Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2018-07-04
ECLI:NL:RBNNE:2018:2583
vonnis RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Leeuwarden zaaknummer / rolnummer: C/17/122057 / HA ZA 12-287 Vonnis van 4 juli 2018 in de zaak van [eiser] , wonende te [plaats] , eiser, advocaat mr. F.J. Hommersom te Utrecht, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRIVATEER YACHTS B.V. , gevestigd te Uitwellingerga , gedaagde, advocaat mr. M. Dekker te Purmerend. Partijen zullen hierna [eiser] en Privateer genoemd worden. 1 De procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 2 november 2016; het deskundigenbericht van 14 februari 2017 van de deskundigen Van der Zee en Schuijt; de conclusie na deskundigenbericht van 31 mei 2017 van de zijde van Privateer ; het deskundigenbericht van 16 november 2017 van de deskundige De Roos; de conclusie na deskundigenbericht van 3 januari 2018 van de zijde van Privateer ; de conclusie na deskundigenbericht, tevens vermeerdering/wijziging/specificatie van eis van 3 januari 2018 van de zijde van [eiser] ; de antwoordconclusie na deskundigenbericht van 14 februari 2018 van de zijde van Privateer ; de conclusie na deskundigenbericht, tevens vermeerdering/wijziging/specificatie van eis van 14 februari 2018 van de zijde van [eiser] ; de antwoordconclusie (in reactie op vermeerdering eis) van 28 februari 2018 van de zijde van Privateer . 1.2. Ten slotte is wederom vonnis bepaald. 2 De verdere beoordeling 2.1. In haar tussenvonnis van 2 november 2016 heeft de rechtbank De Roos tot deskundige benoemd en aan hem de volgende vragen voorgelegd: Voldoet het schip aan de geldende CE-vereisten met betrekking tot de mogelijkheid om te lenzen? Voldoet de constructie van de kimkielen van het schip, gezien het mogelijke veiligheidsaspect, aan de geldende CE-vereisten? Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn? 2.2. De Roos heeft daarover gerapporteerd, nadat de deskundigen Van der Zee en Schuijt de rechtbank ingevolge het tussenvonnis van 6 januari 2016 en het herstelvonnis van 3 februari 2016 hadden geïnformeerd over de aan het schip verrichte herstelwerkzaamheden. 2.3. Partijen hebben alvorens werd begonnen met de herstelwerkzaamheden afspraken gemaakt ten aanzien van de uitvoering daarvan. Bij e-mailbericht van 5 juli 2016 heeft Privateer aan [eiser] het volgende - voor zover van belang - geschreven: "Letzte Woche habben wir Ihr Schiff aus das Wasser genomen und auf verschiedene Weise gewichtet. Wir haben die Messungen und das Modell des Rumpfes mit einem Computerprogramm berechnet. Wir haben auch in das Modell, um Ihre eigene Aufgabe eingearbeitet. (…) Der Schwerpunkt des Schiffes befindet sich direkt hinter dem Dieseltank in dem Maschinenraum. Wir suchten nach Möglichkeiten, um das Schwerpunkt zu enderen. und/oder hinteren das Lagerkapazität (nach oben gerichtete Kraft) zu reduzieren. Das Modell und unsere engineer zeigt, dass es am besten ist, die Wassertanks zu bewegen. Technisch ist es möglich, um den Raum in die bade-Plattform dafür verwenden. Unsere vorschlage is, dass wir zwei Kunststoftanks machen, und in die badeplattform platzen. Wir denkendas wir 350-400 ltr wasser pro tank machen kunnen. Die vorste zwei Wassertanks werden dan nicht mehr gebraucht. Wir wollen den Raum zwischen den Kunststofftanks und dem Rumpf (circa 5 cm.) isolieren, Dies um die Warscheinlichkeit von Frost so klein wie möglich zu machen. In der Mitte der Badeplattform wollen wir eine Luke (wasserdicht) machen, damit das Heckstrallrudder zugänglich bleibt. Das Modell zeigt, dass mit diese Änderung das schiff besser zu trimmen ist… Wenn Sie oke sind dann wollen wir einem Praxistest mit einem losen Tank auf der Badeplattform tun. Dan wissen wir genau im Praktik wie das schif beweegt und ob wir eine gute Lösung haben. Wenn das klappt, dann brauchen wir einige Zeit um die arbeit zu machen. (…). Vielleicht ist es auch ein Möglichkeit das wir bald zusammen kommen und reden uber ein complete losung?" 2.4. Op Hierbij dient te worden opgemerkt dat de ligging ook beïnvloed wordt door de hoeveelheid en locatie van proviand en inboedel. (…) CONCLUSIE Resumerend kan worden vastgesteld dat de punten uit het herstelvonnis met vakmanschap en met goedkeuring door ondergetekenden zijn uitgevoerd. Naar het oordeel van de deskundigen zijn bij een aantal punten het maximaal haalbare resultaat behaald. Privateer heeft de aangebrachte wijzigingen aan het vaartuig (met name betreffende punt 7) verwoord in een aanvullend boordboek. Bij de overdracht van het vaartuig zal [eiser] een uitgebreide instructie krijgen over de wijze van gebruik van deze aanpassingen. (…) Naar aanleiding van de ingediende punten en opmerkingen kan het navolgende worden opgemerkt: De opmerking " Maximaal haalbare " is niet bedoeld als een voorbehoud c.q. een onvolkomenheid maar dient gelezen te worden als een toelichting. - ligging vaartuig Bij de opmerking " het maximaal haalbare is gerealiseerd " wordt bedoeld dat dit punt correct en naar tevredenheid van ondergetekenden zijn uitgevoerd. Het vaartuig ligt nu volgens de wens van de heer [eiser] enigszins achterover daar het eerst voorover lag. Een vaartuig zal nooit geheel gelijk lastig liggen, m.b.v. de extra tanks kan er naar gelieve getrimd worden. - interieur " Maximaal haalbare " bij het herstellen van beschadigingen in het interieur; enig kleurverschil bij een dergelijk herstel zal altijd optreden. Een dergelijk kleurverschil treedt ook op bij punt 75 waar de teakhouten frame is aangepast nu zijn deze symmetrisch gemonteerd. Het optredende kleurverschil is inherent aan de wijze van herstel. - tanks in het achterschip Het spreekt voor zich dat bij het plaatsen van de extra tanks extra opslagcapaciteit is verkregen. - windscherm Betreffende punt 87 hebben de deskundigen dit als volgt omschreven: "De voor- en zijschermen zijn volledig wegklapbaar. Dit is tijdens de inspectie door Privateer gedemonstreerd." Ondanks het feit dat dit een gebruikelijke en gangbare constructie is kan niet voorbij gegaan worden aan het feit dat de panelen niet afzonderlijk wegklapbaar zijn. De opmerkingen hierover van de heer [eiser] is derhalve terecht. De overige opmerkingen nemen de deskundigen ter kennisgeving aan en/of zijn, waar nodig, in het bericht verwerkt. Het is juist dat door het inkorten van de ankerketting 1 meter korter is geworden, de deskundigen zien dit niet als een waarde / gebruiks vermindering." 2.12. De Roos heeft op 15 december 2016 een technisch onderzoek op het vaartuig en op de aanwezige documenten uitgevoerd. In zijn rapport van 16 november 2017 heeft De Roos geconcludeerd dat het schip met betrekking tot de mogelijkheid om te lenzen en ten aanzien van de constructie van de kimkielen voldoet aan de geldende CE-vereisten. Voor zover van belang heeft De Roos nog het volgende geschreven: "Tijdens de beoordeling hebben we geen verklaring van overeenstemming gezien. Wel het certificaat maar in principe moet er voor een volledige CE markering ook een verklaring van overeenstemming zijn die door de Privateer getekend moet zijn. (…) Antwoord op van Hommerson advocatuur (…): De correcte en getekende documenten moeten aanwezig zijn. Op dit punt wijkt men af van de eisen uit de richtlijn pleziervaartuigen. (…) Conclusie Het vaartuig voldoet aan de minimale eisen voor de Richtlijn pleziervaartuigen en daarmee is de CE markering terecht aangebracht. Niet alle documenten konden gecontroleerd worden. Het is nodig om nog te controleren of deze allemaal correct zijn opgemaakt en met elkaar in overeenstemming zijn. Antwoord op van Hommerson advocatuur (…): De richtlijn pleziervaartuigen gaat uit van minimale wettelijke vereisten er is geen manier om verder te meten en aan te tonen in hoeverre het vaartuig beter en slechter is als een ander vaartuig. Wel staat vast dat het vaartuig ruim aan de minimale vereisten voldoet. " 2.13. In een e-mailbericht van 19 december 2017 heeft Van der Zee aan Hommersom het volgende - voor zover van bel In het voorjaar als het schip weer met water getankt kan worden kunnen wij de verschillende situaties met het water-vullen langslopen." 2.15. [eiser] heeft Privateer bij brief van 28 december 2017 medegedeeld dat zij nog steeds in gebreke is en toerekenbaar tekort schiet ten aanzien van de drinkwatertanks en de CE-documentatie. 2.16. In een e-mailbericht van 3 januari 2018 heeft de gemachtigde van Privateer aan de gemachtigde van [eiser] het volgende - voor zover van belang - medegedeeld: "Het door cliënte rechtstreeks aan u verzonden bericht van 22 december 2017 is kennelijk door u verkeerd begrepen. U doet op basis van dit bericht in ieder geval een aantal onjuiste aannames. In het bericht wordt door cliënte geenszins erkend dat er een mogelijkheid bestaat dat de afsluiter zou ontbreken. Cliënte heeft enkel opmerkingen gemaakt over het gebruik en eventuele nadere uitleg hierover. Ook wordt door u aangenomen dat er door cliënte geen technische documentatie zou zijn opgemaakt. Dit is wel degelijk gedaan, met de experts doorgenomen en aan uw cliënt overhandigd. Ik verwijs u hiervoor naar uw cliënt. Dit is overigens ook terug te vinden in de rapportage van de heren Van der Zee en Schuijt. Ook is niet juist dat er, bij de uitvoering van de werkzaamheden, extra ballast is aangebracht. De reeds aanwezige ballast is door cliënte benut. Ook dit is in overleg met de deskundigen gedaan, waarna hun goedkeuring is gevolgd. Ook nu is er van enig tekortschieten aan de zijde van cliënte geen sprake." Reactie [eiser] op rapporten 2.17. [eiser] heeft in zijn conclusie na deskundigenbericht - samengevat - ten aanzien van het rapport van Van der Zee en Schuijt gesteld dat Privateer niet aan al haar verplichtingen heeft voldaan. Volgens [eiser] is Privateer de tussen hen gemaakte afspraak om afzonderlijk wegklapbare ramen en de afspraak om een luik te maken om de toegang tot de hekschroef en de inhoudsmeter te vergemakkelijken, niet nagekomen. Verder bestaat er nog steeds een kleurverschil met betrekking tot de toegangsdeur naar de stuurhut en ligt het schip nog steeds niet waterpas. Door de plaatsing van de watertanks in het zwemplateau is het schip dieper dan voorheen in het water komen te liggen, waardoor de uitlaat onder de waterlijn komt. Verder loopt de voorste watertank nog steeds via de stuurboord wingtank vol, omdat de afsluiter daarvoor ontbreekt. Ten aanzien van het rapport van De Roos heeft [eiser] gesteld dat het weinig technisch diepgaand is en dat daaruit blijkt dat Privateer haar verplichtingen jegens hem niet is nagekomen door het ontbreken van de wettelijk voorgeschreven verklaring van overeenstemming. Met betrekking tot de gebreken die [eiser] zelf heeft verholpen, heeft [eiser] gesteld dat de kosten daarvan voor rekening van Privateer dienen te komen, omdat vaststaat dat Privateer ten aanzien van deze punten toerekenbaar tekort is geschoten. [eiser] heeft de rechtbank daarbij verzocht aansluiting te zoeken bij de door de deskundigen Van der Zee en Schuijt in hun rapport van 23 mei 2014 genoemde herstelkosten. 2.18. In zijn antwoordconclusie na deskundigenbericht heeft [eiser] aangevoerd dat Privateer de CE-documentatie en de documentatie aangaande de ballasttanks en de manier van trimmen niet aan hem heeft overgelegd. Verder heeft [eiser] aangevoerd dat er ten onrechte extra ballast in het achterschip is aangebracht. [eiser] heeft tot slot zijn eis uitgebreid door te vragen Privateer , op straffe van een dwangsom, te verplichten hem adequaat schriftelijk een instructie te verschaffen over hoe hij het trimsysteem met de diverse tanks moet gebruiken. Reactie Privateer op rapporten 2.19. Privateer heeft in haar conclusie na deskundigenbericht - samengevat - ten aanzien van het rapport van Van der Zee en Schuijt gesteld dat Privateer met het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden volgens de deskundigen aan haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst jegens [eiser] heeft voldaan en dat de vorderingen van [eiser] moeten worde Verder heeft [eiser] zijn eis vermeerderd met zijn vordering tot verplichting van Privateer - op straffe van een dwangsom - hem schriftelijk te informeren over het gebruik van het trimsysteem met de diverse tanks. 2.23. Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.9 in het tussenvonnis van 13 april 2016 en gezien de bezwaren van Privateer is de rechtbank van oordeel dat deze eiswijzigingen in strijd zijn met de eisen van een goede procesorde. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] zijn eis in een te laat stadium gewijzigd door pas na 5,5 jaar procederen en nadat er diverse deskundigenrapporten, conclusies en aktes in het geding zijn gebracht zijn eis te wijzigen. Het toestaan van deze eisvermeerderingen zou tot een onredelijke vertraging van het geding en tot een onredelijke bemoeilijking van de verdediging leiden. Privateer heeft haar verweer immers gebaseerd op de aanvankelijke vorderingen van [eiser] . Gelet op het voorgaande laat de rechtbank deze eisvermeerderingen dan ook buiten beschouwing. CE-documentatie 2.24. De rechtbank laat eveneens de stellingen van [eiser] ter zake van de CE-documentatie en de verklaring van overeenstemming buiten beschouwing. Naast het feit dat de CE-documentatie en bedoelde verklaring niet eerder dan naar aanleiding van het rapport van De Roos voor [eiser] een punt zijn geworden en deze punten geen onderdeel uitmaakten van de vastgestelde gebreken die Privateer diende te herstellen en waarover de deskundigen zich moesten uitlaten, vormt het al dan niet aanwezig zijn van deze documentatie en de verklaring - partijen verschillen hierover van mening - naar het oordeel van de rechtbank geen gebrek dat aan het normale gebruik van het schip in de weg staat dan wel kán staan. De rechtbank verwijst in dit verband naar rechtsoverwegingen 2.15 en 2.18 in haar tussenvonnis van 6 januari 2016, waarin zij heeft bepaald dat Privateer naast de gebreken die aan het normale gebruik in de weg staan eveneens de gebreken die aan het normale gebruik in de weg kúnnen staan, dient te herstellen. Naar het oordeel van de rechtbank is de lijst met gebreken, zoals opgenomen in de bij tussenvonnis van 3 februari 2016 gewijzigde rechtsoverweging 2.18, voor Privateer en de deskundigen het uitgangspunt geweest voor haar herstelwerkzaamheden respectievelijk hun beoordeling en valt het punt ter zake van de CE-documentatie daarbuiten. Nu De Roos bovendien in zijn rapport heeft geconcludeerd dat het schip "ruim aan de minimale vereisten voldoet", is van een gebrek geen sprake. Rapport De Roos 2.25. Uit de omschrijvingen en foto's in het rapport van De Roos is de rechtbank gebleken dat hij technisch onderzoek op het schip heeft gedaan en dat hij daarnaast de aanwezige documenten heeft bestudeerd en in zijn beoordeling heeft betrokken. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om het rapport van De Roos terzijde te schuiven, omdat dit - zoals door [eiser] gesteld - technisch weinig diepgaand is. De rechtbank neemt de conclusie van de deskundige De Roos over en maakt deze tot de hare, nu het deskundigenrapport naar het oordeel van de rechtbank deugdelijk gemotiveerd en met stukken onderbouwd, innerlijk consistent en concludent is. Rapport Van der Zee en Schuijt 2.26. Ten aanzien van het rapport van Van der Zee en Schuijt overweegt de rechtbank als volgt. Van der Zee en Schuijt hebben aan de hand van de door de rechtbank vastgestelde lijst van gebreken onderzoek gedaan. Zij hebben per herstelpunt een omschrijving gegeven, het resultaat bij oplevering omschreven en zich daarmee akkoord verklaard. [eiser] is in reactie op het deskundigenrapport van Van der Zee en Schuijt bij conclusie na deskundigenbericht ingegaan op enkele van de herstelpunten. De rechtbank zal hierna alleen ingaan op de nog ter discussie staande punten. Voor het overige gaat de rechtbank ervan uit dat [eiser] zich kan vinden in het rapport van Van der Zee en Schuijt. De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen Van der Zee en Schuijt voor zover deze zi Gelet op de door de rechtbank ingezette lijn ten aanzien van deze punten, zal de rechtbank eveneens ten aanzien van de punten 18 (roest in naden binnenzijden luikhoofden), 31 (olielekkage bij koelwaterpomp en midden onder de motor), 35 (buitendouche), 37 (lekken uitlaat motor), 41 (lekkende slangaansluitingen bij de warmtewisselaar hoofdmotor), 44 (losse bedrading koelcompressor), 53 (aftappen drinkwaterleidingen) en 62 (kastdeurtjes dekhuis) bepalen dat Privateer de gemaakte kosten aan [eiser] dient te vergoeden. Vervolgens komt de rechtbank toe aan de beantwoording van de vraag welke vergoeding Privateer aan [eiser] dient te betalen. 2.32. Ten aanzien van punt 15 overweegt de rechtbank allereerst dat de deskundigen Van der Zee en Schuijt hierbij geen bedrag aan kosten hebben genoemd en dat haar van een onderbouwing van de gemaakte kosten door [eiser] evenmin is gebleken. Gelet hierop stelt de rechtbank de kosten met betrekking tot punt 15 (voetrail) op nihil. 2.33. [eiser] heeft met betrekking tot punt 6 gesteld dat de herstelkosten € 3.285,23 hebben bedragen. De deskundigen Van der Zee en Schuijt hebben dit bedrag eveneens genoemd in hun rapport van 15 september 2014 en hebben daarbij de kanttekening gemaakt dat uit de facturen, die als bijlagen 2a, 2b en 2c bij genoemd rapport zijn opgenomen, moeilijk kan worden achterhaald hoe de kosten zijn opgebouwd. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de facturen niet duidelijk welke van de daarin genoemde posten verband houden met het herstel van de doorvaarthoogte, zodat de rechtbank deze facturen buiten beschouwing laat. De rechtbank ziet echter wel aanleiding om ten aanzien van punt 6, alsmede de overige hierboven genoemde punten aansluiting te zoeken bij het als bijlage 5a van genoemd deskundigenrapport opgenomen overzicht. De deskundigen hebben daarin per post een minimaal en een maximaal bedrag aan herstelkosten genoemd. Dat sprake is geweest van gebreken en dat met het herstel daarvan kosten zijn gemoeid, staat vast. Omdat [eiser] het meerdere niet heeft aangetoond, zal de rechtbank uitgaan van het minimale bedrag per post. Dat betekent dat Privateer ter zake van deze punten zal worden veroordeeld tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 3.700,00. De rechtbank verwijst op dit punt naar hetgeen hierna onder rechtsoverweging 2.39 wordt overwogen en beslist. Overige door [eiser] gemaakte kosten - schadevergoeding 2.34. [eiser] heeft bij dagvaarding een bedrag van € 48.754,55 aan schadevergoeding gevorderd. Daarnaast heeft hij een nog nader te bepalen bedrag aan schadevergoeding gevorderd. Met betrekking tot het bedrag van € 48.754,55 heeft [eiser] verwezen naar door hem als productie 10 bij de dagvaarding overgelegde facturen. [eiser] heeft echter niet onderbouwd waarom deze kosten voor vergoeding in aanmerking dienen te komen. Zo bevinden zich onder productie 10 facturen die betrekking hebben op vertaalkosten, ligplaatskosten, hotelkosten en kosten vanwege het vernieuwen van een peilstok, een 50-urenbeurt van de motor, een gastrekveer en (onderdelen van) een schroef. [eiser] heeft - na de gemotiveerde betwisting door Privateer - nagelaten te onderbouwen of en in hoeverre deze facturen verband houden met de onderhavige zaak. 2.35. Voorts heeft [eiser] diverse facturen overgelegd van de door hem ingeschakelde deskundigen, de heer P. Brunsmann en Van der Zee. Ook ten aanzien van deze facturen geldt dat [eiser] - na de gemotiveerde betwisting door Privateer - niet heeft onderbouwd waarom hij die deskundigen heeft ingeschakeld en in hoeverre deze facturen betrekking hebben op de geschilpunten in de onderhavige zaak. Daar komt bij dat [eiser] redelijkerwijs had kunnen verwachten dat de rechtbank in dezen tot benoeming van een (of meer) deskundige(n) zou overgaan. 2.36. Met betrekking tot de door [eiser] bij productie 10 overgelegde facturen van zijn advocaat geldt naar het oordeel van de rechtbank eveneens dat een nadere onderbouwing ontbreekt. Omdat [eiser] ten aanzien v