Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2023-06-14
ECLI:NL:RBNNE:2023:2345
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,032 tokens
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer / rekestnummer: 10388096 \ VZ VERZ 23-6
Beschikking van 14 juni 2023
in de zaak van
AREND VISSER,
te Hijum,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Arend (roepnaam),
met als belanghebbenden
HIDTJE SIETSKE ZIJLSTRA
te Hijum
hierna te noemen: de moeder,
en
MELLE VISSER
te Dokkum
hierna te noemen: de vader,
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift tot handlichting op de voet van artikel 1:235 BW met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 13 maart 2023,
- de mondelinge behandeling van 2 juni 2023, waarbij Arend, de moeder en de vader zijn verschenen.
1.2.
Vervolgens is beschikking bepaald op vandaag.
2Het verzoek
2.1.
Arend verzoekt de kantonrechter om over de volgende bevoegdheden te mogen beschikken:
- het ontvangen van inkomsten en de beschikking daarover,
- het sluiten van verhuringen en verpachtingen,
- het in een vennootschap deelnemen en het uitoefenen van een beroep of bedrijf,
- het aangaan van overeenkomsten tot een bedrag van € 7.000,00.
Beoordeling
3.1.
Op verzoek van een minderjarige, die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, kan de kantonrechter 'handlichting' verlenen. Handlichting is een voorziening waardoor aan die minderjarige bepaalde bevoegdheden van een meerderjarige kunnen worden toegekend. De kantonrechter kan in beginsel geen handlichting verlenen tegen de wil van de ouders, voor zover deze het gezag over de minderjarige uitoefenen. Omdat de kantonrechter zich bij de beoordeling van het verzoek moet laten leiden door het belang van de minderjarige en beoordelen of de gevraagde handlichting verantwoord kan worden geacht, moet een weigering van de ouders om toestemming te verlenen wel redelijk zijn. Als de kantonrechter de weigering onredelijk acht, kan toch handlichting verleend worden.
3.2.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Arend de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en dat de vader en de moeder samen het ouderlijk gezag over hem uitoefenen. Uit het verzoekschrift blijkt dat de moeder instemt met het verlenen van handlichting.
3.3.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter met Arend gesproken over de achtergrond van zijn verzoek. Arend gaf aan dat hij zijn onderneming uit wil gaan breiden. Door meer te gaan adverteren, mogelijk zelfs in heel Nederland, wil hij de onderneming naamsbekendheid geven. Als de onderneming goed gaat lopen zou hij misschien zelfs wel een werkplaats willen huren om daar producten te maken. Nu doet hij dat in de schuur bij de moeder. Uit het gesprek heeft de kantonrechter op kunnen maken dat Arend voldoende heeft nagedacht over de gevolgen van zijn plannen en dat hij zich bewust is van het feit dat hij zich daarvoor niet in grote schulden moet steken. De moeder heeft aangegeven vertrouwen te hebben in het vermogen van Arend om de onderneming op een verstandige manier te runnen, waarbij zij heeft aangegeven dat zij hem waar zij kan zal helpen (wat zij nu ook al doet). Ook heeft Arend aangegeven voor financieel advies terecht te kunnen bij een neef die in de accountancy werkt.
3.4.
De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling echter aangegeven dat hij niet wil dat de kantonrechter handlichting verleent aan Arend. Volgens de vader doet Arend er onverstandig aan om geld te steken in zijn onderneming vóór hij meerderjarig is. Arend moet de komende jaren (blijven) sparen en niet gaan investeren in zijn bedrijf, aldus de vader. Voorbeelden uit het verleden waaruit blijkt dat Arend op een onverstandige manier omging met geld, of op een andere manier risico's nam, kon de vader niet geven tijdens de zitting.
3.5.
Hoewel de vader niet instemt met het verzoek van Arend, zal de kantonrechter toch de gevraagde handlichting verlenen. De kantonrechter vindt de weigering van de vader namelijk onredelijk. Er zijn immers geen duidelijke aanwijzingen dat Arend niet goed om kan gaan met verantwoordelijkheden. Bovendien kan de handlichting weer worden ingetrokken als blijkt dat Arend er misbruik van maakt, of als er gegronde vrees bestaat dat dit zal gebeuren. Een intrekking kan ook plaatsvinden op verzoek van één van de ouders die het ouderlijk gezag uitoefenen. Als de vader dus zou merken dat Arend toch niet goed omgaat met de handlichting, dan kan hij dat aan de kantonrechter laten weten.
3.6.
De kantonrechter zal dus de handlichting verlenen, maar vindt het verzochte maximumbedrag van € 7.000,00 voor het aangaan van overeenkomsten wel erg hoog. Een bedrag van € 5.000,00 lijkt de kantonrechter voor nu voldoende. Daarom zal dit bedrag in de beslissing hieronder worden opgenomen.
3.7.
Arend zal er rekening mee moeten houden dat de handlichting pas geldig is nadat deze in gepubliceerd. De wet bepaalt namelijk dat de beschikking waarbij handlichting is verleend, bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant en twee in de beschikking aan te wijzen dagbladen. De bedoeling van de wetgever is daarbij geweest dat op die manier zoveel mogelijk personen kennis kunnen nemen van de handlichting. Tegenwoordig heeft bijna iedereen toegang tot het internet, waardoor publicatie van de handlichting op het internet in de praktijk een ruimer bereik heeft dan een publicatie in een dagblad. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat met publicatie van de handlichting op die manier volstaan kan worden. Omdat de Staatscourant op internet beschikbaar is en de publicatie kosteloos is, zal de kantonrechter bepalen dat publicatie dient plaats te vinden in de Staatscourant en daarnaast zal de kantonrechter bepalen dat deze beschikking in niet-geanonimiseerde vorm zal worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. De griffier zal zorgdragen voor deze publicaties, zodat Arend hiervoor niets hoeft te doen.
3.8.
Arend moet wél zelf zorgdragen voor inschrijving van de handlichting in het handelsregister. Hierbij moeten de datum waarop de handlichting is verkregen, de bevoegdheden die zijn toegekend en de datum van uitgave en het nummer van de publicatie in de Staatscourant worden vermeld.
3.9.
Tot slot wijst de kantonrechter nog op het volgende.
3.10.
Arend krijgt door de handlichting bepaalde bevoegdheden van een meerderjarige, maar is, zolang hij minderjarig is, niet bekwaam tot het beschikken over registergoederen, effecten, of door hypotheek gedekte vorderingen.
Dictum
De kantonrechter
4.1.
verleent aan Arend, geboren op 14 januari 2007, handlichting tot:
- het ontvangen van inkomsten en de beschikking daarover;
- het sluiten van verhuringen en verpachtingen;
- het in een vennootschap deelnemen en het uitoefenen van een beroep of bedrijf;
- het aangaan van overeenkomsten tot een bedrag van € 5.000,00.
4.2.
draagt de griffier op om deze beschikking te publiceren in de (digitale) Staatscourant en op www.rechtspraak.nl.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.Th.M. Zwart-Sneek en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2023.
c 53230
Artikel 1:235 lid 1 BW.
Artikel 1:235 lid 2 BW.
Zie Hoge Raad 13 maart 1987, NJ 1988/190
Artikel 1:237 lid 1 BW.
Artikel 36 lid 1 Handelsregisterbesluit 2008.
Artikel 36 lid 2 Handelsregisterbesluit 2008.
Artikel 1:235 lid 3 BW.
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer / rekestnummer: 10388096 \ VZ VERZ 23-6
Beschikking van 14 juni 2023
in de zaak van
AREND VISSER,
te Hijum,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Arend (roepnaam),
met als belanghebbenden
HIDTJE SIETSKE ZIJLSTRA
te Hijum
hierna te noemen: de moeder,
en
MELLE VISSER
te Dokkum
hierna te noemen: de vader,
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift tot handlichting op de voet van artikel 1:235 BW met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 13 maart 2023,
- de mondelinge behandeling van 2 juni 2023, waarbij Arend, de moeder en de vader zijn verschenen.
1.2.
Vervolgens is beschikking bepaald op vandaag.
2Het verzoek
2.1.
Arend verzoekt de kantonrechter om over de volgende bevoegdheden te mogen beschikken:
- het ontvangen van inkomsten en de beschikking daarover,
- het sluiten van verhuringen en verpachtingen,
- het in een vennootschap deelnemen en het uitoefenen van een beroep of bedrijf,
- het aangaan van overeenkomsten tot een bedrag van € 7.000,00.
Beoordeling
3.1.
Op verzoek van een minderjarige, die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, kan de kantonrechter 'handlichting' verlenen. Handlichting is een voorziening waardoor aan die minderjarige bepaalde bevoegdheden van een meerderjarige kunnen worden toegekend. De kantonrechter kan in beginsel geen handlichting verlenen tegen de wil van de ouders, voor zover deze het gezag over de minderjarige uitoefenen. Omdat de kantonrechter zich bij de beoordeling van het verzoek moet laten leiden door het belang van de minderjarige en beoordelen of de gevraagde handlichting verantwoord kan worden geacht, moet een weigering van de ouders om toestemming te verlenen wel redelijk zijn. Als de kantonrechter de weigering onredelijk acht, kan toch handlichting verleend worden.
3.2.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Arend de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en dat de vader en de moeder samen het ouderlijk gezag over hem uitoefenen. Uit het verzoekschrift blijkt dat de moeder instemt met het verlenen van handlichting.
3.3.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter met Arend gesproken over de achtergrond van zijn verzoek. Arend gaf aan dat hij zijn onderneming uit wil gaan breiden. Door meer te gaan adverteren, mogelijk zelfs in heel Nederland, wil hij de onderneming naamsbekendheid geven. Als de onderneming goed gaat lopen zou hij misschien zelfs wel een werkplaats willen huren om daar producten te maken. Nu doet hij dat in de schuur bij de moeder. Uit het gesprek heeft de kantonrechter op kunnen maken dat Arend voldoende heeft nagedacht over de gevolgen van zijn plannen en dat hij zich bewust is van het feit dat hij zich daarvoor niet in grote schulden moet steken. De moeder heeft aangegeven vertrouwen te hebben in het vermogen van Arend om de onderneming op een verstandige manier te runnen, waarbij zij heeft aangegeven dat zij hem waar zij kan zal helpen (wat zij nu ook al doet). Ook heeft Arend aangegeven voor financieel advies terecht te kunnen bij een neef die in de accountancy werkt.
3.4.
De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling echter aangegeven dat hij niet wil dat de kantonrechter handlichting verleent aan Arend. Volgens de vader doet Arend er onverstandig aan om geld te steken in zijn onderneming vóór hij meerderjarig is. Arend moet de komende jaren (blijven) sparen en niet gaan investeren in zijn bedrijf, aldus de vader. Voorbeelden uit het verleden waaruit blijkt dat Arend op een onverstandige manier omging met geld, of op een andere manier risico's nam, kon de vader niet geven tijdens de zitting.
3.5.
Hoewel de vader niet instemt met het verzoek van Arend, zal de kantonrechter toch de gevraagde handlichting verlenen. De kantonrechter vindt de weigering van de vader namelijk onredelijk. Er zijn immers geen duidelijke aanwijzingen dat Arend niet goed om kan gaan met verantwoordelijkheden. Bovendien kan de handlichting weer worden ingetrokken als blijkt dat Arend er misbruik van maakt, of als er gegronde vrees bestaat dat dit zal gebeuren. Een intrekking kan ook plaatsvinden op verzoek van één van de ouders die het ouderlijk gezag uitoefenen. Als de vader dus zou merken dat Arend toch niet goed omgaat met de handlichting, dan kan hij dat aan de kantonrechter laten weten.
3.6.
De kantonrechter zal dus de handlichting verlenen, maar vindt het verzochte maximumbedrag van € 7.000,00 voor het aangaan van overeenkomsten wel erg hoog. Een bedrag van € 5.000,00 lijkt de kantonrechter voor nu voldoende. Daarom zal dit bedrag in de beslissing hieronder worden opgenomen.
3.7.
Arend zal er rekening mee moeten houden dat de handlichting pas geldig is nadat deze in gepubliceerd. De wet bepaalt namelijk dat de beschikking waarbij handlichting is verleend, bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant en twee in de beschikking aan te wijzen dagbladen. De bedoeling van de wetgever is daarbij geweest dat op die manier zoveel mogelijk personen kennis kunnen nemen van de handlichting. Tegenwoordig heeft bijna iedereen toegang tot het internet, waardoor publicatie van de handlichting op het internet in de praktijk een ruimer bereik heeft dan een publicatie in een dagblad. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat met publicatie van de handlichting op die manier volstaan kan worden. Omdat de Staatscourant op internet beschikbaar is en de publicatie kosteloos is, zal de kantonrechter bepalen dat publicatie dient plaats te vinden in de Staatscourant en daarnaast zal de kantonrechter bepalen dat deze beschikking in niet-geanonimiseerde vorm zal worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. De griffier zal zorgdragen voor deze publicaties, zodat Arend hiervoor niets hoeft te doen.
3.8.
Arend moet wél zelf zorgdragen voor inschrijving van de handlichting in het handelsregister. Hierbij moeten de datum waarop de handlichting is verkregen, de bevoegdheden die zijn toegekend en de datum van uitgave en het nummer van de publicatie in de Staatscourant worden vermeld.
3.9.
Tot slot wijst de kantonrechter nog op het volgende.
3.10.
Arend krijgt door de handlichting bepaalde bevoegdheden van een meerderjarige, maar is, zolang hij minderjarig is, niet bekwaam tot het beschikken over registergoederen, effecten, of door hypotheek gedekte vorderingen.
Dictum
De kantonrechter
4.1.
verleent aan Arend, geboren op 14 januari 2007, handlichting tot:
- het ontvangen van inkomsten en de beschikking daarover;
- het sluiten van verhuringen en verpachtingen;
- het in een vennootschap deelnemen en het uitoefenen van een beroep of bedrijf;
- het aangaan van overeenkomsten tot een bedrag van € 5.000,00.
4.2.
draagt de griffier op om deze beschikking te publiceren in de (digitale) Staatscourant en op www.rechtspraak.nl.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.Th.M. Zwart-Sneek en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2023.
c 53230
Artikel 1:235 lid 1 BW.
Artikel 1:235 lid 2 BW.
Zie Hoge Raad 13 maart 1987, NJ 1988/190
Artikel 1:237 lid 1 BW.
Artikel 36 lid 1 Handelsregisterbesluit 2008.
Artikel 36 lid 2 Handelsregisterbesluit 2008.
Artikel 1:235 lid 3 BW.