Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2023-08-29
ECLI:NL:RBNNE:2023:4552
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,538 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling privaatrecht
Locatie Groningen
zaakgegevens : C/18/223912 / JE RK 23-393
beschikking van 29 augustus 2023 over de machtiging tot gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen,
die is gevestigd in Groningen,
en die hierna "de GI" wordt genoemd,
die betrekking heeft op
[de minderjarige] ,
die is geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,
en die hierna " [de minderjarige] " wordt genoemd,
advocaat: mr. A. Atema, die kantoor houdt in Groningen.
De kinderrechter wijst als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
die woont in [woonplaats 1] ,
en die hierna "de moeder" wordt genoemd,
[de vader] ,
die woont in [woonplaats 2] ,
en die hierna "de vader" wordt genoemd.
Het (verdere) procesverloop
Het (verdere) procesverloop blijkt uit de beschikking van de kinderrechter van 7 juli 2023. Bij deze beschikking heeft de kinderrechter met ingang van 7 juli 2023 aan de GI een machtiging verleend om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van twee maanden en iedere verdere beslissing aangehouden. De inhoud van deze beschikking dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
Op 21 augustus 2023 heeft de kinderrechter een brief ontvangen van de GI met daarin de laatste stand van zaken.
Op 28 augustus 2023 heeft de kinderrechter een e-mailbericht ontvangen van de advocaat van [de minderjarige] .
Op 29 augustus 2023 heeft de kinderrechter de zaak opnieuw mondeling behandeld. De kinderrechter heeft toen gesproken met [naam 1] en [naam 2] , die de GI vertegenwoordigen, de ouders, [de minderjarige] en zijn advocaat.
De (verdere) feiten
De kinderrechter gaat bij de (verdere) beoordeling van het verzoek uit van de volgende feiten.
Bij beschikking van 7 juli 2023 heeft de kinderrechter met ingang van diezelfde datum aan de GI een machtiging verleend om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van twee maanden. De kinderrechter heeft iedere verdere beslissing aangehouden en een nieuwe mondelinge behandeling bepaald, waarbij de GI is verzocht om uiterlijk acht dagen voor die mondelinge behandeling de kinderrechter te informeren over de stand van zaken, de verwijzing naar Accare en de diagnostiek die dan heeft plaatsgevonden en het behandelvooruitzicht van [de minderjarige] , zodat de kinderrechter kan beoordelen of een verdere verlenging van de gesloten machtiging nog noodzakelijk is in de zin van art. 8 lid 2 EVRM.
Uit de brief van de GI van 21 augustus 2023 volgt dat het tot 18 juli 2023 goed ging met [de minderjarige] bij JeugdzorgPlus van Elker. [de minderjarige] was in gesprek, stelde zich open en meewerkend op en hield zich aan de afspraken. Hij deed goed mee op de groep en in de lessen op Portalis. Naar aanleiding hiervan mocht [de minderjarige] zijn verloven opbouwen en mocht hij onder begeleiding of samen met zijn moeder naar buiten.
Op 18 juli 2023 is [de minderjarige] weggelopen tijdens een begeleid verlof moment toen hij samen met begeleiding en andere jongeren een ijsje ging halen in de wijk [wijknaam] . Op 10 augustus 2023 kwam er een anonieme melding binnen dat [de minderjarige] bij zijn vriendin verbleef. De politie heeft [de minderjarige] daar vervolgens opgehaald en teruggebracht naar Elker. Op 11 augustus 2023 is [de minderjarige] wederom weggelopen.
Op 8 augustus 2023 heeft de gezinsvoogd [de minderjarige] (opnieuw) aangemeld bij "Yes We Can Clinics". De wachttijd hiervoor bedraagt momenteel circa vijftien weken. [de minderjarige] zal intrinsiek gemotiveerd moeten zijn om dit traject te kunnen starten. Nu [de minderjarige] is weggelopen, is dit nog niet met hem besproken. Ondertussen is de gezinsvoogd op zoek gegaan naar alternatieve woonplekken. Het Alternatief in Leersum is opnieuw benaderd en zij geven aan mogelijk dit najaar plek te hebben.
Op 10 augustus 2023 laat de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) aan de GI weten dat [de minderjarige] wordt verdacht van diefstal met geweld en dat de strafzaak op 6 oktober 2023 plaatsvindt.
Accare heeft aangegeven dat Forensische Jeugdpsychiatrie (FJP) passend zou zijn voor [de minderjarige] Indien hierop niet wordt ingestoken, zal Accare het dossier sluiten omdat zij verder geen behandeling meer kunnen bieden aan [de minderjarige] . Naar aanleiding hiervan heeft de GI besloten FJP in te zetten. De GI acht het daarnaast noodzakelijk dat er systeemtherapie wordt ingezet. Echter, hiervoor is het noodzakelijk dat [de minderjarige] tot rust komt en stabiliseert.
De (verdere) beoordeling
Waar gaat het om in deze zaak?
De kinderrechter dient nog een beslissing te nemen op het resterende deel van het verzoek van de GI, namelijk of de (reguliere) machtiging gesloten jeugdhulp voor [de minderjarige] moet worden verleend tot 7 oktober 2023.
Wat vindt de GI?
De GI heeft toegelicht, samengevat weergegeven, dat Accare perspectief biedt op diagnostiek en aansluitend behandeling en dat een en ander alleen maar kans van slagen heeft als de machtiging wordt verleend. De GI voorziet dat de resterende maand die nu nog kan worden verleend, niet toereikend zal zijn om tot diagnostiek en behandeling te komen. De GI kondigt daarom aan dat zij een verlenging zal verzoeken van de gesloten machtiging, maar dat zij ook gelijktijdig zoekt naar mogelijkheden om zo snel als dat kan [de minderjarige] naar een open setting te kunnen overplaatsen, al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp.
Wat vinden de ouders?
Beide ouders vinden, samengevat weergegeven, dat de nu ingezette hulptrajecten kans van slagen moeten krijgen. Beide ouders maken zich onverminderd grote zorgen over [de minderjarige] en zijn ontwikkeling. Op dit moment is volgens beide ouders dan ook noodzakelijk dat de machtiging wordt verleend, ervan uitgaande dat ook daadwerkelijk de forensische jeugdpsychiatrische diagnostiek en behandeling plaatsvindt en ook wordt gekoerst op het buitenlandtraject.
Wat vindt [de minderjarige] ?
Door en namens [de minderjarige] is aangevoerd, samengevat weergegeven, dat het onder de gegeven omstandigheden begrijpelijk is als de kinderrechter de machtiging zou verlenen, waarbij het belangrijk is dat ook daadwerkelijk op behandeling wordt ingezet op de wijze zoals door de GI voorgesteld. [de minderjarige] zelf wil beslist niet langer gesloten worden geplaatst. [de minderjarige] hoopt dat er een mogelijkheid is dat hij vanuit een open setting hulpverlening kan krijgen, die hij wel wil accepteren.
Wat vindt de kinderrechter?
De kinderrechter vindt dat de gesloten jeugdhulp noodzakelijk is in verband met de ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Opname van [de minderjarige] in een instelling voor gesloten jeugdhulp is en blijft voorlopig ook noodzakelijk, omdat [de minderjarige] zich steeds opnieuw onttrekt aan de voor hem zo noodzakelijke jeugdhulp. De kinderrechter vindt dat op dit moment een beleid door de GI is uitgezet dat leidt tot behandelvooruitzicht dat maakt dat het nu plaatsen van [de minderjarige] is een gesloten accommodatie voor gesloten jeugdzorg evenredig is aan de doelen van de maatregel.
Dictum
De kinderrechter:
verleent een machtiging gesloten jeugdhulp voor de resterende duur van het verzoek en daarom tot 7 oktober 2023, die uitsluitend ten uitvoer mag worden gelegd in de instelling waar [de minderjarige] nu verblijft (Elker Jeugdzorg Plus);
bepaalt dat nieuwe verzoeken van de GI ten aanzien van [de minderjarige] mondeling kunnen worden behandeld op 3 oktober 2023 om 14.00 uur in het gerechtsgebouw in Groningen, Guyotplein 1, onder de voorwaarde dat uiterlijk acht dagen voor deze datum de verzoekschriften bij de rechtbank zijn ingediend en kopieën daarvan zijn verzonden aan de ouders en aan [de minderjarige] zijn advocaat.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.R. Tromp, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2023. De schriftelijke uitwerking is gegeven op 30 augustus 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden.
MP