acht de inhoud daarvan hier in ingevoegd.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 januari 2022, opgenomen op pagina 46 e.v. van deel 1 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant: Ik, [naam] , werkzaam bij de Landelijke Eenheid van de politie, ingedeeld bij het Aanhouding en Ondersteuningsteam locatie Noord Oost en onder genoemd nummer bekend in de administratie van dit team, verklaar:
Ik kreeg het verzoek om een aanvullend proces-verbaal op te maken, daarin geef ik aan waar de verdachten zich bevonden op het moment van de aanhoudingen.
Verdachte 1 ( Glenn [medeverdachte 2] ) werd aangehouden in gebouw A.
Verdachten 2, 3 en 4 ( [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] ) werden aangehouden in gebouw C.
Foto van het perceel en de gebouwen met aanduiding A, B, C, D.
5. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2022.01.12.170 (aanvraagnummer 002), d.d. 3 maart 2022, opgenomen op pagina 418 e.v. van deel 2 van voornoemd dossier, opgemaakt door ing. A.G.A.
Feiten
Janssens is buiten staat om dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I
De rechtbank past ten aanzien van het hierna onder 1 subsidiair bewezen verklaarde de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten
zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. De door verdachte ter zitting van 3 juli 2024 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Ik ben op 5 januari 2022 in de Volkswagen Crafter met kenteken [nummer] aan het [adres] te [plaats] geweest. Later die dag ben ik staande gehouden en toen zagen de agenten dat er jerrycans in het laadruim van de bestelbus stonden waarvan ik op dat moment nog steeds de bestuurder was.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 januari 2022, opgenomen op pagina 35 e.v. van deel 1 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2022004901 d.d. 1 juni 2022, inhoudend als relaas van de verbalisanten:
Op 5 januari 2022 voerden wij, verbalisanten, een zogenaamde ANPR-controle uit. Om 12:39 uur kregen wij een "hit" op een voertuig voorzien van het kenteken
[nummer] . Volgens de begeleidende informatie bij deze hit zou het voertuig mogelijk betrokken zijn bij "drugslabs". Gezien de hit en de begeleidende informatie besloten wij dit voertuig onopvallend te volgen en eventueel op een tactisch moment aan een controle te onderwerpen. Op de [snelweg] ter hoogte van afrit strand [plaats] zagen wij het voertuig voor het eerst rijden. Uiteindelijk zag ik het voertuig in de richting van de plaats [plaats] rijden om vervolgens over de sluis via de straat " [plaats] " naar het perceel 140 te rijden. Ik zag het voertuig om 14.25 uur voor het hek van perceel 140 stoppen en vervolgens nadat het hek geopend was het perceel oprijden. Vervolgens ben ik, [naam] , vanuit de richting van de sluis, te voet, richting perceel 140 gelopen om aanvullende waarnemingen te kunnen verrichten. Bij het passeren van het desbetreffende perceel rook ik een voor mij onbekende scherpe chemische lucht en voelde ik een lichte prikkeling in mijn ogen. Het terrein was afgesloten met een groot hekwerk. Vervolgens ben ik vanaf het [plaats] in de richting van de [adres] gelopen. Toen ik de [adres] bleef volgen kwam ik aan de rechterzijde van de achterliggende loods van perceel 140 te staan. Hier hoorde ik op een afstand van een meter van de muur van deze loods een zoemend geluid. Om 15.11 uur, zie ik, [naam] , vanaf de [adres] , de Volkswagen Crafter het terrein verlaten. Ik zag dat het hek nadat de Volkswagen Crafter het terrein verliet meteen weer werd afgesloten. Wij, verbalisanten [naam] en [naam] kregen de bovenstaande berichtgeving mee. Wij hebben hierop direct contact opgenomen met het Operationeel Centrum van de Landelijke Eenheid om onze bevindingen door te geven. Zij hebben een eenheid van de Landelijke Eenheid aangestuurd om ter hoogte van Zwolle de Volkswagen Crafter aan een controle te onderwerpen. De hierboven beschreven bevindingen zijn ook gedeeld met het Operationeel Centrum Noord-Nederland en met de operationeel coördinator van Basisteam Emmen. In samenspraak met hen, is besloten een instap te organiseren in het genoemde pand, omdat bij ons het vermoeden ontstond dat er een stof, genoemd in lijst 1 of 2 van de Opiumwet aanwezig was, dan wel vervaardigd werd.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 januari 2022, opgenomen op pagina 80 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisanten:
Hierbij verklaren wij, allen werkzaam als LFO-expert bij de Landelijke Eenheid, het volgende. Op 5 januari 2022 hebben wij een onderzoek ingesteld in een loods op locatie [adres] te [plaats] . Deze loods was in gebruik voor de zeer grootschalige productie van amfetamine en BMK. De loods bestond uit vier delen:
het voorste deel van de loods, ruimte [O]
het tweede gedeelte van de loods, de productieruimte [P]
het derde gedeelte van de loods, de destillatieruimte [D]
het vierde deel van de loods
Productieruimte [P]:
Links in de productieruimte stonden vier opstellingen van reactieketels. Bij aankomst waren er drie hiervan in werking, hiervan stonden de roermotoren en de gasbranders aan. Drie reactieketels hadden een temperatuur van 100 graden Celsius op de temperatuurmeter. Op de muur achter de reactieketels stonden verhoudingen van de diverse kookstappen.
Destillatieruimte [D]:
Links in de destillatieruimte stonden een aantal lege blauwe 200 liter klemdekselvaten. In het midden van
deze ruimte stonden twee grote destillatieopstellingen. De opstellingen bestonden beide uit een destillatieketel gekoppeld aan twee stoomgeneratoren. Op de destillatieketel was een destillatiebuis bevestigd. Onder de destillatieketel lagen vier branders welke aan elkaar gekoppeld waren. Deze waren gekoppeld aan twee gekoppelde gasflessen. Op de deuren van de wc ruimtes waren aantekeningen geschreven met betrekking tot tijden en hoeveelheden.
Nader onderzoek en monsterneming:
Wij hebben de loods nader onderzocht en alle goederen die te relateren zijn aan de vervaardiging van verdovende middelen nader onderzocht, beschreven, gefotografeerd en deels bemonsterd.
Indien meerdere IBC s, jerrycans of vaten als één partij worden omschreven dan is dit omdat de inhoud van deze jerrycans of vaten organoleptisch gelijk is. Als van een partij een monster is genomen, dan is dit aselect uit een van de verpakkingen in deze partij gedaan.
Ten behoeve van de voorlopige vaststelling van de aangetroffen chemicaliën werd door ons onder andere gebruik gemaakt van een identificatieapparaat dat werkt op basis van Ramantechnologie, de Thermo Scientific First Defender (FD).
Deze monsters worden ter analyse overgebracht naar het NFI afdeling verdovende middelen te Den Haag. De inhoud van de op pagina 83 e.v. opgenomen inventarisatielijst zal de rechtbank ten behoeve van de overzichtelijkheid niet integraal opnemen; zij verwijst daarnaar en acht de inhoud daarvan hier in ingevoegd.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 januari 2022, opgenomen op pagina 46 e.v. van deel 1 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant: Ik, [naam] , werkzaam bij de Landelijke Eenheid van de politie, ingedeeld bij het Aanhouding en Ondersteuningsteam locatie Noord Oost en onder genoemd nummer bekend in de administratie van dit team, verklaar:
Ik kreeg het verzoek om een aanvullend proces-verbaal op te maken, daarin geef ik aan waar de verdachten zich bevonden op het moment van de aanhoudingen.
Verdachte 1 ( Glenn [medeverdachte 2] ) werd aangehouden in gebouw A.
Verdachten 2, 3 en 4 ( [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] ) werden aangehouden in gebouw C.
Foto van het perceel en de gebouwen met aanduiding A, B, C, D.
5. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2022.01.12.170 (aanvraagnummer 002), d.d. 3 maart 2022, opgenomen op pagina 418 e.v. van deel 2 van voornoemd dossier, opgemaakt door ing. A.G.A.
Feiten
Sprong, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige:
Inventarisatielijst
NFI-rapport
O8A: 7 literflessen met geel/oranje olieachtige vloeistof, met
O8A: bevat amfetamine
de geur van amfetamine
P23A: bevat amfetamine
P23A: 60 liter bruine olielaag (in een in werking zijnde
P24A: bevat amfetamine
reactieketel, op een onderlaag van 100 liter kleurloze waterige
P25A: bevat amfetamine
vloeistof)
P24A: 220 liter bruine olielaag (in een in werking zijnde
reactieketel, op een onderlaag van 300 liter waterige vloeistof)
P25A: 230 liter bruine olieachtige vloeistof (in een in werking
zijnde reactieketel, op een onderlaag van 500 lieter waterige
vloeistof)
Inventarisatielijst
NFI-rapport
O2(-A): FD-formamide, 480L
O3: FD-formamide, 520L
O2-A: bevat formamide; resultaat
conform etiket
P6: FD-formamide, 40L
O4(-A): FD-fosforzuur, 380L
P7: FD-fosforzuur, 600L
O4-A: bevat fosforzuur; resultaat conform
etiket
O1(-A): FD-mierenzuur, 320L
P8: Geen FD. Wel hetzelfde etiket als O1(-A) en half gevuld, 10L
O1-A: bevat mierenzuur, resultaat conform etiket
P13: etiket: “Wodorotlenek Sodu Staly”, 22x25KG + 20
KG=570 KG
"Bevat het onderzoeksmateriaal Opiumwetsubstanties?"
In de onderzoeksmaterialen zijn amfetamine en metamfetamine aangetoond. Amfetamine en metamfetamine zijn vermeld op lijst I van de Opiumwet.
"Bevat het onderzoeksmateriaal grondstoffen/hulpstoffen/tussenproducten voor de vervaardiging en/of bewerking van (synthetische) drugs?"
In de onderzoeksmaterialen zijn mierenzuur, formamide, fosforzuur, MAPA (methyl alfa-fenylacetoacetaat), N-formylamfetamine en BMK (benzylmethylketon) aangetoond.
In relatie tot drugs is MAPA een grondstof voor BMK. BMK is een grondstof voor amfetamine en metamfetamine. In relatie tot drugs wordt de combinatie van BMK, formamide en mierenzuur gebruikt bij de vervaardiging van amfetamine met de Leuckartmethode. N-formylamfetamine is het tussenproduct in deze vervaardiging. Fosforzuur wordt in de chemische industrie veelvuldig toegepast. In relatie tot drugs kan deze stof worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van analyseresultaten en bevindingen d.d. 11 april 2022, opgenomen op pagina 122 e.v. van deel 1 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisanten:
Hierbij verklaar ik, hoofdinspecteur van politie en werkzaam als LFO-expert, het volgende, Dit proces- verbaal is een aanvulling op het eerder, mede door mij, opgemaakte proces-verbaal van 13 januari 2022.
Voorraad chemicaliën:
570 kilo Caustic Soda (P13), 330 liter Mierenzuur (O1A, P8), 520 liter Formamide (O2A, P6), 980 liter Fosforzuur (O4A,P7).
De loods was op het moment van ontdekking in gebruik voor de zeer grootschalige vervaardiging van amfetamine via de Leuckart-methode. Hierbij is de uitgangsstof BMK zeker voor een deel ter plaatse met behulp van fosforzuur uit preprecursor MAPA vervaardigd.
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 januari 2022, opgenomen op pagina 249 e.v. van deel 2 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant:
Op 6 januari 2022 heeft er een doorzoeking plaatsgevonden op perceel [adres] te [plaats] . Tijdens de doorzoeking werd onder ander het volgende aangetroffen in pand 3 (houten bijgebouw/bijwoning):
Keuken:
In de keuken werd aan de kapstok een overall met opdruk SGS aangetroffen. Deze overall had dezelfde geur als de geur die in het drugslaboratorium was te ruiken.
Slaapkamer 1:
In de eerste slaapkamer rechts werd bij de televisie een mobiele telefoon van het merk HTC aan de lader aangetroffen. Naast de telefoon werd een notitie aangetroffen welke mogelijk te relateren is aan het vervaardigen van harddrugs.
Slaapkamer 2:
In de slaapkamer rechtdoor werden twee stapelbedden aangetroffen. Op de vloer onder het rechter stapelbed werd een mobiele telefoon van het merk Google Pixel aangetroffen. Dit betreft een
cryptotelefoon. Onder hetzelfde bed werd tevens kleding aangetroffen welke dezelfde geur had als de geur die in het drugslaboratorium was te ruiken.
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 januari 2022, opgenomen op pagina 317 e.v. van deel 2 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant:
In pand 3 in slaapkamer rechts werd een schrift aangetroffen waarin onderstaande aantekeningen stonden.
Afbeelding links:
“Fos390 X 3 = 900+270=1170-740=430:20=22
For234x3 = 600+102=702
Fos 37X20=740
Op voorraad
44 Amide
Bestellen
170 liter AAZ = 9 kannen
12 gasflessen
31 zakken Caustric
22 kannen F05
Afbeelding rechts:
“200 x100 = 20.000
130 x 3 = 390
1
130 x 3= 390
390
390
390
1560
60 x 1200 = 72.000
20.000
52.000
17.000”
Het vermoeden is dat dit berekeningen zijn voor het maken van de amfetamine-olie. Caustic is vermoedelijk caustic soda.
Feiten
Sprong, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige:
Inventarisatielijst
NFI-rapport
O8A: 7 literflessen met geel/oranje olieachtige vloeistof, met
O8A: bevat amfetamine
de geur van amfetamine
P23A: bevat amfetamine
P23A: 60 liter bruine olielaag (in een in werking zijnde
P24A: bevat amfetamine
reactieketel, op een onderlaag van 100 liter kleurloze waterige
P25A: bevat amfetamine
vloeistof)
P24A: 220 liter bruine olielaag (in een in werking zijnde
reactieketel, op een onderlaag van 300 liter waterige vloeistof)
P25A: 230 liter bruine olieachtige vloeistof (in een in werking
zijnde reactieketel, op een onderlaag van 500 lieter waterige
vloeistof)
Inventarisatielijst
NFI-rapport
O2(-A): FD-formamide, 480L
O3: FD-formamide, 520L
O2-A: bevat formamide; resultaat
conform etiket
P6: FD-formamide, 40L
O4(-A): FD-fosforzuur, 380L
P7: FD-fosforzuur, 600L
O4-A: bevat fosforzuur; resultaat conform
etiket
O1(-A): FD-mierenzuur, 320L
P8: Geen FD. Wel hetzelfde etiket als O1(-A) en half gevuld, 10L
O1-A: bevat mierenzuur, resultaat conform etiket
P13: etiket: “Wodorotlenek Sodu Staly”, 22x25KG + 20
KG=570 KG
"Bevat het onderzoeksmateriaal Opiumwetsubstanties?"
In de onderzoeksmaterialen zijn amfetamine en metamfetamine aangetoond. Amfetamine en metamfetamine zijn vermeld op lijst I van de Opiumwet.
"Bevat het onderzoeksmateriaal grondstoffen/hulpstoffen/tussenproducten voor de vervaardiging en/of bewerking van (synthetische) drugs?"
In de onderzoeksmaterialen zijn mierenzuur, formamide, fosforzuur, MAPA (methyl alfa-fenylacetoacetaat), N-formylamfetamine en BMK (benzylmethylketon) aangetoond.
In relatie tot drugs is MAPA een grondstof voor BMK. BMK is een grondstof voor amfetamine en metamfetamine. In relatie tot drugs wordt de combinatie van BMK, formamide en mierenzuur gebruikt bij de vervaardiging van amfetamine met de Leuckartmethode. N-formylamfetamine is het tussenproduct in deze vervaardiging. Fosforzuur wordt in de chemische industrie veelvuldig toegepast. In relatie tot drugs kan deze stof worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van analyseresultaten en bevindingen d.d. 11 april 2022, opgenomen op pagina 122 e.v. van deel 1 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisanten:
Hierbij verklaar ik, hoofdinspecteur van politie en werkzaam als LFO-expert, het volgende, Dit proces- verbaal is een aanvulling op het eerder, mede door mij, opgemaakte proces-verbaal van 13 januari 2022.
Voorraad chemicaliën:
570 kilo Caustic Soda (P13), 330 liter Mierenzuur (O1A, P8), 520 liter Formamide (O2A, P6), 980 liter Fosforzuur (O4A,P7).
De loods was op het moment van ontdekking in gebruik voor de zeer grootschalige vervaardiging van amfetamine via de Leuckart-methode. Hierbij is de uitgangsstof BMK zeker voor een deel ter plaatse met behulp van fosforzuur uit preprecursor MAPA vervaardigd.
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 januari 2022, opgenomen op pagina 249 e.v. van deel 2 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant:
Op 6 januari 2022 heeft er een doorzoeking plaatsgevonden op perceel [adres] te [plaats] . Tijdens de doorzoeking werd onder ander het volgende aangetroffen in pand 3 (houten bijgebouw/bijwoning):
Keuken:
In de keuken werd aan de kapstok een overall met opdruk SGS aangetroffen. Deze overall had dezelfde geur als de geur die in het drugslaboratorium was te ruiken.
Slaapkamer 1:
In de eerste slaapkamer rechts werd bij de televisie een mobiele telefoon van het merk HTC aan de lader aangetroffen. Naast de telefoon werd een notitie aangetroffen welke mogelijk te relateren is aan het vervaardigen van harddrugs.
Slaapkamer 2:
In de slaapkamer rechtdoor werden twee stapelbedden aangetroffen. Op de vloer onder het rechter stapelbed werd een mobiele telefoon van het merk Google Pixel aangetroffen. Dit betreft een
cryptotelefoon. Onder hetzelfde bed werd tevens kleding aangetroffen welke dezelfde geur had als de geur die in het drugslaboratorium was te ruiken.
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 januari 2022, opgenomen op pagina 317 e.v. van deel 2 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant:
In pand 3 in slaapkamer rechts werd een schrift aangetroffen waarin onderstaande aantekeningen stonden.
Afbeelding links:
“Fos390 X 3 = 900+270=1170-740=430:20=22
For234x3 = 600+102=702
Fos 37X20=740
Op voorraad
44 Amide
Bestellen
170 liter AAZ = 9 kannen
12 gasflessen
31 zakken Caustric
22 kannen F05
Afbeelding rechts:
“200 x100 = 20.000
130 x 3 = 390
1
130 x 3= 390
390
390
390
1560
60 x 1200 = 72.000
20.000
52.000
17.000”
Het vermoeden is dat dit berekeningen zijn voor het maken van de amfetamine-olie. Caustic is vermoedelijk caustic soda.
Feiten
Dit betreft een middel wat onder andere gebruikt wordt voor de productie van amfetamine.
9. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2022.01.12.170 (aanvragen 003 en 004), d.d. 5 april 2022, opgenomen op pagina 427 e.v. van deel 2 van voornoemd dossier, opgemaakt door MSc. S. Smit, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar deskundige verklaring:
10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 augustus 2022 (inclusief bijlagen), opgenomen op pagina 10 e.v. van het aanvullend dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant:
In de als bijlage 2 gevoegde schets van de schuur wordt gesproken over drie ruimtes. De voorruimte, ruimte 1 en ruimte 2.
11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 januari 2022, opgenomen op pagina 32 e.v. van deel 1 voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisanten: Op 5 januari 2022 werden wij, verbalisanten [naam] en [naam] , gebeld met de vraag of wij konden uitkijken naar het voertuig [nummer] . Dit betrof een blauwe Volkswagen Crafter. Wij hebben het voertuig in de iTrechter laten zetten en vervolgens zagen wij een bericht binnenkomen op de werktelefoon van de iTrechter dat het voertuig onder de ANPR-camera van [plaats] doorreed. Wij zagen het voertuig vervolgens rijden en hebben hem op enige afstand gevolgd. Op de hoogte van Wezep hebben wij het voertuig conform de Wegenverkeerswet een volgteken gegeven en hem meegenomen naar de verzorgingsplaats [plaats] , aldaar hebben wij het voertuig een officieel stopteken gegeven ook conform de Wegenverkeerswet. De bestuurder gaf op te zijn: [verdachte] . Bij het openen van de laadruimte zagen wij de gehele laadruimte vol met blauwe jerrycans liggen. Ze leken op het eerste oog leeg te zijn. Op de voorste jerrycan zien wij een sticker met daarop vermeld "Orthophosphoric ACID 85% (E338)", hieronder staat vermeld dat het een vat van 20 liter betreft. Wij zien dat hiervan meerdere jerrycans aanwezig zijn. Wij schatten het aantal jerrycans op 20 tot 40. Tevens ruiken wij beide bij het openen een zeer sterke lucht van chemicaliën. Wij deinsden terug door de penetrante lucht die van de jerrycans afkwam en maakten foto's van hetgeen wij hebben aangetroffen.
12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 februari 2022, opgenomen op pagina 57 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant:
Ik, verbalisant [naam] , vroeg aan [verdachte] of het voertuig geladen was met goederen. Hierop zei hij dat hij dat niet wist. Ik heb [verdachte] vervolgens gevraagd of hij voor mij de laadruimte wilde openen om de mogelijk lading te kunnen controleren. Het openen van het voertuig (laadruimte) laat ik, verbalisant, altijd over aan de bestuurder van het voertuig. Ik laat dit altijd door de bestuurder doen omdat ik niet weet wat de inhoud van het voertuig is en omdat ik niet wil dat ik door mogelijk losstaande lading geraakt wordt.
13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 januari 2022, opgenomen op pagina 41 van deel 1 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant: Op woensdag 5 januari 2022 was ik, verbalisant [naam] , betrokken bij de controle en aanhouding van verdachte [verdachte] . Doordat het busje geladen was met de blauwe vaten is in overleg met LFO en
coördinator besloten het busje of de lading op te laten halen door een gespecialiseerd bedrijf. Ik ben vanaf de aanhouding totdat het busje is opgehaald bij het busje gebleven. Het busje is omstreeks 19.40 uur opgehaald door SEON. Het busje zou meegenomen worden naar bovenstaand bedrijf in afwachting van verder onderzoek. De laadruimte van het busje is voordat het meegenomen is verzegeld middels een sticker op de deur.
14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen ondersteuning LFO
d.d. 19 augustus 2022, opgenomen op p. 15 e.v. van het aanvullend dossier, inhoudend als relaas van de verbalisanten:
Op 6 januari 2022 hebben wij een onderzoek ingesteld aan de goederen aanwezig in de laadruimte van de Volkswagen Crafter, voorzien van het kenteken [nummer] . In een loods van het bedrijfsterrein van de firma SEON werd door ons de eerder genoemde Volkswagen Crafter nader onderzocht. Wij zagen dat zowel de schuifdeur aan de zijkant van de laadruimte als de achterdeuren van de laadruimte waren voorzien van een niet verbroken zegel. Na het verbreken van deze zegels zagen wij dat de laadruimte van deze bedrijfsauto gevuld was met een groot aantal jerrycans en een aantal vuilniszakken. Deze goederen werden vervolgens door ons nader onderzocht. Hieronder volgt een tabel met omschrijvingen van de door ons onderzochte en indien van toepassing bemonsterde goederen:
15. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2022.01.12.170 (aanvraagnummer 001) d.d. 9 februari 2022, opgenomen als bijlage bij voornoemd proces-verbaal op p. 33 e.v. van het aanvullend dossier, opgemaakt door ing. A.B.M. van Esch - de Bruin, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar deskundige verklaring:
Bevat het onderzoeksmateriaal grondstoffen/hulpstoffen/tussenproducten voor de vervaardiging en/of bewerking van (synthetische) drugs?
In het onderzoeksmateriaal zijn mierenzuur, formamide, benzylmethylketon (BMK; 1-fenyl-Z-propanon) en fosforzuur aangetoond. In relatie tot drugs wordt de combinatie van BMK, formamide en mierenzuur gebruikt bij de vervaardiging van amfetamine met de Leuckartmethode. Fosforzuur wordt in de chemische industrie veelvuldig toegepast. In relatie tot drugs kan deze stof worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs.
Feiten
Dit betreft een middel wat onder andere gebruikt wordt voor de productie van amfetamine.
9. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2022.01.12.170 (aanvragen 003 en 004), d.d. 5 april 2022, opgenomen op pagina 427 e.v. van deel 2 van voornoemd dossier, opgemaakt door MSc. S. Smit, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar deskundige verklaring:
10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 augustus 2022 (inclusief bijlagen), opgenomen op pagina 10 e.v. van het aanvullend dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant:
In de als bijlage 2 gevoegde schets van de schuur wordt gesproken over drie ruimtes. De voorruimte, ruimte 1 en ruimte 2.
11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 januari 2022, opgenomen op pagina 32 e.v. van deel 1 voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisanten: Op 5 januari 2022 werden wij, verbalisanten [naam] en [naam] , gebeld met de vraag of wij konden uitkijken naar het voertuig [nummer] . Dit betrof een blauwe Volkswagen Crafter. Wij hebben het voertuig in de iTrechter laten zetten en vervolgens zagen wij een bericht binnenkomen op de werktelefoon van de iTrechter dat het voertuig onder de ANPR-camera van [plaats] doorreed. Wij zagen het voertuig vervolgens rijden en hebben hem op enige afstand gevolgd. Op de hoogte van Wezep hebben wij het voertuig conform de Wegenverkeerswet een volgteken gegeven en hem meegenomen naar de verzorgingsplaats [plaats] , aldaar hebben wij het voertuig een officieel stopteken gegeven ook conform de Wegenverkeerswet. De bestuurder gaf op te zijn: [verdachte] . Bij het openen van de laadruimte zagen wij de gehele laadruimte vol met blauwe jerrycans liggen. Ze leken op het eerste oog leeg te zijn. Op de voorste jerrycan zien wij een sticker met daarop vermeld "Orthophosphoric ACID 85% (E338)", hieronder staat vermeld dat het een vat van 20 liter betreft. Wij zien dat hiervan meerdere jerrycans aanwezig zijn. Wij schatten het aantal jerrycans op 20 tot 40. Tevens ruiken wij beide bij het openen een zeer sterke lucht van chemicaliën. Wij deinsden terug door de penetrante lucht die van de jerrycans afkwam en maakten foto's van hetgeen wij hebben aangetroffen.
12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 februari 2022, opgenomen op pagina 57 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant:
Ik, verbalisant [naam] , vroeg aan [verdachte] of het voertuig geladen was met goederen. Hierop zei hij dat hij dat niet wist. Ik heb [verdachte] vervolgens gevraagd of hij voor mij de laadruimte wilde openen om de mogelijk lading te kunnen controleren. Het openen van het voertuig (laadruimte) laat ik, verbalisant, altijd over aan de bestuurder van het voertuig. Ik laat dit altijd door de bestuurder doen omdat ik niet weet wat de inhoud van het voertuig is en omdat ik niet wil dat ik door mogelijk losstaande lading geraakt wordt.
13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 januari 2022, opgenomen op pagina 41 van deel 1 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant: Op woensdag 5 januari 2022 was ik, verbalisant [naam] , betrokken bij de controle en aanhouding van verdachte [verdachte] . Doordat het busje geladen was met de blauwe vaten is in overleg met LFO en
coördinator besloten het busje of de lading op te laten halen door een gespecialiseerd bedrijf. Ik ben vanaf de aanhouding totdat het busje is opgehaald bij het busje gebleven. Het busje is omstreeks 19.40 uur opgehaald door SEON. Het busje zou meegenomen worden naar bovenstaand bedrijf in afwachting van verder onderzoek. De laadruimte van het busje is voordat het meegenomen is verzegeld middels een sticker op de deur.
14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen ondersteuning LFO
d.d. 19 augustus 2022, opgenomen op p. 15 e.v. van het aanvullend dossier, inhoudend als relaas van de verbalisanten:
Op 6 januari 2022 hebben wij een onderzoek ingesteld aan de goederen aanwezig in de laadruimte van de Volkswagen Crafter, voorzien van het kenteken [nummer] . In een loods van het bedrijfsterrein van de firma SEON werd door ons de eerder genoemde Volkswagen Crafter nader onderzocht. Wij zagen dat zowel de schuifdeur aan de zijkant van de laadruimte als de achterdeuren van de laadruimte waren voorzien van een niet verbroken zegel. Na het verbreken van deze zegels zagen wij dat de laadruimte van deze bedrijfsauto gevuld was met een groot aantal jerrycans en een aantal vuilniszakken. Deze goederen werden vervolgens door ons nader onderzocht. Hieronder volgt een tabel met omschrijvingen van de door ons onderzochte en indien van toepassing bemonsterde goederen:
15. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2022.01.12.170 (aanvraagnummer 001) d.d. 9 februari 2022, opgenomen als bijlage bij voornoemd proces-verbaal op p. 33 e.v. van het aanvullend dossier, opgemaakt door ing. A.B.M. van Esch - de Bruin, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar deskundige verklaring:
Bevat het onderzoeksmateriaal grondstoffen/hulpstoffen/tussenproducten voor de vervaardiging en/of bewerking van (synthetische) drugs?
In het onderzoeksmateriaal zijn mierenzuur, formamide, benzylmethylketon (BMK; 1-fenyl-Z-propanon) en fosforzuur aangetoond. In relatie tot drugs wordt de combinatie van BMK, formamide en mierenzuur gebruikt bij de vervaardiging van amfetamine met de Leuckartmethode. Fosforzuur wordt in de chemische industrie veelvuldig toegepast. In relatie tot drugs kan deze stof worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs.