Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2023-09-26
ECLI:NL:RBNNE:2023:3937
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,791 tokens
Inleiding
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht Locatie Groningen
parketnummer 18.091788.20
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.
26september 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 12 september 2023.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P. Th. van Jaarsveld, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H. Mous.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 3 april 2020 tot en met 4 april 2020 te [adres] , gemeente Oldambt
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte meermalen, althans eenmaal,
een of meer vingers in de vagina en/of anus van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin dat verdachte,
-op het bed waarop die [slachtoffer] lag is gesprongen en/of op haar is gaan liggen en/of
-met beide handen (met kracht) de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgedrukt en/of dichtgedrukt heeft gehouden en/of
-een mes in de nabijheid van die [slachtoffer] heeft gelegd en/of
-de armen van die [slachtoffer] omhoog heeft gedaan en/of een of meer tiewraps om de polsen van die [slachtoffer] heeft gedaan en/of de polsen van die [slachtoffer] met duck-tape (op haar rug) aan elkaar heeft gebonden en/of
-de mond van die [slachtoffer] met ducktape heeft dichtgeplakt en/of
-de pyjamabroek en/of string van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en/of
-de benen van die [slachtoffer] omhoog heeft gedaan en/of tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "bek houden anders zou het nog erger worden".
Beoordeling
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd. Hij heeft zich in lijn met de inhoud van een eerdere sepotbrief en een ambtsbericht in het kader van een 12 Sv-klacht op het standpunt gesteld dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte het feit heeft begaan. Het dossier bevat namelijk zowel steun voor het scenario van aangeefster als voor het scenario van verdachte.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft overeenkomstig een door hem overgelegde pleitnota betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken. Hij heeft benadrukt dat aangeefster op belangrijke punten wisselende verklaringen heeft afgelegd en hij heeft hierbij ook gewezen op hetgeen getuigen over de persoon van aangeefster en haar betrouwbaarheid verklaren, waaruit bovendien een motief voor het ensceneren van een verkrachting kan blijken. Verder heeft hij gemotiveerd aangevoerd dat in het dossier geen bewijs is te vinden dat ondubbelzinnig en uitsluitend de verklaring van aangeefster ondersteunt.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het feit niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
De verklaringen van aangeefster houden samengevat in dat verdachte haar heeft verkracht, waarbij hij onder meer haar keel heeft dichtgedrukt, haar met tiewraps en ducttape heeft vastgebonden en daarbij zichtbaar een mes in haar nabijheid heeft gelegd. Verdachte heeft deze lezing steeds ontkend en heeft verklaard dat aangeefster het betreffende gebeuren in scene heeft gezet. Daarbij is er wel seksueel contact geweest, maar heeft aangeefster zichzelf op een later moment vastgebonden en hierdoor letsel aan zichzelf toegebracht. Verdachte heeft verklaard haar hierna te hebben losgemaakt.
De rechtbank stelt vast dat aangeefster op verschillende punten wisselend en onduidelijk heeft verklaard, terwijl verdachte op relevante punten een consistente verklaring heeft afgelegd. De vraag of het tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen hangt daarom sterk af van de vraag of er voldoende overig bewijs is dat de verklaring van aangeefster ondersteunt.
De rechtbank is van oordeel dat deze vraag ontkennend beantwoord moet worden. De lezing van aangeefster vindt enige ondersteuning in de ter plaatse aangetroffen tiewraps en ducttape, het bij haar geconstateerde letsel en de verklaring van haar moeder. Anderzijds passen de aangetroffen sporen ook in het door verdachte geschetste scenario en zijn er verklaringen van getuigen en WhatsApp-gesprekken die zijn scenario ondersteunen of die in ieder geval niet maken dat dit scenario als onaannemelijk of ongeloofwaardig terzijde kan worden geschoven. De bevindingen die voortkomen uit het forensische onderzoek geven voorts geen uitsluitsel voor het ene of het andere scenario.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het tenlastegelegde, zodat verdachte zal worden vrijgesproken.
Benadeelde partij
[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.471,00 ter vergoeding van materiële schade en € 12.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard moet worden, nu het feit niet kan worden bewezen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard moet worden, aangezien het feit niet kan worden bewezen. Subsidiair heeft hij een aantal schadeposten van de vordering gemotiveerd betwist.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart de vordering van [slachtoffer] niet-ontvankelijk.
Bepaalt dat de benadeelde partij haar eigen proceskosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.V. Nolta, voorzitter, mr. R. Tesfai en mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door mr. A. Dijkstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 september 2023.
Mr. Van Sloten is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.