Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-06-26
ECLI:NL:RBNHO:2026:7857
De kantonrechter verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd is gedeeltelijk gegrond en matigt de boete tot een bedrag van € 90,00 (met handhaving van de administratiekosten). RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11902091 \ WM VERZ 25-2424 CJIB-nummer : [nummer] Uitspraakdatum : 26 juni 2026 Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) en proces-verbaal van de zitting in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene) De verkeersboete en het beroep Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding (een geslotenverklaring die boor beide richtingen geldt negeren (bord C1)). Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 12 juni 2026. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Betrokkene heeft het beroep op de zitting toegelicht en gevraagd om het beroep gegrond te verklaren. Betrokkene heeft – kort omschreven – aangevoerd dat hij met zijn partner op Eerste Kerstdag naar de huisartsenpost gingen omdat hij zich niet goed voelde. Zij namen de kortste weg en dachten dat zij door mochten rijden. Volgens betrokkene wordt Eerste Kerstdag namelijk gezien als een zondag en verwijst hierbij naar artikel 1.1 van de Zondagswet. Bovendien heeft de gemeente niet duidelijk gecommuniceerd naar de bewoners dat de geslotenverklaring zou gelden op Eerste Kerstdag. Daarnaast gaat de gemeente volgens betrokkene voorbij aan haar eigen beleid. De geslotenverklaring is ingesteld om het aantal verkeersdeelnemers tijdens de spitsuren terug te draaien. Het feit dat de geslotenverklaring ook op Eerste Kerstdag van kracht is, is hiermee niet in overeenstemming. Tenslotte is de officier van justitie niet ingegaan op zijn hoorverzoek. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting erkend dat betrokkene had moeten worden gehoord en dat dit niet is gebeurd. Dat betekent dat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond is, dat die beslissing moet worden vernietigd en de boete moet worden verlaagd met 25%. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft meegedeeld de beslissing en het standpunt voor het overige te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep voor het overige ongegrond te verklaren. Daarbij heeft de vertegenwoordiger gesteld dat de gemeente Alkmaar deze wijze handhaven heeft ingesteld en dat de boete terecht is opgelegd. De Zondagswet heeft geen betrekking op de werking van de verkeersborden. Ook heeft de gemeente niets gecommuniceerd aan de bewoners over een uitzondering op de geslotenverklaring tijdens de feestdagen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan. De beoordeling De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd. In het dossier bevinden zich flitsfoto’s van de gedraging en schouwrapporten van de bebording. Hieruit blijkt dat de overtreding is begaan en er is geen aanleiding om aan te nemen dat de bebording verwarrend of onduidelijk is. Ook is de kantonrechter van oordeel dat de gemeente zich ten aanzien van de geslotenverklaring aan de Herenweg voldoende heeft ingespannen als het gaat om de communicatie over de wijzigingen aan deze handhavingslocatie en acht de kantonrechter een waarschuwingsperiode van twee weken, zoals door de gemeente is aangehouden, in dit geval voldoende. Voor een nadere uitleg hierover verwijst de kantonrechter betrokkene naar de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. Het verweer dat de geslotenverklaring op feestdagen niet geldt, zoals in dit geval de Eerste Kerstdag, wordt verworpen. Uit de bebording ter plaatse blijkt dat de geslotenverklaring geldt op maandag tot en met vrijdag gedurende 6.00 – 9.00 uur en gedurende 16.00 – 19.00. Er staat op het bord geen uitzondering voor feestdagen. Het beroep op de Zondagswet gaat niet op, omdat deze wet geen betrekking heeft op toepassing van verkeersborden. Ook zijn er naar het oordeel van de kantonrechter geen omstandigheden aannemelijk geworden op grond waarvan betrokkene redelijkerwijs ervan mocht uitgaan dat op een feestdag de geslotenverklaring niet geldt. Daartoe wordt het volgende overwogen. De omstandigheid dat de geslotenverklaring voorheen werd gehandhaafd door middel van een beweegbare paal geeft daartoe geen aanleiding. Destijds, zo is in de hiervoor genoemde uitspraak overwogen, kwam de paal omhoog op de tijden dat de geslotenverklaring gold en blokkeerde dan feitelijk de toegang. Dat heeft er bij sommige verkeersdeelnemers kennelijk toe geleid dat ervan werd uitgegaan dat de geslotenverklaring niet (meer) zou gelden als de paal naar beneden stond. Die onjuiste aanname komt voor rekening en risico van de verkeersdeelnemer, gelet op de voldoende duidelijke bebording. Voor zover is aangevoerd dat destijds de paal bij feestdagen omlaag zou staan, wordt dat verweer als onvoldoende onderbouwd gepasseerd. De gestelde situatie komt niet overeen met het feit dat de bebording van de geslotenverklaring sinds de digitale handhaving niet is gewijzigd. Hoe dan ook ziet de kantonrechter hierin geen aanleiding dat betrokkene erop mocht vertrouwen dat de geslotenverklaring op de dag van de gedraging (een woensdag) niet zou gelden. Tot slot begrijpt de kantonrechter dat betrokkene vindt dat de gemeente Alkmaar voorbij gaat aan haar eigen beleid door ook te handhaven op Eerste Kerstdag. Echter, het is in dit kader niet aan de kantonrechter om het beleid van de gemeente te beoordelen. Als betrokkene vindt dat het beleid van de gemeente moet worden aangescherpt of aangepast, moet hij zich richten tot de wetgever en de politiek. De kantonrechter volgt het standpunt van de officier van justitie dat de hoorplicht is geschonden en ziet aanleiding om de boete te matigen met 25%. Het beroep is gelet op de matiging gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd zal worden gewijzigd. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; ‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en matigt de boete tot een bedrag van € 90,00 (met handhaving van de administratiekosten); ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. Deze uitspraak is gedaan door mr. F.J. Lourens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk . Datum toezending: Vgl. de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 27 mei 2026, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:RBNHO:2026:6200.