Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2023-12-13
ECLI:NL:RBNNE:2023:5251
Strafrecht
Beschikking
582 tokens
Dictum
d.d. 13 december 2023
(artikel 80 Wetboek van Strafvordering)
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] (Suriname), inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] , nu gedetineerd in [instelling] .
Raadsvrouw mr. D.N.A. Brouns.
Procedure
Op 8 december 2023 is op de griffie van de rechtbank een verzoekschrift ingekomen dat strekt tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft de officier van justitie en de raadsvrouw gehoord.
Beoordeling
Namens de verdachte is verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis, gelet op de persoonlijke belangen van de verdachte. Daartoe is aangevoerd dat hij een sinds 4 december 2023 onherroepelijke gevangenisstraf van 27 maanden wenst uit te zitten.
In artikel 1:2 lid 1 van het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen is bepaald dat bij ministeriele regeling nadere regels worden gesteld over de volgorde waarin straffen en maatregelen ten uitvoer worden gelegd.
Ingevolge artikel 1:4 van de ministeriële Regeling tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen geldt in beginsel de executie-volgorde van vrijheidsbenemende sancties zoals daarin is bepaald. Daaruit volgt dat tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis vóór gaat op tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf.
Het enkele feit dat sprake is van een verschil in detentieregime bij de executie van een onherroepelijke gevangenisstraf ten opzichte van het detentieregime bij de tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis acht de rechtbank onvoldoende om af te wijken van de tenuitvoerleggingsvolgorde. Van persoonlijke belangen van verdachte die nopen tot afwijking van die volgorde, dan wel persoonlijke belangen die anderszins reden geven voor schorsing van de voorlopige hechtenis, is niet gebleken.
Gelet op bovenstaande wijst de rechtbank het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek tot schorsing af.
Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 13 december 2023 door:
mr. G. Eelsing,voorzitter,
mr. G.H. Boekaar en mr. H.K. de Haan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Peters, griffier.