Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2023-07-20
ECLI:NL:RBNNE:2023:3161
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,660 tokens
Volledig
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht Locatie Assen
parketnummer 18/081632-23
vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 20 juli 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, laatst opgegeven woon- of verblijfplaats: [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 20 juli 2023.
Verdachte is niet verschenen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr.
J. Westerhof.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 21 maart 2023 te Emmen, althans in de gemeente Emmen, althans in Nederland, op of aan de openbare weg, de [adres] , althans een openbare weg, een (gouden) armband, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, die [slachtoffer] heeft geduwd en/of geschopt, waardoor die [slachtoffer] is gevallen en/of
(vervolgens) aan de (gouden) armband van die [slachtoffer] heeft getrokken en/of die [slachtoffer] aan zijn arm (omhoog) heeft getrokken.
Geldigheid van de dagvaarding
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de dagvaarding is betekend. Zij heeft daartoe aangevoerd dat er een eerste poging is gedaan om de dagvaarding te betekenen, maar dat de dagvaarding verdachte niet heeft bereikt aangezien verdachte met onbestemde bestemming zou zijn vertrokken. De dagvaarding is niet uitgereikt aan het openbaar ministerie, maar praktisch gezien maakt dit geen verschil. Ook dan zou er een afschrift van de dagvaarding naar het door verdachte laatst opgegeven adres zijn verstuurd, alwaar hij niet meer verblijft. Subsidiair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding nietig dient te worden verklaard.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank beschikt niet over een akte van uitreiking waaruit blijkt dat de dagvaarding op de bij de wet voorgeschreven wijze aan verdachte is betekend. Nu verdachte niet is verschenen dient de dagvaarding derhalve -nu ook anderszins niet is gebleken dat verdachte op de hoogte is van de datum en het tijdstip van de terechtzitting- nietig te worden verklaard.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart de dagvaarding nietig.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.M. Wolters, voorzitter, mr. M. van den Steenhoven en mr. H. Hanssen, rechters, bijgestaan door mr. E.C. Kasper-Kerkdijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 juli 2023.
Volledig
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht Locatie Assen
parketnummer 18/081632-23
vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 20 juli 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, laatst opgegeven woon- of verblijfplaats: [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 20 juli 2023.
Verdachte is niet verschenen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr.
J. Westerhof.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 21 maart 2023 te Emmen, althans in de gemeente Emmen, althans in Nederland, op of aan de openbare weg, de [adres] , althans een openbare weg, een (gouden) armband, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, die [slachtoffer] heeft geduwd en/of geschopt, waardoor die [slachtoffer] is gevallen en/of
(vervolgens) aan de (gouden) armband van die [slachtoffer] heeft getrokken en/of die [slachtoffer] aan zijn arm (omhoog) heeft getrokken.
Geldigheid van de dagvaarding
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de dagvaarding is betekend. Zij heeft daartoe aangevoerd dat er een eerste poging is gedaan om de dagvaarding te betekenen, maar dat de dagvaarding verdachte niet heeft bereikt aangezien verdachte met onbestemde bestemming zou zijn vertrokken. De dagvaarding is niet uitgereikt aan het openbaar ministerie, maar praktisch gezien maakt dit geen verschil. Ook dan zou er een afschrift van de dagvaarding naar het door verdachte laatst opgegeven adres zijn verstuurd, alwaar hij niet meer verblijft. Subsidiair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding nietig dient te worden verklaard.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank beschikt niet over een akte van uitreiking waaruit blijkt dat de dagvaarding op de bij de wet voorgeschreven wijze aan verdachte is betekend. Nu verdachte niet is verschenen dient de dagvaarding derhalve -nu ook anderszins niet is gebleken dat verdachte op de hoogte is van de datum en het tijdstip van de terechtzitting- nietig te worden verklaard.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart de dagvaarding nietig.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.M. Wolters, voorzitter, mr. M. van den Steenhoven en mr. H. Hanssen, rechters, bijgestaan door mr. E.C. Kasper-Kerkdijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 juli 2023.