Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2022-05-13
ECLI:NL:RBNNE:2022:1506
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,272 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: LEE 21/1526 en LEE 21/1527
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 13 mei 2022 in de zaken tussen
[eiseres] ., te [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. G.F. Priester),
en
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Emmen, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde verweerder] ).
Procesverloop
Verweerder heeft aan eiseres met dagtekening 5 juni 2020 een naheffingsaanslag opgelegd in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) ten bedrage van € 3.156.
Tegelijk met dit besluit heeft verweerder bij beschikking een bedrag van € 20 aan belastingrente in rekening gebracht.
Bij uitspraak op bezwaar heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij de naheffingsaanslag verminderd tot een bedrag van € 2.612. De belastingrente heeft verweerder overeenkomstig verminderd tot € 17.
Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De rechtbank heeft dit beroep gesplist in 2 zaken met zaaknummers LEE 21/1526 (voor het voertuig met kenteken [kenteken voertuig 1] ) en LEE 21/1527 (kenteken [kenteken voertuig 2] )
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 april 2022. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, bijgestaan door taxateur [taxateur eiseres] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [medewerker verweerder 1] bijgestaan door [medewerker verweerder 2] .
Overwegingen
Feiten
1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan.
1.1.
Eiseres heeft op 22 november 2019 aangifte BPM gedaan voor een Ford Focus Wagon 1.0 EcoBoost Titanium Business met kenteken [kenteken voertuig 1] (Ford Focus) naar een te betalen bedrag van € 2.020. De aangifte is door verweerder op 25 november 2019 ontvangen. De registratie van het kenteken heeft plaatsgevonden op 18 januari 2020.
1.2.
De datum eerste toelating van de Ford Focus is 14 februari 2019. De kilometerstand op het moment van aangifte bedroeg 9.631.
1.3.
De voor de Ford Focus te betalen BPM van € 2.020 is door eiseres berekend aan de hand van een taxatierapport van [taxateur eiseres] met datum 11 november 2019. De verschuldigde BPM is berekend op basis van een historische nieuwprijs van € 31.143 en handelsinkoopwaarde van € 9.251. Die handelsinkoopwaarde is als volgt berekend:
“Handelsinkoopwaarde voor correctie
€ 16.297
Af: correctie wegens schade
€ 5.969
Bij: correctie conform X-ray matrix
€ 150
Af: correctie i.v.m. geen oordeel over km stand
€ 1.500
Waarde correctie totaal:
€ 7.046
Handelsinkoopwaarde na correctie
€ 9.251”
1.4.
De onder 1.3. opgenomen handelsinkoopwaarde voor correctie is bepaald met behulp van een X-ray koerslijst, waarbij de optie ‘Rental’ is aangevinkt.
1.5.
Verweerder heeft eiseres uitgenodigd om de Ford Focus te tonen bij Domeinen Roerende Zaken (DRZ). Eiseres is daar niet verschenen. DRZ heeft met dagtekening 4 december 2019 een taxatierapport op basis van ‘no show’ en de bij haar bekende gegevens opgemaakt. De volgens dat rapport verschuldigde BPM van € 3.483 is door DRZ berekend op basis van een historische nieuwprijs van € 32.050 en handelsinkoopwaarde van € 16.445.
1.6.
Eiseres heeft op 18 november 2019 aangifte BPM gedaan voor een Ford EcoSport 1.0 EcoBoost ST-Line met kenteken [kenteken voertuig 2] (Ford EcoSport) naar een te betalen bedrag van € 2.256. De aangifte is door verweerder op 25 november 2019 ontvangen. De registratie van het kenteken heeft plaatsgevonden op 11 december 2019.
1.7.
De datum eerste toelating van de Ford EcoSport is 30 april 2019. De kilometerstand op het moment van aangifte bedroeg 10.828.
1.8.
De voor de Ford EcoSport te betalen BPM van € 2.256 is door eiseres berekend aan de hand van een taxatierapport van [taxateur eiseres] met datum 11 november 2019. De verschuldigde BPM is berekend op basis van een historische nieuwprijs van € 33.480 en handelsinkoopwaarde van € 8.819. Die handelsinkoopwaarde is als volgt berekend:
“Handelsinkoopwaarde voor correctie
€ 16.125
Af: correctie wegens schade
€ 6.006
Bij: correctie conform autotelex matrix
€ 200
Af: correctie i.v.m. geen oordeel over km stand
€ 1.500
Waarde correctie totaal:
€ 7.3.06
Handelsinkoopwaarde na correctie
€ 8.819”
1.9.
De onder 1.8. opgenomen handelsinkoopwaarde voor correctie is bepaald met behulp van een Autotelex koerslijst waarop de optie ‘rental’ niet aanwezig is.
1.10.
Verweerder heeft eiseres uitgenodigd om de Ford Ecosport te tonen bij Domeinen Roerende Zaken (DRZ). Eiseres is daar niet verschenen. DRZ heeft met dagtekening 4 december 2019 een taxatierapport op basis van ‘no show’ en de bij haar bekende gegevens gemaakt. De volgens dat rapport verschuldigde BPM van € 4.087 is door DRZ berekend op basis van een historische nieuwprijs van € 32.685 en handelsinkoopwaarde van € 16.068. Daarbij is tevens rekening gehouden met een extra leeftijdskorting.
1.11.
Verweerder heeft op basis van de bevindingen van DRZ (zie 1.5. en 1.10.) aan eiseres een naheffingsaanslag BPM opgelegd.
1.12.
Bij uitspraak op bezwaar heeft verweerder een deel van de door de taxateur van eiseres opgegeven meer dan normale gebruiksschade alsnog geaccepteerd. Het betreft het paneel deurgreep, een sluitcilinder, een band en de tankklep van de Ford Focus voor een bedrag van € 1.230,44 inclusief omzetbelasting. Bij de Ford Ecosport gaat het om lakschades aan de voorbumper en achterspoiler ten bedrage van € 890,32 inclusief omzetbelasting.
Geschil
2. Tussen partijen is in geschil of verweerder de naheffingsaanslag BPM bij uitspraak op bezwaar tot de juiste hoogte heeft vastgesteld. Meer specifiek is in geschil of bij beide voertuigen rekening moet worden gehouden met een hoger bedrag aan meer dan normale gebruiksschade dan verweerder bij uitspraak op bezwaar heeft gedaan. Ook is bij beide voertuigen in geschil of de handelsinkoopwaarde verminderd moet worden vanwege het ontbreken van een oordeel over de kilometerstand. Met betrekking tot de Ford Ecosport is daarnaast nog in geschil of er een bedrag op de handelsinkoopwaarde in mindering dient te komen vanwege het verhuurverleden (ex-rental). Niet in geschil is dat er bij beide voertuigen sprake is van auto’s met meer dan normale gebruiksschade, waarbij de waarde aan de hand van een taxatierapport bepaald mag worden.
Meer dan normale gebruiksschade
3.1.
Eiseres stelt dat er sprake is van meer dan normale gebruiksschade en wijst ter onderbouwing van dit standpunt op de taxatierapporten van [taxateur eiseres] (zie 1.3.). Eiser wijst met betrekking tot de Ford Ecosport in het bijzonder op de beschadigingen aan de achterbumper, het scherm rechtsachter en de motorkap. Met betrekking tot de Ford Focus wijst eiseres in het bijzonder op de lakbeschadigingen. Ook voert eiseres ter zake van beide voertuigen aan dat de waarde met € 85 verminderd moet worden omdat een Nederlandstalig boekenpakket ontbreekt.
3.2.
Verweerder stelt dat eiseres de door haar aangevoerde meer dan normale gebruiksschade niet aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder stelt dat een deel van de beschadigingen niet zichtbaar is op de foto’s in eiseres’ taxatierapport en dat de beschadigingen die wel zichtbaar zijn, normaal zijn voor de leeftijd en kilometerstand van het voertuig. Verweerder wijst er op dat eiseres het voertuig niet aan DRZ heeft getoond en hij de gestelde schade daardoor niet kan controleren. Het ontbreken van een Nederlandstalig boekenpakket is volgens verweerder niet aan te merken als een waardeverminderende factor. Daarnaast voert verweerder aan, met een beroep op interne compensatie, dat dit niet tot een verlaging van de verschuldigde BPM kan leiden omdat er bij uitspraak op bezwaar een te hoge vermindering is toegekend. Verweerder stelt dat de in de uitspraak op bezwaar geaccepteerde schades niet, of althans niet tot de door hem geaccepteerde bedragen, aanwezig zijn.
3.3.
De rechtbank overweegt dat het aan eiseres, die zich beroept op verminderingen van de BPM, is om feiten te stellen en, bij betwisting daarvan door verweerder, aannemelijk te maken, die kunnen leiden tot een vermindering van de verschuldigde belasting.De rechtbank wijst er daarbij op dat normale gebruiksschade niet in mindering gebracht kan worden op de handelsinkoopwaarde van de auto. Onder normale gebruiksschade dient te worden verstaan slijtage en kleine beschadigingen die ontstaan door gebruik van een voertuig en die passen bij de leeftijd en kilometrage van het voertuig.
3.4.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat de door haar gestelde schades aanwezig zijn. De rechtbank kan namelijk op de (donkere) foto’s in het dossier de betreffende schades niet waarnemen. Ook zijn de schades die op de close-up foto’s wel zichtbaar zijn, niet zichtbaar op de overzichtsfoto’s. De rechtbank acht het wel aannemelijk dat er bij uitspraak op bezwaar bij beide voertuigen in ieder geval voor een bedrag van € 85 te veel aan schade is geconstateerd. De rechtbank ziet daarom, voor zover al sprake zou zijn van een waardeverminderende factor, geen aanleiding om de naheffingsaanslag vanwege het ontbreken van een boekenpakket te verminderen.
Oordeel kilometerstand
4.1.
Eiseres stelt dat de handelsinkoopwaarde van beide voertuigen met € 1.500 verminderd dient te worden omdat een oordeel van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) over de kilometerstand ontbreekt. Dit maakt de auto’s volgens eiseres minder waard dan gelijksoortige voertuigen waar wel een oordeel aanwezig is.
4.2.
Verweerder stelt dat elke geïmporteerde auto geen oordeel van de RDW over de kilometerstand krijgt en dat dit ook zo blijft als de auto binnen Nederland wordt doorverkocht. De invloed daarvan op de handelsinkoopwaarde – welke overigens ook door verweerder wordt betwist – is daarom volgens verweerder al in de koerslijsten verwerkt.
4.3.
De rechtbank overweegt dat de gemachtigde van eiseres ter zitting heeft bevestigd dat bij geïmporteerde auto’s altijd een oordeel van de RDW over de kilometerstand ontbreekt en dat dit gebrek altijd aan een voertuig blijft kleven, ook als het betreffende voertuig later op de binnenlandse markt worden doorverkocht. Daarom heeft eiseres naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat er in de koerslijsten geen auto’s zijn opgenomen waarvan de RDW geen oordeel over de kilometerstand heeft gegeven en dat dit gegeven dus niet al in de koerslijsten is verwerkt. Eiseres heeft dus met betrekking tot beide voertuigen niet aannemelijk gemaakt dat met een waardevermindering rekening zou moeten worden gehouden wegens het ontbreken van een oordeel over de kilometerstand.
Ex-rental
5.1.
Eiseres stelt dat de Ford Ecosport een voormalige huurauto (ex-rental) is en als zodanig minder waard is dan een vergelijkbaar voertuig, vanwege het stigma op deze auto’s en omdat de betreffende voertuigen intensiever en minder zorgvuldig gebruikt worden. Eiseres bepleit daarom een waardevermindering van € 1.193.
5.2.
Verweerder betwist niet dat het gaat om een ex-rental, maar betwist wel de betreffende waardevermindering. Verweerder stelt dat ex-rental voertuigen ook al in de koerslijsten verwerkt zijn. Verder stelt verweerder dat eiseres met de waardevermindering wegens ‘afleverklaar maken huurauto’ niet aannemelijk heeft gemaakt dat het gaat om schade ten bedrage van € 1.193.
5.3.
De rechtbank is van oordeel dat de gestelde vermindering niet in aanmerking kan worden genomen. Eiseres heeft ervoor gekozen de handelsinkoopwaarde te bepalen aan de hand van een Autotelex koerslijst, waarin de variabele ‘ex-rental’ niet is opgenomen. Het staat eiseres in dat geval niet vrij om een vermindering wegens ‘ex-rental’ in aanmerking te nemen. Ten overvloede wijst de rechtbank er op dat de taxateur van eiseres ter zitting desgevraagd heeft verklaard dat het hier gaat om reinigingskosten. Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk geworden dat sprake is van een bovenmatig vervuilde auto.
Belastingrente
6. Het beroep wordt geacht mede betrekking te hebben op de belastingrente. Eiseres heeft geen zelfstandige gronden tegen de in rekening gebrachte belastingrente aangevoerd. De rechtbank ziet geen aanleiding af te wijken van de beschikking belastingrente. Hierbij wijst de rechtbank eiseres erop dat het bedrag van de belastingrente het bedrag van de aanslag volgt.
Conclusie
7. Gelet op het hiervoor overwogene, zijn de naheffingsaanslag BPM en beschikkingen belastingrente bij uitspraak op bezwaar niet te hoog vastgesteld. De beroepen zijn ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.P.D. Mathey-Bal, rechter, in aanwezigheid van mr. L. van Eijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel 10, achtste lid, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (hierna: Wet Bpm).
Hoge Raad 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:847 en Hoge Raad 21 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1695.
Op grond van artikel 2, aanhef en onderdeel c, van de Wet BPM.
Vergelijk Hoge Raad 28 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:331.
Hoge Raad 28 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:331.