Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2017-12-12
ECLI:NL:RBNNE:2017:4766
vonnis RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Assen zaaknummer / rolnummer: 120975 KG ZA 17-195 Vonnis in kort geding van 12 december 2017 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Grondverzet [J.] B.V. , gevestigd en kantoorhoudende te Tiendeveen, eiseres, advocaat mr. D.F. Fransen te Hattem, tegen de naamloze vennootschap N.V. Area Reiniging , gevestigd en kantoorhoudende te Emmen, gedaagde, advocaten mrs. M. Chatelin en A. Sindova te Amsterdam. Partijen worden hierna [J.] en Area genoemd. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, - akte overlegging productie en - de mondelinge behandeling, waarbij van beide partijen pleitnota's zijn overgelegd. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. De uitvoering van de gladheidsbestrijding in de gemeente Hoogeveen is opgedragen aan Area. 2.2 Sinds het jaar 2000 verzorgt [J.] de gladheidsbestrijding in de gemeente Hoogeveen. Area is op 30 mei 2016 een Europese openbare aanbesteding gestart dat heeft geleid tot een aanbestedingsdocument Gladheidsbestrijding gemeente Hoogeveen 2016 - 2019. Op basis van dit Aanbestedingsdocument heeft [J.] ingeschreven op de opdracht . 2.3 De totale opdracht, alwaar op ingeschreven kon worden bestaat uit twee percelen met een totale opdrachtwaarde van meer dan € 100.000,-. Het eerste perceel betreft het uitvoeren van de gladheidsbestrijding en het tweede perceel betreft het verhuren dan wel ter beschikking stellen van een uitruklocatie en zoutopslag. De inschrijving op de aanbesteding werd getoetst aan de hand van een gezamenlijke tariefstelling van beide percelen, conform het aanbestedingsdocument. De tariefstelling voor één fictieve consignatieperiode wordt berekend op basis van een formule. De te verwachten inzet in één fictieve consignatieperiode is volgens het aanbestedingsdocument (zie pagina 15 van het aanbestedingsdocument): " 30 preventieve strooiacties (waarvan 10 overdag doordeweeks; 70 ‘s nachts doordeweeks, 5 op zaterdag en 5 op zondag), 11 routes per strooiactie, waarvan 9 voor uitvoering van opdrachtnemer, en een strooitijd van 3,5 uur per route. Daarnaast is er voor de berekening van uit gegaan dat per strooiactie 5 uur aansturing benodigd is." 2.4 Op basis van de te verwachte inzet heeft [J.] ingeschreven om voor een totaalbedrag van € 123.250,00 per fictieve consignatieperiode de opdracht te kunnen en willen vervullen. Dit bedrag is opgesplitst in de twee bewuste percelen. In geschil is perceel 1, de uitvoering van de gladheidsbestrijding ad € 93.250,00. 2.5 Op 26 juli 2016 heeft Area per brief bevestigd aan [J.] dat zij voornemens is om de opdracht te gunnen aan [J.] . In deze brief is tevens het resultaat van de aanbesteding opgenomen, oftewel: de winnende inschrijving van [J.] . 2.6 [J.] en Area hebben uiteindelijk (na aanbesteding, voorlopige- en definitieve gunning en gespreksvoering) overeenstemming bereikt op 3 november 2016 en dit vastgelegd in de overeenkomst d.d. 3-11-2016, (hierna verder: de overeenkomst).Blijkens artikel 12 heeft de overeenkomst een looptijd van drie jaar, 2016 tot en met 2019. De looptijd van de overeenkomst kent drie gladheidsseizoenen: Elk gladheidsseizoen wordt één fictieve periode genoemd : 1. Medio oktober 2016 tot en met medio maart 2017 II. Medio oktober 2017 tot en met medio maart 2018 III. Medio oktober 2018 tot en met medio maart 2019 2.7 Artikel 8 van de overeenkomst vangt als volgt aan: "1. Opdrachtnemer zat tot en met medio maart 2017 (de eerste consignatieperiode) de werkzaamheden uitvoeren tegen de hieronder vermelde tarieven (exclusief BTW): a. Beschikbaarheidsvergoeding (per consignatieperiode) € 16.000,-; b. Uurtarief voor personeel en materieel (incl, chauffeurs)(…)" 2.8 Voorafgaand aan de eerste consignatieperiode heeft [J.] investeringen gedaan. [J.] heeft medewerkers aangetrokken, afspraken gemaakt met ZZP’ers en op aanwijzing van Area zijn er door [J.] twee midi-tractoren aangeschaft. Een John De De bestrijding van gladheid op de vier fietspadroutes die Area voornemens is om toe te kennen aan [J.] levert slechts de inzet op van de helft van het trekkend materieel en het vervallen van de aansturing, de coördinator. De overeenkomst bevat geen rechtvaardiging voor deze vermindering van inzet. De toebedeling van slechts vier (fietspad)routes en het vervallen van de coördinator zijdens [J.] is pertinent onredelijk, in strijd met de overeenkomst en is niet gegrond op enige rechtvaardiging. De overeenkomst biedt hier geen mogelijkheden toe. De overeenkomst biedt ook geen mogelijkheden tot het overgaan van een route-optimalisatie, op grond waarvan [J.] minder werk tegemoet kan zien. Als een route-optimalisatie uitgevoerd wordt is de verwachting eerder dat er een uitbreiding van het aantal routes zou plaatsvinden. Een route-optimalisatie kan in ieder geval nimmer leiden tot het verval van meer dan de helft van de werkzaamheden van [J.] . Er is sprake van toerekenbare tekortkoming van Area, op grond van art. 6:74 BW, Area schendt haar contractuele verplichtingen. [J.] heeft becijferd dat de toebedeling van vier routes, in plaats van acht en het vervallen van de coördinator, lijdt tot een totaal omzetverlies van € 95.460,- (ex BTW) over twee consignatieperiodes (dus € 47.730,00 per consignatieperiode ten opzichte van de fictieve consignatieperiodes waar op ingeschreven is. 3.3 Area heeft verweer gevoerd. 4 De beoordeling 4.1 Voor het gladheidsseizoen medio oktober 2017 tot en met medio maart 2018 is de vordering naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende spoedeisend. Voor zover [J.] de vordering voor het seizoen medio oktober 2018 tot en met medio maart 2019 heeft ingesteld, ontbreekt daarvoor het - overigens ook ambtshalve te toetsen - spoedeisend belang, zodat het verweer van Area voor dat seizoen slaagt. 4.2 In het onderhavige geschil komt het aan op de uitleg van hetgeen partijen zijn overeengekomen. De voorzieningenrechter stelt daarbij voorop dat de vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding tussen partijen is geregeld, niet kan worden beantwoord op grond van uitsluitend een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van het contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158). Voorts volgt uit HR 20 februari 2004, (ECLI:NL:HR:2004:A01427) dat bij de uitleg van een dergelijk geschrift telkens van beslissende betekenis zijn alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen, alsmede dat in praktisch opzicht vaak van groot belang is de taalkundige betekenis van de bewoordingen van het geschrift, gelezen in de context ervan als geheel, die deze in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben. Verder komt bij de uitleg betekenis toe aan de aard van de transactie, de omvang en gedetailleerdheid van de contractsbevestiging, de wijze van totstandkoming ervan - waarbij van belang is of partijen werden bijgestaan door (juridisch) deskundige raadslieden - en de overige bepalingen ervan (HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4909 en HR 19 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007: AZ3178). 4.3 Tussen partijen staat vast dat volgens het aanbestedingsdocument negen routes voor de opdrachtnemer zijn (zie hiervoor onder 2.3) en dat deze opdracht aan [J.] is gegund. Gelet daarop heeft [J.] er redelijkerwijs op vertrouwd en ook redelijkerwijs erop mogen vertrouwen dat aan haar deze inzet zou worden toebedeeld. [J.] heeft met het oog daarop ook materieel aangeschaft, onderhoud gepleegd en personen gecontracteerd. De voorzieningenrechter acht de inzet van acht keer trekkend materieel en een coördinator, per oproep van Area, om gladheid te bestrijden, zoals in de eerste consig