Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-04-02
ECLI:NL:RBNNE:2024:1171
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
6,096 tokens
Inleiding
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18.132661.21
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 2 april 2024 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 12 maart 2024. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. Y. Bouchikhi, advocaat te Utrecht. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G. Veenstra.
Tenlastelegging
Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de volledige tekst van de tenlastelegging verwezen naar de inhoud daarvan zoals opgenomen in de bijlage. De inhoud van die bijlage dient als hier ingelast te worden beschouwd.
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
1.
zich in de periode van 1 juni 2018 tot en met 28 mei 2021 in Nederland, België, Duitsland, Brazilië en/of in Costa Rica schuldig heeft gemaakt aan het deelnemen aan een criminele organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van cocaïne;
2 primair.
zich in de periode van 19 maart 2019 tot en met 28 mei 2021 samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het voorbereiden en/of bevorderen van het invoeren van cocaïne naar Nederland.
2 subsidiair.
in de periode van 19 maart 2019 tot en met 28 mei 2021 medeplichtig is geweest aan het voorbereiden en/of voorbereiden van het invoeren van cocaïne naar Nederland, door in die periode:
contacten en/of betalingen te verzorgen met bedrijven in Zuid- of Midden-Amerika, met betrekking tot te organiseren metaaltransporten die als deklading moesten fungeren en/of
uitgedraaide e-mails te verbranden betrekking hebbend op te organiseren metaaltransporten die als deklading moesten fungeren en/of
een telefoon te bewaken, waarop berichten binnenkwamen met betrekking tot te organiseren metaaltransporten die als deklading moesten fungeren.
Beoordeling
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor feit 1 en feit 2 primair tot een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren.
Ten aanzien van feit 1, deelname aan een criminele organisatie, heeft de officier van justitie aangevoerd dat sprake was van een criminele organisatie waar verdachte onderdeel van uitmaakte en dat verdachte op zn minst de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat die organisatie zich bezighield met het naar Nederland halen van drugs. In de eerste plaats vonden er op het bedrijf van verdachte en zijn broer geheime ontmoetingen plaats met meerdere mannen die geïnteresseerd waren in ladingen metaal uit Zuid-Amerika, terwijl deze mannen zelf niet in de metaalhandel zaten. Daarnaast heeft verdachte in opdracht van deze mannen containers uit Zuid-Amerika geïmporteerd en allerlei schimmige handelingen verricht, zoals het verbranden van e-mails en het verstoppen van een telefoon die maar kortdurend
gebruikt mocht worden in verband met het risico op tappen. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij vermoedens had dat sprake was van iets crimineels en dat het ook wel eens door zijn hoofd is gegaan dat het om drugs zou kunnen gaan. Daarmee kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte het voorwaardelijk opzet heeft gehad op drugs gerelateerde criminaliteit die vanuit zijn bedrijf werd gepleegd.
Tan aanzien van feit 2 primair, medeplegen van een poging tot het invoeren van cocaïne naar Nederland, heeft de officier van justitie aangevoerd dat de bijdrage van verdachte eruit heeft bestaan dat hij de contacten onderhield met de bedrijven die verantwoordelijk waren voor de dekladingen metaal, de medeverdachten op de hoogte hield van de voortgang en na overleg de prijzen en hoeveelheden bepaalde. Daarmee heeft verdachte een zodanige intellectuele en materiële bijdrage geleverd, dat zijn rol kan worden gekwalificeerd als die van medepleger. Subsidiair is verdachte in ieder geval opzettelijk behulpzaam geweest bij de voorbereiding van de invoer van cocaïne door het onderhouden van voornoemde contacten, het verbranden van e-mails en het bewaken van een telefoon waarop berichten
binnen kwamen met betrekking tot de voorgenomen transporten.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat er sprake was van een criminele organisatie die als oogmerk had het invoeren van cocaïne naar Nederland, alsmede dat die criminele organisatie bezig was met het voorbereiden van de import van cocaïne vanuit Zuid-Amerika door middel van metaaltransporten. Deze criminele organisatie kwam regelmatig bijeen op het metaalbedrijf van verdachte en verdachte heeft in opdracht van een aantal leden van de criminele organisatie verschillende handelingen verricht. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of verdachte bij het verrichten van deze handelingen opzet had op het invoeren van cocaïne naar Nederland.
In de eerste plaats blijkt nergens uit dat verdachte wist dat er een criminele organisatie vanuit zijn bedrijf opereerde, noch dat de handelingen die hij heeft verricht in het teken stonden van voorbereidingen om cocaïne naar Nederland te importeren. Vol opzet kan dan ook niet worden bewezen. Daarom ziet de rechtbank zich dan ook voor de vraag gesteld of verdachte opzet in voorwaardelijke zin heeft gehad. Er waren meerdere omstandigheden op basis waarvan verdachte in ieder geval had kunnen en moeten vermoeden dat de metaaltransporten vanuit Zuid-Amerika gebruikt werden voor criminele doeleinden.
Immers, gedurende een langere periode kwamen er meerdere mensen op het bedrijf van verdachte die geen betrokkenheid hadden bij de bedrijfsvoering van het metaalbedrijf van verdachte, maar wel via het bedrijf van verdachte metalen uit Zuid-Amerika wilden importeren zonder daar zelf iets aan te verdienen. Verdachte heeft in opdracht van deze personen contact gelegd met bedrijven in Zuid-Amerika en metalen gekocht en naar Nederland laten verschepen, terwijl het bedrijf van verdachte daarvoor nog nooit metalen in Zuid-Amerika had gekocht. Ook heeft verdachte uitgeprinte e-mailberichten van zijn contacten met bedrijven in Brazilië over de aankoop van metalen moeten verbranden en kreeg hij een telefoon in bewaring waarmee hij in codetaal berichten moest versturen over een offerte van de aankoop van metalen in Zuid-Amerika. Deze telefoon mocht hij van één van de medeverdachten bovendien maximaal drie weken gebruiken omdat het drie weken duurt voordat de rechter-commissaris de telefoon kan aftappen.
Op basis hiervan heeft verdachte minst genomen kunnen vermoeden dat de handelingen die hij moest verrichten te maken hadden met criminaliteit. Die vermoedens had hij naar eigen zeggen ook. De vraag is echter of hij ook handelde met voorwaardelijk opzet. Vermoedens zijn onvoldoende om voorwaardelijk opzet te kunnen bewijzen. Verdachte moet daarvoor bewust de aanmerkelijke kans dat de metaaltransporten bedoeld waren om cocaïne mee te importeren vanuit Zuid-Amerika hebben aanvaard. Daarvoor ziet de rechtbank verschillende contra-indicaties.
Hoewel de criminele organisatie regelmatig bijeenkwam op het bedrijf van verdachte om de planning en organisatie van het transport van de cocaïne te bespreken, was verdachte nooit bij die gesprekken aanwezig wanneer het over drugs of drugsgerelateerde onderwerpen ging. Dit blijkt uit de opgenomen vertrouwelijke communicatie in het bedrijf van verdachte. Met verdachte werd door de criminele organisatie enkel gesproken over het aankopen van metalen in Zuid-Amerika, zonder dat gesproken werd over het gebruiken van dat metaaltransport als deklading voor cocaïne. Verdachte werd juist actief buiten die gesprekken gehouden. Kenmerkend in dit kader is een opgenomen opmerking van de vader van verdachte, die onderdeel was van voornoemde criminele organisatie: Maar dat moet je niet zeggen waar [verdachte] bij is. Waarop een van de medeverdachten reageert: Nee nee ik weet het, daarom liet ik hem
eerst weer weg gaan. De rechtbank is van oordeel dat dit een contra-indicatie vormt voor het aannemen van wetenschap bij verdachte van een aanmerkelijke kans dat er drugs geïmporteerd zou worden via het metaal dat hij in Zuid-Amerika kocht.
Daarnaast heeft verdachte zijn vader die ondanks de overname van het metaalbedrijf door zijn zoons feitelijk nog steeds de baas was en waar verdachte volledig op vertrouwde de nodige vragen gesteld over de gang van zaken rondom het kopen van metalen in Zuid-Amerika. Verdachte vond het vreemd dat onbekende mannen zich zo uitvoerig bemoeide met het kopen van metalen in Zuid-Amerika. Ook stond hij niet achter de heimelijke vorm van communiceren via de tijdelijke telefoon en hij begreep ook niet waarom het zo geheimzinnig moest. Zijn vader gaf echter telkens aan dat er niets aan de hand was en het simpelweg ging over de aankoop van metalen uit Zuid-Amerika waar het bedrijf veel geld mee kon verdienen, waardoor verdachte in eerste instantie toch door is gegaan met het verrichten van de betreffende handelingen. Uiteindelijk heeft verdachte echter aangegeven dat hij of wilde weten wat er aan de hand was of erbuiten gelaten wilde worden, hetgeen kort daarna ook is gebeurd. Het feit dat verdachte meerdere malen verhaal is gaan halen bij zijn vader over de vreemde gang van zaken en heeft aangegeven er niet achter te staan, is naar het oordeel van de rechtbank een contra-indicatie om aan te kunnen nemen dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij zich inliet met drugscriminaliteit, voor zover hij al wetenschap had van een dergelijke kans.
Beoordeling
De gang van zaken was dan wel vreemd, maar vormde geen concrete aanwijzingen dat er voorbereidingen werden getroffen om drugs naar Nederland te importeren.
Voorts ziet de rechtbank een contra-indicatie voor wetenschap van en bewuste aanvaarding van voornoemde aanmerkelijke kans in de volgende situatie. Verdachte heeft na meerdere geruststellingen van zijn vader dat er niks aan de hand was en dat het enkele doel was het kopen van metalen uit Zuid-Amerika ook daadwerkelijk twee keer een container met metalen uit Zuid-Amerika geleverd gekregen, waar enkel metaal in zat, verder niks mee aan de hand was en waar het metaalbedrijf op de gebruikelijke, legale manier geld mee heeft verdiend.
Alles afwegende kan naar het oordeel van de rechtbank worden geconcludeerd dat verdachte weliswaar onvoorzichtig heeft gehandeld en bepaalde risicos heeft genomen, maar dat niet bewezen kan worden dat hij de aanmerkelijke kans dat de metaaltransporten bedoeld waren om cocaïne mee te importeren vanuit Zuid-Amerika bewust heeft aanvaard. Verdachte zal derhalve worden vrijgesproken van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde feit. Nu voor het onder 1 ten laste gelegde feit vereist is dat verdachte het oogmerk (de zwaarste vorm van opzet) moet hebben gehad om kort gezegd drugs in te voeren naar Nederland, kan ook dat feit gelet op bovenstaande niet wettig en overtuigend bewezen worden.
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van alle aan hem ten laste gelegde feiten.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. O.J. Bosker en mr. M.M. Spooren, rechters, bijgestaan door mr. L. Lamers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 april 2024.
Mr. Bosker en mr. Spooren zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Feit 1 Criminele organisatie
hij (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2018 tot en met 28 mei 2021, te Emmen en/of Harmelen en/of Zwolle en/of Rotterdam en/of Vlissingen en/of Amsterdam en/of Elburg, althans (elders) in Nederland, en/of te Antwerpen, althans (elders) in België, en/of te Papenburg en/of Hamburg en/of Leipzig, althans (elders) in Duitsland, en/of te Natal en/of Fortaleza en/of Santos, althans (elders) in Brazilië, en/of in Costa Rica tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) medeverdachte(n) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [verdachte] en/of één of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van één of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid en/of 10a eerste lid Opiumwet, betreffende het binnen het grondgebied van Nederland brengen (invoeren) en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van een of meer (grote) hoeveelhe(i)d(en) cocaïne, althans harddrugs, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
(art. 10 lid 5 Opiumwet, art. 2 ahf/ond A Opiumwet, art. 11b lid 1 Opiumwet)
Feit 2 Metaallijn medeplegen voorbereidingshandelingen invoer
hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 19 maart 2019 tot en met 28 mei 2021, te Emmen en/of Harmelen en/of Rotterdam en/of Vlissingen althans (elders) in Nederland, en/of te Antwerpen, althans (elders) in België, en/of te Papenburg en/of Hamburg en/of Leipzig, althans (elders) in Duitsland, en/of Santos, althans (elders) in Brazilië, en/of in Costa Rica en/of Venezuela tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit,
bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een of meerdere (grote) hoeveelhe(i)d(en) cocaïne, althans in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans een hoeveelheid harddrugs als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen (10a, sub 1 OW), en/of
zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen (10a, sub 2 OW) en/of
voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te
vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en) (10a, sub 3 OW), immers hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n)
meermalen ontmoetingen gehad om een dekmantel voor het vervoer van cocaïne, althans harddrugs, op te zetten in de vorm een bestaande en/of reguliere lijn van (bulkvracht(en)) oud ijzer en/of metaal en/of schroot en/of koper, en/of
een telefoon ter beschikking gesteld of laten stellen en/of gebruikt en/of laten gebruiken voor geheime communicatie over de metaallijn en/of
een of meerdere leveranciers en/of exporterende en/of importerende bedrijven als katvanger(s) aangezocht en/of laten aanzoeken en/of
informatie ingewonnen en/of laten inwinnen over de kosten en de winstgevendheid van de import van oud ijzer en/of metaal en/of schroot en/of koper (vanuit Zuid-Amerika) teneinde niet op te vallen, en/of
een of meer (test)bak(ken)/container(s) geregeld om de vervoerslijn te bestendigen, en/of
een bedrijf benaderd en/of laten benaderen voor het inklaren en het vervoeren van de testbakken ( [bedrijf] ) en/of
op 30 augustus 2019 een eerste testbak uit Costa Rica (vanuit de haven van Rotterdam) op het terrein van [bedrijf] af laten leveren, en/of
naspeuring verricht of laten verrichten naar de bij deze aflevering betrokken douane-medewerker (s), en/of
op 8 november 2019 een tweede testbak uit Brazilië (vanuit de haven van Rotterdam) op het terrein van [bedrijf] af laten leveren, en/of
voor de daaropvolgende bakken(onder andere uit Venezuela) gezocht naar een eigen plekje/kade met een loods erbij, en/of
op of omstreeks de maanden november en/of december 2019 drie bakken besteld met roestvrijstaal, en/of daarna vier bakken besteld, waarbij één van deze bakken gevuld moest zijn met minimaal 300 kilo cocaïne en/of
informatie uitgewisseld over het verpakken, vervoeren en uithalen van de cocaïne met behulp van autowrakken en/of
op 5 december 2019 de te gebruiken invoerhaven bij Vlissingen bezocht;
(Artikel art 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet, art 10 lid 4 Opiumwet, art 10 lid 5 Opiumwet, artikel 47 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden dat:
[ver
Beoordeling
dachte] en/of Johannes [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] , (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 19 maart 2019 tot en met 28 mei 2021, te Emmen en/of Harmelen en/of Rotterdam en/of Vlissingen althans (elders) in Nederland, en/of te Antwerpen, althans (elders) in België, en/of te Papenburg en/of Hamburg en/of Leipzig, althans (elders) in Duitsland, en/of Santos, althans (elders) in Brazilië, en/of in Costa Rica en/of Venezuela tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit,
bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een of meerdere (grote) hoevee/he(i)d(en) cocaïne, althans in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans een hoeveelheid harddrugs als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen (10a, sub l OW), en/of
zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen (l0a, sub 2 OW) en/of
voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en) (10a, sub 3 OW),
immers hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n)
meermalen ontmoetingen gehad om een dekmantel voor het vervoer van cocaïne, althans harddrugs, op te zetten in de vorm een bestaande en/of reguliere lijn van (bulkvracht(en)) oud ijzer en/of metaal en/of schroot en/of koper, en/of
een telefoon ter beschikking gesteld of laten stellen en/of gebruikt en/of laten gebruiken voor geheime communicatie over de 'metaallijn' en/of
een of meerdere leveranciers en/of exporterende en/of importerende bedrijven als katvanger(s) aangezocht en/of laten aanzoeken en/of
informatie ingewonnen en/of laten inwinnen over de kosten en de winstgevendheid van de import van oud ijzer en/of metaal en/of schroot en/of koper (vanuit Zuid-Amerika) teneinde niet op te vallen, en/of
een of meer (test)bak(ken)/container(s) geregeld om de vervoerslijn te bestendigen, en/of
een bedrijf benaderd en/of laten benaderen voor het inklaren en het vervoeren van de testbakken (bedrijf van . [slachtoffer] ) en/of
op 30 augustus 2019 een eerste testbak uit Costa Rica (vanuit de haven van Rotterdam) op het terrein van [bedrijf] af laten leveren, en/of
naspeuring verricht of laten verrichten naar de bij deze aflevering betrokken douane-medewerker (s), en/of
op 8 november 2019 een tweede testbak uit Brazilië (vanuit de haven van Rotterdam) op het terrein van [bedrijf] af laten leveren, en/of
voor de daaropvolgende bakken(onder andere uit Venezuela) gezocht naar een eigen plekje/kade met een loods erbij, en/of
op of omstreeks de maanden november en/of december 2019 drie bakken besteld met roestvrijstaal, en/of daarna vier bakken besteld, waarbij één van deze bakken gevuld moest zijn met minimaal 300 kilo cocaïne en/of
informatie uitgewisseld over het verpakken, vervoeren en uithalen van de cocaïne met behulp van autowrakken en/of
op 5 december 2019 de te gebruiken invoerhaven bij Vlissingen bezocht,
bij welk feit verdachte in of omstreeks de periode van de periode van 19 maart 2019 tot en met 28 mei 2021, te Emmen en/of elders in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot welk feit verdachte opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft verdachte op verschillende tijdstippen in die periode
contacten en/of e-mailverkeer en/of sms-verkeer en/of betalingen verzorgd met bedrijven en contactpersonen in Brazilië en/of Costa Rica en/of elders in Zuid- of Midden-Amerika, met betrekking tot te organiseren (metaal)transporten (die als deklading moesten fungeren) en/of
uitgedraaide e-mails verbrand (met kennelijk heimelijke berichten) betrekking hebbend op te organiseren (metaal)transporten (die als deklading moesten fungeren) en/of
een telefoon bewaakt en/of bewaard en/of in de gaten gehouden en/of verborgen, waarop (kennelijk heimelijke) berichten binnenkwamen (met betrekking tot te organiseren (metaal)transporten) (die als deklading moesten fungeren) en/of die berichten doorgegeven.
(Artikel art 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet, art 10 lid 4 Opiumwet, art 10 lid 5 Opiumwet, artikel 47 en 48 Wetboek van Strafrecht)