Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2023-12-18
ECLI:NL:RBNNE:2023:5237
Civiel recht
Kort geding
1,337 tokens
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de verzoekster
strekkende tot wraking van
mr. P. van Eijk
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 29 november 2023;
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 7 december 2023, nadien schriftelijk aangevuld op 11 december 2023, 12 december 2023 en 13 december 2023;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 12 december 2023.
2Het wrakingsverzoek
2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van mr. P. van Eijk, kantonrechter, die is belast met de behandeling van de zaken met zaaknummers [nummer 1] en [nummer 2] , kort gezegd de behandeling van de verzoeken strekkende tot het instellen van bewind over de goederen en gelden van verzoekster en tot het instellen van mentorschap en curatele over verzoekster.
2.2.
De rechtbank begrijpt dat verzoekster aan haar verzoek ten grondslag legt dat de rechter haar wens niet heeft ingewilligd om een tweetal brieven waarop zij een beroep wenst te doen, achter gesloten deuren te bespreken, zonder de aanwezigheid van de GGZ-medewerkers en de beoogd bewindvoerder.
2.3.
De rechter heeft op het verzoek gereageerd en heeft laten weten niet in de wraking te berusten.
Beoordeling
3.1
De rechtbank overweegt dat voor de beoordeling van wrakingsverzoeken de toepasselijke norm is gegeven in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) en artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), in samenhang met de door de Hoge Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens daaromtrent ontwikkelde criteria.
3.2
Artikel 36 Rv bepaalt dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van artikel 37, eerste lid, Rv wordt het wrakingsverzoek gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Dit voorschrift strekt ertoe te verzekeren dat de procedure direct nadat zich feiten of omstandigheden hebben voorgedaan waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, wordt geschorst door indiening van een wrakingsverzoek en niet pas op een later tijdstip nadat er mogelijk al verdere proceshandelingen zijn verricht. Ook wordt beoogd onnodige vertraging van de rechtspleging te voorkomen.
3.3.
Uit het verzoekschrift is gebleken dat de grond die verzoekster aan haar wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd, betrekking heeft op de gang van zaken tijdens het verhoor op 29 november 2023. Op dat moment zijn de feiten en omstandigheden aan verzoekster bekend geworden. Verzoekster heeft vervolgens gewacht tot 7 december 2023 met het indienen van haar wrakingsverzoek. Dat is een week na de zitting geweest. De rechtbank is van oordeel dat verzoekster daarmee te laat is met het indienen van het wrakingsverzoek. Van bijzondere omstandigheden die het tijdsverloop tussen de datum van het verhoor en de datum van het indienen van het wrakingsverzoek zouden kunnen rechtvaardigen, is de rechtbank niet gebleken.
3.4
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk verklaren in het verzoek. De rechtbank komt derhalve niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek.
Dictum
De rechtbank
4.1
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking;
4.2
bepaalt dat de procedures met [nummer 1] en [nummer 2] worden voortgezet in de stand waarin deze zich ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking bevonden;
4.3
beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan:
- verzoekster;
- mr. P. van Eijk;
- de betrokken partijen.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. W.S Sikkema en
mr. C.M. Telman, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier, mr. M.A. Toussaint, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2023.
griffier voorzitter
Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.