Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-06-17
ECLI:NL:RBNNE:2024:2352
Civiel recht
Verschoning
2,271 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2024:2352 text/xml public 2026-05-11T10:56:14 2024-06-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2024-06-17 C/18/235576 KG RK 24-207 Uitspraak Verschoning NL Leeuwarden Civiel recht Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:2352 text/html public 2024-06-21T12:38:44 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2024:2352 Rechtbank Noord-Nederland , 17-06-2024 / C/18/235576 KG RK 24-207 ‘Verzoek tot verschoning toegewezen’ RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Verschoningskamer Zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer: C/18/235576 KG RK 24-207 beslissing van de meervoudige kamer van 17 juni 2024 op het verzoek tot verschoning van mr. H. Hanssen rechter in deze rechtbank, in de zaken van: [naam 1] Gemachtigde mr. H.J. Janse. [naam 2] Gemachtigde mr. H.J. Janse. [naam 3] Gemachtigde mr. H.J. Janse. [naam 4] Gemachtigde mr. H.J. Janse. [naam 5] Gemachtigde mr. H.J. Janse. [naam 6] Gemachtigde mr. H.J. Janse. tegen Immigratie- en Naturalisatiedienst Procesvertegenwoordiging, locatie Zwolle Zuiderzeelaan 43, 8017 JV Zwolle vertegenwoordigd door mr. B. Wezeman 1 Het procesverloop 1.1. Bij de rechtbank Noord-Nederland, cluster bestuursrecht, locatie Groningen, zijn zaken aanhangig bekend onder zaaknummers [nummer] ( [naam 1] ), [nummer] ( [naam 2] ), [nummer] ( [naam 3] ), [nummer] ( [naam 4] ), [nummer] ( [naam 5] ) en [nummer] ( [naam 6] ). 1.2. Op 14 juni 2024 heeft mr. H. Hanssen (hierna: de rechter) een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan. 2 Het verschoningsverzoek en de beoordeling daarvan 2.1. Aan haar verschoningsverzoek heeft de rechter ten grondslag gelegd dat de gemachtigde van de procespartijen deel uit heeft gemaakt van haar zakelijke kennissenkring. Gelet op vorenstaande voelt de rechter zich niet vrij om de zaken te behandelen. 2.2. Uit artikel 8:20 Algemene wet bestuursrecht (Awb) valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter zitting behoeft plaats te vinden. De verschoningskamer zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek. 2.3. Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is. 2.4. Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. In zulks geval dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid. 2.5. Uit het verschoningsverzoek blijkt dat in dit geval sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechter zich niet meer voldoende vrij voelt om in deze zaak een beslissing te nemen. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor verschoning gelegen. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen. 3 Beslissing De rechtbank: 3.1. wijst het verzoek tot verschoning van mr. H. Hanssen toe; 3.2. bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, de processen in de hoofdzaken worden voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot verschoning; 3.3. beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan: - mr. H. Hanssen; - de teamvoorzitter van het cluster waarin mr. H. Hanssen werkzaam is; - de partijen in de hoofdzaak. Aldus gegeven door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. C.W. Couperus-van Kooten, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Gaastra als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2024. Bij ontstentenis van de voorzitter vastgesteld en ondertekend door de oudste rechter en de griffier. griffier oudste rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2024:2352 text/xml public 2026-05-11T10:56:14 2024-06-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2024-06-17 C/18/235576 KG RK 24-207 Uitspraak Verschoning NL Leeuwarden Civiel recht Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:2352 text/html public 2024-06-21T12:38:44 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2024:2352 Rechtbank Noord-Nederland , 17-06-2024 / C/18/235576 KG RK 24-207 ‘Verzoek tot verschoning toegewezen’ RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Verschoningskamer Zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer: C/18/235576 KG RK 24-207 beslissing van de meervoudige kamer van 17 juni 2024 op het verzoek tot verschoning van mr. H. Hanssen rechter in deze rechtbank, in de zaken van: [naam 1] Gemachtigde mr. H.J. Janse. [naam 2] Gemachtigde mr. H.J. Janse. [naam 3] Gemachtigde mr. H.J. Janse. [naam 4] Gemachtigde mr. H.J. Janse. [naam 5] Gemachtigde mr. H.J. Janse. [naam 6] Gemachtigde mr. H.J. Janse. tegen Immigratie- en Naturalisatiedienst Procesvertegenwoordiging, locatie Zwolle Zuiderzeelaan 43, 8017 JV Zwolle vertegenwoordigd door mr. B. Wezeman 1 Het procesverloop 1.1. Bij de rechtbank Noord-Nederland, cluster bestuursrecht, locatie Groningen, zijn zaken aanhangig bekend onder zaaknummers [nummer] ( [naam 1] ), [nummer] ( [naam 2] ), [nummer] ( [naam 3] ), [nummer] ( [naam 4] ), [nummer] ( [naam 5] ) en [nummer] ( [naam 6] ). 1.2. Op 14 juni 2024 heeft mr. H. Hanssen (hierna: de rechter) een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan. 2 Het verschoningsverzoek en de beoordeling daarvan 2.1. Aan haar verschoningsverzoek heeft de rechter ten grondslag gelegd dat de gemachtigde van de procespartijen deel uit heeft gemaakt van haar zakelijke kennissenkring. Gelet op vorenstaande voelt de rechter zich niet vrij om de zaken te behandelen. 2.2. Uit artikel 8:20 Algemene wet bestuursrecht (Awb) valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter zitting behoeft plaats te vinden. De verschoningskamer zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek. 2.3. Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is. 2.4. Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. In zulks geval dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid. 2.5. Uit het verschoningsverzoek blijkt dat in dit geval sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechter zich niet meer voldoende vrij voelt om in deze zaak een beslissing te nemen. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor verschoning gelegen. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen. 3 Beslissing De rechtbank: 3.1. wijst het verzoek tot verschoning van mr. H. Hanssen toe; 3.2. bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, de processen in de hoofdzaken worden voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot verschoning; 3.3. beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan: - mr. H. Hanssen; - de teamvoorzitter van het cluster waarin mr. H. Hanssen werkzaam is; - de partijen in de hoofdzaak. Aldus gegeven door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. C.W. Couperus-van Kooten, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Gaastra als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2024. Bij ontstentenis van de voorzitter vastgesteld en ondertekend door de oudste rechter en de griffier. griffier oudste rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.