Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-05-01
ECLI:NL:RBNHO:2026:8093
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: HAA 25/1466 en 25/2296 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit Zaandam, eiser (gemachtigde: mr.drs. M.H. Welter), en de directeur van de Politieacademie, de Politieacademie (gemachtigden: mr. S.O. Visch en mr. G. Wind). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over twee besluiten van de Politieacademie. Het eerste besluit, van 8 oktober 2024, betreft het niet verlengen van de opleiding van eiser, het tweede besluit, van 22 oktober 2024, betreft het beëindigen van de opleiding. Eiser is het hiermee niet eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de besluiten standhouden. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met de bestreden besluiten van 21 januari 2025 en 25 maart 2025 op de bezwaren van eiser is de politieacademie bij de besluiten van 8 en 22 oktober 2024 gebleven. 3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. 4. De politieacademie heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. 5. De rechtbank heeft de beroepen op 20 maart 2026 op zitting behandeld, gelijktijdig met het beroep van eiser, geregistreerd onder nummer 25/5003, inzake het besluit van de korpschef om eiser eervol te ontslaan. Aan de zitting hebben deelgenomen eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van de politieacademie. Tevens was aanwezig: [naam] (teamchef team Amsterdam bij de Politieacademie). Beoordeling door de rechtbank Totstandkoming van de bestreden besluiten 6. Eiser is op 31 januari 2022 gestart met de opleiding tot politieagent GGP aan de Politieacademie. Op 30 september was de maximale doorlooptermijn van deze opleiding doorlopen. Eiser had op dat moment het portfolio-examen Q8 nog niet met een voldoende afgesloten. 7. Eiser heeft een verzoek tot verlenging van de opleiding ingediend. Dat verzoek is afgewezen met het besluit van 8 oktober 2024. Met het besluit van 21 januari 2025 (aangevuld met het besluit van 23 januari 2025) is de Politieacademie bij dat besluit gebleven. 8. Met het besluit van 22 oktober 2024 heeft de Politieacademie de opleiding van eiser beëindigd. Dat besluit is na bezwaar gehandhaafd met het besluit van 25 maart 2025. Beroepsgronden 9. Eiser voert aan dat sprake is van een bijzondere omstandigheid om de opleiding te verlengen. Medewerkers van de Politieacademie hebben eiser misleid over de zogenaamd enige manier om zijn politiediploma te behalen, dat zou zijn het behalen van profit test. Verzuimd daarbij is te vermelden dat eiser zijn diploma ook kon verkrijgen met het verschaffen van de juiste uitleg in het Q8 examengesprek. 10. Verder heeft de Politieacademie volgens eiser een onjuist criterium aangelegd. Het toepassen van uitsluitend de regels in de OER brengt mee dat geen sprake is van evenredige belangenafweging. Als gevolg daarvan wordt eiser gedwarsboomd in zijn fundamentele recht van vrije beroepskeuze. 11. Eiser voert verder aan dat de Politieacademie miskent dat met handhaving van de gevolgen van het niet behalen van de profit test sprake is van discriminatie naar zowel geslacht als leeftijd. 12. In het aanvullend beroepschrift van 9 maart 2026 voert eiser aan dat profit door de Politieonderwijsraad niet is opgenomen in de kwalificatiestructuur. De Politieacademie is volgens eiser niet gerechtigd om eigenmachtig toevoegingen te doen aan de kwalificatiestructuur. Volgens eiser moet daaruit volgen dat hij heeft voldaan aan de voorwaarden om zijn diploma te krijgen. Volgens eiser heeft de Politieacademie niet voldaan aan de vergewisplicht van de Awb, omdat zonder meer is uitgegaan van de examenuitslag. Verweerschrift 13. De Politieacademie heeft – voorzien van een uitgebreide toelichting – zijn standpunt gehandhaafd. De regels over het volgen, verlengen en beëindigen van De rechtbank begrijpt het standpunt van eiser zo dat de uitslag van het examen niet aan de besluiten ten grondslag gelegd mag worden, omdat voor een onderdeel van dit examen, namelijk de (uitslag van de) Prof-fit test de juridische grondslag ontbreekt. 20. De rechtbank volgt eiser daarin niet. De Politieacademie heeft – uitvoerig en overtuigend – toegelicht dat die juridische grondslag er wel is. Uit het samenstel van de bepalingen in de Politiewet 2012 (artikelen 87 ev), de OER, de studiegids en studiewijzers volgt dat de Prof-fit een van de onderdelen van het Q8-examen is. 21. De door eiser gestelde strijdigheid met de kwalificatiestructuur en adviezen van de Politieonderwijsraad volgt de rechtbank niet. Zoals ook te lezen valt in de toelichting op de Regeling Politieonderwijs is de kwalificatiestructuur een samenhangend geheel van kwalificatiedossiers en kwalificaties dat ten dienste staat van het ontwikkelen van politieopleidingen met bijbehorende examens. Wat in de kwalificaties is opgenomen, moet terugkomen in de politieopleidingen en examens. De kwalificatiedossiers worden op basis van een advies van de Politieonderwijsraad door de Minister van Justitie en Veiligheid vastgesteld. Vervolgens ontwikkelt de Politieacademie op basis van de kwalificatiedossiers de politieopleidingen en de bijbehorende examens. 22. In de door de minister (op 10 juni 2022) vastgestelde kwalificatie behorend bij het beroepsprofiel Politieagent is verder te lezen: “De Politieacademie ontwikkelt kwalificaties in samenwerking met het werkveld en stakeholders. En legt deze voor aan de commissie Kwalificatiestructuur Politieonderwijs (KSP) van de Politieonderwijsraad (hierna: de Raad). Na advies van deze commissie en de Raad stelt de Minister van J&V de kwalificatie vast als deze voldoet aan alle eisen.” 23. De Politieonderwijsraad heeft dus een adviserende rol bij de totstandkoming van de kwalificatiestructuur, en de kwalificatiestructuur geeft richting aan het politieonderwijs, maar schrijft niet voor hoe het onderwijs moet zijn ingericht. Het is aan de Politieacademie het onderwijs zo in te richten dat studenten de kennis en vaardigheden ontwikkelen zodat voldaan wordt aan de kwalificatiestructuur. 24. De stelling van eiser dat de Prof-fit test als zodanig niet is opgenomen in de kwalificatiestructuur en daardoor geen onderdeel kan zijn van het examen gaat daarom niet op. Dat de Prof-fit test geen verband zou houden met de kwalificaties waarvoor opgeleid wordt, zoals door eiser betoogd is, volgt de rechtbank evenmin. Een politieagent is fysiek, mentaal en moreel weerbaar, zo is in de kwalificatie meermaals te lezen. Fysieke weerbaarheid is dan ook een onderdeel waarop getoetst kan (en moet) worden. De wijze waarop dat plaatsvindt – het is nogmaals gezegd – is aan de Politieacademie. 25. De omstandigheid dat de Fysieke vaardigheidstoets (FVT) in het kwalificatiedossier onder “overige vereisten”, als één van de beroepsvereisten is opgenomen betekent niet dat daarmee een andere manier van toetsen van de fysieke weerbaarheid in het kader van de opleiding is uitgesloten. 26. De omstandigheid dat de eisen die gelden voor het behalen van de Prof-fit test verschillen naar gelang geslacht en leeftijd leidt niet tot het oordeel dat daarmee sprake is van verboden discriminatie. Integendeel, juist het stellen van dezelfde eisen zou verboden discriminatie opleveren, omdat biologische verschillen tussen mannen en vrouwen en tussen jongeren en ouderen daarmee genegeerd zouden worden, met als gevolg dat die eisen voor vrouwen en ouderen negatief uitwerken. 27. Deze beroepsgronden treffen daarom geen doel. 28. De prof-fit test onverbindend verklaren, zoals door eiser is verzocht, is in de onderhavige procedure niet mogelijk. De test vormt immers een onderdeel van het examen, waarvoor een andere bezwaarroute geldt. Niet verlengen opleiding. 29. In artikel 40 van de OER is bepaald dat het verantwoordelijke sectorhoofd de maximaal toegestane doorlooptijd voor bepaa