Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2017-12-18
ECLI:NL:RBNNE:2017:4996
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Privaatrecht Locatie Assen zaak-/rolnummer: 6334501 AR VERZ 17-72 beschikking van de kantonrechter ex artikel 7:671b lid 1 BW d.d. 18 december 2017 Expro North Sea Limited , statutair gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, tevens zaakdoende te Den Helder, verzoekende partij, gemachtigde: mr. R. Muurlink, tegen [verweerder] , wonende te [woonplaats], verwerende partij, gemachtigde: mr. U. Hoogland. Partijen zullen hierna Expro en [verweerder] worden genoemd. 1 Het procesverloop 1.1. Expro heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden, ingekomen ter griffie op 22 september 2017. 1.2. [verweerder] heeft op 20 oktober 2017 een verweerschrift met producties ingediend. 1.3. Op 30 oktober 2017 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben pleitaantekeningen overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen overigens ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. 1.4. De behandeling is ter zitting aangehouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen de zaak in der minne te regelen. De raadslieden van partijen hebben bij faxberichten van 9 november 2017 de kantonrechter bericht dat het niet gelukt is tot overeenstemming te komen en zij verzoeken een beslissing te nemen op het ontbindingsverzoek. 1.5. De datum voor de beschikking is hierna bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. De kantonrechter gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten en omstandigheden. 2.2. [verweerder], geboren [geboortedatum], is op 3 juni 1996 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger) van Expro. [verweerder] is op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd werkzaam binnen de afdeling Manpower Services van Expro. Feitelijk is [verweerder] werkzaam bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (hierna: NAM) tegen een bruto maandsalaris ad € 4.856,54, exclusief 8,33% vakantietoeslag. 2.3. Binnen het Expro geldt sinds 2011 een Expro Code of Conduct. Daarin is onder meer het navolgende opgenomen: " Who must comply with the Expro code? The Expro Code applies to every Expro company and everyone who works for Expro throughout the world. You are personally responsible for reading and applying the Expro Code together with all other group directives and policies that are relevant to you and applying them in your job. The Expro Code also applies to certain third parties such as consultants, agents, and other representatives and suppliers. We will only do business with third parties who comply with the law and who will commit to a Code of Conduct at least as demanding as our own. Daarnaast is onder " Principle 12 Confidential information" vermeld: "Expro must maintain the confidentiality of proprietary information entrusted to them by Expro or its customers and suppliers, when disclosure is authorised by the company or is required to be disclosed by law. Proprietary information includes all non-public information that might be of use to competitors or other third parties or harmful to Expro or Expro personnel or customers or suppliers if disclosed. You must never use Expro’s proprietary information for personal gain or for the benefit of persons outside Expro. In addition, you should respect the privacy of fellow Expro personnel. Expro will not use illegal, unethical or improper means to obtain confidential information or proprietary data of third parties.". In de Code of Conduct is bepaald dat bij overschrijding de navolgende consequenties gelden: "The Board takes compliance very seriously. If you breach the law, the Expro Code or any of the group’s policies or directives you will be subject to disciplinary action which may result in termination of employment." 2.4. Op 18 maart 2011 heeft [verweerder] de zogenaamde 'compliance agreement' getekend. Door ondertekening van dit document geeft de medewerker van Expro zijn akkoord dat hij de Code of Conduct heeft gelezen, begrepen en dat hij te allen tijde zal voldoen aan deze Code. Daarnaast ste [verweerder] vordert de betaling van een bedrag ad € 792.259,08 aan loon, welk bedrag volgens [verweerder] moet worden verhoogd met 50%. In het kader van een provisionele vordering is een beroep gedaan op de exhibitieverplichting van Expro. 2.15. [verweerder] heeft op LinkedIn een bericht met de volgende tekst geplaatst: " Na 70 jaar olie en gasproductie lees ik "huilverhalen" van collega's die zich nu geïntimideerd voelen door de rest van Nederland. Het gros heeft de zakken gevuld en geniet ondertussen van een riant Shell pensioen. " het Elftal dat achterstaat bij het eindsignaal heeft de wedstrijd verloren ", gewisselde spelers staan reeds te zingen onder de Douche of hebben de haren reeds gekamd. Mijn punt is dat de gasproducent geen begrip van de benadeelden hoeft te verwachten en het charme offensief om de "hearts en minds" van de bevolking te winnen die nog "op" het gas wonen te laat komt en te weinig is. Spiegeltjes en kralen hebben vroeger gewerkt. Nu niet meer. En zal ruimhartig met een mentaliteit van " mag het ietsje meer zijn?" gecompenseerd moeten worden zodat de "Nam-er" met trots weer over zijn werkgever kan vertellen." 2.16. Op 5 juli 2017 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen Expro en [verweerder]. Daarbij is onder meer aan de orde gekomen dat [verweerder] een cursus heeft gemist. In dit gesprek is ook gesproken over een onregelmatigheid in de kilometerdeclaratie en de vervoersituatie van [verweerder]. 2.17. In vervolg daarop heeft er op 14 juli 2017 opnieuw een gesprek plaatsgevonden tussen Expro en [verweerder]. Bij die gelegenheid is door Expro een brief, gedateerd 14 juli 2017, aan [verweerder] overhandigd, inhoudende een waarschuwing. Deze waarschuwing heeft betrekking op het niet verschijnen van [verweerder] op een verplichte training en de onregelmatigheid in de kilometerdeclaratie en vervoersituatie. In verband met de door Expro in de brief neergelegde constateringen is aan [verweerder] aangeven welke verbeteringen van hem worden verwacht. Tenslotte is aangegeven dat deze verbeterpunten in de komende twaalf maanden zullen worden geëvalueerd en dat in het geval [verweerder] geen adequate verbetering laat zien Expro genoodzaakt is disciplinaire maatregelen te nemen. 2.18. Het gesprek van 14 juli 2017 is [verweerder] bij brief van 14 juli 2017 schriftelijk bevestigd. Daarbij is aangegeven dat naar aanleiding van de bedrijfsgevoelige informatie in de dagvaarding van 30 juni 2017 en het door [verweerder] op LinkedIn geplaatste bericht is besloten om een HR onderzoek te starten. Voorts is meegedeeld dat gedurende het onderzoek [verweerder] zal zijn geschorst. 2.19. Bij email van 21 juli 2017 heeft de gemachtigde van [verweerder] gereageerd op de schorsing en de gegeven waarschuwing, waarbij is aangegeven dat [verweerder] zich verzet tegen deze schorsing. 3 Het verzoek 3.1. Expro verzoekt dat de kantonrechter bij beschikking, voor zover de wet zulks toelaat uitvoerbaar bij voorraad: 1. de arbeidsovereenkomst tussen Expro enerzijds en [verweerder] anderzijds op zo kort mogelijke termijn zal ontbinden (primair) wegens (ernstig) verwijtbaar handelen door [verweerder] jegens Expro, of (subsidiair) wegens zodanig verstoorde verhoudingen, dat in redelijkheid niet van Expro kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te laten duren; 2. voor recht zal verklaren dat [verweerder] jegens Expro ernstig verwijtbaar heeft gehandeld; 3. voor recht zal verklaren dat aan [verweerder] geen transitievergoeding toekomt; 4. voor recht zal verklaren dat aan [verweerder] geen enkele andere financiële vergoeding in welke zin dan ook toekomt; 5. [verweerder] zal veroordelen in de kosten van deze procedure. 3.2. Ter onderbouwing heeft Expro naar voren gebracht dat primair sprake is van ernstig verwijtbaar handelen vanwege het door [verweerder] oneigenlijke wijze verkrijgen en gebruik maken van bedrijfsgevoelige informatie van de opdrachtgever van Expro, de NAM. In dit verband wordt erop gewezen dat alle medewerkers van Expro op Expro voert aan dat de redelijke grond voor ontbinding primair gelegen is in het ernstig verwijtbaar handelen door [verweerder], zoals nader toegelicht in het verzoekschrift. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door Expro in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden geen redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e, BW. Daartoe acht de kantonrechter het volgende redengevend. 5.3. De kantonrechter overweegt allereerst dat de verhoudingen tussen partijen kennelijk onder druk zijn komen te staan als gevolg van de aanspraak die [verweerder] meent te maken op een hoger salaris, welk claim in een bodemprocedure zal worden beoordeeld. De kantonrechter zal hetgeen partijen verdeeld houdt echter niet bij de beoordeling van dit verzoek betrekken, nu dit niet aan het verzoek tot ontbinding ten grondslag is gelegd, maar zijdelings in de procedure aan de orde komt. Ook hetgeen door Expro naar voren is gebracht ten aanzien van het niet verschijnen van [verweerder] bij een verplichte training en de onregelmatigheid in de kilometerdeclaratie en de vervoerssituatie zal bij de beoordeling van het verzoek niet worden betrokken, nu Expro daar zelf geen vervolg aan heeft gegeven en dit geen aanleiding is geweest voor de schorsing van [verweerder] op 14 juli 2017. Hierbij is van belang dat in de waarschuwingsbrief van Expro van 14 juli 2017 [verweerder] is aangezegd dat hij zich op deze punten dient te verbeteren, hoe hij zich dient te verbeteren en dat de verbeterpunten de komende twaalf maanden zullen worden geëvalueerd. Dit betekent dat in het kader van de beoordeling van het onderhavige ontbindingsverzoek van belang is hetgeen door Expro is gesteld met betrekking tot het ernstig verwijtbaar handelen vanwege het door [verweerder] op oneigenlijke wijze verkrijgen en gebruik maken van bedrijfsgevoelige informatie van de opdrachtgever van Expro, de NAM, alsmede het plaatsen van uitlatingen door [verweerder] op LinkedIn over zijn opdrachtgever en collega's bij de NAM die niet in overstemming zijn met hetgeen met [verweerder] is afgesproken. In dit verband is gewezen op de van voor alle medewerkers geldende "Expro Code of Conduct" en het "Expro Den Helder Personeelshandboek". [verweerder] heeft gemotiveerd weersproken dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen. 5.4. De kantonrechter overweegt wat betreft het oneigenlijke wijze verkrijgen van de bedrijfsgevoelige informatie door [verweerder] het navolgende. Expro stelt zich op het standpunt dat [verweerder] de informatie op oneigenlijke wijze heeft verkregen en dat het om bedrijfsgevoelige informatie van de NAM gaat. Ter zitting is naar voren gekomen dat [verweerder] deze bedoelde informatie heeft verkregen via het intranet van de NAM, dat voor iedere werknemer vrij toegankelijk is. Expro heeft dit niet betwist, zodat daarmee niet is komen vast te staan dat, zoals gesteld, [verweerder] de informatie op oneigenlijke wijze heeft verkregen. Tussen partijen is niet in geschil dat [verweerder] deze informatie heeft gedownload ten behoeve van de discussie over zijn salariëring, waarin hij met Expro is verwikkeld en niet met het doel om deze informatie vrijelijk en met kwade bedoelingen te verspreiden. Deze informatie dient enkel ter ondersteuning van de stelling dat hij door Expro is onderbetaald. Daarnaast is gesteld, en door [verweerder] gemotiveerd betwist, dat sprake is van het verkrijgen van bedrijfsgevoelige informatie. De kantonrechter overweegt dat Expro op dit punt zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd. Expro volstaat met de verwijzing naar de geldende Code of Conduct en het Expro Personeelshandboek en de stelling dat het om een lijst met prijsafspraken gaat die de NAM heeft gemaakt voor het personeel dat zij inhuurt van verschillende bedrijven, maar laat na nader te onderbouwen op basis waarvan moet worden aangenomen dat de informatie die [verweerder] heeft verkregen bedrijfsgevoelige informatie