Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2023-10-19
ECLI:NL:RBNNE:2023:5651
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: LEE 22/347, 22/348, 22/349, 22/350, 22/351, 22/352, 22/353, 22/429 en 22/430 uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 19 oktober 2023 in de zaak tussen [eiseres] U.A., te [vestigingsplaats] , eiseres (gemachtigde: [naam 1] ), en de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder (gemachtigde: mr. [naam 2] ). Procesverloop LEE 22/347 Verweerder heeft met dagtekening 10 mei 2021 een naheffingsaanslag loonheffingen opgelegd over het tijdvak 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020 van € 36.660. Daarbij heeft verweerder een verzuimboete opgelegd van € 3.666. Aan het bezwaar tegen de naheffingsaanslag is verweerder gedeeltelijk tegemoet gekomen. De naheffingsaanslag is door verweerder bij uitspraak op bezwaar van 20 december 2021 verminderd tot € 36.122 en de verzuimboete tot € 3.612. LEE 22/348 tot en met 22/353 en LEE 22/429 en 22/430 Eiseres heeft over de volgende tijdvakken op aangifte loonheffing afgedragen: zaaknummer tijdvak LEE 22/348 april 2021 LEE 22/349 mei 2021 LEE 22/350 juni 2021 LEE 22/351 juli 2021 LEE 22/352 augustus 2021 LEE 22/353 september 2021 LEE 22/429 oktober 2021 LEE 22/430 november 2021 Tegen de afdrachten op aangifte over de hierboven vermelde tijdvakken heeft eiseres bezwaar gemaakt. Verweerder heeft deze bezwaren afgewezen. Alle zaaknummers Eiseres heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres en verweerder hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2023. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 3] , bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 4] , bijgestaan door mr. [naam 5] en [naam 6] . Overwegingen Feiten 1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan. 1.1. Eiseres is een coöperatie van melkveehouders en is gevestigd in [vestigingsplaats] . Het doel van eiseres is het behartigen van belangen van haar leden, melkveehouders, bij het voor gezamenlijke rekening en risico afzetten van de door hen geproduceerde melk. 1.2. Eiseres heeft een belang van 100% in de per 26 juni 2018 opgerichte dochter [A B.V.] Deze vennootschap wordt gebruikt voor de afzet van een gedeelte van de melk onder een eigen merk, genaamd [A B.V.] . 1.3. In de statuten van eiseres is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen: “Organen Artikel 4 De coöperatie kent de volgende organen: - de algemene ledenvergadering; - het algemeen bestuur, hierna ook te noemen: het bestuur; - het dagelijks bestuur. (…) Bestuur Artikel 13 1. Het bestuur bestaat uit ten minste drie natuurlijke personen, die door de algemene ledenvergadering worden benoemd voor een periode van drie jaren. De meerderheid van het bestuur dient te allen tijde uit leden van de coöperatie te bestaan. Indien een rechtspersoon lid van de coöperatie is, kan ieder natuurlijk persoon die deel uitmaakt van de directie van die rechtspersoon bestuurder van de coöperatie zijn. Hetzelfde geldt voor leden van personenassociaties. Het aantal leden van het bestuur wordt door de algemene ledenvergadering vastgesteld. 2. Tot lid van het bestuur kunnen niet worden gekozen degenen die in dienstbetrekking tot de coöperatie staan. 3. Indien een bestuurslid komt te verkeren in een situatie, gemeld in lid 2 van dit artikel, eindigt zijn bestuurslidmaatschap op de dag van de eerstvolgende algemene ledenvergadering. (…) 7. Het bestuur verdeelt zelf de bestuursfuncties. Het bestuur bestaat uit een voorzitter, een secretaris en een penningmeester en eventuele leden-bestuurder. De functies van secretaris en penningmeester kunnen in één persoon worden verenigd. De functie van voorzitter is onverenigbaar met de functie van secretaris of penningmeester. De secretaris is belast met de dagelijkse leiding over administratie en het personeelsbeleid binnen de coöp Tot de gedingstukken behoren drie facturen met datum 29 mei 2019 die door de statutair bestuurders aan eiseres zijn gefactureerd en waarop de eigen naam van de betreffende statutair bestuurder en een btw-nummer staan vermeld. 1.6. Op 15 januari 2020 is door verweerder een controle uitgevoerd op het bedrijfsadres van de gemachtigde van eiseres. Daarbij is de fiscale kwalificatie van de arbeidsrelatie tussen eiseres en haar bestuurders onderzocht. De bestuurders van eiseres waren door eiseres op dat moment niet als werknemers gekwalificeerd. 1.7. Verweerder heeft de gemachtigde van eiseres het concept controlerapport met datum 16 april 2020 toegestuurd. In het conceptrapport geeft verweerder een aanwijzing. Volgens verweerder kan de inhouding en afdracht van loonheffingen niet achterwege blijven, omdat de statutair bestuurders in dienstbetrekking werkzaam zijn bij eiseres. Eiseres wordt daarom de gelegenheid geboden inhouding en afdracht van loonheffingen toe te passen op het loon van de statutair bestuurders, dan wel de huidige werkwijze zodanig aan te passen dat buiten dienstbetrekking gewerkt kan worden. Hiervoor geldt een termijn van drie maanden na dagtekening van het definitieve rapport. Als geen loonheffing plaatsvindt en de huidige werkwijze niet wordt aangepast, dan zullen correctieverplichtingen volgen met terugwerkende kracht vanaf de datum van het definitieve rapport. Op 4 mei 2020 heeft de gemachtigde van eiseres per e-mail op het conceptrapport gereageerd en aangegeven dat de werkwijze zal worden aangepast. 1.8. Met dagtekening 21 juli 2020 heeft verweerder het definitieve controlerapport aan de gemachtigde van eiseres gestuurd. Met dit rapport worden ook de aanwijzing (zie 1.7.) per 21 juli 2020 definitief. 1.9. In de e-mail van 12 januari 2021 heeft verweerder, onder verwijzing naar het controlerapport van 21 juli 2020 en de e-mail van de gemachtigde van eiseres van 4 mei 2020, gevraagd of de werkwijze tussen eiseres en haar statutair bestuurders is aangepast. Op 21 januari 2021 heeft de gemachtigde van eiseres aangegeven dat de werkwijze is aangepast doordat tussen eiseres en de statutair bestuurders een overeenkomst is gesloten, namelijk de door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst nr. 9015550000-06-2 (algemene modelovereenkomst geen werkgeversgezag). Daarop heeft verweerder op 26 en 27 januari 2021 verzocht om deze overeenkomsten en de door de bestuurders aan eiseres verstuurde facturen te verstrekken. 1.10. Op 28 januari 2021 heeft de gemachtigde van eiseres de gevraagde overeenkomsten en facturen toegestuurd. De gemachtigde geeft aan dat de wijze van factureren is gewijzigd, want de statutair bestuurders zijn gaan factureren vanuit hun onderneming. Voor het overige is de werkwijze conform de gesloten overeenkomsten. 1.11. Bij brief van 11 maart 2021 heeft verweerder aan eiseres medegedeeld dat haar een correctieverplichting zal worden opgelegd, waarmee eiseres wordt verplicht om door middel van correctieberichten alsnog de juiste en volledige gegevens te verstrekken met terugwerkende kracht naar 21 juli 2020. Verweerder heeft in deze brief onder meer het volgende geschreven: “Beoordeling De modelovereenkomst die is gehanteerd biedt zekerheid voor het werken buiten dienstbetrekking indien partijen in de praktijk handelen conform hetgeen zij overeen zijn gekomen in deze modelovereenkomst op grond waarvan geen sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking wegens het ontbreken van werkgeversgezag. In het geval van de arbeidsrelatie tussen de coöperatie en haar statutair bestuurders is dat echter niet mogelijk. Zoals uit het rapport met dagtekening 21 juli 2020 blijkt is het formele werkgeversgezag een gegeven in het geval van statutair bestuurders van een coöperatie. Uit het rapport blijkt ook dat sprake is van het verrichten van persoonlijke arbeid en dat de statutair bestuurders hiervoor loon ontvangen. Dit houdt in dat de aanwijzing in onvoldoende mate is opgevolgd en niet buiten dienstbetrekkin In het geval van eiseres vindt dit zijn bevestiging in de statuten, waarin onder meer is bepaald dat de ALV statutair bevoegd is tot de benoeming, de schorsing en het ontslag van bestuurders en dat het bestuur jaarlijks rekening en verantwoording moet afleggen aan de ALV (zie 1.3.). Dit betekent dat, in tegenstelling tot wat eiseres meent, voor het bestaan van een gezagsverhouding tussen de statutair bestuurders en de ALV van eiseres al voldoende is dat de bestuurders op basis van de statuten formeel onder gezag van de ALV staan. Of materieel sprake is van een gezagsverhouding, is bij die beoordeling dan niet meer relevant. 9. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat, nu sprake is van een gezagsverhouding en de andere criteria van artikel 7:610 niet in geschil zijn, er dus een dienstbetrekking bestaat tussen de statutair bestuurders en eiseres. Hetgeen eiseres heeft aangevoerd met betrekking tot de fictieve dienstbetrekking volgt de rechtbank niet, gelet op de volgorde van de Wet LB. Verzuimboete 10. Eiseres stelt onder verwijzing naar het handhavingsmoratorium dat een boete in dit geval misplaatst is. De werkwijze is volgens eiseres aangepast naar aanleiding van het controlerapport. De bestuurders zijn vanaf het moment van de aanwijzing namelijk gaan factureren en er is een overeenkomst van opdracht gesloten met de bestuurders. Daarmee zijn de aanwijzingen uit het controlerapport volgens eiseres volledig opgevolgd. Eiseres had verwacht dat, gezien de aanwijzing in het controlerapport, zij ervan uit mocht gaan dat indien de overeenkomst van opdracht volgens verweerder geen oplossing was, er andere opties besproken konden worden. Verweerder had naar aanleiding van de mededeling van eiseres in mei 2020 dat de werkwijze gewijzigd zou worden (zie 1.7.) al navraag kunnen doen naar de (voorgenomen) gewijzigde werkwijze. Verweerder heeft daar echter tot januari 2021 mee gewacht en eiseres vindt dat dat haar niet kan worden aangerekend. Ook kan er volgens eiseres geen boete worden opgelegd, omdat eiseres op de deskundigheid van haar adviseur mocht vertrouwen. Tot slot is gewezen op het tijdsverloop sinds de oplegging van de boete. 11. Volgens verweerder is de verzuimboete terecht opgelegd. Er is volgens verweerder geen sprake van een pleitbaar standpunt of afwezigheid van alle schuld (avas). Eiseres heeft de aanwijzing in het controlerapport niet in voldoende mate opgevolgd. Dat de aanpassingen die zij wel heeft verricht uiteindelijk onvoldoende zijn gebleken, komt voor rekening en risico van eiseres. Bovendien had eiseres zelf het initiatief kunnen nemen om over de voorgenomen aanpassingen in de werkwijze in (voor)overleg te treden met verweerder, maar zij heeft dit niet gedaan. Dat komt eveneens volledig voor haar risico en rekening. Dat eiseres een adviseur had en vertrouwde op diens deskundigheid maakt dit volgens verweerder niet anders. 12. De rechtbank overweegt als volgt. Voor het opleggen van een verzuimboete is geen plaats ingeval sprake is van een pleitbaar standpunt of avas. Er is sprake van avas als een belastingplichtige stelt en bij betwisting aannemelijk maakt dat hij alle in de gegeven omstandigheden van hem in redelijkheid te vergen zorg heeft betracht om te bewerkstelligen dat het verzuim niet zou worden begaan. Door alleen te wijzen op de inschakeling van een adviseur en het eigen gebrek aan kennis heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij de redelijkerwijs te vergen zorg heeft betracht om ervoor te zorgen dat de juiste bedragen aan loonheffingen zouden worden aangegeven en voldaan. Hetgeen door eiseres is aangevoerd ten aanzien van de aangepaste werkwijze, wat hier ook van zij, levert volgens de rechtbank ook geen pleitbaar standpunt of avas op. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat de boete terecht is opgelegd. 13. De rechtbank acht de boete van € 3.612 hier ook passend en geboden. Wel ziet de rechtbank aanleiding voor vermindering van de verzuimboete in verband met de overschri