Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2023-10-24
ECLI:NL:RBNNE:2023:5514
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,556 tokens
Inleiding
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/124538-23
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 24 oktober 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 10 oktober 2023. Verdachte is verschenen.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.J. Kemkers.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 5 januari 2023 tot en met 21 februari 2023 te [adres] , gemeente Noardeast-Fryslân, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door (telkens)
- hinderlijk en/of ongewenst en/of (be)dreigend via het politie-telefoonnummer (0900-8844) contact te zoeken met die [slachtoffer] met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 5 januari 2023 tot en met 21 februari 2023 te [adres] , gemeente Noardeast-Fryslân, althans in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derden, te weten de familie van die [slachtoffer] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten het dulden van een herhaaldelijk en/of (be)dreigend verzoek om contact met die [slachtoffer] door verdachte, door (telkens) aan de centralist van het politie-telefoonnummer 0900-8844 te vragen om contact met die [slachtoffer] en/of aan die centralist door te geven dat als het contact niet tot stand zou komen, hij de familie van die [slachtoffer] zal opzoeken;
Beoordeling
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het primair tenlastegelegde feit, gelet op de aangifte, de klacht en het proces-verbaal waarin een viertal gesprekken van verdachte naar het landelijke telefoonnummer van de politie zijn uitgewerkt.
Standpunt van de verdediging
De verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat hij integraal dient te worden vrijgesproken.
Ten aanzien van de primair tenlastegelegde belaging heeft verdachte aangevoerd dat er geen sprake is geweest van een wederrechtelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Verdachte heeft gebeld naar het landelijke nummer van de politie met het doel doorverbonden te worden met aangeefster.
Nu hij niet kon worden doorverbonden, heeft hij ervoor gekozen meermalen terug te bellen om met haar in contact te komen. Het was hierbij voor verdachte niet duidelijk dat aangeefster op dat moment geen contact met hem wilde.
Ten aanzien van de subsidiair tenlastegelegde dwang heeft verdachte aangevoerd dat hij geen opzet heeft gehad op het uitoefenen van dwang op aangeefster. Verdachte had tevergeefs brieven gestuurd en telefonisch contact gezocht met aangeefster en hij zag geen andere mogelijkheid dan, als aangeefster niet op zijn contactverzoeken zou reageren, de moeder van aangeefster te gaan benaderen.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen 1
De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en zal ten aanzien van het bewezen verklaarde volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte de feitelijke handelingen duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. Uit het proces verbaal van aangifte2, de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting3en het proces verbaal waarin de belgeschiedenis van de telefoon van verdachte is beschreven4blijkt genoegzaam dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op de wijze zoals hierna is bewezen verklaard.
Nadere bewijsoverweging
De verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat door zijn feitelijke handelingen geen sprake is geweest van een wederrechtelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Met betrekking tot het hiervoor weergegeven standpunt overweegt de rechtbank het volgende.
De rechtbank stelt voorop dat bij de beoordeling of sprake is van belaging als bedoeld in art. 285b, eerste lid, Sr verschillende factoren van belang zijn, te weten: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.
Ter terechtzitting heeft verdachte onder meer verklaard dat hij in de tenlastegelegde periode ongeveer dertig keer heeft gebeld met het landelijke politienummer met het doel aangeefster te spreken. Deze verklaring komt overeen met de belgeschiedenis van de telefoon van verdachte. Uit het proces verbaal van de uitgeluisterde telefoongesprekken tussen verdachte en de meldkamer van de politie blijkt dat verdachte meermalen is uitgelegd dat doorverbonden worden met aangeefster niet mogelijk is. Desondanks heeft verdachte op verschillende dagen en tijden teruggebeld met hetzelfde verzoek.
Verdachte wilde met aangeefster in contact komen om, zoals hij zelf heeft verklaard, een vraag te stellen. In zijn pogingen om met aangeefster in contact te komen is verdachte doorgeschoten en heeft hij gelet op de duur, frequentie en aard van de belagingshandelingen aangeefster hiermee vrees aangejaagd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat wel degelijk sprake is geweest van wederrechtelijkheid en daarmee belaging.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht feit 1 primair wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
hij in de periode van 5 januari 2023 tot en met 21 februari 2023 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door telkens
- hinderlijk en ongewenst via het politie-telefoonnummer (0900-8844) contact te zoeken met [slachtoffer] met het oogmerk [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, en vrees aan te jagen;
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
1.primair: belaging.
Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde feit wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 150 uren.
Standpunt van de verdediging
De verdachte heeft gelet op de door hem bepleite vrijspraak geen standpunt ingenomen over de strafmaat.
Oordeel van de rechtbank
Algemeen
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdachte.
Ernst van de feiten
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Belaging is een ernstig feit nu het gaat om een misdrijf gericht tegen de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer. Een slachtoffer ondervindt door belaging in veel gevallen gevoelens van angst en onveiligheid. De rechtbank rekent het verdachte te meer aan, omdat hij een politiefunctionaris die beroepsmatig handelde lastig is gaan vallen en daarbij heeft aangegeven ook de familie van het slachtoffer te willen benaderen.
Persoon van verdachte
Naast de ernst van de feiten houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank heeft acht geslagen op de justitiële documentatie van verdachte van 3 mei 2023. Uit die documentatie blijkt dat verdachte weliswaar lang geleden eerder onherroepelijk is veroordeeld voor belaging.
De rechtbank heeft eveneens acht geslagen op het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, opgesteld op 6 oktober 2023 door reclasseringswerker de heer [naam] . De reclassering heeft geen risicotaxatie kunnen uitvoeren, maar acht het evident zorgelijk dat verdachte wederom voor belaging in aanraking is gekomen met justitie.