Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2023-07-13
ECLI:NL:RBNNE:2023:2848
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
7,062 tokens
Inleiding
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht Locatie Groningen
parketnummer 18.255661.21
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 13 juli 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboorte datum] , wonende te [adres] [Plaats] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 29 juni 2023.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. D.A. Souisa, advocaat te Breda. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.E. Eijzenga.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 25 maart 2021 tot en met 26 maart 2021, te [Plaats] althans in de gemeente Emmen, althans in Nederland, (meermalen) een ander, te weten [Naam] , behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland of haar daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die [Naam] in auto van Duitsland naar Nederland te vervoeren en/of over de grens te brengen terwijl hij, verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was.
Beoordeling
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het feit dat hij te bewijzen acht op grond van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het feit en heeft daartoe samengevat - het volgende aangevoerd.
Primair kan niet worden bewezen dat de toegang tot of doorreis door Nederland van [Naam] (de rechtbank begrijpt: [Naam] ) wederrechtelijk was.
[Naam] heeft na het feit asiel aangevraagd in Nederland en vanaf dat moment verbleef zij rechtmatig in Nederland, dan wel werd haar verblijf door de instanties in Nederland gedoogd. Verder is het op grond van Dublinwetgeving niet onaannemelijk dat Nederland verantwoordelijk werd voor de internationale bescherming van [Naam] , nu zij naar Nederland is gekomen om zich te herenigen met haar partner, zijnde verdachte. Mocht er wel sprake van een wederrechtelijk verblijf zijn geweest, dan was dit verschoonbaar omdat zij recht had op asiel in Nederland.
Subsidiair kan niet worden bewezen dat verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat toegang tot of doorreis door Nederland van [Naam] wederrechtelijk was.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. De door verdachte ter zitting van 29 juni 2023 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Ik heb [Naam] op donderdag 25 maart 2021 opgehaald van het AZC te [Plaats] in Duitsland en ben met haar naar mijn huis in [Plaats] gereden. De volgende dag is zij weer met mij meegereden om mijn broer uit Duitsland op te halen. Op de terugweg zijn wij bij de Nederlandse grens aangehouden. Ik wist dat [Naam] asiel had aangevraagd in Duitsland.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding d.d. 26 maart 2021,opgenomen op pagina 18 e.v. van het dossier van de Koninklijke Marechaussee, Landelijk Tactisch Commando, Brigade Oostgrens-Noord, met nummer PL27NN/21-000970, ongedateerd, inhoudend als relaas van verbalisanten:
Op vrijdag 26 maart 2021, omstreeks 12:18 uur, zagen wij een personenauto rijden op de [adres] te
[Plaats] , in de gemeente Emmen. Hierbij hebben wij een grenspassage geconstateerd. De bestuurder overhandigde mij, verbalisant [Naam] , een Nederlands rijbewijs met goed gelijkende foto. Ik zag dat deze persoon [verdachte] heette en geboren was [geboorte datum] . Wij hoorden de bestuurder zeggen dat de vrouwelijke inzittende geen grensoverschrijdende documenten bij zich had.
(p. 20) Wij hoorden de bestuurder zeggen dat hij haar gisteren opgehaald heeft in [Plaats] in Duitsland. Ik, verbalisant [Naam] , liet de vrouwelijke inzittende haar naam opschrijven met haar geboortedatum en haar huidige woonadres. Hier zag ik de volgende gegevens:
Naam: [Naam] , geboren [geboorte datum] .
Ik, verbalisant [Naam] , hoorde via de telefoon de medewerker van Grens Gemeenschappelijk coördinatiecentrum zeggen, dat haar asielaanvraag in Duitsland was afgewezen. Verder vertelde de medewerker dat er nog een Dublin-claim van Spanje liep.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 26 maart 2021, opgenomen op pagina 78 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [Naam] :
(p. 80) V: Welke nationaliteiten bezit u?
A: Marokkaanse. Ik heb geen documenten. Ik was in bezit van een paspoort, dat is in Duitsland door de politie ingenomen.
(p. 83) V: Waar heeft [verdachte] u opgehaald?
A: De stad [Plaats] V: Wat deed je in [Plaats] A: Het betreft een AZC.
V: Toen je gisteren uit [Plaats] hierheen kwam, had je toen documenten bij je?
A: Ja, een identiteitsbewijs dat afgegeven is in [Plaats] . Een kaart voor binnen het AZC, en eentje voor buiten het AZC.
V: Wat is jouw doel in Nederland?
A: Een gelegenheid om zelfstandig mij in Nederland te vestigen.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 maart 2021, opgenomen op pagina 66 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
In de telefoon van verdachte [verdachte] , [verdachte] heb ik het volgende relevante aangetroffen:
(p. 67) WHATSAPP
Gesprek met [Naam] (de rechtbank begrijpt: [Naam] )
Donderdag 4 februari
[verdachte] : Het enige probleem is, dat jij ergens leeft of woont dat jij werk vindt en papieren. Al deze heb dingen heb ik voor je.
[Naam] : Mijn vriendin zegt dat ik het kan vergeten dat ik papieren krijg in Nederland en nog moeilijker in Duitsland.
[verdachte] : Nee dat is makkelijk want je inkomen bepaalt je positie in het leven.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 maart 2021, opgenomen op pagina 69 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
INSTAGRAM
Gesprek met [verdachte] Car's (de rechtbank begrijpt: verdachte)
4 maart
[verdachte] car's: Oke is goed, er komt tijd die zeer nabij is en jij zal mijn handen kussen zodat ik jou help. En wij zullen elkaar dit herinneren. Als de politie komt voor uitzetting neemt jou mee van huis. En dan zul je zeggen: Oh god had ik maar geluisterd naar [verdachte] , dan had ik dit niet mee kunnen maken.
[verdachte] car's: Maar jij bent nieuw in Europa en jij weet niet wat jij te wachten staat. Ik steek mijn hand uit voor hulp en jij hebt afgewezen. De Duitse politie voor uitzetting is de smerigste politie op de hele wereld. Geen barmhartigheid in hun hart.
Vanuit jou kamer direct naar het vliegtuig.
WHATSAPP
Gesprek met [verdachte] . Begin van de chat op zondag 21-03-2021:
[Naam] : Het gaat niet goed want ik moet weg van hier.
[verdachte] : Ik zei tegen jou echt waar maar jij hebt niet naar mij geluisterd.
(p. 71)
[Naam] : Ik ben heel erg bang
[verdachte] : Je bent bij mij veilig, geloof me. Vertrouw maar lx in mij.
[Naam] : Maar wat ga ik doen in Nederland.
[verdachte] : Er is wel een oplossing voor het probleem nu, maar straks gaan wij kijken wat jij hier wil doen. Belangrijk is dat jij hier heen komt.
[Naam] : Wil je mij meenemen voor altijd of neem je mij mee en dat ik daarna weer terugkeer. Ik dacht dat ik naar Spanje zou gaan.
[verdachte] : Nee ik wil jou meenemen voor altijd en hopelijk dat alles goed gaat tussen ons.
[verdachte] : Oke maar je moet opletten dat ze niet plotseling bij jou invallen en jou meenemen naar het vliegveld.
Bewijsoverwegingen
Op grond van de bewijsmiddelen staat vast dat de toegang tot of doorreis door Nederland van [Naam] op 25 en 26 maart 2021 wederrechtelijk was. Haar asielaanvraag in Duitsland was afgewezen en zij zou vanuit dat land worden uitgezet. De omstandigheid dat [Naam] na de ten laste gelegde periode asiel in Nederland heeft aangevraagd en zij gedurende de asielprocedure in Nederland mocht verblijven, zoals de raadsman heeft aangevoerd, maakt dat niet anders. Evenmin kan een beroep op de door de raadsman aangehaalde Dublinwetgeving in dit geval slagen. De verweren van de raadsman hieromtrent worden dus verworpen.
De rechtbank acht daarbij tevens bewezen dat verdachte wetenschap had van deze wederrechtelijkheid. De inhoud van de hiervoor opgenomen chatgesprekken spreken in zoverre voor zich en behoeven geen nadere bespreking.
Inleiding
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht Locatie Groningen
parketnummer 18.255661.21
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 13 juli 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboorte datum] , wonende te [adres] [Plaats] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 29 juni 2023.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. D.A. Souisa, advocaat te Breda. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.E. Eijzenga.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 25 maart 2021 tot en met 26 maart 2021, te [Plaats] althans in de gemeente Emmen, althans in Nederland, (meermalen) een ander, te weten [Naam] , behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland of haar daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die [Naam] in auto van Duitsland naar Nederland te vervoeren en/of over de grens te brengen terwijl hij, verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was.
Beoordeling
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het feit dat hij te bewijzen acht op grond van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het feit en heeft daartoe samengevat - het volgende aangevoerd.
Primair kan niet worden bewezen dat de toegang tot of doorreis door Nederland van [Naam] (de rechtbank begrijpt: [Naam] ) wederrechtelijk was.
[Naam] heeft na het feit asiel aangevraagd in Nederland en vanaf dat moment verbleef zij rechtmatig in Nederland, dan wel werd haar verblijf door de instanties in Nederland gedoogd. Verder is het op grond van Dublinwetgeving niet onaannemelijk dat Nederland verantwoordelijk werd voor de internationale bescherming van [Naam] , nu zij naar Nederland is gekomen om zich te herenigen met haar partner, zijnde verdachte. Mocht er wel sprake van een wederrechtelijk verblijf zijn geweest, dan was dit verschoonbaar omdat zij recht had op asiel in Nederland.
Subsidiair kan niet worden bewezen dat verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat toegang tot of doorreis door Nederland van [Naam] wederrechtelijk was.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. De door verdachte ter zitting van 29 juni 2023 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Ik heb [Naam] op donderdag 25 maart 2021 opgehaald van het AZC te [Plaats] in Duitsland en ben met haar naar mijn huis in [Plaats] gereden. De volgende dag is zij weer met mij meegereden om mijn broer uit Duitsland op te halen. Op de terugweg zijn wij bij de Nederlandse grens aangehouden. Ik wist dat [Naam] asiel had aangevraagd in Duitsland.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding d.d. 26 maart 2021,opgenomen op pagina 18 e.v. van het dossier van de Koninklijke Marechaussee, Landelijk Tactisch Commando, Brigade Oostgrens-Noord, met nummer PL27NN/21-000970, ongedateerd, inhoudend als relaas van verbalisanten:
Op vrijdag 26 maart 2021, omstreeks 12:18 uur, zagen wij een personenauto rijden op de [adres] te
[Plaats] , in de gemeente Emmen. Hierbij hebben wij een grenspassage geconstateerd. De bestuurder overhandigde mij, verbalisant [Naam] , een Nederlands rijbewijs met goed gelijkende foto. Ik zag dat deze persoon [verdachte] heette en geboren was [geboorte datum] . Wij hoorden de bestuurder zeggen dat de vrouwelijke inzittende geen grensoverschrijdende documenten bij zich had.
(p. 20) Wij hoorden de bestuurder zeggen dat hij haar gisteren opgehaald heeft in [Plaats] in Duitsland. Ik, verbalisant [Naam] , liet de vrouwelijke inzittende haar naam opschrijven met haar geboortedatum en haar huidige woonadres. Hier zag ik de volgende gegevens:
Naam: [Naam] , geboren [geboorte datum] .
Ik, verbalisant [Naam] , hoorde via de telefoon de medewerker van Grens Gemeenschappelijk coördinatiecentrum zeggen, dat haar asielaanvraag in Duitsland was afgewezen. Verder vertelde de medewerker dat er nog een Dublin-claim van Spanje liep.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 26 maart 2021, opgenomen op pagina 78 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [Naam] :
(p. 80) V: Welke nationaliteiten bezit u?
A: Marokkaanse. Ik heb geen documenten. Ik was in bezit van een paspoort, dat is in Duitsland door de politie ingenomen.
(p. 83) V: Waar heeft [verdachte] u opgehaald?
A: De stad [Plaats] V: Wat deed je in [Plaats] A: Het betreft een AZC.
V: Toen je gisteren uit [Plaats] hierheen kwam, had je toen documenten bij je?
A: Ja, een identiteitsbewijs dat afgegeven is in [Plaats] . Een kaart voor binnen het AZC, en eentje voor buiten het AZC.
V: Wat is jouw doel in Nederland?
A: Een gelegenheid om zelfstandig mij in Nederland te vestigen.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 maart 2021, opgenomen op pagina 66 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
In de telefoon van verdachte [verdachte] , [verdachte] heb ik het volgende relevante aangetroffen:
(p. 67) WHATSAPP
Gesprek met [Naam] (de rechtbank begrijpt: [Naam] )
Donderdag 4 februari
[verdachte] : Het enige probleem is, dat jij ergens leeft of woont dat jij werk vindt en papieren. Al deze heb dingen heb ik voor je.
[Naam] : Mijn vriendin zegt dat ik het kan vergeten dat ik papieren krijg in Nederland en nog moeilijker in Duitsland.
[verdachte] : Nee dat is makkelijk want je inkomen bepaalt je positie in het leven.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 maart 2021, opgenomen op pagina 69 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
INSTAGRAM
Gesprek met [verdachte] Car's (de rechtbank begrijpt: verdachte)
4 maart
[verdachte] car's: Oke is goed, er komt tijd die zeer nabij is en jij zal mijn handen kussen zodat ik jou help. En wij zullen elkaar dit herinneren. Als de politie komt voor uitzetting neemt jou mee van huis. En dan zul je zeggen: Oh god had ik maar geluisterd naar [verdachte] , dan had ik dit niet mee kunnen maken.
[verdachte] car's: Maar jij bent nieuw in Europa en jij weet niet wat jij te wachten staat. Ik steek mijn hand uit voor hulp en jij hebt afgewezen. De Duitse politie voor uitzetting is de smerigste politie op de hele wereld. Geen barmhartigheid in hun hart.
Vanuit jou kamer direct naar het vliegtuig.
WHATSAPP
Gesprek met [verdachte] . Begin van de chat op zondag 21-03-2021:
[Naam] : Het gaat niet goed want ik moet weg van hier.
[verdachte] : Ik zei tegen jou echt waar maar jij hebt niet naar mij geluisterd.
(p. 71)
[Naam] : Ik ben heel erg bang
[verdachte] : Je bent bij mij veilig, geloof me. Vertrouw maar lx in mij.
[Naam] : Maar wat ga ik doen in Nederland.
[verdachte] : Er is wel een oplossing voor het probleem nu, maar straks gaan wij kijken wat jij hier wil doen. Belangrijk is dat jij hier heen komt.
[Naam] : Wil je mij meenemen voor altijd of neem je mij mee en dat ik daarna weer terugkeer. Ik dacht dat ik naar Spanje zou gaan.
[verdachte] : Nee ik wil jou meenemen voor altijd en hopelijk dat alles goed gaat tussen ons.
[verdachte] : Oke maar je moet opletten dat ze niet plotseling bij jou invallen en jou meenemen naar het vliegveld.
Bewijsoverwegingen
Op grond van de bewijsmiddelen staat vast dat de toegang tot of doorreis door Nederland van [Naam] op 25 en 26 maart 2021 wederrechtelijk was. Haar asielaanvraag in Duitsland was afgewezen en zij zou vanuit dat land worden uitgezet. De omstandigheid dat [Naam] na de ten laste gelegde periode asiel in Nederland heeft aangevraagd en zij gedurende de asielprocedure in Nederland mocht verblijven, zoals de raadsman heeft aangevoerd, maakt dat niet anders. Evenmin kan een beroep op de door de raadsman aangehaalde Dublinwetgeving in dit geval slagen. De verweren van de raadsman hieromtrent worden dus verworpen.
De rechtbank acht daarbij tevens bewezen dat verdachte wetenschap had van deze wederrechtelijkheid. De inhoud van de hiervoor opgenomen chatgesprekken spreken in zoverre voor zich en behoeven geen nadere bespreking.
Beoordeling
Ook op dit punt wordt het verweer van de raadsman verworpen.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
hij in de periode van 25 maart 2021 tot en met 26 maart 2021 te Nederland, meermalen, een ander, te weten [Naam] , behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, door die [Naam] in auto van Duitsland naar Nederland te vervoeren en over de grens te brengen terwijl hij, verdachte, wist dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:
Mensensmokkel, meermalen gepleegd.
Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De officier van justitie heeft daarbij onder meer gelet op de ouderdom van de zaak.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft - mede gelet op de ouderdom van de zaak - gepleit voor de oplegging van een geheel voorwaardelijke straf, dan wel een onvoorwaardelijke straf in de vorm van een taakstraf.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel. Hij heeft een uit Marokko afkomstige vrouw, van wie de asielaanvraag in Duitsland was afgewezen, overgehaald om naar Nederland te komen en daar als zijn vriendin bij hem te komen wonen. Nadat zij daarmee had ingestemd heeft hij haar met de auto bij het AZC in [Plaats] waar zij verbleef opgehaald en meegenomen naar Nederland.
Door mensensmokkel wordt het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist en wordt bijgedragen aan het in stand houden van een illegaal circuit.
Gelet hierop, alsmede op de straffen die voor soortgelijke feiten door rechters plegen te worden opgelegd en het signaal dat daarvan uit het oogpunt van generale preventie dient uit te gaan, acht de rechtbank de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden per gesmokkelde in beginsel gerechtvaardigd.
Gelet evenwel op de ouderdom van de zaak en de omstandigheid dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld, zal de rechtbank deze straf geheel voorwaardelijk opleggen en daaraan een proeftijd van twee jaren verbinden.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 197a van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.
Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.B. Maring, voorzitter, mr. O.J. Bosker en J.V. Nolta, rechters, bijgestaan door W. Brandsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 juli 2023.
Mr. Maring en mr. Bosker zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Beoordeling
Ook op dit punt wordt het verweer van de raadsman verworpen.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
hij in de periode van 25 maart 2021 tot en met 26 maart 2021 te Nederland, meermalen, een ander, te weten [Naam] , behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, door die [Naam] in auto van Duitsland naar Nederland te vervoeren en over de grens te brengen terwijl hij, verdachte, wist dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:
Mensensmokkel, meermalen gepleegd.
Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De officier van justitie heeft daarbij onder meer gelet op de ouderdom van de zaak.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft - mede gelet op de ouderdom van de zaak - gepleit voor de oplegging van een geheel voorwaardelijke straf, dan wel een onvoorwaardelijke straf in de vorm van een taakstraf.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel. Hij heeft een uit Marokko afkomstige vrouw, van wie de asielaanvraag in Duitsland was afgewezen, overgehaald om naar Nederland te komen en daar als zijn vriendin bij hem te komen wonen. Nadat zij daarmee had ingestemd heeft hij haar met de auto bij het AZC in [Plaats] waar zij verbleef opgehaald en meegenomen naar Nederland.
Door mensensmokkel wordt het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist en wordt bijgedragen aan het in stand houden van een illegaal circuit.
Gelet hierop, alsmede op de straffen die voor soortgelijke feiten door rechters plegen te worden opgelegd en het signaal dat daarvan uit het oogpunt van generale preventie dient uit te gaan, acht de rechtbank de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden per gesmokkelde in beginsel gerechtvaardigd.
Gelet evenwel op de ouderdom van de zaak en de omstandigheid dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld, zal de rechtbank deze straf geheel voorwaardelijk opleggen en daaraan een proeftijd van twee jaren verbinden.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 197a van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.
Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.B. Maring, voorzitter, mr. O.J. Bosker en J.V. Nolta, rechters, bijgestaan door W. Brandsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 juli 2023.
Mr. Maring en mr. Bosker zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.