Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-05-20
ECLI:NL:RBNHO:2026:8621
Rechtbank noord-holland Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 25/2627 uitspraak van de enkelvoudige douanekamer van 20 mei 2026 in de zaak tussen [belanghebbende] , wonende te Turnhout, België, belanghebbende, en de inspecteur van de Douane, verweerder. Inleiding Deze uitspraak gaat over douanerecht, accijns en omzetbelasting over sigaretten die zijn gekocht in India en zijn meegenomen naar Nederland. Verweerder heeft aan belanghebbende een uitnodiging tot betaling (utb) met dagtekening 18 december 2024 uitgereikt voor een bedrag van € 529,23, bestaande uit € 36,09 aan douanerecht, € 390,42 aan accijns en € 102,72 aan omzetbelasting. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar met dagtekening 21 mei 2025 het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de utb gehandhaafd. Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2026 te Haarlem. Belanghebbende is verschenen. Namens verweerder zijn verschenen mr. [naam 1] , [naam 2] (douanebeambte) en [naam 3] (vaktechnisch adviseur). Overwegingen Feiten Belanghebbende is op [datum] vanuit India aangekomen op Schiphol, Amsterdam. Tijdens een controle heeft een douaneambtenaar 1.200 stuks sigaretten bij hem aangetroffen. Voor 200 sigaretten heeft verweerder vrijstelling van douanerechten, accijns en omzetbelasting verleend (de reizigersvrijstelling). Voor de overige 1.000 sigaretten heeft verweerder een utb uitgereikt voor het bedrag van € 529,23 die belanghebbende ter plekke heeft betaald. Vanwege een computerstoring heeft de douaneambtenaar een handmatig ingevulde utb uitgereikt. Verweerder heeft later nogmaals een utb voor hetzelfde bedrag aan belanghebbende toegezonden met dagtekening 18 december 2024. In de handmatige utb is onder meer het volgende – voor zover van belang - vermeld: “1200 sigaretten door groene kanaal niet aangegeven. 200 sigaretten vrijstelling verleend” Onder het kopje “gegevens goederen en te betalen belastingaangifte”: Soort goederen Soort belasting Heffingsgrondslag Tarief Bedrag 400 stuks sigaretten Camel yellow € 600 stuks sigaretten Marlboro Double Mix € Totaalbedrag € 529,23 Onder het kopje “Betaling” is aangekruist en ingevuld: “De belastingplichtige heeft het volgende bedrag contant betaald: € 529,23 Datum betaling: [datum] , per pin *** (onleesbaar) ” 3. Tot de stukken van het geding behoort een op ambtsgelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor van [datum] waarin het volgende – voor zover van belang – is vermeld: Pagina 1: Verdacht overtreding van : Art. 139 DWU / art. 10:1 ADW (niet aanbrengen bij de inspecteur) Plaats strafbare feit : Luchthaven Schiphol, Gemeente Haarlemmermeer Locatie (werkpunt) : Aankomsthal 4 Groene/rode kanaal : Groen Pagina 3: Vindplaats : Ruimbagage Pagina 5: Verhoor Vraag 1: Waar komt uw reis vandaan? Antwoord 1: India Vraag 2: Hoe bent u in het bezit gekomen van de sigaretten? Antwoord 2: aangeschaft op de airport van India duty free Vraag 3: Hoe heeft u zich laten informeren over de Douane regels? Antwoord 3: niet Vraag 4: Waarom heeft u de sigaretten niet bij de Nederlandse Douane aangegeven? Antwoord 4: ik wist niet dat het moest Vraag 5: Wilt u zelf iets aan uw verklaring toevoegen? Antwoord 5: nee 4. Belanghebbende heeft op 16 december 2024 bezwaar gemaakt tegen de utb en is op 29 april 2025 telefonisch gehoord door verweerder. 5. Op grond van artikel 8:58 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen partijen nadere stukken indienen tot tien dagen voor de zitting. Zes dagen voor de zitting heeft de rechtbank het verweerschrift, gedateerd 15 april 2026, ontvangen. Ter zitting heeft belanghebbende verklaard dit verweerschrift niet ontvangen te hebben. De rechtbank zal dit verweerschrift buiten beschouwing laten. Geschil 6. In geschil is of de utb terecht aan belanghebbende is uitgereikt. 7. Belanghebbende stelt dat de utb ten onrechte is uitgereikt. Belanghebbende voert aan dat hij zich niet in het groene kanaal bevond, maar nog in de centrale bagag In beginsel gaat de rechtbank uit van de juistheid van een proces-verbaal dat onder ambtseed is opgesteld. In dit geval is echter niet uit te sluiten dat het proces-verbaal een fout bevat. Zo heeft belanghebbende, zowel ter zitting als in het verhoor, onweersproken verklaard dat hij de sigaretten bij de Duty Free in India heeft gekocht en in zijn handbagage heeft vervoerd. In het proces-verbaal is echter aangekruist dat de sigaretten zich in de ruimbagage bevonden. Uit de foto’s in het dossier is de vindplaats van de sigaretten niet af te leiden, maar de rechtbank acht de verklaring van belanghebbende aannemelijk. Nu het proces-verbaal innerlijk tegenstrijdig is, hecht de rechtbank hier niet de waarde aan die zij in het normale geval aan een proces-verbaal toekent. De verklaring van belanghebbende en het proces-verbaal zal de rechtbank daarom als van gelijk gewicht tegen elkaar afwegen. De rechtbank acht de verklaring van de belanghebbende dat hij voor het betreden van het groene kanaal is aangesproken en gevraagd is naar het bezit van verboden middelen niet onaannemelijk. Te meer nu de betrokken douanier ter zitting heeft verklaard op dat moment nog niet lang als douanebeambte werkzaam te zijn op Schiphol en dat hij niet meer kan terughalen hoe de belanghebbende is aangesproken. Hij heeft verder verklaard dat er commotie was ter plaatse omdat mensen stonden te schreeuwen en dat hij belanghebbende via het groene kanaal naar de visitatietafel heeft gebracht. Niet kan worden uitgesloten dat belanghebbende voor het onderzoek aan zijn bagage door de douane naar en door het groene kanaal is begeleid. Nu niet vast staat dat belanghebbende zelf heeft kunnen kiezen door het groene of rode kanaal te gaan, kan belanghebbende naar het oordeel van de rechtbank niet worden tegengeworpen dat hij niet tijdig aangifte heeft gedaan van de invoer van de sigaretten en hij artikel 139 van het DWU heeft geschonden. 13. Voor het opleggen en de hoogte van de utb maakt dit echter niet uit. Tussen partijen is immers niet in geschil dat belanghebbende bij zijn inreis in Nederland 1.200 sigaretten heeft ingevoerd. Vast staat dat eiser tabaksproducten heeft meegenomen naar Nederland vanuit India, een land dat niet behoort tot de Europese Unie. In dat geval is sprake van invoer vanuit een derde land in de zin van de Wet op de Omzetbelasting 1968 en van de Wet op de accijns (Wet accijns), ter zake waarvan in beginsel omzetbelasting respectievelijk accijns zijn verschuldigd. Deze heffingen liggen op dit moment voor. Deze beroepsgrond slaagt niet. Onvolledige utb 16. Belanghebbende voert aan dat hij op [datum] een handmatig opgestelde utb heeft ontvangen waarin essentiële onderdelen, zoals de heffingsgrondslag, het soort belasting en de tarieven ontbraken. Daarmee ontbrak een geldige onderbouwing van het besluit. Dit is een schending van de eigen interne regelgeving en de beginselen van behoorlijk bestuur, met name het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel. De informatie op het utb formulier was ontoereikend om te begrijpen waarop de naheffing was gebaseerd. Hoewel in de bezwaarfase alsnog een digitale utb is verstrekt, is dit geen correctie van het oorspronkelijke motiveringsgebrek maar een hernieuwd besluit. Een burger mag niet de dupe worden van onvolledige of onjuiste besluitvorming op het moment van uitreiking. 16. De rechtbank stelt vast dat sprake was van bijzondere omstandigheden. Vanwege een stroomstoring is aan belanghebbende een handmatig ingevuld standaardformulier uitgereikt. Hoewel hierop inderdaad de soort belasting en de heffingsgrondslag niet is ingevuld stelt de rechtbank vast dat verweerder binnen twee dagen alsnog een digitale versie heeft verzonden aan belanghebbende waarin de volledige informatie is vermeld. Dit is niet een hernieuwd besluit want de digitale versie heeft geen eigen rechtsgevolg. Voor zover de tarieven en heffingsgrondslagen in de oorspronkelijke utb ontbraken zijn zij in algehele heroverweging in de uitspraak op bewaa