Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-05-15
ECLI:NL:RBNNE:2024:3108
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,473 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
Zaak-/rekestnummer: C/17/189232 / FA RK 23-857
beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 15 mei 2024
inzake
[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. L.F. Withaar-Weijns, kantoorhoudende te Urk,
tegen
[de man]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. J.O. Hovinga, kantoorhoudende te Leeuwarden.
1Het verdere procesverloop
1.1.
Bij beschikking van 16 oktober 2023 van deze rechtbank, waarvan de inhoud als hier overgenomen en ingelast geldt, heeft de rechtbank aan de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) de opdracht gegeven om een onderzoek te doen of een wijziging van het gezag in het belang is van de minderjarige [kind] , geboren op [geboortedag] 2012 te [geboorteplaats] .
1.2.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van de Raad van 5 april 2024. De vrouw heeft op 15 april 2024 aangegeven dat zij instemt met het advies van de Raad om haar alleen te belasten met het ouderlijk gezag over [kind] en heeft de rechtbank verzocht om dit op te nemen in een beschikking. De man heeft op 25 april 2024 de rechtbank laten weten dat hij ten aanzien van het rapport geen nadere opmerkingen heeft.
1.3.
De zaak is vervolgens pro forma behandeld.
Beoordeling
2.1.
De Raad heeft onderzoek gedaan en komt tot de conclusie dat een wijziging in het gezag over [kind] van gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag bij de vrouw in het belang van [kind] is. De Raad verwacht dat [kind] , bij gezamenlijk gezag, klem en verloren zal raken tussen haar ouders. Uit het onderzoek komt naar voren dat [kind] seksueel is misbruikt door haar vader, waar zij tot op heden veel spanningen en angst van ervaart en haar belemmeren in haar dagelijks functioneren. Ook de vrouw kampt met de gevolgen van wat er is gebeurd. Partijen zijn niet in staat om met elkaar te communiceren en de verwachting is niet dat dit op korte termijn zal verbeteren. Volgens de Raad is niet gebleken dat de man gezagsbeslissingen heeft gefrustreerd, maar gelet op wat er is gebeurd, moeten [kind] en de vrouw zich volledig kunnen richten op de behandeling en verwerking van de angst en spanningsklachten. De Raad stelt dat het gezamenlijk uitoefenen van het gezag zeer belastend is voor de vrouw en daarmee ook voor [kind] . Daarnaast is vanwege de straf van de man en het contactverbod al geruime tijd geen contact tussen [kind] en de man, waardoor de man onvoldoende zicht heeft op de ontwikkeling van [kind] en wat zij nodig heeft. Er is vooralsnog geen zicht op contactherstel tussen [kind] en de man. De man heeft tijdens het onderzoek aangegeven dat hij het gezag niet wil behouden vanwege de angst en spanningen die het bij [kind] veroorzaakt en het feit dat hij al langer tijd op afstand staat.
2.2.
De rechtbank oordeelt dat het onderzoeksrapport en het advies op gedegen wijze tot stand zijn gekomen. Bovendien is de rechtbank niet gebleken dat het advies van de Raad om de vrouw met het eenhoofdig ouderlijk gezag te belasten over [kind] in strijd is met het belang van [kind] . De rechtbank zal beslissen overeenkomstig het advies van de Raad. De rechtbank zal op grond van artikel 1:253n jo. 1:251a lid 1 BW bepalen dat het gezamenlijk gezag van de ouders wordt beëindigd en vervolgens dat de vrouw voortaan alleen met het ouderlijk gezag over [kind] wordt belast.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
beëindigt het gezamenlijk gezag van de ouders over de minderjarige [kind] , geboren op [geboortedag] 2012 te [geboorteplaats] ;
3.2.
bepaalt dat de vrouw voortaan alleen met de uitoefening van het ouderlijk gezag over de minderjarige [kind] , geboren op [geboortedag] 2012 te [geboorteplaats] , zal zijn belast, voor zover haar bevoegdheid niet door een eerdere rechterlijke beslissing is uitgesloten;
3.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.J. Baken, (kinder)rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak.
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend ter griffie van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden.
fn: 902