Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2023-11-27
ECLI:NL:RBNNE:2023:5003
Civiel recht; Personen- en familierecht
Wraking
972 tokens
Dictum
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Wrakingskamer
zaaknummer: C/18/229016/ KG RK 23-364
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster] ,
verblijvende te [plaats]
hierna te noemen: verzoekster,
(gemachtigde: mr. H.C.L. Crozier),
strekkende tot de wraking van
mr. W. Schoo,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 22 november 2023.
2Het wrakingsverzoek
2.1
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de behandeling van het door de
officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (de Wvggz).
2.2
Verzoekster heeft blijkens de zittingsaantekeningen aan haar verzoek ten grondslag
gelegd dat de rechter onvoldoende rekening heeft gehouden met haar belangen. Gelet hierop is de rechter volgens verzoekster vooringenomen.
2.3
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten.
Beoordeling
3.1
Naar het oordeel van de wrakingskamer is sprake van een kennelijk niet-ontvankelijk verzoek en daarom laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, sub b, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank. Hierna legt de wrakingskamer uit hoe zij tot deze beslissing is gekomen.
3.2
Het middel van wraking is toegekend aan een procespartij die wenst te voorkomen dat een rechter die tegenover een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans aan een procespartij die daarvoor vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. De wet voorziet daarom niet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken van een rechter nadat er een einduitspraak is gedaan.
3.3
Op basis van de zittingsaantekeningen van 22 november 2023 stelt de rechtbank vast dat het wrakingsverzoek is gedaan nadat de rechter mondelinge uitspraak gedaan had. Deze mondelinge uitspraak betrof een eindbeslissing, waarmee de behandeling van de zaak geëindigd was. Dat de rechter nog bezig was om de motivering van zijn mondelinge beslissing over te brengen doet niet af aan het feit dat de uitspraak al was gedaan, nu het dictum al was medegedeeld. Gelet hierop is het wrakingsverzoek ingediend nadat einduitspraak is gedaan.
3.4
Op grond van het voorgaande is het verzoek naar het oordeel van de wrakingskamer te laat ingediend. Dit leidt ertoe dat verzoekster niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar wrakingsverzoek.
Dictum
De wrakingskamer:
verklaart het verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk;
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan:
verzoekster;
de gewraakte rechter; en
de belanghebbende.
Deze beslissing is gegeven door mr. Th. A. Wiersma, voorzitter, mr. J.Y.B. Jansen en
mr. L.T. de Jonge, rechters in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.I. Havinga en in openbaar uitgesproken op 27 november 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.