Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2017-11-08
ECLI:NL:RBNNE:2017:4249
vonnis RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Leeuwarden zaaknummer / rolnummer: C/17/146304 / HA ZA 16-8 Vonnis van 8 november 2017 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V. , statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] , eiseres, advocaat mr. H.M. Giezen te Amsterdam, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [IJ] B.V. , statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] , gedaagde, advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam, en 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [Z] B.V. , statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] , gedaagde, advocaat mr. R. Gruben te Voorburg. Partijen zullen hierna [X] , [IJ] en [Z] genoemd worden. 1 De procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het incidenteel vonnis van 8 juni 2016; de conclusie van antwoord van de zijde van [IJ] ; de conclusie van antwoord van de zijde van [Z] ; de conclusie van repliek, tevens houdende wijziging van eis; de conclusie van dupliek van de zijde van [IJ] ; de conclusie van dupliek van de zijde van [Z] . 1.2. Vervolgens is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [X] is een dochteronderneming van de naamloze vennootschap [P] N.V., welke onderneming onder de handelsnaam [Q] (hierna te noemen: [Q] ) in (nagenoeg) geheel [naam provincie] zorgdraagt voor de bewerking, recycling en eindverwerking/verwijdering van huishoudelijk- en bedrijfsafval. 2.2. Van het ingezamelde afval wordt ongeveer 65% hergebruikt door recycling en verwerking door [Q] in de eigen scheidings- en bewerkingsinstallaties te [plaats] . Het deel van het afval dat niet kan worden hergebruikt, wordt door [Q] verbrand in haar eigen afvalverbrandingsinstallatie, te weten de [naam 1] (hierna te noemen: [naam 1] ), die door [X] in [plaats] is gerealiseerd en met ingang van 1 juli 2011 commercieel in gebruik is genomen. 2.3. Met de energie die vrijkomt bij de verbranding van het restafval wekt [X] stoom en elektriciteit op. [X] is voor de afzet van deze stoom en elektriciteit een samenwerkingsverband aangegaan met [Z] . De zoutfabriek van [Z] bevindt zich in de industriehaven van [plaats] op enkele honderden meters afstand van de locatie waar [naam 1] is gerealiseerd. 2.4. [Z] maakt onderdeel uit van het ESCO-concern (European Salt Company). Zij wint op basis van een aan haar door de Minister van Economische Zaken verleende winningsvergunning op een afstand van 5 à 10 kilometer van de zoutfabriek in [plaats] op een diepte van ongeveer 2,5 tot 3 kilometer in zoutputten (cavernes) zout door middel van oplosmijnbouw. De gewonnen ruwe pekel wordt vervolgens in de zoutfabriek bewerkt en verwerkt tot verschillende industriële zoutproducten. 2.5. Voor haar productieproces heeft [Z] grote hoeveelheden elektriciteit en stoom nodig. Voor de opwekking van elektriciteit bevindt zich op het terrein van [Z] een warmtekrachtcentrale (hierna: WKC). Deze WKC was tot de komst van [naam 1] gas-gestookt. [X] en [Z] zijn in het kader van hun samenwerking overeengekomen dat [naam 1] stoom (88 bar, 460C) zal produceren en via leidingen aan de WKC zal leveren. Deze stoom zet de turbine van de WKC aan het draaien en daarmee wordt elektriciteit geproduceerd. Van de geproduceerde elektriciteit wordt ongeveer 30% door [X] aan [Z] geleverd. In de WKC expandeert de 88 bar hogedrukstoom naar 6 bar lagedrukstoom, waarvan 75% door [X] aan [Z] wordt geleverd. Met de stoom dampt [Z] de door haar gewonnen pekel in tot zout. [X] en [Z] zijn in dit kader overeengekomen dat [X] de WKC van [Z] huurt en exploiteert ten behoeve van de productie en afzet van elektriciteit en stoom. Zij hebben daartoe op 13 november 2007 de WKC-huurovereenkomst gesloten. 2.6. De WKC-huurovereenkomst heeft een looptijd van 15 jaar te rekenen vanaf 1 juli 2011, de datum van de commerciële ingebruikname van [naam 1] . In de WKC-huurovereenkomst is het volgende - voor zover van belang - bepaald: " Artikel 2 Het gehuurde 2.1 [Z] verhuurt aan [X] B.V. en [X] na aanmaning binnen een gestelde redelijke termijn nalaat om voor haar rekening komend onderhoud, herstel of vernieuwing uit te voeren - danwel indien na inspectie door een derde blijkt dat deze werkzaamheden op onoordeelkundige of slechte wijze zijn uitgevoerd - is [Z] gerechtigd de door haar noodzakelijk geachte onderhouds-, herstel-, of vernieuwingswerkzaamheden voor rekening en risico van [X] B.V. te verrichten of te doen verrichten. Indien de voor rekening van [X] B.V. komende werkzaamheden geen uitstel kunnen gedogen, is [Z] gerechtigd deze terstond voor [X] B.V.’s rekening te verrichten of te doen verrichten mits zij [X] BV. tegelijkertijd schriftelijk beargumenteerd meedeelt op grond waarvan de betrokken werkzaamheden geen uitstel gedogen. Indien [X] B.V. en [Z] van mening verschillen over de vraag of zich een situatie voordoet als in dit artikellid omschreven, dan zullen zij gezamenlijk een ter zake deskundige, derde partij aanwijzen die een bindend advies aan partijen zal uitbrengen. 6.4 [X] B.V. is verantwoordelijk voor het goed en vakkundig gebruik van de technische installaties in de WKC. [X] B.V. is voorts verantwoordelijk voor het door haar of in haar opdracht aan de installaties uitgevoerde onderhoud. [Z] zal de bij haar beschikbare informatie met betrekking tot de gebruiks-, onderhouds-, en garantievoorschriften met betrekking tot de WKC, aan [X] B.V. ter beschikking stellen. 6.5 [X] B.V. verplicht zich ervoor te zorgen dat er te allen tijde voldoende brandstoffen aanwezig zijn voor de bedrijfsvoering van de WKC (ook voor de in art. 7.2 bedoelde 'stand-alone' functie) en dat de voor de toevoer van brandstoffen benodigde aansluitingen, leidingen en dergelijke goed functioneren. De kosten hiervan komen voor rekening van [X] B.V. (…) Artikel 12 Schade en aansprakelijkheid 12.1 Het gebruik van de WKC geschiedt volledig voor eigen risico van [X] B.V. 12.3 Onverminderd het overigens in deze overeenkomst bepaalde, is [X] B.V. jegens [Z] aansprakelijk voor alle schaden aan de WKC. 12.6 [Z] is jegens [X] B.V. aansprakelijk voor alle schaden aan de WKC door of ten gevolge van toerekenbare gedragingen of nalatigheden van [Z] . (…) 12.7 [X] B.V. is aansprakelijk voor schade die het gevolg is van door of namens haar aangebrachte veranderingen en toevoegingen. (…) 12.8 [Z] is niet aansprakelijk voor bedrijfsschade van [X] B.V., voor schade als gevolg van belemmeringen in het gebruik van de WKC die derden veroorzaken of voor gebreken die zijn ontstaan doordat [X] B.V. haar onderhoudsplicht niet is nagekomen." 2.7. Naast de WKC-huurovereenkomst hebben [X] en [Z] op 13 november 2007 een Dienstenovereenkomst, een Energieleveringsovereenkomst en een Raamovereenkomst gesloten. In artikel 7.2 van de Raamovereenkomst is het volgende - voor zover van belang - bepaald: "(…). Partijen zullen elkaar over en weer informeren over de stillegtijden en tijdstippen van de [X] , de WKC en de zoutfabriek. Partijen zijn verplicht elkaar over en weer te informeren over werkzaamheden die een volledige of gedeeltelijke stillegging van de [X] en/of van de WKC en/of van de zoutfabriek tot gevolg hebben en levering/afname van energie en/of diensten beperken respectievelijk de beschikbaarstelling en de beschikbaarheid daarvan kan beperken. Partijen zullen revisie- en onderhoudswerkzaamheden, voor zover mogelijk, in onderling overleg verrichten en zoveel mogelijk samen laten vallen met de tijden waarop de zoutfabriek buiten bedrijf is (…)" 2.8. [IJ] is een grondverzetbedrijf, dat zich bezig houdt met grond- en graafwerkzaamheden. [Z] heeft [IJ] meermaals ingeschakeld voor het verrichten van werkzaamheden. 2.9. In verband met het realiseren van een nieuw opslagterrein op het bedrijfsterrein van [Z] heeft [Z] aan [IJ] opdracht verstrekt voor het graven van proefsleuven om de exacte ligging van de zeekoelwaterleiding (hierna: de leiding) ter plaatse van het nieuwe opslagterrein te kunnen bepalen. De leiding loopt over het perceel van [Z] naar de WKC en is Achtergrondinformatie: De loop van de koelwaterleiding is belangrijk i.v.m. grondwerkzaamheden t.b.v het steenzoutproject; De koelwaterleiding van [Q] is aangesloten op de leiding van [Z] ; Steenafval van eerdere projekten blijkt niet volledig opgeruimd; De leiding is na het incident opengeknipt om ruimte te maken voor een dompelpomp, noodzakelijk om de leiding droog te pompen; Leiding is een zandgevulde Polyester leiding, een type dat nu niet meer wordt gebruikt binnen de organisatie. Onderzoeksgegevens: Kraanmachinist heeft de leiding niet gezien omdat deze nog bedekt was met grond; Keuze leidingmateriaal is bij aanleg gestuurd door economische overwegingen; De machinist heeft gewerkt met een gladde bak (geen vertanding maar een glad "mes"); Op de leiding is na het incident een lange kras te zien; Lek is niet ontstaan in de kras maar er naast; De druk van de kraan heeft de pijpleiding ingedeukt; Het eerste lek is ontstaan in de binnenmantel door de druk van de kraan; Het water is in de kern gedrongen en heeft daar de delaminatie van de pijpleiding veroorzaakt; Doordat de druk niet van de leiding werd gehaald, heeft het delaminatie-proces zich in de beide mantels voortgezet; Leidinggevende gaat er abusievelijk van uit dat er een een-laagse pijpleiding is gebruikt; In een eerder project (aanbrengen flowmeter) is vastgesteld dat er een dubbel gelaagde leiding ligt; "As built" tekening van leiding geeft geen informatie over materiaaleigenschappen van leiding. (…) Waarom kon het gebeuren? Failed barrier & Precondition Latent Failure Active Failure Voorsteken Leiding moet worden voorgestoken Organisatie vertrouwt niet op tekening Standaard werkwijze Voorsteken Leiding is geraakt Leiding is fragiel Materiaalkeuze geleid door kostenoverwegingen Machinist trekt met bak een steen mee Achterlaten steenafval Repareren leiding Reparatie leiding uitgesteld Organisatie denkt tijd genoeg te hebben voor reparatie Gebruikt materiaal verkeerd ingeschat Geen advies ingewonnen bij leverancier Integriteit leiding Gat in leiding wordt groter Druk in leiding Gebruikt materiaal verkeerd ingeschat Reparatie heeft geen prioriteit Integriteit leiding Gat in leiding wordt groter Water tussen mantels Materiaalkeuze is achterhaald Missing barrier Latent Failure Geen alternatief koel(-water) systeem aanwezig bij [Q] Afhankelijkheid niet herkend Correctieve acties Leiding gerepareerd." 2.18. Bij brief van 4 juni 2013 heeft [X] [Z] aansprakelijk gesteld voor de schade die zij heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van de op 27 mei 2013 verrichte graafwerkzaamheden waardoor de leiding en de dumpcondensor zijn beschadigd. 2.19. In het rapport " [naam rapport] " dat de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [R] B.V. (hierna: [R] ) in opdracht van [X] op 17 juli 2013 heeft uitgebracht, is het volgende - voor zover van belang - geschreven: " 1) Inleiding [Q] / [X] werd op maandag 27 mei jl. omstreeks 16.00u geconfronteerd met een acute terugval van de zeekoelwaterflow over de dumpcondensor. Na telefonisch contact met de controlekamer van [Z] werd duidelijk dat de zeekoelwaterleiding op het terrein van [Z] lek was geraakt. Zowel de condensor van [Z] als de dumpcondensor van [X] kregen daardoor helemaal geen koelwater meer, waardoor beide installaties ( [X] [bedoeld wordt [naam 1] , rechtbank ] en de Saline van [Z] ) meteen uit bedrijf moesten worden gesteld. Vervolgens is de koelwaterleiding door [Z] gerepareerd en konden op woensdag 29 mei de beide installaties weer in bedrijf worden genomen. In de nacht van woensdag op donderdag werd [X] geconfronteerd met een veel te hoge geleidbaarheid van het retourcondensaat, waarna de conclusie is getrokken dat de dumpcondensor lek moest zijn. De [X] [ [naam 1] , rechtbank] is daarna meteen weer uit bedrijf genomen en werd direct gestart met de inspectie van de dumpcondensor. Tijdens deze inspectie is geconstateerd dat de geleidingsplaat aan de inlaatkant beschadigd w Bij brief van 6 augustus 2013 heeft [X] aan [Z] een specificatie van haar schade ten gevolge van de werkzaamheden op 27 mei 2013 gezonden en heeft zij [Z] aangemaand tot betaling van het schadebedrag van € 513.874,11. In de bijgevoegde specificatie heeft [X] een uitsplitsing gemaakt naar reparatiewerkzaamheden aan de condensor (€ 520,30), spoelen met demiwater (€ 44.280,75) en gevolgschade. [X] heeft ten behoeve van de gevolgschade de bruto-marge per uur berekend, zijnde een bedrag van € 3.758,60, en vervolgens per stilstand een bedrag van € 210.481,50 (gevolgschade 1) respectievelijk € 258.591,56 (gevolgschade 2) berekend. 2.21. Bij brief van 14 november 2013 heeft [naam expert] , de expert die door de aansprakelijkheidsverzekeraar van [Z] is ingeschakeld om een onderzoek in te stellen naar de omstandigheden, oorzaak en omvang van de claim, naar aanleiding van het lek raken van de leiding op 27 mei 2013, aan [X] het volgende - voor zover van belang - geschreven: "Op 25 juni 2013 hebben wij de onderhavige kwestie uitvoerig met u besproken op het vestigingsadres van [X] (…). Vervolgens ontvingen wij per e-mail op 14 augustus 2013 het onderzoeksrapport van de oorzaak van de opgetreden lekkage in de dumpcondensor en een gespecificeerd overzicht met onderliggende stukken van de claim. Op ons verzoek is vervolgens nog technische informatie aangeleverd met betrekking tot de dumpcondensor en zijn ons de polisgegevens verstrekt van de voor de WKC installatie afgesloten machinebreuk- en machinebreukbedrijfsschadepolis. (…) De door u ingediende claim van € 513.874,11 exclusief de BTW kan worden gesplitst in de navolgende posten: • herstelkosten condensor € 520,30 • spoeling condensor met demiwater € 44.280,75 • bedrijfsstilstand eerste periode (27 t/m 29 mei 2013) € 210.481,50 • bedrijfsstilstand tweede periode (20 mei t/m 3 juni 2013) € 258.591.56 Totaal, exclusief de BTW € 513.874,11 Met betrekking tot het gebruik van de WKC van [Z] (…) ligt een raamovereenkomst ten grondslag. Tevens zijn tussen de partijen naast deze raamovereenkomst een WKC-huurovereenkomst, een dienstenovereenkomst en een energieleveringsovereenkomst afgesloten. In het onderhavige geval moest door het lek raken van de zeekoelwaterleiding worden besloten de centrifugaalpompen stil te leggen met als direct gevolg dat de indampinstallatie van [Z] is afgeschakeld en de stoomproductie van [X] is stilgelegd. De lekkage is opgetreden tijdens het graven van een proefsleuf met een rupsgraafmachine van de aannemer, [IJ] (…). Van belang is te bepalen of [Z] voor deze calamiteit aansprakelijk kan worden gehouden. In de WKC-huurovereenkomst is in artikel 2 het 'gehuurde' onder 2.1 omschreven dat de bestaande havenkoelwaterpompen en uitlaatwerk deel uitmaken van het gehuurde, aangeduid als 'de WKC'. In artikel 12 'schade en aansprakelijkheid' is onder 12.8 bepaald dat ' [Z] niet aansprakelijk is voor bedrijfsschade van [X] , voor schade als gevolg van belemmeringen in het gebruik van de WKC, die derden veroorzaken of voor gebreken, die zijn ontstaan doordat [X] haar onderhoudsplicht niet is nagekomen'. De onderhavige kwestie valt zowel onder de uitsluitingsgrond 'belemmeringen in het gebruik van de WKC die derden ( [IJ] ) veroorzaken' als ook onder de uitsluitingsgrond dat ' [Z] niet aansprakelijk is voor bedrijfsschade van [X] '. Uit het voorgaande blijkt dat, los van mogelijke andere juridische verweren aan de zijde van [Z] , alleen al de contractuele relatie meebrengt dat [Z] niet aansprakelijk is. Wij willen, ondanks dat de aansprakelijkheid ontbreekt, nog een enkele opmerking plaatsen over het ontbreken van het causaal verband en de hoogte van de schade. In het in uw opdracht door [R] uitgevoerde onderzoek naar de oorzaak van de opgetreden lekkage in de dumpcondensor wordt geconcludeerd dat als gevolg van het voorval op basis van de in de dumpcondensor opgetreden druk- en temperatuurverloop het aannemelijk is dat de koperen plug van één van de afge Verzekerde gaf aan dat door medewerkers van [Z] , die bij de aanleg betrokken waren, is verklaard dat de leiding op die plek eerder kapot is geweest en na reparatie met beton is afgestort. Dit laatste hebben wij bevestigd gekregen van de heer [naam expert] van [Q] , de heer [naam expert] werkte eerder bij [Z] en gaf aan dat na het in gebruik nemen van de leiding in 1995 of 1996 er een lekkage was ontstaan in de bocht, hij is toen ter plaatse geweest. De bocht was uit de mof gedrukt en na dit voorval is er beton rondom de bocht gestort om dit te voorkomen. Advies fabrikant van leiding Wij hebben de fabrikant van de leiding gevraagd wat haar advies zou zijn geweest voorafgaande aan de graafwerkzaamheden. Daarnaast hebben wij de fabrikant van de leiding gevraagd wat zij zou hebben geadviseerd indien haar advies zou zijn gevraagd op het moment dat de lekkage werd ontdekt. De heer [medewerker fabrikant] van [fabrikant] gaf telefonisch aan dat dit soort leidingen kwetsbaar is op het moment dat de zijdelingse steun van de leidingwand wordt verminderd, zoals bij het vrijgraven van de leiding. Hij wilde dit echter niet per e-mail bevestigen. Per e-mail gaf hij aan dat dit soort leidingen even sterk is als leidingen van vergelijkbaar materiaal zoals PVC of staal. Op onze vraag welk advies hij zou geven indien hem daarom ten tijde van het ontdekken van de lekkage gevraagd zou zijn, verklaarde hij aan ons dat hij in elk geval zou hebben geadviseerd om de druk van de leiding te halen. Eventueel zou een reparatieklem geplaatst kunnen worden. Onderzoek [Z] Zoals onder 'Inspectie/Onderzoek' al werd aangegeven heeft [Z] een eigen onderzoek laten uitvoeren onder leiding van de heer [adviseur] van [adviesbureau] , de resultaten van dit onderzoek zijn als bijlage bij deze rapportage gevoegd. Uit het hoofdstuk ‘Waarom kon het gebeuren’ zijn de volgende zaken vermeld: De organisatie ( [Z] ) vertrouwt niet op de eigen tekeningen Tijdens graven moet worden voorgestoken, desondanks wordt de leiding geraakt. Door het achterlaten van steenafval in de grond wordt door de machinist met de bak van de graafmachine een steen meegetrokken. Door het verkeerd inschatten van het materiaal van de leiding wordt de reparatie van de leiding uitgesteld. Er wordt geen advies ingewonnen bij de fabrikant. Door de druk in de leiding wordt het gat in de leiding groter, de reparatie heeft geen prioriteit. De materiaalkeuze voor de leiding is achterhaald. Doordat water tussen de mantels van de leiding kon dringen, is het gat in de leiding groter geworden. Conclusie Wij concluderen uit onze gesprekken met verzekerde en [Z] het volgende: Verzekerde heeft haar werkzaamheden uitgevoerd zoals door de eigenaar van de leiding, [Z] , werd voorgeschreven. Verzekerde diende met behulp van een graafmachine, middels voorsteken door een grondwerker, proefsleuven te graven om de exacte ligging van de leiding op te sporen. Bij het graven heeft verzekerde gebruik gemaakt van een gladde bak, dus zonder tanden. Op het moment dat de werkzaamheden uitgevoerd dienden te worden wist geen van de betrokkenen exact wat voor soort leiding het betrof. [Z] ging er van uit dat de leiding een volkern GVK (glasvezel versterkte buis) betrof. De werkzaamheden werden namens [Z] begeleid door de heer [B] , hij beschikte over een tekening waarop de ligging van de leiding stond aangegeven. Verzekerde voerde haar werkzaamheden uit onder toezicht van de leidingeigenaar, [Z] . De leiding ligt op de plaats waar deze lekte (deels) in een brok beton. Doordat na de lekkage van de leiding de druk in de leiding, van 3 tot 4 bar, niet is afgebouwd is de leiding enige uren nadat verzekerde daar gewerkt had uiteindelijk opengescheurd. [fabrikant] (fabrikant van de leiding) gaf aan ons aan dat zij vrijwel zeker zou hebben geadviseerd om de druk in de leiding af te bouwen indien haar destijds om advies zou zijn gevraagd. Door het openscheuren van de leiding is de druk van het koelwater plotseling a Ten aanzien van de eerste stilstand overweegt de rechtbank dat de graafwerkzaamheden in opdracht van en in het kader van de bedrijfsvoering van [Z] zijn uitgevoerd. Door de beschadiging heeft [X] de WKC moeten uitschakelen en heeft zij geen stoom kunnen leveren aan [Z] . De rechtbank is, gelet op het voorgaande, dan ook van oordeel dat het niet leveren van stoom door [X] aan [Z] gedurende de periode van 27 mei 2013, 16:00 uur tot 29 mei 2013, 20:00 uur niet aan [X] kan worden tegengeworpen. De 53 uren, die [Z] als bedrijfsonderbreking vanwege de kwestie [IJ] heeft opgevoerd, zal de rechtbank buiten beschouwing laten. 4.42. Ten aanzien van de tweede stilstand overweegt de rechtbank dat [Z] gemotiveerd heeft gesteld - hetgeen vervolgens door [X] niet is weerlegd - dat deze is veroorzaakt door technische problemen bij [X] zelf. Volgens [Z] was een eerdere reparatie aan de dumpcondensor ondeugdelijk - niet conform de oorspronkelijke ontwerpparameters - uitgevoerd, waardoor deze niet bestand was tegen het wegvallen van het koelwater. [X] heeft in haar brief aan [IJ] weliswaar aangegeven dat het volgens [R] aannemelijk is dat als gevolg van het voorval in de dumpcondensor de plug is losgeraakt, maar heeft het verband dat [Z] heeft gelegd met een eerdere reparatie, die ondeugdelijk zou zijn uitgevoerd, niet betwist. Omdat [X] het voldoende gemotiveerde verweer van [Z] niet voldoende heeft weerlegd, dient te worden aangenomen dat het niet leveren van stoom gedurende bedoelde periode niet het gevolg is van de eerdere beschadiging van de leiding door [IJ] , maar dat dit het gevolg is van een oorzaak die aan [X] dient te worden toegerekend." 2.26. [naam expert] heeft in opdracht van [Z] op 5 juli 2016 een rapport over de beschadiging van de leiding en de bedrijfsstilstand die dat tot gevolg had uitgebracht en daarin het volgende - voor zover van belang - geschreven: " Koelwaterleiding (…) De fabrikant stelt dat de kwetsbaarheid van deze leiding niet groter is dan een leiding van ander materiaal. Volgens de fabrikant zijn de sterkte-eigenschappen van deze leiding vergelijkbaar met leidingen vervaardigd van pvc of staal. (…) Tijdens het graven van de derde proefsleuf nabij de bocht van de koelwaterleiding, waar zich de lekkage heeft voorgedaan, was steenafval in de grond aanwezig. Het vermoeden bestaat dat door de machinist met de bak van de graafmachine een steen is meegetrokken waardoor de leiding aan de buitenzijde werd beschadigd (dit zou de twee aanwezige evenwijdige krassen in de leiding kunnen verklaren). Bij het voorsteken door de grondwerker van de te ontgraven grond, had geconstateerd moeten worden dat zich steenafval in de grond bevond. Hierop had moeten worden besloten niet verder te ontgraven met de bak van de graafmachine maar de leiding verder handmatig vrij te graven om te voorkomen dat de leiding beschadigd zou kunnen raken. (…) Reparatie koelwaterleiding (…) Achteraf blijkt dat door de druk op de (meerlaagse) koelwaterleiding door de lekkage in de binnenmantel, het water in de kern van de leidingwand is gedrongen en daar de delaminatie (onthechting) heeft veroorzaakt en voortgezet. Als na het constateren van de lekkage meteen de druk van de leiding was gehaald, zou de delaminatie zich minder snel hebben voortgezet en had het openbarsten van de leiding mogelijk niet plaatsgevonden. Het zou voor de duur van het buiten gebruik stellen van de leiding om het herstel uit te voeren niet hebben uitgemaakt wanneer direct de druk van de leiding was gehaald. Om de leiding te kunnen herstellen, was het sowieso eerst noodzakelijk een herstelplan op te stellen. Dit is meteen door [Z] opgestart. Het herstellen van de leiding is in overleg met [Z] uitgevoerd door [C] B.V. te [plaats] , technisch ondersteund door [bedrijf] te [plaats] , reparateur van glasvezelversterkte kunststof leidingen. Het uitgescheurde deel van de leiding is uitgezaagd, waarna een passtuk is aangebracht. Vervolgens is rondom de reparatieplek een nieuwe laag gelamin De voornoemde incidenten hebben bij deze rechtbank geleid tot de volgende procedures: 149746 149746 HA ZA 16-172: [Z] - [IJ] ; 149746 149748 HA ZA 16-173: [Z] - [E] ; 149746 149749 HA ZA 16-174: [Z] - [bedrijfsnaam]; 149746 149750 HA ZA 16-175: [Z] - [bedrijfsnaam 2]; 149746 149753 HA ZA 16-176: [Z] - [bedrijfsnaam 3]; 149746 149754 HA ZA 16-177: [Z] - [bedrijfsnaam 4]; 149746 149783 HA ZA 16-179: [IJ] - [Z] . Partijen in die procedures hebben aangegeven de uitkomst van de hoofdzaak tussen [X] enerzijds en [IJ] en [Z] anderzijds te willen afwachten. De rechtbank heeft daarop bovengenoemde procedures aangehouden. 3 De vorderingen 3.1. [X] heeft - na eiswijziging - gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: [IJ] en [Z] ieder hoofdelijk veroordeelt om aan haar binnen 14 dagen na dit vonnis bij wege van schadevergoeding een bedrag voldoen van € 513.874,11, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2013, althans vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, tot aan de dag der algehele voldoening, des dat de één betalende de ander zal zijn gekweten; [IJ] en [Z] ieder hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van de nakosten aan haar, zijnde € 131,00 aan nakosten per gedaagde voor het geval betekening van dit vonnis achterwege kan blijven en € 199,00 per gedaagde in geval tot betekening van dit vonnis dient te worden overgegaan, des dat de één betalende de ander zal zijn gekweten; [IJ] veroordeelt om aan haar te voldoen, al hetgeen waartoe [X] zou mogen worden veroordeeld om aan [Z] te voldoen in verband met het wegvallen van stoom- en elektriciteitsleveranties door [X] aan [Z] als gevolg van het graafincident (inbegrepen de "tweede" bedrijfsstilstand van [X] in de periode van 30 mei 2013 tot en met 4 juni 2013); met hoofdelijk veroordeling van [IJ] en [Z] in de kosten van deze procedure, des dat de één betalende de ander zal zijn gekweten. 3.2. [IJ] en [Z] hebben verweer gevoerd. 3.3. Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 Het geschil en de beoordeling daarvan 4.1. [X] heeft haar eis gewijzigd. Nu [IJ] en [Z] hiertegen geen bezwaar hebben gemaakt en ook overigens niet is gebleken van beletselen, zal de rechtbank bij haar verdere beoordeling de gewijzigde eis van [X] als uitgangspunt nemen. 4.2. [X] heeft zich - samengevat - op het standpunt gesteld dat [IJ] en/of [Z] onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld door de leiding lek te stoten dan wel niet adequaat te reageren op de aanvankelijk nog beperkte lekkage en dat zij (hoofdelijk) gehouden zijn de schade die [X] door het graafincident heeft geleden te vergoeden. Het exoneratiebeding 4.3. Het meest verstrekkende verweer van [IJ] en [Z] is dat zij, gelet op het in de WKC-huurovereenkomst opgenomen exoneratiebeding, niet aansprakelijk zijn voor de door [X] gevorderde schade. 4.3.1. Volgens [Z] rust op haar als verhuurder de verplichting om aan [X] het ongestoorde huurgenot van de leiding te verschaffen en om zorg te dragen voor de aanvoer van koelwater via die leiding. De graafwerkzaamheden hebben, aldus [Z] , te maken met haar verantwoordelijkheid als verhuurder en [X] had haar als zodanig en wegens toerekenbaar tekortschieten ten aanzien van de verhuur van de leiding dienen aan te spreken. Dat ook [X] uitgaat van een contractuele kwestie blijkt volgens [Z] uit de gedragingen en proceshouding van [X] . Van aan haar toerekenbare gedragingen of nalatigheden is volgens [Z] geen sprake, zodat zij ingevolge het exoneratiebeding (zoals vastgelegd in artikel 12.8 van de WKC-huurovereenkomst) niet aansprakelijk is voor de door [X] gestelde schade. [Z] heeft in dat verband aangevoerd dat de leiding beschadigd is door toedoen van [IJ] , zodat het niet gaat om schade door of ten gevolge van gedragingen van haar, maar van derden. Tevens heeft, aldus [Z] , te gelden dat zij nooit aansprakelijk is voor bedrijfsschade van [X] en dat zij niet aansprakelijk is v Voorts heeft [X] gesteld dat [IJ] - nadat de aanvankelijk (beperkte) lekkage was ontstaan - de risico's heeft onderschat (door gebrekkige kennis van het specifieke leidingtype), dat [IJ] te lang heeft gewacht met het nemen van adequate voorzorgsmaatregelen en dat [IJ] heeft nagelaten haar te waarschuwen. De leiding is onder de druk vervolgens geheel bezweken. Daardoor is volgens [X] schade en een lekkage in haar condensor ontstaan en heeft de productie gedurende 7 dagen stilgelegen. [IJ] is volgens [X] vanwege haar onzorgvuldige handelen aansprakelijk voor de door [X] geleden schade. 4.7. [IJ] heeft ten verwere - samengevat - aangevoerd dat [X] haar stelling dat [IJ] onzorgvuldig heeft gehandeld niet heeft onderbouwd. Volgens [IJ] is, daarbij verwijzend naar het rapport van [naam Expert 2] , niet komen vast te staan dat het lek in de leiding is ontstaan door de werkzaamheden van [IJ] en is het aannemelijk dat ook andere oorzaken de leiding hebben doen scheuren. [IJ] heeft in dit verband aangevoerd dat de leiding eerder op dezelfde plaats is gescheurd en dat na de eerste reparatie van de leiding beton achter en over de leiding is gestort. Voorts heeft [IJ] aangevoerd dat zij niet wist waar de leiding lag, nu het doel van de werkzaamheden juist was het lokaliseren van de leiding. Voor zover geoordeeld wordt dat de schade aan de leiding is veroorzaakt door de graafwerkzaamheden, heeft [IJ] zich op het standpunt gesteld dat zij niet aansprakelijk is. Daartoe heeft [IJ] aangevoerd dat [X] aan het door haar gestelde onrechtmatig handelen geen concrete zorgvuldigheidsnorm ten grondslag heeft gelegd. Volgens [IJ] heeft zij enkel de instructies van [Z] opgevolgd, die in dezen de grondroerder was, heeft zij als feitelijk graver werkzaamheden verricht en heeft zij deze werkzaamheden zorgvuldig verricht, namelijk op een wijze zoals van een redelijk handelend en vakbekwaam aannemer mag worden verwacht. De graafmachinist en de grondwerker hebben, aldus [IJ] , de graafwerkzaamheden al "voorstekend" en met een graafmachine met een gladde bak verricht en hebben toen zij natte betonresten en water in de derde proefsleuf vaststelden daarvan melding gedaan bij [Z] . Voorts heeft [IJ] aangevoerd dat [X] het causaal verband tussen het handelen van [IJ] en de door haar geleden schade niet heeft onderbouwd, dat niet is voldaan aan het relativiteitsvereiste en dat sprake is van zuivere vermogensschade. Zij had, aldus [IJ] , geen invloed op het handelen van [Z] na de constatering van het lek. [Z] - en niet [IJ] - was bevoegd om bijzondere maatregelen te treffen, maar heeft toen besloten geen directe maatregelen te nemen en de opdracht aan [IJ] beëindigd. Voorts heeft [IJ] aangevoerd dat het niet op haar weg lag om [X] te informeren over de lekkage en om onderzoek te doen naar de kenmerken van de leiding. Verder heeft [IJ] aangevoerd dat er sprake is van eigen schuld aan de zijde van [Z] , omdat door haar handelen [X] haar contractuele verplichtingen niet kon nakomen. 4.8. De rechtbank overweegt als volgt. [X] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [IJ] jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld. Partijen verschillen van mening over de toedracht van het schadevoorval. De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat de stelplicht en bewijslast ten aanzien van de feiten en omstandigheden die rechtvaardigen dat [IJ] aansprakelijk is voor de door de beschadiging van de leiding ontstane schade bij [X] , rusten op [X] . Daarbij geldt dat het voorval zich heeft voorgedaan bij de door [IJ] in opdracht van [Z] verrichte werkzaamheden, derhalve in "hun domein". Van [IJ] mag, ter voldoening van haar verplichting haar verweer deugdelijk te onderbouwen, om die reden gevraagd worden dat zij nauwkeurig aangeeft wat de toedracht is geweest van het schadevoorval en welke maatregelen zij heeft getroffen om te voorkomen dat zij bij de werkzaamheden de leiding zou raken. Dit neemt niet weg dat [X] de door haar gestelde toedracht dient te bewijzen (vgl. gerechts Voor zover [X] heeft gesteld dat de onrechtmatigheid van het handelen van [IJ] ook is gelegen in het niet direct nemen van adequate maatregelen nadat zij constateerde dat er water in het ontgravingsgat van de derde proefsleuf stroomde, is de rechtbank van oordeel dat het niet op de weg van [IJ] lag om de door [X] genoemde maatregelen te treffen. De rechtbank overweegt daartoe dat niet in geschil is dat [IJ] de werkzaamheden in opdracht van [Z] en onder diens leiding en toezicht heeft uitgevoerd, en dat zij op dat moment niet bekend was met enige betrokkenheid van [X] . Daarop hoefde [IJ] naar het oordeel van de rechtbank ook niet bedacht te zijn, omdat het een opdracht van [Z] betrof ter zake van een leiding van [Z] op het perceel van [Z] . Onder deze omstandigheden rust op [IJ] naar het oordeel van de rechtbank in beginsel geen verplichting om zich te vergewissen van het eventuele gebruik van de leiding door anderen, zoals [X] , temeer nu gesteld noch gebleken is dat er bij [IJ] aanwijzingen daaromtrent aanwezig waren. Nu het voor [IJ] niet kenbaar was noch hoefde te zijn dat de leiding ook door [X] werd gebruikt, kan haar ook niet worden verweten dat zij [X] niet heeft gewaarschuwd. Tot slot heeft [IJ] onbetwist aangevoerd dat (de bedrijfsleiding van) [Z] de opdracht aan [IJ] beëindigd heeft nadat melding was gemaakt van het water in het ontgravingsgat. Daarmee lag het buiten de macht en verantwoordelijkheid van [IJ] om zo nodig extern advies in te winnen dan wel reparatiewerkzaamheden uit te (laten) voeren. 4.13. Daarmee staat niet vast dat aan de zijde van [IJ] sprake is van onrechtmatig handelen in de zin van artikel 6:162 BW. De rechtbank zal de vorderingen van [X] jegens [IJ] , zoals hiervoor is weergegeven onder overweging 3.1, onder 1 en 3, gelet op hetgeen zij hiervoor heeft overwogen dan ook afwijzen. Aan de overige stellingen en verweren die [X] en [IJ] over hun rechtsverhouding in de onderhavige procedure naar voren hebben gebracht, wordt daarmee niet meer toegekomen. Het onrechtmatig handelen door [Z] 4.14. Het onrechtmatig handelen (c.q. nalaten) aan de zijde van [Z] heeft, aldus [X] , erin bestaan dat [Z] - die volgens [IJ] de volledige regie en het toezicht op de werkzaamheden uitoefende - zich van tevoren onvoldoende op de hoogte heeft gesteld van de exacte ligging en kwetsbaarheid van de leiding en/of ondeugdelijke instructies heeft verstrekt aan en onvoldoende toezicht heeft gehouden op (de graafmachinist en grondwerker van) [IJ] als gevolg waarvan de leiding bij de graafwerkzaamheden werd geraakt, terwijl zij wist van de aanwezigheid van de leiding. [Z] is als beheerder van de leiding aansprakelijk voor gebreken aan de leiding op grond van artikel 6:174 BW. Voorts heeft [X] aangevoerd dat [Z] haar stelling dat de schade die [X] heeft geleden aan de condensor het gevolg is van een (vermeende ondeugdelijke) reparatie die onder alle omstandigheden tegen druk- en temperatuurschommelingen bestand zou moeten zijn en dat deze derhalve voor rekening van [X] dient te komen, niet onderbouwd. [naam expert] heeft, aldus [X] , in haar brief van 14 november 2013, waarop [Z] zich heeft beroepen, niet onderbouwd dat druk- en temperatuurverschillen niet mogen leiden tot het lek raken van een van de pijpen in de dumpcondensor en dat de constructie dusdanig sterk moet zijn uitgevoerd dat de opgetreden druk- en temperatuurverschillen kunnen worden opgevangen. Verder heeft [X] aangevoerd dat [Z] - nadat de aanvankelijk (beperkte) lekkage was ontstaan - de risico's heeft onderschat (door gebrekkige kennis van het specifieke leidingtype) en dat zij te lang heeft gewacht met het nemen van adequate voorzorgsmaatregelen. Zij had, aldus [X] , deskundig advies moeten inwinnen toen zich de eerste lekkage voordeed, de druk van de leiding moeten afhalen, een noodreparatie moeten uitvoeren en haar direct dienen te waarschuwen. De leiding is onder de druk vervolgens geheel bezweken. Daardoor is volgens [X] schade en een lekkage in de cond [Z] had op basis van dat nadere onderzoek dienen te besluiten de druk van de leiding te halen en de leiding meteen te repareren dan wel een reparatieklem te plaatsen, zodat de onderhavige scheuring van de leiding was voorkomen. Uit het rapport van [naam Expert 2] volgt dat de fabrikant van de leiding deze maatregelen zou hebben geadviseerd als contact met hem zou zijn opgenomen daarover (zie overweging 2.24, onder het kopje "Advies fabrikant van leiding"), hetgeen niet inhoudelijk door [Z] weersproken is. Voorts lag het op de weg van [Z] om [X] direct te informeren over de beschadiging van de leiding en over de door haar te nemen maatregelen, nu dit gevolgen heeft voor het productieproces van [X] . Naar het oordeel van de rechtbank heeft [Z] met haar nalatige optreden in strijd met de zorgvuldigheidsnormen gehandeld. Voorts is de rechtbank van oordeel dat [Z] met het nalaten van onderzoek, het uitstellen van de reparatie tot de volgende dag en het niet informeren van [X] een inschattingsfout heeft gemaakt, die voor haar rekening komt. 4.19. Ten aanzien van de tweede bedrijfsstilstand overweegt de rechtbank dat deze bedrijfsstilstand het gevolg is van een lekkage in een condensorpijp vanwege een losgeraakte plug in die condensorpijp. De vraag die in dit verband moet worden beantwoord is of er een causaal verband bestaat tussen het onrechtmatig handelen van [Z] en de lekkage in de condensorpijp. [X] heeft ter onderbouwing van haar stelling verwezen naar het door haar overgelegde rapport van [R] . [R] heeft in haar rapport geconcludeerd dat het aannemelijk is dat de plug is losgeraakt gezien het druk- en temperatuurverloop in de dumpcondensor ten tijde van het voorval. Daarbij heeft [R] aangegeven dat de pijp, plug en pijpplaat zijn gemaakt van verschillende materialen met verschillende temperatuuruitzettingscoëfficiënten, dat de koperen plug bij het opwarmen van de afgestopte pijp tot boven de 100C meer wil uitzetten dan de titaanpijp en de stalen pijpplaat, waardoor er vervorming van de plug en de pijpplaat plaatsvindt, en dat de plug vervolgens krimpt ten opzichte van de pijp bij een daling van de temperatuur tot normale bedrijfswaardes. Doordat nadien een drukverschil is ontstaan, is de plug uit de pijp gedrukt. 4.20. De rechtbank overweegt dat vaststaat dat zich in de dumpcondensor grote druk- en temperatuurverschillen hebben voorgedaan en dat deze fluctuaties een gevolg zijn van de scheuring van de leiding. [Z] heeft immers niet tot haar verweer aangevoerd dat de plug ook zou zijn losgeschoten zonder de temperatuurschommelingen. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank het causaal verband tussen de scheuring van de leiding en de lekkage in de condensorpijp gegeven. [X] heeft ten aanzien van de in 2011 uitgevoerde reparatie aan de condensor gesteld dat destijds 12 van 2500 pijpjes in de condensor zijn gerepareerd door een koperen plug met kracht in een titaanpijp te slaan, waardoor deze in de (condensator)pijp kwamen vast te zitten, en dat dit een gangbare manier van repareren is. [Z] heeft dit enkel betwist door te stellen dat [X] in het verleden heeft gekozen voor een reparatiemethode, waardoor de condensor niet onder alle omstandigheden bestand is tegen druk- en temperatuurschommelingen. De rechtbank heeft - gelet op de inhoud van de overgelegde rapporten van [R] en [naam expert] - thans geen aanleiding om te veronderstellen dat de plug niet zou zijn losgeschoten als een andere reparatiemethode zou zijn toegepast, zodat de rechtbank als vaststaand aanneemt dat de eerdere reparatie van de condensor met een koperen plug, zoals door [X] omschreven, als gangbaar en deugdelijk dient te worden aangemerkt. Gelet daarop, had [X] er naar het oordeel van de rechtbank niet op bedacht hoeven te zijn dat een plug in de condensor zou losraken en dient de schade (geheel) voor rekening van [Z] te komen. 4.21. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [Z] aansprakelijk is jegens [X] ten aanzien van schade die verband ho