Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2023-08-08
ECLI:NL:RBNNE:2023:3787
Civiel recht
Bodemzaak
3,042 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: 10447558 CV EXPL 23-2358
Vonnis van 8 augustus 2023
in de zaak van
[eiser] B.V.,
te [vestigingsplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: AGIN Pranger Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de producties.
1.2.
Hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft [gedaagde] geen conclusie van dupliek genomen.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De (verkort weergegeven) feiten
2.1.
[gedaagde] heeft op 27 december 2022 via de website www.onlineveilingmeester.nl het winnende bod uitgebracht op een aantal veilingkavels van [eiser].
2.2.
Bij factuur van 28 december 2022 heeft [eiser] bij [gedaagde] een bedrag van € 3.609,07 in rekening gebracht.
2.3.
Bij e-mail van 11 januari 2023 heeft [gedaagde] [eiser] geschreven dat hij zich op zijn herroepingsrecht beroept.
2.4.
Verzoek en sommatie ten spijt is [gedaagde] niet tot betaling van de factuur overgegaan, waarna [eiser] deze procedure is begonnen.
3De vordering en het verweer
3.1.
[eiser] vordert - zakelijk weergegeven - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 4.130,19, vermeerderd met rente en kosten. Aan de vordering legt [eiser] ten grondslag dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de betalingsverplichting door de factuur van 28 december 2022 onbetaald te laten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering van [eiser].
Beoordeling
4.1.
Kern van deze procedure is de vraag of [gedaagde] de factuur van 28 december 2022 ten bedrage van € 3.609,07 moet betalen. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit het geval en hierover wordt het volgende overwogen.
4.2.
[gedaagde] is van mening dat hij de factuur van 28 december 2022 niet hoeft te betalen aangezien hij gebruik heeft gemaakt van zijn herroepingsrecht als bedoeld in artikel 6:230o van het Burgerlijk Wetboek (BW). [eiser] is het hier niet mee eens. Zij is de mening toegedaan dat [gedaagde] geen beroep kan doen op het herroepingsrecht, omdat de onderhavige veiling een openbare veiling betreft en het herroepingsrecht daarom is uitgezonderd als bedoeld in artikel 6:230p onder c BW.
4.3.
Het herroepingsrecht en de uitzonderingen daarop vinden hun oorsprong in de Richtlijn 2011/83/EU inzake consumentenrechten (hierna: de Richtlijn). Volgens de Richtlijn houdt een openbare veiling in dat handelaren en consumenten persoonlijk bij de veiling aanwezig zijn of daartoe in de gelegenheid worden gesteld. De winnende bieder is verplicht om de zaken of diensten af te nemen. Bij een dergelijke veiling is het herroepingsrecht uitgezonderd. Indien de veiling uitsluitend online plaatsvindt, dan is volgens de Richtlijn geen sprake van een openbare veiling en dan is het herroepingsrecht wel van toepassing. Niet ter discussie staat dat [gedaagde] de mogelijkheid heeft gehad om persoonlijk op de veiling aanwezig te kunnen zijn en om aldaar fysiek te bieden. De onderhavige veiling is met andere woorden een openbare veiling. [gedaagde] heeft online deelgenomen aan deze openbare veiling en hij heeft om die reden geen herroepingsrecht als bedoeld in artikel 6:230p onder c BW, zodat hij als winnende bieder verplicht is om de zaken af te nemen en de factuur van 28 december 2022 te betalen.
4.4.
[gedaagde] heeft zich verder niet verweerd tegen de vordering van [eiser]. Dit betekent dat een bedrag van € 3.609,07 aan hoofdsom zal worden toegewezen en een bedrag van € 35,21 aan reeds verschenen wettelijke rente. De verder gevorderde wettelijke rente is ook toewijsbaar.
4.5.
De vordering voldoet ook aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, zodat het hiervoor gevorderde bedrag van € 485,91 zal worden toegewezen.
4.6.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De meegevorderde nakosten zijn eveneens toewijsbaar en worden begroot op een bedrag van € 132,00. De proceskosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op een bedrag van:
- dagvaardingskosten: € 107,84
- griffierecht: € 487,00
- salaris gemachtigde: € 528,00 (2 punten x € 264,00)
totaal: € 1.122,84
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een bedrag van € 4.130,19 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 3.609,07 vanaf 30 maart 2023 tot de dag van de volledige voldoening;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] begroot op een bedrag van € 1.122,84;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de nakosten, aan de zijde van [eiser] begroot op een bedrag van € 132,00;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst voor zover nodig het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. van den Bosch en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2023.
48315
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: 10447558 CV EXPL 23-2358
Vonnis van 8 augustus 2023
in de zaak van
[eiser] B.V.,
te [vestigingsplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: AGIN Pranger Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de producties.
1.2.
Hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft [gedaagde] geen conclusie van dupliek genomen.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De (verkort weergegeven) feiten
2.1.
[gedaagde] heeft op 27 december 2022 via de website www.onlineveilingmeester.nl het winnende bod uitgebracht op een aantal veilingkavels van [eiser].
2.2.
Bij factuur van 28 december 2022 heeft [eiser] bij [gedaagde] een bedrag van € 3.609,07 in rekening gebracht.
2.3.
Bij e-mail van 11 januari 2023 heeft [gedaagde] [eiser] geschreven dat hij zich op zijn herroepingsrecht beroept.
2.4.
Verzoek en sommatie ten spijt is [gedaagde] niet tot betaling van de factuur overgegaan, waarna [eiser] deze procedure is begonnen.
3De vordering en het verweer
3.1.
[eiser] vordert - zakelijk weergegeven - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 4.130,19, vermeerderd met rente en kosten. Aan de vordering legt [eiser] ten grondslag dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de betalingsverplichting door de factuur van 28 december 2022 onbetaald te laten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering van [eiser].
Beoordeling
4.1.
Kern van deze procedure is de vraag of [gedaagde] de factuur van 28 december 2022 ten bedrage van € 3.609,07 moet betalen. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit het geval en hierover wordt het volgende overwogen.
4.2.
[gedaagde] is van mening dat hij de factuur van 28 december 2022 niet hoeft te betalen aangezien hij gebruik heeft gemaakt van zijn herroepingsrecht als bedoeld in artikel 6:230o van het Burgerlijk Wetboek (BW). [eiser] is het hier niet mee eens. Zij is de mening toegedaan dat [gedaagde] geen beroep kan doen op het herroepingsrecht, omdat de onderhavige veiling een openbare veiling betreft en het herroepingsrecht daarom is uitgezonderd als bedoeld in artikel 6:230p onder c BW.
4.3.
Het herroepingsrecht en de uitzonderingen daarop vinden hun oorsprong in de Richtlijn 2011/83/EU inzake consumentenrechten (hierna: de Richtlijn). Volgens de Richtlijn houdt een openbare veiling in dat handelaren en consumenten persoonlijk bij de veiling aanwezig zijn of daartoe in de gelegenheid worden gesteld. De winnende bieder is verplicht om de zaken of diensten af te nemen. Bij een dergelijke veiling is het herroepingsrecht uitgezonderd. Indien de veiling uitsluitend online plaatsvindt, dan is volgens de Richtlijn geen sprake van een openbare veiling en dan is het herroepingsrecht wel van toepassing. Niet ter discussie staat dat [gedaagde] de mogelijkheid heeft gehad om persoonlijk op de veiling aanwezig te kunnen zijn en om aldaar fysiek te bieden. De onderhavige veiling is met andere woorden een openbare veiling. [gedaagde] heeft online deelgenomen aan deze openbare veiling en hij heeft om die reden geen herroepingsrecht als bedoeld in artikel 6:230p onder c BW, zodat hij als winnende bieder verplicht is om de zaken af te nemen en de factuur van 28 december 2022 te betalen.
4.4.
[gedaagde] heeft zich verder niet verweerd tegen de vordering van [eiser]. Dit betekent dat een bedrag van € 3.609,07 aan hoofdsom zal worden toegewezen en een bedrag van € 35,21 aan reeds verschenen wettelijke rente. De verder gevorderde wettelijke rente is ook toewijsbaar.
4.5.
De vordering voldoet ook aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, zodat het hiervoor gevorderde bedrag van € 485,91 zal worden toegewezen.
4.6.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De meegevorderde nakosten zijn eveneens toewijsbaar en worden begroot op een bedrag van € 132,00. De proceskosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op een bedrag van:
- dagvaardingskosten: € 107,84
- griffierecht: € 487,00
- salaris gemachtigde: € 528,00 (2 punten x € 264,00)
totaal: € 1.122,84
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een bedrag van € 4.130,19 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 3.609,07 vanaf 30 maart 2023 tot de dag van de volledige voldoening;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] begroot op een bedrag van € 1.122,84;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de nakosten, aan de zijde van [eiser] begroot op een bedrag van € 132,00;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst voor zover nodig het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. van den Bosch en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2023.
48315