Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-08-06
ECLI:NL:RBNNE:2024:3053
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,992 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18.258463.23
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 6 augustus 2024 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres] Assen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 25 juni 2024 (inhoudelijke behandeling) en 23 juli 2024 (sluiting van het onderzoek). Verdachte is ter terechtzitting van 25 juni 2024 verschenen, bijgestaan door mr. W.G. ten Have, advocaat te Winschoten. Het openbaar ministerie is op beide zittingen vertegenwoordigd door mr. R. Janssens.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 4 oktober 2023 te Assen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, opzettelijk met een of meerdere pisto(o)len, in elk geval met een of meerdere vuurwapens, heeft/hebben geschoten op of in de richting van die [slachtoffer] , waarbij die [slachtoffer] in de buik en/of rug en/of lies en/of bil, althans in het lichaam is geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 4 oktober 2023 te Assen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meerdere schotwonden in de buik en/of rug en/of lies en/of bil, althans in het lichaam, heeft/hebben toegebracht, door opzettelijk met een of meerdere pisto(o)len, in elk geval met een of meerdere vuurwapens, te schieten op of in de richting
van die [slachtoffer] , waarbij die [slachtoffer] in de buik en/of rug en/of lies en/of bil, althans in het lichaam is geraakt;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 4 oktober 2023 te Assen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk met een of meerdere pisto(o)len, in elk geval met een of meerdere vuurwapens, heeft/hebben geschoten op of in de richting van die [slachtoffer] , waarbij die [slachtoffer] in de buik en/of rug en/of lies en/of bil, althans in het lichaam is geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Beoordeling
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van alle ten laste gelegde feiten.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.
Vaststaat dat er op 4 oktober 2023 in het Lariksbos in Assen een ontmoeting heeft plaatsgevonden tussen twee groepen die is uitgemond in een schietpartij. Vanuit de groep waar verdachte bij hoorde is er meerdere keren in de richting van het slachtoffer geschoten waarbij het slachtoffer (in ieder geval) drie keer is geraakt, te weten in zijn buik, linker bovenbeen en bil.
Met betrekking tot de rol van verdachte gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden. Verdachte is op voornoemde datum met zes anderen naar het Lariksbos in Assen gegaan. Verdachte wilde met het latere slachtoffer [slachtoffer] praten over schade die [slachtoffer] eerder die dag aan zijn auto zou hebben toegebracht. Ter plaatse heeft verdachte een kort gesprek gevoerd met [slachtoffer] , die reeds in of bij het bos aanwezig was met een groep jongens. Op enig moment tijdens dat gesprek heeft [slachtoffer] een zwaard, in ieder geval een groot mes of zwaard, uit zijn paraplu tevoorschijn gehaald en heeft verdachte een honkbalknuppel van een van de medeverdachten aangereikt gekregen, waarna verdachte en [slachtoffer] kortstondig tegenover elkaar hebben gestaan met de honkbalknuppel respectievelijk het zwaard in hun handen. Op het moment dat [slachtoffer] al zwaaiend met het zwaard op verdachte en medeverdachten af is gelopen is verdachte omgedraaid en weggerend. Kort nadat verdachte zich had omgedraaid werd er vanuit de groep van verdachte meerdere keren in de richting van [slachtoffer] geschoten.
Gelet op deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de rol van verdachte bij de schietpartij van onvoldoende gewicht is om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van een van de ten laste gelegde feiten. Uit vorenstaande volgt immers dat verdachte zelf geen uitvoeringshandelingen heeft gepleegd – hij is niet een van de personen die op [slachtoffer] heeft geschoten – en ook anderszins geen substantiële bijdrage heeft geleverd aan het vuurwapengeweld. Verdachte distantieerde zich juist van de escalerende situatie, nog voordat er werd geschoten. Ook is niet gebleken dat verdachte op enig ander moment een substantiële bijdrage heeft geleverd waarmee zijn geringe rol ten tijde van de uitvoering zou kunnen worden gecompenseerd.
De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van alle ten laste gelegde feiten.
Benadeelde partij
[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 12.282,70 ter vergoeding van materiële schade en € 15.000,- ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen in verband met de gevorderde vrijspraak.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in verband met de bepleitte vrijspraak.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten, waar de schade uit zou zijn ontstaan, niet bewezen. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Bepaalt dat de benadeelde partij zijn eigen proceskosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Fuhler, voorzitter, mr. J. van Bruggen en mr. H.M. Lenting, rechters, bijgestaan door mr. L. Lamers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 augustus 2024.