Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2023-05-25
ECLI:NL:RBNNE:2023:2114
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,250 tokens
Inleiding
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht Locatie Groningen
parketnummer 18.194921.22
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 25 mei 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 11 mei 2023.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.J. Flach, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Houwink.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 september 2021 tot en met 10 december 2021 te Groningen tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, (telkens)
[slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft/hebben mishandeld door
[slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] (langdurig)
in een vervuilde en onhygiënische woning te laten leven, te laten slapen en/of telaten verblijven en/of
de (noodzakelijke) medische zorg en/of (noodzakelijke) tandheelkundige zorgen/of (noodzakelijke) psychische zorg en/of (noodzakelijke) lichamelijke verzorging te onthouden en/of
onvoldoende en/of niet constant en/of niet adequaat lichamelijke verzorging tebieden en/of
te weinig en/of onregelmatig eten te geventen gevolge waarvan de gezondheid van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] opzettelijk is benadeeld.
Beoordeling
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het tenlastegelegde. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Er was sprake van een ongezonde leefsituatie voor de kinderen. De verdachte hadden (samen met zijn partner) anders kunnen handelen. Er is hen hulp aangeboden en dat hebben ze onvoldoende geaccepteerd. Daarmee kan de mishandeling door verwaarlozing, waardoor de gezondheid van de kinderen opzettelijk is benadeeld, wettig en overtuigend worden bewezen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Beide ouders ontkennen de onhoudbare woon- en leefsituatie voor de kinderen niet, maar beoordeeld moet worden of hiermee een grens is overschreden in strafrechtelijke zin. Het dossier leunt zwaar op de verklaring van de oude school van de kinderen en op onderbuikgevoelens. Er is echter onvoldoende wettig en overtuigend bewijs of door het handelen van verdachten sprake is geweest van het opzettelijk benadelen van de gezondheid van de kinderen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
Uit het dossier komt naar voren dat de kinderen opgroeiden in een ernstig vervuilde en verrommelde woning waar het voor de jonge kinderen van verdachten onleefbaar moet zijn geweest. Het dossier ademt verwaarlozing van de kinderen, niet alleen waar het gaat om de (hygiënische) situatie in de woning, maar ook waar het gaat om het voeden, beschermen en zorgen voor het lichamelijk en geestelijk welzijn van de kinderen. Aan die situatie is door ingrijpen van buitenaf – de school van de kinderen nam het initiatief hiertoe – een einde gekomen.
Het voorstaande maakt echter nog niet dat er sprake is van opzettelijke benadeling van de
gezondheid van de kinderen, zoals verdachten in de tenlastelegging wordt verweten.
Het dossier biedt vooral veel aanknopingspunten voor de veronderstelling dat verdachten in de ten laste gelegde periode van ruim drie maanden inmiddels al in een situatie waren geraakt waaruit zij door allerlei omstandigheden – financiën, gezondheid, schaamte – geen uitweg meer konden vinden. Dat ze hebben nagelaten hierbij hulp toe te laten of in te schakelen is betreurenswaardig, maar levert naar het oordeel van de rechtbank niet een opzettelijk handelen of nalaten op zoals bedoeld in artikel 300 Wetboek van strafrecht. Van het bewust op de koop toe nemen van een aanmerkelijke kans op gezondheidsnadeel, zoals minimaal vereist is voor het ten laste gelegde, is niet gebleken.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J.V. Nolta, voorzitter, mr. O.J. Bosker en mr. H.J. Schuth, rechters, bijgestaan door mr. L.S. Gosselaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 mei 2023.