Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-08-13
ECLI:NL:RBNHO:2026:9594
In deze zaak gaat het om een jeugdzorgwerker die op staande voet is ontslagen wegens door de werkgever gestelde onregelmatigheden in tijdens haar dienst ingediende kassabonnen en in reiskostendeclaraties. De kantonrechter vernietigt het ontslag op staande voet, omdat het gelet op alle omstandigheden van het geval een te zware sanctie is. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer / rekestnummer: 12217669 \ AO VERZ 26-60 Beschikking van 13 augustus 2026 in de zaak van [verzoeker] , te [plaats], verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoeker], gemachtigde: mr. L. Stolk-Hogeterp, tegen de stichting, STICHTING LEVVEL , te Amsterdam, verwerende partij, hierna te noemen: Levvel, gemachtigde: mr. J.B. Bakker. De zaak in het kort In deze zaak gaat het om een jeugdzorgwerker die op staande voet is ontslagen wegens door de werkgever gestelde onregelmatigheden in tijdens haar dienst ingediende kassabonnen en in reiskostendeclaraties. De kantonrechter vernietigt het ontslag op staande voet, omdat het gelet op alle omstandigheden van het geval een te zware sanctie is. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - het verweerschrift, met een voorwaardelijk tegenverzoek; - de aanvullende stukken van [verzoeker] van 10 juli 2026; - de mondelinge behandeling van 16 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 Feiten 2.1. Levvel is een organisatie die gespecialiseerde hulp biedt aan jeugd en gezinnen. Levvel richt zich met name op kinderen, jongeren en (pleeg)gezinnen bij wie eerdere hulp onvoldoende heeft geholpen. Levvel heeft meerdere woongroepen, waar jongeren in de leeftijd van 11 tot 17 jaar tijdelijk verblijven indien thuis wonen niet mogelijk is. 2.2. [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1991, is sinds 15 oktober 2017 in dienst bij (de rechtsvoorganger van) Levvel. De functie van [verzoeker] is Pedagogisch Medewerker A met een loon van (laatstelijk) € 4.375,20 bruto per maand. 2.3. [verzoeker] voert haar werkzaamheden uit op een van de woongroepen van Levvel, locatie de Kluut. Samen met haar collega’s is [verzoeker] verantwoordelijk voor de begeleiding en veiligheid van de jongeren op de woongroep. 2.4. De jeugdzorgwerkers doen ook boodschappen ten behoeve van de Woongroep. Daartoe zijn er op de groep twee pinpassen en een kluis met contant geld aanwezig. Medewerkers moeten de kassabonnen van de aankopen, leesbaar en voorzien van een duidelijke omschrijving, via een telefoon op de Woongroep invoeren in de app van het systeem SpendCloud. 2.5. Levvel vergoedt zakelijke reiskosten en de kosten voor woon-werkverkeer van haar medewerkers. De medewerkers geven zelf hun reiskosten door in het systeem Reisbalans. Toekomstige ritten kunnen in het systeem worden ingepland. De noodzakelijke bevestiging van iedere rit kan pas plaatsvinden nadat de rit heeft plaatsgevonden. 2.6. Op 18 februari 2026 heeft Levvel een melding ontvangen van mogelijke onregelmatigheden in de verwerking van ingediende kassabonnen. Naar aanleiding van deze melding is Levvel een onderzoek gestart naar zowel de ingediende kassabonnen als de reiskostendeclaraties van haar medewerkers. 2.7. Op 2 maart 2026 heeft Levvel enkele medewerkers (waaronder [verzoeker]) tijdens een teamvergadering verzocht om de vergadering te verlaten voor een individueel gesprek met [betrokkene 1] (P&O-adviseur) en [betrokkene 2] (teamleider). Tijdens dit gesprek is [verzoeker] geconfronteerd met de geconstateerde onregelmatigheden. In het transcript van dit gesprek staat (onder meer): “(…) [betrokkene 2]: (…) hier staat op de bon ook twee keer een blikje Red Bull. (…) [verzoeker]: Ja, ik geloof je. Ik zie het niet, maar het zal wel. [betrokkene 2]: Het staat er. [verzoeker]: Ja. [betrokkene 2]: Terwijl we volgens mij gewoon de afspraak hebben dat we dit niet doen ([verzoeker]: hmhm) en ze staan er wel op. En laat ik zeggen: het is jouw dienst. [verzoeker]: Ja. Nou, dan heb ik die vast gehaald dan. [betrokkene 2]: Ja, ik kan… d’r zijn nog meer foto’s van ehm… van blikjes eh… Red Bull ehm… en wat er op een bon de bovenste regel een blikje Red Bull staat. Die wordt niet gefotografeerd, en dan eh… daaronder wel. En ik weet, ik heb daarin ook gehoord, dat dat vaker gebeurd en door meerdere collega’s. [verzoeker]: Oh, oké. [betrokkene 2]: Doe jij dat? [verzoeker]: Nou, blijkbaar. Ik zit hier niet ([verzoeker]: Als je…) voor niks, denk ik. [betrokkene 2]: … nee, maar als je een blikje Red Bull ([verzoeker]: ja) koopt en je doet dat bewust op de eerste regel en je fotografeert de eerste regel niet, dan doe je dat volgens mij redelijk bewust. [verzoeker]: Nou nee, niet echt, [betrokkene 2]. (…) [betrokkene 2]: Maar wat maakt dan dat je dan zegt: ik doe dat nooit, en dat je het dan toch doet? [verzoeker]: Nou, omdat ik…ik… ja, ik weet het niet. (stilte) Het gaat om zoiets stoms ook, dus ik snap dat zelf ook niet zo goed. (…) [betrokkene 2]: Ja, dat snap ik ook niet, maar daarom probeer ik het ook van jou te horen van waarom…waarom doe je dat? [verzoeker]: Ja… gewoon een beetje dom dus blijkbaar. (…) [betrokkene 2]: Dan maak je wel bewust een foto dat je hem er niet op zet. ([verzoeker]: Hm) Want je weet dat het niet mag. [verzoeker]: Ja. Ja. [betrokkene 2]: Dat klopt toch? [verzoeker]: Ja, het is gewoon dan dom. [betrokkene 2]: Ik probeer het te begrijpen. [verzoeker]: Ja, dat… ik denk dat het ook niet persé (lacht kort) te begrijpen valt, want ik snap het zelf ook niet zo goed. Het is niet dat ik het niet kan missen een blikje Red Bull of zo eh.. dat ik het van ehm.. de Kluut het geld moet halen persé of zo. Het slaat ook eigenlijk nergens op. (…)” 2.8. Naar aanleiding van dit gesprek heeft Levvel het voornemen om [verzoeker] op staande voet te ontslaan kenbaar aan haar gemaakt. Dit is schriftelijk bij brief van 3 maart 2026 aan haar bevestigd: “(…) Conclusie Op basis van het bovenstaande in combinatie met de aard, ernst en de hoeveelheid schendingen, komen wij tot de conclusie dat jouw handelen meerdere dringende redenen vormt voor een ontslag op staande voet. Deze zijn als volgt: * Jij hebt herhaaldelijk – in strijd met de afspraken en gedragscode – met geld van Levvel artikelen gekocht voor eigen gebruik, waaronder energiedrank; * Jij hebt herhaaldelijk – kennelijk in een poging om dit handelen te verhullen – de energydrank als eerste gescand bij de supermarkt en vervolgens een foto gemaakt van het onderste gedeelte van de bon waardoor de energydrank niet op de bon terugkomt; * Jij hebt herhaaldelijk – in strijd met de afspraken – geen kassabonnen ingediend dan wel kassabonnen ingediend die niet aan de afspraken voldoen; * Jij hebt herhaaldelijk een kilometervergoeding gedeclareerd op dagen dat jij niet hebt gewerkt, ziek was of hebt thuisgewerkt, en deze kilometers dus niet hebt gemaakt; * Jij hebt herhaaldelijk onjuiste kilometervergoedingen gedeclareerd; * Jij hebt de verplichtingen voortvloeiend uit jouw arbeidsovereenkomst, onze gedragscode, de onderlinge afspraken en, meer algemeen, de normen van goed werknemerschap grovelijk geschonden. Deze dringende redenen, ieder voor zich en in samenhang, acht Levvel voldoende om jou op staande voet te ontslaan. In het kader van een eenmalige kosten-batenanalyse zijn wij éénmalig bereid om jou een alternatief aan te bieden door middel van een vaststellingsovereenkomst (in plaats van een onmiddellijk ontslag op staande voet). (….) Je krijgt tot en met donderdag 5 maart 2026, 18:00 uur, de tijd om hierover na te denken en juridisch advies in te winnen. Dit aanbod is niet voor onderhandeling vatbaar. (….) Als jij hier niet mee akkoord gaat, dan zal Levvel jou alsnog op staande voet ontslaan. (…)” 2.9. Op 5 maart 2026 heeft [verzoeker] aangegeven dat de voorgestelde vaststellingsovereenkomst onvolledig was. Levvel heeft daarop op 7 maart 2026 aangegeven bereid te zijn om [verzoeker] gedeeltelijk tegemoet te komen en een aangepaste vaststellingsovereenkomst toe te sturen. 2.10. Op 18 maart 2026 heeft [verzoeker] een verlofoverzicht van Levvel ontvangen en is de termijn om de vaststellingsovereenkomst te ondertekenen verlengd tot 20 maart 2026. 2.11. [verzoeker] is niet akkoord gegaan met de vaststellingsovereenkomst. 2.12. Op 23 maart 2026 is [verzoeker] op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief zijn de in de brief van 3 maart 2026 genoemde redenen herhaald. 2.13. Op 24 maart 2026 heeft [verzoeker] zich expliciet beschikbaar gehouden voor het verrichten van werkzaamheden. 3 Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek 3.1. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter primair het ontslag op staande voet te vernietigen en Levvel te veroordelen tot betaling van loon, op straffe van een dwangsom. Subsidiair verzoekt [verzoeker] de kantonrechter om voor recht te verklaren dat Levvel de arbeidsovereenkomst in strijd met de wet heeft opgezegd, aan [verzoeker] een billijke vergoeding toe te kennen en Levvel te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, de (gecorrigeerde) eindafrekening en de transitievergoeding, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. Dit alles met veroordeling van Levvel in de buitengerechtelijke kosten, de proceskosten en de nakosten. 3.2. Volgens [verzoeker] is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig, omdat de dringende reden ontbreekt en het ontslag bovendien niet onverwijld is gegeven. [verzoeker] betwist dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan frauduleus handelen en/of het bewust benadelen van Levvel. 3.3. Levvel voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Levvel voert ‑ samengevat ‑ aan dat er geen grond is voor vernietiging van het aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet. Er is sprake van een dringende reden en het ontslag is ook onverwijld gegeven. [verzoeker] heeft zich schuldig gemaakt aan fraude met kassabonnen en reiskostendeclaraties. Levvel ziet in het gedrag van [verzoeker] een onacceptabel patroon van zelfverrijking en minachting van de regels. 3.4. Voor het geval het ontslag op staande voet geen standhoudt, heeft Levvel de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] te ontbinden vanwege verwijtbaar handelen of nalaten door [verzoeker] dan wel een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding . 4 De beoordeling van het verzoek 4.1. Ter zitting heeft [verzoeker] aangegeven dat zij berust in het ontslag op staande voet en (dus) de switch maakt naar haar subsidiaire verzoeken. Daarmee staat vast dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd per 23 maart 2026. Dat heeft tot gevolg dat de primaire verzoeken van [verzoeker] niet behandeld hoeven te worden. Het gaat in deze zaak dus nog om de vraag of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is verleend en zo nee, of Levvel vergoedingen aan [verzoeker] moet betalen. Het ontslag op staande voet 4.2. Een ontslag op staande voet is alleen geldig als daarvoor een dringende reden bestaat. De kantonrechter moet bij de beoordeling van de dringende reden alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen, in onderling verband en samenhang. Daarbij moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met de aard en de ernst van de dringende reden. Verder zijn onder meer van belang: de aard en de duur van de dienstbetrekking, het functioneren van de werknemer, en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals de leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet heeft. 4.3. Ontslag op staande voet is een ultimum remedium dat, gelet op de verstrekkende gevolgen, slechts gegeven mag worden als van de werkgever niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer nog langer te laten voortduren. Dat betekent dat de feiten die aan een ontslag op staande voet ten grondslag worden gelegd, voldoende duidelijk moeten zijn en dat over de interpretatie en waardering van die feiten geen misverstand of onduidelijkheid kan bestaan. Verder geldt dat de dringende reden zoals deze is opgenomen in de ontslagbrief bepalend is voor de beoordeling daarvan. De werkgever kan daar niet achteraf nieuwe elementen aan toevoegen. 4.4. Levvel heeft – kort samengevat - aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd dat [verzoeker]: (i) herhaaldelijk kassabonnen heeft ingediend die niet aan de regels van Levvel voldoen en (ii) heeft gefraudeerd met reiskosten. Deze verwijten zullen hierna worden besproken. Kassabonnen 4.5. Op de woongroep(en) van Levvel wordt zoveel mogelijk een ‘normale gezinssituatie’ nagebootst. Dat betekent onder meer dat de jeugdzorgwerkers boodschappen doen voor de woongroep en dat zij voor de jongeren (en zichzelf) koken. De jeugdzorgwerkers hebben daartoe de beschikking over een pinpas en contant geld van Levvel. Bonnetjes van de uitgaven dienen te worden geüpload in de app van SpendCloud. 4.6. Levvel verwijt [verzoeker] (onder meer) dat zij het groepsbudget heeft gebruikt om Red Bull voor zichzelf te kopen. [verzoeker] heeft erkend dat zij dat een enkele keer heeft gedaan. Tussen partijen is niet in geschil dat het de jeugdzorgwerkers bij het doen van de boodschappen op zichzelf is toegestaan om eten en drinken voor eigen gebruik en/of collega’s mee te nemen. Partijen zijn het er echter ook over eens dat het drinken van Red Bull op de woongroep vanuit pedagogisch oogpunt niet verantwoord is. Van de jeugdzorgwerkers wordt (gelet op hun voorbeeldfunctie) daarom verwacht dat zij in het bijzijn van de kinderen geen Red Bull (en/of andere energiedranken) drinken. Uit de gedragscode, notulen en/of andere afspraken blijkt echter geen absoluut verbod op het aanschaffen en/of nuttigen van snoep en energiedranken. In tegendeel: uit de notulen van 23 juni 2025 volgt dat er ook jongeren op de woongroep wonen die wél Red Bull mogen drinken. 4.7. Volgens Levvel heeft [verzoeker] het aanschaffen van Red Bull met het groepsbudget actief proberen te verhullen door de bonnetjes op een bepaalde manier te fotograferen. Ook ontbreken veel kassabonnen van uitgaven die tijdens diensten van [verzoeker] zijn gedaan. Daarnaast zijn meerdere keren handgeschreven post-itbriefjes in SpendCloud geüpload in plaats van kassabonnen. Dat wijst volgens Levvel op een frauduleuze manier van handelen. [verzoeker] heeft hiertegen aangevoerd dat het incidenteel ontbreken van kassabonnen te verklaren is doordat niet altijd een bon wordt meegegeven. Bovendien komt het door de hectiek op de groep wel eens voor dat bonnetjes kwijtraken. Op de groep zijn doorgaans twee à drie medewerkers verantwoordelijk voor zes (bewerkelijke) jongeren. Het uploaden van de bonnetjes in SpendCloud wordt gedaan door de medewerker die daar op dat moment tijd voor heeft. In de praktijk is die tijd er niet altijd, omdat het welzijn van de jongeren prioriteit heeft. Bovendien heeft het systeem SpendCloud vaak last van storingen. Het uploaden van de bonnen werd om deze redenen vaak overgedragen aan collega’s van de volgende dienst. Het uploaden van de bonnen wordt dan ook niet altijd gedaan door de persoon die ook de boodschappen heeft gedaan. [verzoeker] heeft ter zitting gemotiveerd betwist dat de door Levvel aangehaalde onjuiste bonnen individueel naar haar te herleiden zijn. Ter zitting heeft [verzoeker] ten aanzien van (een groot deel van) de bonnen aangegeven of zij wel of niet bij de betreffende boodschappen betrokken was. 4.8. De kantonrechter is van oordeel dat voor wat betreft de door Levvel gestelde fraude met de bonnen, de door haar daartoe gestelde feiten onvoldoende zijn komen vast te staan. Uitgangspunt is dat Levvel [verzoeker] in de ontslagbrief heeft verweten dat zij: i) herhaaldelijk met geld van Levvel artikelen had gekocht voor eigen gebruik, ii) herhaaldelijk de aankoop van energydrank had verhuld door het deel van de bon waarop die aanschaf stond, niet te fotograferen en iii) herhaaldelijk geen of onjuiste kassabonnen had ingediend. Dat [verzoeker] behalve energydrank, herhaaldelijk met geld van Levvel artikelen heeft gekocht voor eigen gebruik, heeft Levvel niet nader onderbouwd en volgt ook niet uit de overgelegde stukken. Dat [verzoeker] herhaaldelijk de aankoop van energydrank heeft willen verhullen, kan daaruit ook onvoldoende worden afgeleid. In het licht van het verweer van [verzoeker] dat er tijdens haar diensten ook tenminste één andere jeugdwerker op de groep stond en dus aan de hand van de geüploade bonnen niet kan worden vastgesteld wie boodschappen heeft gedaan, heeft Levvel niet aangetoond welke bonnen uitsluitend betrekking hebben op het handelen van [verzoeker]. Daardoor is ook onduidelijk gebleken hoe vaak door of ten behoeve van [verzoeker] een blikje Red Bull is gekocht en hoe vaak het is voorgekomen dat de bovenste regel van een bon niet is gefotografeerd. Uit de overgelegde bonnen blijkt bovendien dat op een deel daarvan de aanschaf van een of meer blikjes Red Bull wel goed zichtbaar is. Het ontslag lijkt in belangrijke mate te zijn gebaseerd op de ‘erkenning’ van [verzoeker] in het gesprek van 2 maart 2026 (zie 2.7). Aan die verklaring kan echter slechts beperkte waarde worden toegekend, nu deze tot stand is gekomen naar aanleiding van sturende vragen in een emotioneel beladen setting, waarbij gedreigd werd met ontslag op staande voet. Het is begrijpelijk dat [verzoeker] zich door de gang van zaken overdonderd voelde en het op dat moment, mede omdat het ook ging om oudere bonnen, voor haar niet goed mogelijk was om de beschuldigingen te weerleggen. Uit het transcript blijkt ook onvoldoende ten aanzien van welke bonnen [verzoeker] zou hebben erkend dat zij de aankoop van energydrank heeft verhuld. Voor wat betreft het herhaaldelijk geen of onjuiste bonnen indienen, heeft Levvel evenmin aangetoond welke van de door haar overgelegde bonnen uitsluitend tot [verzoeker] herleidbaar zijn. Voor zover dat al wel het geval is, geldt dat [verzoeker] heeft uitgelegd waarom een bon ontbrak of waarom de ingediende bon niet aan de afspraken voldeed. 4.9. Niet alleen zijn de door Levvel gestelde feiten onvoldoende vast komen te staan, de gestelde feiten rechtvaardigen in het licht van hetgeen [verzoeker] daarover heeft aangevoerd, ook geen ontslag op staande voet. Er is geen sprake van een duidelijke normschending die zonder meer aan [verzoeker] kan worden toegerekend. Van een absoluut verbod op Red Bull was immers geen sprake. Bovendien geldt dat [verzoeker] voor de gevolgen van de door Levvel gestelde normschending niet voldoende duidelijk door Levvel is gewaarschuwd. Van een ‘zerotolerance’-beleid met betrekking tot het aanschaffen van energiedranken en/of het niet correct uploaden van de kassabonnen is niet gebleken. De gestelde gedragingen zijn ook niet zodanig evident ernstig dat deze zonder voorafgaande waarschuwing een ontslag op staande voet rechtvaardigen. Reiskosten 4.10. Levvel heeft verder aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd dat in de reiskostendeclaraties van [verzoeker] verschillende onregelmatigheden zijn geconstateerd. Blijkens de ontslagbrief gaat het om: i) het herhaaldelijk declareren van een kilometervergoeding terwijl [verzoeker] die kilometers niet had gemaakt en ii) het herhaaldelijk declareren van een onjuiste kilometervergoeding. Volgens [verzoeker] gaat het hierbij om administratieve omissies. Zij heeft in dit verband toegelicht dat zij haar toekomstige ritten aan de hand van haar (met de roosterapp gesynchroniseerde) iPhone-agenda in het systeem Reisbalans invoerde. Het accorderen van de ritten deed zij achteraf in bulk. Daarbij heeft zij over het hoofd gezien dat de ‘slaapdiensten’ in haar agenda als twee losse diensten (met een heen- en terugreis op iedere dag) werden weergegeven. Zij had dit moeten corrigeren naar één heenreis op de eerste dag, en één terugreis op de tweede dag. Ook heeft [verzoeker] incidenteel nagelaten achteraf gewijzigde diensten, bijvoorbeeld in verband met ziekte, verlof of thuis werken, te corrigeren. Daarnaast heeft zij ritten tussen haar eigen woonadres en andere locaties van Levvel dan de vaste werklocatie (zoals trainingen, vergaderlocaties of brengen/halen van cliënten naar therapie) als zakelijke ritten (in plaats van woon-werkritten) gedeclareerd omdat zij dacht dat dit mocht. 4.11. Het is duidelijk dat [verzoeker] niet heeft gehandeld in overeenstemming met het mobiliteitsbeleid van Levvel. Dat wil echter nog niet zeggen dat dit handelen dus frauduleus (opzettelijk misleidend) is. De uitleg die [verzoeker] voor de gemaakte fouten heeft gegeven, is niet bij voorbaat ongeloofwaardig. Levvel heeft de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de reiskostendeclaraties in belangrijke mate bij [verzoeker] neergelegd. Daar waar [verzoeker] voorheen een vaste reiskostenvergoeding kreeg, moet zij nu voor iedere rit verantwoording afleggen, waarbij zij dus achteraf per dag aan de hand van haar agenda moet terughalen welke reis zij heeft gemaakt. Deze werkzaamheden vormen geen onderdeel van de kerntaken van haar functie. Het verwerken van reiskostendeclaraties is een administratieve neventaak waarbij het maken van fouten (zeker in de hectiek van het dagelijkse werk) menselijk en voorstelbaar is. Daarbij komt dat de regels betreffende het mobiliteitsbeleid zijn gedeeld via intranet (in de periode dat [verzoeker] met zwangerschapsverlof was) of in algemene mails. [verzoeker] is nooit individueel aangesproken op het onjuist declareren van reiskosten. Dat [verzoeker] (samen met haar collega Drenth) verantwoordelijk is voor het maken van het rooster, maakt niet dat zij bij het declareren van reiskosten geen fouten zou kunnen maken. Dat geldt ook voor de omstandigheid dat [verzoeker] reiskosten in verband met extra diensten wel heeft toegevoegd daar waar zij niet gemaakte ritten niet heeft verwijderd. Zoals [verzoeker] onweersproken heeft aangevoerd, heeft zij ook zakelijke kilometers gereden waarvoor zij geen parkeerkosten heeft gedeclareerd. Kortom, de feiten waarop Levvel zich beroept staan hier weliswaar vast, maar over de kwalificatie daarvan is discussie mogelijk. Fraude veronderstelt dat [verzoeker] Levvel opzettelijk heeft misleid om ten koste van Levvel een onrechtmatig voordeel te behalen. Nog daargelaten dat voor derden relatief eenvoudig controleerbaar was dat [verzoeker] sommige reiskosten ten onrechte declareerde, geldt dat haar handelen ook als slordigheid of laksheid gekwalificeerd kan worden. Conclusie 4.12. De conclusie is dat noch de verwijten die Levvel [verzoeker] maakt met betrekking tot de kassabonnen noch de verwijten betreffende de reiskosten noch de combinatie van beiden, leiden tot een dringende reden die een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Dat wil niet zeggen dat Levvel [verzoeker] daarop niet had mogen (en moeten) aanspreken. Zij had echter ook andere maatregelen kunnen nemen, waaronder verrekening van de te veel in rekening gebrachte reiskostendeclaraties en/of een stevige waarschuwing voor mogelijke consequenties als zich wederom onregelmatigheden zouden voordoen. Daar heeft Levvel niet voor gekozen. In plaats daarvan heeft zij direct naar de zwaarste maatregel gegrepen. Dat is in dit geval een te vergaande maatregel. Levvel had met een minder zware sanctie kunnen (en moeten) volstaan. 4.13. [verzoeker] is ten onrechte op staande voet ontslagen omdat aan het ontslag geen dringende reden ten grondslag ligt. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de beoordeling van de onverwijldheid van het ontslag. De verzochte verklaring voor recht wordt toegewezen. Billijke vergoeding 4.14. Het verzoek van [verzoeker] tot toekenning van een billijke vergoeding wordt toegewezen, omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Daarbij wordt opgemerkt dat een ongeldig ontslag als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever moet worden aangemerkt. 4.15. Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. De kantonrechter moet bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding rekening houden met alle (uitzonderlijke) omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen. 4.16. De kantonrechter zal bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding om te beginnen rekening houden met de te verwachten inkomensschade van [verzoeker] als gevolg van het ontslag (soms ook aangeduid als ‘de waarde van de arbeidsovereenkomst’). Daarbij moet ook worden bezien hoe lang de arbeidsovereenkomst nog zou hebben geduurd, als het ernstig verwijtbaar handelen van Levvel achterwege was gebleken, na afweging van goede en kwade kansen. 4.17. De kantonrechter volgt [verzoeker] in haar stelling dat er aanleiding bestaat om aan te nemen dat zij nog in ieder geval één tot drie jaar bij Levvel in dienst had kunnen blijven, als het ernstig verwijtbaar handelen van Levvel achterwege was gebleven. [verzoeker] heeft haar inkomensschade berekend op een brutobedrag van € 61.425,91. Het is echter niet aannemelijk dat [verzoeker] het door haar berekende bedrag aan inkomensschade ook daadwerkelijk zal leiden. Gelet op de huidige arbeidsmarkt, haar ervaring en het arbeidsverleden van [verzoeker], is aannemelijk dat zij binnen korte tijd in staat zal zijn om een andere (vergelijkbare) baan te vinden. Daarmee zal zij naar verwachting in ieder geval 80% van haar huidige salaris kunnen verdienen. Dat het tot op heden nog niet is gelukt om een andere baan te vinden, lijkt voornamelijk aan haar persoonlijke omstandigheden te liggen (zoals het niet kunnen vinden van een oppas voor haar dochter). Verder stelt [verzoeker] dat zij door (de rechtsvoorganger van) Levvel in het vooruitzicht gestelde opleiding ter waarde van € 10.000,00 misloopt. Levvel heeft die opleiding echter al in 2018 toegezegd. Dat [verzoeker] de opleiding nog steeds niet heeft gevolgd, komt doordat zij dit zelf acht jaar lang (om haar moverende redenen) heeft uitgesteld. Verder wordt overwogen dat Levvel een non-profitorganisatie is die grotendeels door gemeenschapsgeld wordt gefinancierd. Dat betekent dat een hogere vergoeding rechtstreeks ten laste komt van de publieke middelen. 4.18. Bovenstaande uitgangspunten leiden ertoe dat de kantonrechter aan [verzoeker] een billijke vergoeding toekent van € 12.500,00 bruto. Daarmee wordt [verzoeker] voldoende gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen van Levvel. 4.19. De verzochte wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking. Gefixeerde schadevergoeding 4.20. Ook de verzochte vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal worden toegewezen, omdat is opgezegd tegen een eerdere dag dan die tussen partijen geldt. De vergoeding is gelijk aan het bedrag van het loon over de opzegtermijn, te weten € 11.025,70 bruto. 4.21. De verzochte wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 23 maart 2026. Eindafrekening 4.22. Levvel heeft een eindafrekening opgesteld. Daaruit blijkt dat [verzoeker] in beginsel recht heeft op een bedrag van € 15.409,59 bruto aan openstaande verlofuren, vakantietoeslag, ORT-uren, eindejaarsuitkering en reiskosten. Levvel heeft daarop een bedrag van € 11.555,62 (schadeloosstelling) en een bedrag van € 1.134,00 (herberekening januari) in mindering gebracht. Zij heeft toegelicht dat de ‘schadeloosstelling’ de gefixeerde schadevergoeding betreft. Hiervoor is echter geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, zodat [verzoeker] niet schadeplichtig is jegens Levvel. Dat betekent dat deze post ten onrechte van de eindafrekening is afgetrokken. Met betrekking tot de post ‘herberekening januari’ heeft Levvel onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarop deze aftrekpost is gebaseerd. Haar stelling dat dit te maken heeft met de reeds verwerkte salarisverhoging op grond van de cao Jeugdzorg kan haar niet baten. In dat geval zou immers juist een nabetaling voor de hand liggen. Gesteld noch gebleken is dat Levvel inmiddels (een gedeelte van) de eindafrekening aan [verzoeker] heeft uitbetaald. Dat betekent dat [verzoeker] nog recht heeft op het volledige bedrag van € 15.409,59 bruto. 4.23. De verzochte wettelijke rente over dit bedrag wordt toegewezen te rekenen vanaf één maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 23 april 2026. 4.24. De verzochte wettelijke verhoging zal ook worden toegewezen, omdat Levvel de eindafrekening te laat heeft betaald. Wel is er in de gegeven situatie aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen tot 25%. Transitievergoeding 4.25. Het verzoek om Levvel te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt eveneens toegewezen. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet terecht is gegeven, omdat daarvoor geen dringende reden aanwezig was. Een dringende reden valt niet zonder meer samen met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werknemer. Maar bij gebreke van een dringende reden en gelet op de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden is er geen grond om te oordelen dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoeker]. Dat betekent dat de transitievergoeding verschuldigd is. De transitievergoeding wordt bepaald aan de hand van het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst zou zijn geëindigd als de werkgever deze regelmatig (met een juiste opzegtermijn en tegen een juiste datum) zou hebben opgezegd. Levvel wordt daarom veroordeeld tot betaling van € 14.729,69 bruto. 4.26. De verzochte wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 23 april 2026. Buitengerechtelijke kosten 4.27. [verzoeker] verzoekt tot slot vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Zij heeft toegelicht dat het daarbij niet gaat om buitengerechtelijke incassokosten in de zin van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, maar om daadwerkelijk gemaakte advocaatkosten. Voor een volledige proceskostenvergoeding is alleen plaats in geval van buitengewone omstandigheden, waarbij moet worden gedacht aan misbruik van procesrecht. Daarvan is geen sprake. De stelling van [verzoeker] dat Levvel heeft gehandeld in strijd met goed werkgeverschap, is daarvoor niet genoeg. Dit verzoek wordt daarom afgewezen. Proceskosten 4.28. De proceskosten komen voor rekening van Levvel, omdat Levvel overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van Levvel. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 1.274,00 (€ 265,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. 4.29. De verzochte wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beoordeling van het voorwaardelijk tegenverzoek 5.1. Omdat [verzoeker] heeft berust in het ontslag is de voorwaarde waaronder Levvel het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft gedaan, niet vervuld. Het verzoek hoeft daarom niet te worden beoordeeld en er hoeft ook niet op te worden beslist. 6 De beslissing De kantonrechter op het verzoek 6.1. verklaart voor recht dat Levvel de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 lid 1 BW, 6.2. veroordeelt Levvel om aan [verzoeker] een billijke vergoeding te betalen van € 12.500,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking, tot aan de dag van de gehele betaling, 6.3. veroordeelt Levvel om aan [verzoeker] de vergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen van € 11.025,70 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 23 maart 2026 tot aan de dag van de gehele betaling, 6.4.