Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2023-10-12
ECLI:NL:RBNNE:2023:5652
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
19,157 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2023:5652 text/xml public 2026-04-30T14:00:22 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2023-10-12 18/120836-23 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak NL Leeuwarden Strafrecht; Materieel strafrecht Wetboek van Strafrecht 77a Wetboek van Strafrecht 77g Wetboek van Strafrecht 77i Wetboek van Strafrecht 77m Wetboek van Strafrecht 77n Wetboek van Strafrecht 77x Wetboek van Strafrecht 77y Wetboek van Strafrecht 77z Wetboek van Strafrecht 77aa Wetboek van Strafrecht 77gg Wetboek van Strafrecht 300 Wetboek van Strafrecht 311 Wetboek van Strafrecht 350 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:5652 text/html public 2026-04-30T14:00:07 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2023:5652 Rechtbank Noord-Nederland , 12-10-2023 / 18/120836-23 In een periode van ongeveer een maand tijd heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan zes strafbare feiten, waaronder twee inbraken en een poging daartoe bij dezelfde Shellvestiging en twee inbraken bij dezelfde Primeravestiging. Verdachte en zijn medeverdachte(n) hebben bij de inbraken grote hoeveelheden sigaretten gestolen, die zij naderhand via Snapchat hebben verkocht. Het betreden van de winkels ging gepaard met de nodige vernielingen. De rechtbank legt aan verdachte een jeugddetentie op van 287 dagen waarvan 240 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een werkstraf van 140 uren. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/120836-23 ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/131394-23 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken van 12 oktober 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 28 september 2023. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.R. Rauwerda, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Westerhof. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd in de zaak met parketnummer 18/120836-23 dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 15 april 2023 tot en met 12 mei 2023 te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, rookwaren waaronder sigaretten en/of tabak, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Primera (vestiging: [adres] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen rookwaren waaronder sigaretten en/of tabak onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming; 2. hij in of omstreeks de periode van 24 april 2023 tot en met 27 april 2023 te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, rookwaren waaronder sigaretten en/of tabak, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Shell (vestiging: [adres] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen rookwaren waaronder sigaretten en/of tabak, onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming; 3. hij op of omstreeks 12 mei 2023 te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om rookwaren waaronder sigaretten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Shell (vestiging: [adres] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen rookwaren en/of sigaretten onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 4. hij in of omstreeks de periode van 15 april 2023 tot en met 12 mei 2023 te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk een rolluik en/of pui en/of ra(a)m(en) en/of ruit(en) en/of deur(en) en/of slot(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Primera (vestiging: [adres] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft/hebben vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; 5. hij in of omstreeks de periode van 24 april 2023 tot en met 27 april 2023 te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk (een) ra(a)m(en) en/of ruit(en) en/of deur(en) en/of slot(en) en/of sjorbanden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Shell (vestiging: [adres] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft/hebben vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; 6. hij op of omstreeks 12 mei 2023 te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk een auto (Citroën C1, kenteken: [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft/hebben vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; en in de zaak met parketnummer 18/131394-23 dat: hij, op of omstreeks 15 september 2022, te Leeuwarden, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door hem meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd te slaan en/of te stompen. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de officier van justitie Ten aanzien van parketnummer 18/120836-23 De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de onder 1., 2., 3., 4., 5. en 6. ten laste gelegde feiten, waarbij deels sprake is van eendaadse samenloop. Ten aanzien van parketnummer 18/131394-23 De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde feit. Standpunt van de verdediging Ten aanzien van parketnummer 18/120836-23 De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat een bewezenverklaring kan volgen voor de onder 1., 2., 3., 4., 5. en 6. ten laste gelegde feiten, waarbij deels sprake is van eendaadse samenloop. Ten aanzien van parketnummer 18/131394-23 De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat een bewezenverklaring kan volgen voor het ten laste gelegde feit. Oordeel van de rechtbank Ten aanzien van parketnummer 18/120836-23 De rechtbank acht net als de officier van justitie en de raadsvrouw de onder 1., 2., 3., 4., 5. en 6. ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Omdat verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. Deze opgave luidt als volgt: Ten aanzien van feiten 1 en 4. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 september 2023; Een geschrift, te weten een niet ondertekend proces-verbaal van aangifte van 15 april 2023, opgenomen op pagina 150 e.v.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2023:5652 text/xml public 2026-04-30T14:00:22 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2023-10-12 18/120836-23 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak NL Leeuwarden Strafrecht; Materieel strafrecht Wetboek van Strafrecht 77a Wetboek van Strafrecht 77g Wetboek van Strafrecht 77i Wetboek van Strafrecht 77m Wetboek van Strafrecht 77n Wetboek van Strafrecht 77x Wetboek van Strafrecht 77y Wetboek van Strafrecht 77z Wetboek van Strafrecht 77aa Wetboek van Strafrecht 77gg Wetboek van Strafrecht 300 Wetboek van Strafrecht 311 Wetboek van Strafrecht 350 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2023:5652 text/html public 2026-04-30T14:00:07 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2023:5652 Rechtbank Noord-Nederland , 12-10-2023 / 18/120836-23 In een periode van ongeveer een maand tijd heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan zes strafbare feiten, waaronder twee inbraken en een poging daartoe bij dezelfde Shellvestiging en twee inbraken bij dezelfde Primeravestiging. Verdachte en zijn medeverdachte(n) hebben bij de inbraken grote hoeveelheden sigaretten gestolen, die zij naderhand via Snapchat hebben verkocht. Het betreden van de winkels ging gepaard met de nodige vernielingen. De rechtbank legt aan verdachte een jeugddetentie op van 287 dagen waarvan 240 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een werkstraf van 140 uren. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/120836-23 ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/131394-23 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken van 12 oktober 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 28 september 2023. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.R. Rauwerda, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Westerhof. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd in de zaak met parketnummer 18/120836-23 dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 15 april 2023 tot en met 12 mei 2023 te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, rookwaren waaronder sigaretten en/of tabak, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Primera (vestiging: [adres] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen rookwaren waaronder sigaretten en/of tabak onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming; 2. hij in of omstreeks de periode van 24 april 2023 tot en met 27 april 2023 te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, rookwaren waaronder sigaretten en/of tabak, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Shell (vestiging: [adres] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen rookwaren waaronder sigaretten en/of tabak, onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming; 3. hij op of omstreeks 12 mei 2023 te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om rookwaren waaronder sigaretten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Shell (vestiging: [adres] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen rookwaren en/of sigaretten onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 4. hij in of omstreeks de periode van 15 april 2023 tot en met 12 mei 2023 te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk een rolluik en/of pui en/of ra(a)m(en) en/of ruit(en) en/of deur(en) en/of slot(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Primera (vestiging: [adres] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft/hebben vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; 5. hij in of omstreeks de periode van 24 april 2023 tot en met 27 april 2023 te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk (een) ra(a)m(en) en/of ruit(en) en/of deur(en) en/of slot(en) en/of sjorbanden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Shell (vestiging: [adres] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft/hebben vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; 6. hij op of omstreeks 12 mei 2023 te Leeuwarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk een auto (Citroën C1, kenteken: [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft/hebben vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; en in de zaak met parketnummer 18/131394-23 dat: hij, op of omstreeks 15 september 2022, te Leeuwarden, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door hem meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd te slaan en/of te stompen. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de officier van justitie Ten aanzien van parketnummer 18/120836-23 De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de onder 1., 2., 3., 4., 5. en 6. ten laste gelegde feiten, waarbij deels sprake is van eendaadse samenloop. Ten aanzien van parketnummer 18/131394-23 De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde feit. Standpunt van de verdediging Ten aanzien van parketnummer 18/120836-23 De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat een bewezenverklaring kan volgen voor de onder 1., 2., 3., 4., 5. en 6. ten laste gelegde feiten, waarbij deels sprake is van eendaadse samenloop. Ten aanzien van parketnummer 18/131394-23 De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat een bewezenverklaring kan volgen voor het ten laste gelegde feit. Oordeel van de rechtbank Ten aanzien van parketnummer 18/120836-23 De rechtbank acht net als de officier van justitie en de raadsvrouw de onder 1., 2., 3., 4., 5. en 6. ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Omdat verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. Deze opgave luidt als volgt: Ten aanzien van feiten 1 en 4. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 september 2023; Een geschrift, te weten een niet ondertekend proces-verbaal van aangifte van 15 april 2023, opgenomen op pagina 150 e.v.
Volledig
(procesdossier 1) van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2023202141 (Onderzoek: NN1R023047 Maderas) van 27 juli 2023, inhoudend de verklaring van [getuige 1] ; Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 12 mei 2023, opgenomen op pagina 503 e.v. (procesdossier 3) van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [getuige 2] . Ten aanzien van feiten 2 en 5. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 september 2023; Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 10 mei 2023, opgenomen op pagina 225 e.v. (procesdossier 2) van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [getuige 3] ; 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 27 april 2023, opgenomen op pagina 350 e.v. (procesdossier 2) van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [getuige 4] ; 3. Een geschrift, te weten een niet ondertekend proces-verbaal van forensisch onderzoek bedrijf ( [adres] ) van 29 april 2023, opgenomen op pagina 353 e.v. (procesdossier 2) van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] . Ten aanzien van feit 3. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 september 2023; Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 12 mei 2023, opgenomen op pagina 429 e.v. (procesdossier 2) van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [getuige 4] . Ten aanzien van feit 6. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 september 2023; Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 12 mei 2023, opgenomen op pagina 509 e.v. (procesdossier 3) van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ; Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 15 mei 2023, opgenomen op pagina 516 (procesdossier 3) van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ; Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 14 mei 2023, opgenomen op pagina 539 (procesdossier 3) van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] . Oordeel van de rechtbank Ten aanzien van parketnummer 18/131394-23 De rechtbank acht net als de officier van justitie en de raadsvrouw het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Omdat verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Deze opgave luidt als volgt: De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 september 2023; Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 26 september 2022, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2022253654 van 22 december 2022, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 2] . Bewezenverklaring De rechtbank acht de onder 1., 2., 3., 4., 5. en 6. ten laste gelegde feiten in de zaak met parketnummer 18/120836-23 en het ten laste gelegde feit in de zaak met parketnummer 18/131394-23 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: Ten aanzien van parketnummer 18/120836-23 1. hij in de periode van 15 april 2023 tot en met 12 mei 2023 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen rookwaren waaronder sigaretten en tabak die geheel aan de Primera vestiging [adres] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen rookwaren waaronder sigaretten en tabak onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming. 2. hij in de periode van 24 april 2023 tot en met 27 april 2023 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen rookwaren waaronder sigaretten en tabak die geheel aan de Shell vestiging [adres] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen rookwaren waaronder sigaretten en tabak, onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak. 3. hij op 12 mei 2023 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om rookwaren waaronder sigaretten die geheel aan de Shell vestiging [adres] toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen rookwaren onder hun bereik te brengen door middel van braak, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. 4. hij in de periode van 15 april 2023 tot en met 12 mei 2023 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen opzettelijk en wederrechtelijk een rolluik en/of pui en/of ra(a)m(en) en/of ruit(en) en/of deur(en) en/of slot(en), die geheel aan de Primera vestiging [adres] toebehoorden heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt. 5. hij in de periode van 24 april 2023 tot en met 27 april 2023 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen opzettelijk en wederrechtelijk deur(en) en/of slot(en) en/of sjorbanden, die geheel aan de Shell vestiging [adres] toebehoorden, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt. 6. hij op 12 mei 2023 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen opzettelijk en wederrechtelijk een auto Citroën C1, kenteken: [kenteken] , die geheel aan [slachtoffer 1] toebehoorde, heeft beschadigd en onbruikbaar gemaakt. Ten aanzien van parketnummer 18/131394-23 hij op 15 september 2022 te Leeuwarden, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door hem meermalen tegen het hoofd te stompen. Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: Ten aanzien van parketnummer 18/120836-23 Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming, meermalen gepleegd. Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd. Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak. Medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, beschadigen en onbruikbaar maken, meermalen gepleegd. Medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, beschadigen en onbruikbaar maken, meermalen gepleegd. Medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen en onbruikbaar maken, meermalen gepleegd. Ten aanzien van parketnummer 18/131394-23 Mishandeling Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van alle ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 287 dagen, waarvan 240 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest.
Volledig
(procesdossier 1) van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2023202141 (Onderzoek: NN1R023047 Maderas) van 27 juli 2023, inhoudend de verklaring van [getuige 1] ; Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 12 mei 2023, opgenomen op pagina 503 e.v. (procesdossier 3) van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [getuige 2] . Ten aanzien van feiten 2 en 5. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 september 2023; Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 10 mei 2023, opgenomen op pagina 225 e.v. (procesdossier 2) van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [getuige 3] ; 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 27 april 2023, opgenomen op pagina 350 e.v. (procesdossier 2) van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [getuige 4] ; 3. Een geschrift, te weten een niet ondertekend proces-verbaal van forensisch onderzoek bedrijf ( [adres] ) van 29 april 2023, opgenomen op pagina 353 e.v. (procesdossier 2) van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] . Ten aanzien van feit 3. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 september 2023; Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 12 mei 2023, opgenomen op pagina 429 e.v. (procesdossier 2) van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [getuige 4] . Ten aanzien van feit 6. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 september 2023; Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 12 mei 2023, opgenomen op pagina 509 e.v. (procesdossier 3) van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ; Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 15 mei 2023, opgenomen op pagina 516 (procesdossier 3) van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ; Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 14 mei 2023, opgenomen op pagina 539 (procesdossier 3) van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] . Oordeel van de rechtbank Ten aanzien van parketnummer 18/131394-23 De rechtbank acht net als de officier van justitie en de raadsvrouw het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Omdat verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Deze opgave luidt als volgt: De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 september 2023; Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 26 september 2022, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2022253654 van 22 december 2022, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 2] . Bewezenverklaring De rechtbank acht de onder 1., 2., 3., 4., 5. en 6. ten laste gelegde feiten in de zaak met parketnummer 18/120836-23 en het ten laste gelegde feit in de zaak met parketnummer 18/131394-23 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: Ten aanzien van parketnummer 18/120836-23 1. hij in de periode van 15 april 2023 tot en met 12 mei 2023 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen rookwaren waaronder sigaretten en tabak die geheel aan de Primera vestiging [adres] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen rookwaren waaronder sigaretten en tabak onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming. 2. hij in de periode van 24 april 2023 tot en met 27 april 2023 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen rookwaren waaronder sigaretten en tabak die geheel aan de Shell vestiging [adres] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen rookwaren waaronder sigaretten en tabak, onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak. 3. hij op 12 mei 2023 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om rookwaren waaronder sigaretten die geheel aan de Shell vestiging [adres] toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen rookwaren onder hun bereik te brengen door middel van braak, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. 4. hij in de periode van 15 april 2023 tot en met 12 mei 2023 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen opzettelijk en wederrechtelijk een rolluik en/of pui en/of ra(a)m(en) en/of ruit(en) en/of deur(en) en/of slot(en), die geheel aan de Primera vestiging [adres] toebehoorden heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt. 5. hij in de periode van 24 april 2023 tot en met 27 april 2023 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen opzettelijk en wederrechtelijk deur(en) en/of slot(en) en/of sjorbanden, die geheel aan de Shell vestiging [adres] toebehoorden, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt. 6. hij op 12 mei 2023 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen opzettelijk en wederrechtelijk een auto Citroën C1, kenteken: [kenteken] , die geheel aan [slachtoffer 1] toebehoorde, heeft beschadigd en onbruikbaar gemaakt. Ten aanzien van parketnummer 18/131394-23 hij op 15 september 2022 te Leeuwarden, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door hem meermalen tegen het hoofd te stompen. Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: Ten aanzien van parketnummer 18/120836-23 Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming, meermalen gepleegd. Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd. Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak. Medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, beschadigen en onbruikbaar maken, meermalen gepleegd. Medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, beschadigen en onbruikbaar maken, meermalen gepleegd. Medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen en onbruikbaar maken, meermalen gepleegd. Ten aanzien van parketnummer 18/131394-23 Mishandeling Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van alle ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 287 dagen, waarvan 240 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest.
Volledig
De officier van justitie heeft daarbij gevorderd dat aan het voorwaardelijke strafdeel de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) worden verbonden met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat als bijzondere voorwaarden worden opgelegd een contactverbod met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , een locatiegebod met elektronische monitoring voor de duur van 6 maanden en de verplichting dat verdachte inzicht moet geven in zijn sociale kring en internetgebruik. Verder heeft de officier van justitie de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden gevorderd, aangezien door het roekeloos handelen van verdachte er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat hij een misdrijf begaat dat gevaar veroorzaakt voor personen. Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 140 uren wordt opgelegd. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft gepleit voor oplegging van een jeugddetentie waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest. Aan het voorwaardelijke strafdeel kunnen de bijzondere voorwaarden uit het rapport van de Raad worden verbonden. De raadsvrouw heeft bepleit om geen contactverbod en locatiegebod met elektronische monitoring op te leggen. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat deze voorwaarden niet zijn geadviseerd in het raadsrapport van 19 september 2023, waardoor het onduidelijk is waarom het advies van de Raad onlangs is bijgesteld. Als alternatief voor het contactverbod en het locatiegebod kan volgens de raadsvrouw aan verdachte de verplichting worden opgelegd dat hij inzicht moet geven in zijn sociale kring en internetgebruik. Indien het locatiegebod met elektronische monitoring wel wordt opgelegd, heeft de raadsvrouw verzocht de periode daarvan te beperken tot maximaal één maand. Daarnaast heeft de raadsvrouw bepleit om de bijzondere voorwaarden niet dadelijk uitvoerbaar te verklaren, omdat niet aan de wettelijke vereisten daarvoor is voldaan. Tot slot heeft de raadsvrouw verzocht de door de officier van justitie geëiste werkstraf te matigen, om het voor verdachte overzichtelijk te houden. Oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw. Ernst van de feiten De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. In een periode van ongeveer een maand tijd heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan zes strafbare feiten, waaronder twee inbraken en een poging daartoe bij dezelfde Shellvestiging en twee inbraken bij dezelfde Primeravestiging. Verdachte en zijn medeverdachte(n) hebben bij de inbraken grote hoeveelheden sigaretten gestolen, die zij naderhand via Snapchat hebben verkocht. Het betreden van de winkels ging gepaard met de nodige vernielingen. De handelwijze van verdachte en zijn medeverdachte(n) om toegang tot de winkels te krijgen werd steeds brutaler. Zij begonnen met het gooien van stoeptegels door de ramen, gingen daarna over op het gebruik van een breekijzer en probeerden vervolgens om met een flex een luik te verbreken. Bij de laatste inbraak gebruikten verdachte en zijn medeverdachte een door de medeverdachte gestolen auto om de pui van de Primera te rammen. De gestolen auto hebben zij vervolgens in een fontein gereden en daar achtergelaten. Verdachte heeft daarmee aangetoond totaal geen respect te hebben voor andermans eigendommen. Met de gepleegde vernielingen en de diefstallen heeft verdachte veel (financiële) schade en overlast veroorzaakt voor de eigenaar van de Primeravestiging, de eigenaar van het filiaal van het Shell benzinestation en de eigenaresse van de gestolen auto. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij puur uit eigen financieel gewin heeft gehandeld, zonder daarbij na te denken over de gevolgen van zijn handelen voor anderen. Daarnaast heeft verdachte zich op 15 september 2022 op school schuldig gemaakt aan een mishandeling van zijn docent. Verdachte voelde zich bedreigd doordat de docent de deur van het klaslokaal op slot zou hebben gedaan. Verdachte verloor vervolgens de controle over zichzelf en heeft de docent meerdere keren op zijn hoofd gestompt. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij met zijn handelen inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van de docent, dat hij hem pijn heeft toegebracht en dat hij geen enkel respect heeft getoond voor zijn gezag als leraar. Persoon van de verdachte Naast de ernst van de feiten houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft de strafbare feiten gepleegd toen hij 15 jaar oud was. Uit de justitiële documentatie van 16 augustus 2023 blijkt dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. De rechtbank heeft daarnaast gelet op het rapport van de Raad van 19 september 2023. Uit het rapport blijkt dat verdachte van 15 mei 2023 tot 27 juni 2023 gedetineerd is geweest in [instelling] , waarna zijn voorlopige hechtenis is geschorst onder een aantal voorwaarden, waaronder een reguliere jeugdreclasseringsmaatregel. Het recidiverisico is volgens de inschattingsinstrumenten gemiddeld. Volgens de Raad is het recidiverisico mogelijk hoger vanwege de omstandigheden dat verdachte zijn houding lastig in te schatten is en hij in zijn schorsingsperiode weerstand en frustratie heeft laten zien. Er bestaat bezorgdheid over of verdachte zich gedurende een langere periode aan voorwaarden kan houden. Een zorg is dat verdachte mogelijk de grenzen opzoekt en kwetsbaar is voor negatieve beïnvloeding. Positief is dat verdachte een structurele dagbesteding heeft, maar hij volgt nog geen onderwijs en er is ook nog geen sprake van een zinvolle en structurele vrijetijdsbesteding. De Raad adviseert om aan verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de jeugdreclassering, het meewerken aan urinecontroles, het meewerken aan de door de jeugdreclassering noodzakelijk geachte hulp en eventueel daaruit voortvloeiende hulpverlening en het volgen van onderwijs dan wel het hebben van dagbesteding. Daarnaast adviseert de Raad om een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen, zodat verdachte de consequenties van zijn gedrag ervaart. De Raad acht een onvoorwaardelijke jeugddetentie niet in het belang van verdachte, omdat de voornaamste doelen zijn dat hij weer naar school gaat, vrijetijdsbesteding heeft en dat zijn vaardigheden worden vergroot. De Raad adviseert in haar rapport geen verlenging van het locatiegebod met elektronische monitoring, omdat sprake is van een beschermend netwerk rondom verdachte. Ter zitting heeft de Raad het advies nader toegelicht en aangepast. De Raad heeft naar voren gebracht dat naarmate de schorsingsperiode voortduurt, het zelfbepalende gedrag van verdachte weer naar boven komt. Vanwege dat gedrag en de omstandigheid dat verdachte geen volledige openheid van zaken geeft, is de Raad van oordeel dat het verstandig is om de elektronische monitoring te verlengen met een periode van minimaal drie maanden. De Raad acht oplegging van een forse voorwaardelijke jeugddetentie noodzakelijk om verdachte gemotiveerd te houden op het rechte pad te blijven. De rechtbank heeft daarnaast gelet op de ter zitting gegeven toelichting van de jeugdreclassering. De jeugdreclassering heeft aangegeven dat de schorsingsperiode aanvankelijk goed was begonnen, maar dat zij gaandeweg een gebrek aan motivatie en weerstand merkten bij verdachte. Afgelopen week is verdachte na een gesprek op school niet naar de dagbesteding gegaan, terwijl dit wel de afspraak was. Als deze zitting er niet was geweest, had verdachte daarvoor een officiële waarschuwing gekregen.
Volledig
De officier van justitie heeft daarbij gevorderd dat aan het voorwaardelijke strafdeel de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) worden verbonden met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat als bijzondere voorwaarden worden opgelegd een contactverbod met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , een locatiegebod met elektronische monitoring voor de duur van 6 maanden en de verplichting dat verdachte inzicht moet geven in zijn sociale kring en internetgebruik. Verder heeft de officier van justitie de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden gevorderd, aangezien door het roekeloos handelen van verdachte er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat hij een misdrijf begaat dat gevaar veroorzaakt voor personen. Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 140 uren wordt opgelegd. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft gepleit voor oplegging van een jeugddetentie waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest. Aan het voorwaardelijke strafdeel kunnen de bijzondere voorwaarden uit het rapport van de Raad worden verbonden. De raadsvrouw heeft bepleit om geen contactverbod en locatiegebod met elektronische monitoring op te leggen. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat deze voorwaarden niet zijn geadviseerd in het raadsrapport van 19 september 2023, waardoor het onduidelijk is waarom het advies van de Raad onlangs is bijgesteld. Als alternatief voor het contactverbod en het locatiegebod kan volgens de raadsvrouw aan verdachte de verplichting worden opgelegd dat hij inzicht moet geven in zijn sociale kring en internetgebruik. Indien het locatiegebod met elektronische monitoring wel wordt opgelegd, heeft de raadsvrouw verzocht de periode daarvan te beperken tot maximaal één maand. Daarnaast heeft de raadsvrouw bepleit om de bijzondere voorwaarden niet dadelijk uitvoerbaar te verklaren, omdat niet aan de wettelijke vereisten daarvoor is voldaan. Tot slot heeft de raadsvrouw verzocht de door de officier van justitie geëiste werkstraf te matigen, om het voor verdachte overzichtelijk te houden. Oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw. Ernst van de feiten De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. In een periode van ongeveer een maand tijd heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan zes strafbare feiten, waaronder twee inbraken en een poging daartoe bij dezelfde Shellvestiging en twee inbraken bij dezelfde Primeravestiging. Verdachte en zijn medeverdachte(n) hebben bij de inbraken grote hoeveelheden sigaretten gestolen, die zij naderhand via Snapchat hebben verkocht. Het betreden van de winkels ging gepaard met de nodige vernielingen. De handelwijze van verdachte en zijn medeverdachte(n) om toegang tot de winkels te krijgen werd steeds brutaler. Zij begonnen met het gooien van stoeptegels door de ramen, gingen daarna over op het gebruik van een breekijzer en probeerden vervolgens om met een flex een luik te verbreken. Bij de laatste inbraak gebruikten verdachte en zijn medeverdachte een door de medeverdachte gestolen auto om de pui van de Primera te rammen. De gestolen auto hebben zij vervolgens in een fontein gereden en daar achtergelaten. Verdachte heeft daarmee aangetoond totaal geen respect te hebben voor andermans eigendommen. Met de gepleegde vernielingen en de diefstallen heeft verdachte veel (financiële) schade en overlast veroorzaakt voor de eigenaar van de Primeravestiging, de eigenaar van het filiaal van het Shell benzinestation en de eigenaresse van de gestolen auto. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij puur uit eigen financieel gewin heeft gehandeld, zonder daarbij na te denken over de gevolgen van zijn handelen voor anderen. Daarnaast heeft verdachte zich op 15 september 2022 op school schuldig gemaakt aan een mishandeling van zijn docent. Verdachte voelde zich bedreigd doordat de docent de deur van het klaslokaal op slot zou hebben gedaan. Verdachte verloor vervolgens de controle over zichzelf en heeft de docent meerdere keren op zijn hoofd gestompt. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij met zijn handelen inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van de docent, dat hij hem pijn heeft toegebracht en dat hij geen enkel respect heeft getoond voor zijn gezag als leraar. Persoon van de verdachte Naast de ernst van de feiten houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft de strafbare feiten gepleegd toen hij 15 jaar oud was. Uit de justitiële documentatie van 16 augustus 2023 blijkt dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. De rechtbank heeft daarnaast gelet op het rapport van de Raad van 19 september 2023. Uit het rapport blijkt dat verdachte van 15 mei 2023 tot 27 juni 2023 gedetineerd is geweest in [instelling] , waarna zijn voorlopige hechtenis is geschorst onder een aantal voorwaarden, waaronder een reguliere jeugdreclasseringsmaatregel. Het recidiverisico is volgens de inschattingsinstrumenten gemiddeld. Volgens de Raad is het recidiverisico mogelijk hoger vanwege de omstandigheden dat verdachte zijn houding lastig in te schatten is en hij in zijn schorsingsperiode weerstand en frustratie heeft laten zien. Er bestaat bezorgdheid over of verdachte zich gedurende een langere periode aan voorwaarden kan houden. Een zorg is dat verdachte mogelijk de grenzen opzoekt en kwetsbaar is voor negatieve beïnvloeding. Positief is dat verdachte een structurele dagbesteding heeft, maar hij volgt nog geen onderwijs en er is ook nog geen sprake van een zinvolle en structurele vrijetijdsbesteding. De Raad adviseert om aan verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de jeugdreclassering, het meewerken aan urinecontroles, het meewerken aan de door de jeugdreclassering noodzakelijk geachte hulp en eventueel daaruit voortvloeiende hulpverlening en het volgen van onderwijs dan wel het hebben van dagbesteding. Daarnaast adviseert de Raad om een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen, zodat verdachte de consequenties van zijn gedrag ervaart. De Raad acht een onvoorwaardelijke jeugddetentie niet in het belang van verdachte, omdat de voornaamste doelen zijn dat hij weer naar school gaat, vrijetijdsbesteding heeft en dat zijn vaardigheden worden vergroot. De Raad adviseert in haar rapport geen verlenging van het locatiegebod met elektronische monitoring, omdat sprake is van een beschermend netwerk rondom verdachte. Ter zitting heeft de Raad het advies nader toegelicht en aangepast. De Raad heeft naar voren gebracht dat naarmate de schorsingsperiode voortduurt, het zelfbepalende gedrag van verdachte weer naar boven komt. Vanwege dat gedrag en de omstandigheid dat verdachte geen volledige openheid van zaken geeft, is de Raad van oordeel dat het verstandig is om de elektronische monitoring te verlengen met een periode van minimaal drie maanden. De Raad acht oplegging van een forse voorwaardelijke jeugddetentie noodzakelijk om verdachte gemotiveerd te houden op het rechte pad te blijven. De rechtbank heeft daarnaast gelet op de ter zitting gegeven toelichting van de jeugdreclassering. De jeugdreclassering heeft aangegeven dat de schorsingsperiode aanvankelijk goed was begonnen, maar dat zij gaandeweg een gebrek aan motivatie en weerstand merkten bij verdachte. Afgelopen week is verdachte na een gesprek op school niet naar de dagbesteding gegaan, terwijl dit wel de afspraak was. Als deze zitting er niet was geweest, had verdachte daarvoor een officiële waarschuwing gekregen.
Volledig
Op dit moment wacht verdachte op goedkeuring voor een BBL-opleiding, dit betreft een proefplaatsing tot en met februari 2024. De diagnostiek door Accare is afgerond en daaruit is gekomen dat het recidiverisico matig is. Accare adviseert een agressieregulatietraining die gericht is op het aanleren van copingvaardigen. Gelet op de omstandigheid dat de zorgen over verdachte zijn vergoot, adviseert de jeugdreclassering verlenging van de elektronische monitoring met een periode van maximaal drie maanden. Op die manier kan verdachte ook nog gemonitord worden als zijn school weer begint. Op te leggen straf Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten zonder meer oplegging van een lange onvoorwaardelijke jeugddetentie. Het gemak en de brutaliteit waarmee verdachte op een jonge leeftijd is overgegaan tot het plegen van deze feiten, baart de rechtbank zorgen. Dit ook mede vanwege de verklaring van verdachte dat hij het spannend vond en het deed om geld te verdienen en gelet op de ogenschijnlijke afwezigheid van inzicht in oorzaak en gevolg. Hij waande zich onaantastbaar. Ondanks de ernst van de feiten, zal de rechtbank verdachte niet een langere jeugddetentie opleggen dan het voorarrest heeft geduurd. Aan verdachte wordt een deels voorwaardelijke jeugddetentie opgelegd waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, te weten 47 dagen. De rechtbank is met alle betrokken partijen van oordeel dat het van essentieel belang is dat verdachte weer naar school gaat, dat hij dag- en vrijetijdsbesteding heeft en dat zijn vaardigheden worden vergroot. Het daarop gerichte traject is tijdens de schorsingsperiode ingezet en zou door een nu nog op te leggen onvoorwaardelijke jeugddetentie worden doorkruist. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijke jeugddetentie als stok achter de deur van aanzienlijke duur dient te zijn. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een jeugddetentie van 287 dagen, met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest, waarvan 240 dagen voorwaardelijk, passend en oplegging daarvan geboden is. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke strafdeel de door de Raad in haar rapport geformuleerde bijzondere voorwaarden verbinden waaraan verdachte zich gedurende een proeftijd van twee jaren moet houden. Daarnaast zal de rechtbank het ter zitting door de Raad en de Jeugdreclassering geadviseerde locatiegebod met elektronische monitoring opleggen. De rechtbank is met de Raad en de jeugdreclassering van oordeel dat het gelet op de zorgen over verdachte belangrijk is dat hij langer wordt gemonitord. Aangezien het onduidelijk is wanneer verdachte weer naar school gaat, zal de rechtbank bepalen dat het locatiegebod met elektronische monitoring voor de duur van zes maanden geldt, of zoveel korter als de jeugdreclassering dat nodig vindt. De rechtbank zal het door de officier van justitie gevorderde contactverbod met de medeverdachten niet opleggen, nu zij daartoe geen aanleiding ziet. Evenmin zal de rechtbank de verplichting opleggen dat verdachte inzicht moet geven in zijn sociale kring en internetgebruik. Dit is door de Raad noch door de jeugdreclassering geadviseerd en de rechtbank ziet daartoe ook overigens geen aanleiding. Tot slot zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden niet dadelijk uitvoerbaar verklaren, omdat niet is voldaan aan het wettelijke vereiste daarvoor. Om de ernst van de feiten te benadrukken zal de rechtbank naast de jeugddetentie een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 140 uren opleggen. Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de eendaadse samenloop tussen de vernieling van de auto door de ramkraak, de vernielingen van de Primera en de Shell en de inbraken bij deze winkels. Benadeelde partij [getuige 4] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 1.882,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft hoofdelijke toewijzing van de volledige vordering van de benadeelde partij gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel waarbij het aantal dagen dat gijzeling kan worden toegepast wordt bepaald op nul. Volgens de officier van justitie is het ondanks het ontbreken van een machtiging of een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel voldoende duidelijk dat de benadeelde partij eigenaar is van de betreffende Shellvestiging en daarmee bevoegd is tot het indienen van een vordering tot schadevergoeding. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering dient te worden verklaard dan wel dat de vordering dient te worden afgewezen. Daartoe heeft de raadsvrouw ten eerste aangevoerd dat het onduidelijk is of de benadeelde partij bevoegd is om namens de Shellvestiging een vordering tot schadevergoeding in te dienen. Doordat een schriftelijke machtiging en een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel ontbreken, voldoet de vordering niet aan de formele vereisten daarvoor. Ten tweede heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de vordering tot schadevergoeding onvoldoende onderbouwd is. Zo mist een onderbouwing van het bedrag dat reeds door de verzekering is uitgekeerd. Oordeel van de rechtbank Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het dossier genoegzaam dat de benadeelde partij bevoegd is tot het indienen van een vordering tot schadevergoeding. De rechtbank overweegt daartoe dat uit het dossier blijkt dat de benadeelde partij op 27 april 2023 aangifte heeft gedaan van inbraak in de Shell gelegen aan de [adres] . De aangifte houdt in dat de benadeelde partij eigenaar is van dit filiaal en dat hij gemachtigd is tot het doen van aangifte. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de bevoegdheid van de benadeelde partij tot zowel het doen van aangifte als het indienen van een vordering tot schadevergoeding. Naar het oordeel van de rechtbank vormt het ontbreken van een machtiging of een uittreksel van de Kamer van Koophandel in het onderhavige geval geen beletsel voor de ontvankelijkheid. Voorts is het naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2. bewezen verklaarde feit. De rechtbank is van oordeel dat de vordering, anders dan de raadsvrouw heeft gesteld, voldoende is onderbouwd en dat het schadebedrag alleszins redelijk is. De rechtbank zal de vordering tot schadevergoeding dan ook volledig toewijzen. Hoofdelijkheid De rechtbank stelt vast dat verdachte het onder 2. bewezen verklaarde feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, waarvan vergoeding wordt gevorderd. Bij de veroordeling tot betaling van de schadevergoeding zal ook worden bepaald dat wanneer de schadevergoeding door een of meer medeverdachten is betaald, verdachte dit bedrag niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen, en andersom. Schadevergoedingsmaatregel Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden. Het aantal dagen dat gijzeling kan worden toegepast bepaalt de rechtbank vanwege de leeftijd van verdachte op nul. Veroordeling in de kosten De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Wettelijke rente De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente over het toegewezen schadebedrag toewijzen vanaf de datum van het ontstaan van de schade.
Volledig
Op dit moment wacht verdachte op goedkeuring voor een BBL-opleiding, dit betreft een proefplaatsing tot en met februari 2024. De diagnostiek door Accare is afgerond en daaruit is gekomen dat het recidiverisico matig is. Accare adviseert een agressieregulatietraining die gericht is op het aanleren van copingvaardigen. Gelet op de omstandigheid dat de zorgen over verdachte zijn vergoot, adviseert de jeugdreclassering verlenging van de elektronische monitoring met een periode van maximaal drie maanden. Op die manier kan verdachte ook nog gemonitord worden als zijn school weer begint. Op te leggen straf Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten zonder meer oplegging van een lange onvoorwaardelijke jeugddetentie. Het gemak en de brutaliteit waarmee verdachte op een jonge leeftijd is overgegaan tot het plegen van deze feiten, baart de rechtbank zorgen. Dit ook mede vanwege de verklaring van verdachte dat hij het spannend vond en het deed om geld te verdienen en gelet op de ogenschijnlijke afwezigheid van inzicht in oorzaak en gevolg. Hij waande zich onaantastbaar. Ondanks de ernst van de feiten, zal de rechtbank verdachte niet een langere jeugddetentie opleggen dan het voorarrest heeft geduurd. Aan verdachte wordt een deels voorwaardelijke jeugddetentie opgelegd waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, te weten 47 dagen. De rechtbank is met alle betrokken partijen van oordeel dat het van essentieel belang is dat verdachte weer naar school gaat, dat hij dag- en vrijetijdsbesteding heeft en dat zijn vaardigheden worden vergroot. Het daarop gerichte traject is tijdens de schorsingsperiode ingezet en zou door een nu nog op te leggen onvoorwaardelijke jeugddetentie worden doorkruist. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijke jeugddetentie als stok achter de deur van aanzienlijke duur dient te zijn. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een jeugddetentie van 287 dagen, met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest, waarvan 240 dagen voorwaardelijk, passend en oplegging daarvan geboden is. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke strafdeel de door de Raad in haar rapport geformuleerde bijzondere voorwaarden verbinden waaraan verdachte zich gedurende een proeftijd van twee jaren moet houden. Daarnaast zal de rechtbank het ter zitting door de Raad en de Jeugdreclassering geadviseerde locatiegebod met elektronische monitoring opleggen. De rechtbank is met de Raad en de jeugdreclassering van oordeel dat het gelet op de zorgen over verdachte belangrijk is dat hij langer wordt gemonitord. Aangezien het onduidelijk is wanneer verdachte weer naar school gaat, zal de rechtbank bepalen dat het locatiegebod met elektronische monitoring voor de duur van zes maanden geldt, of zoveel korter als de jeugdreclassering dat nodig vindt. De rechtbank zal het door de officier van justitie gevorderde contactverbod met de medeverdachten niet opleggen, nu zij daartoe geen aanleiding ziet. Evenmin zal de rechtbank de verplichting opleggen dat verdachte inzicht moet geven in zijn sociale kring en internetgebruik. Dit is door de Raad noch door de jeugdreclassering geadviseerd en de rechtbank ziet daartoe ook overigens geen aanleiding. Tot slot zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden niet dadelijk uitvoerbaar verklaren, omdat niet is voldaan aan het wettelijke vereiste daarvoor. Om de ernst van de feiten te benadrukken zal de rechtbank naast de jeugddetentie een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 140 uren opleggen. Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de eendaadse samenloop tussen de vernieling van de auto door de ramkraak, de vernielingen van de Primera en de Shell en de inbraken bij deze winkels. Benadeelde partij [getuige 4] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 1.882,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft hoofdelijke toewijzing van de volledige vordering van de benadeelde partij gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel waarbij het aantal dagen dat gijzeling kan worden toegepast wordt bepaald op nul. Volgens de officier van justitie is het ondanks het ontbreken van een machtiging of een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel voldoende duidelijk dat de benadeelde partij eigenaar is van de betreffende Shellvestiging en daarmee bevoegd is tot het indienen van een vordering tot schadevergoeding. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering dient te worden verklaard dan wel dat de vordering dient te worden afgewezen. Daartoe heeft de raadsvrouw ten eerste aangevoerd dat het onduidelijk is of de benadeelde partij bevoegd is om namens de Shellvestiging een vordering tot schadevergoeding in te dienen. Doordat een schriftelijke machtiging en een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel ontbreken, voldoet de vordering niet aan de formele vereisten daarvoor. Ten tweede heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de vordering tot schadevergoeding onvoldoende onderbouwd is. Zo mist een onderbouwing van het bedrag dat reeds door de verzekering is uitgekeerd. Oordeel van de rechtbank Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het dossier genoegzaam dat de benadeelde partij bevoegd is tot het indienen van een vordering tot schadevergoeding. De rechtbank overweegt daartoe dat uit het dossier blijkt dat de benadeelde partij op 27 april 2023 aangifte heeft gedaan van inbraak in de Shell gelegen aan de [adres] . De aangifte houdt in dat de benadeelde partij eigenaar is van dit filiaal en dat hij gemachtigd is tot het doen van aangifte. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de bevoegdheid van de benadeelde partij tot zowel het doen van aangifte als het indienen van een vordering tot schadevergoeding. Naar het oordeel van de rechtbank vormt het ontbreken van een machtiging of een uittreksel van de Kamer van Koophandel in het onderhavige geval geen beletsel voor de ontvankelijkheid. Voorts is het naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2. bewezen verklaarde feit. De rechtbank is van oordeel dat de vordering, anders dan de raadsvrouw heeft gesteld, voldoende is onderbouwd en dat het schadebedrag alleszins redelijk is. De rechtbank zal de vordering tot schadevergoeding dan ook volledig toewijzen. Hoofdelijkheid De rechtbank stelt vast dat verdachte het onder 2. bewezen verklaarde feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, waarvan vergoeding wordt gevorderd. Bij de veroordeling tot betaling van de schadevergoeding zal ook worden bepaald dat wanneer de schadevergoeding door een of meer medeverdachten is betaald, verdachte dit bedrag niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen, en andersom. Schadevergoedingsmaatregel Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden. Het aantal dagen dat gijzeling kan worden toegepast bepaalt de rechtbank vanwege de leeftijd van verdachte op nul. Veroordeling in de kosten De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Wettelijke rente De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente over het toegewezen schadebedrag toewijzen vanaf de datum van het ontstaan van de schade.
Volledig
Ook ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel zal dit worden bepaald. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 47, 55, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 300, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden. Uitspraak De rechtbank Verklaart het onder 1., 2., 3., 4., 5. en 6. ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 18/120836-23 en het ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 18/131394-23 bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Veroordeelt verdachte tot: een jeugddetentie voor de duur van 287 dagen. Bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 240 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren , aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd. Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht. Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit. Stelt als bijzondere voorwaarden: dat de veroordeelde zich binnen 14 dagen na het onherroepelijk worden van de uitspraak meldt bij het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid op het adres [adres] , en dat hij zich daarna gedurende de proeftijd zal blijven melden zo lang en zo frequent als deze instelling dat noodzakelijk acht; dat de veroordeelde gedurende de proeftijd meewerkt aan urinecontroles om zicht te krijgen op het middelengebruik, zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt; dat de veroordeelde gedurende de proeftijd meewerkt aan de door de jeugdreclassering noodzakelijk geachte hulpverlenging en eventueel daaruit voortvloeiende hulpverlening, voor zover en zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt, waarbij hij zich houdt aan de aanwijzingen van zijn hulpverlener en de (huis)regels die in het kader van de hulpverlening gelden; dat de veroordeelde gedurende de proeftijd onderwijs volgt of een andere dagbesteding heeft, zulks ter beoordeling van de jeugdreclassering; dat de veroordeelde gedurende maximaal zes maanden, of zoveel korter als de jeugdreclassering nodig vindt, op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig is op het verblijfadres [adres] . De jeugdreclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met de veroordeelde en mede afhankelijk van de dagbesteding en de schoolgang van de veroordeelde. Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de jeugdreclassering daarvoor toestemming geeft. De veroordeelde werkt gedurende ten hoogste zes maanden mee aan elektronische monitoring van dit locatiegebod. Geeft aan het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid te [plaats] , een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd: ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen. een werkstraf voor de duur van 140 uren Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 70 dagen zal worden toegepast. Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. Benadeelde partij Ten aanzien van parketnummer 18/120836-23, feit 2 Wijst de vordering van de benadeelde partij [getuige 4] toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [getuige 4] te betalen: - het bedrag van 1.882,00 (zegge: duizend achthonderdtweeëntachtig euro); de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 april 2023 tot de dag van algehele voldoening; de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [getuige 4] aan de Staat te betalen een bedrag van 1.882,00 (zegge: duizend achthonderdtweeëntachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 april 2023 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Bepaalt de duur waarvoor gijzeling kan worden toegepast op 0 dagen. Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden. Dit vonnis is gewezen door mr. N.A. Vlietstra, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. A.H.M. Dölle en mr. M.J. Dijkstra, rechters, bijgestaan door mr. M.A. Toussaint, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 oktober 2023. Mr. M.J. Dijksta is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Volledig
Ook ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel zal dit worden bepaald. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 47, 55, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 300, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden. Uitspraak De rechtbank Verklaart het onder 1., 2., 3., 4., 5. en 6. ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 18/120836-23 en het ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 18/131394-23 bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Veroordeelt verdachte tot: een jeugddetentie voor de duur van 287 dagen. Bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 240 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren , aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd. Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht. Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit. Stelt als bijzondere voorwaarden: dat de veroordeelde zich binnen 14 dagen na het onherroepelijk worden van de uitspraak meldt bij het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid op het adres [adres] , en dat hij zich daarna gedurende de proeftijd zal blijven melden zo lang en zo frequent als deze instelling dat noodzakelijk acht; dat de veroordeelde gedurende de proeftijd meewerkt aan urinecontroles om zicht te krijgen op het middelengebruik, zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt; dat de veroordeelde gedurende de proeftijd meewerkt aan de door de jeugdreclassering noodzakelijk geachte hulpverlenging en eventueel daaruit voortvloeiende hulpverlening, voor zover en zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt, waarbij hij zich houdt aan de aanwijzingen van zijn hulpverlener en de (huis)regels die in het kader van de hulpverlening gelden; dat de veroordeelde gedurende de proeftijd onderwijs volgt of een andere dagbesteding heeft, zulks ter beoordeling van de jeugdreclassering; dat de veroordeelde gedurende maximaal zes maanden, of zoveel korter als de jeugdreclassering nodig vindt, op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig is op het verblijfadres [adres] . De jeugdreclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met de veroordeelde en mede afhankelijk van de dagbesteding en de schoolgang van de veroordeelde. Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de jeugdreclassering daarvoor toestemming geeft. De veroordeelde werkt gedurende ten hoogste zes maanden mee aan elektronische monitoring van dit locatiegebod. Geeft aan het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid te [plaats] , een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd: ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen. een werkstraf voor de duur van 140 uren Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 70 dagen zal worden toegepast. Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. Benadeelde partij Ten aanzien van parketnummer 18/120836-23, feit 2 Wijst de vordering van de benadeelde partij [getuige 4] toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [getuige 4] te betalen: - het bedrag van 1.882,00 (zegge: duizend achthonderdtweeëntachtig euro); de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 april 2023 tot de dag van algehele voldoening; de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [getuige 4] aan de Staat te betalen een bedrag van 1.882,00 (zegge: duizend achthonderdtweeëntachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 april 2023 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Bepaalt de duur waarvoor gijzeling kan worden toegepast op 0 dagen. Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden. Dit vonnis is gewezen door mr. N.A. Vlietstra, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. A.H.M. Dölle en mr. M.J. Dijkstra, rechters, bijgestaan door mr. M.A. Toussaint, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 oktober 2023. Mr. M.J. Dijksta is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.