Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-05-19
ECLI:NL:RBNHO:2026:7694
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: HAA 24/8282, HAA 24/8285, HAA 24/8287, HAA 24/8288, HAA 24/8290, HAA 24/8291, HAA 24/8292 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 19 mei 2026 in de zaken tussen 1. in zaaknummer HAA 24/8282: de besloten vennootschap [eiser 1] B.V. , uit Den Oever; 2. in zaaknummer HAA 24/8285: [eiser 2] , uit Den Oever; 3. in zaaknummer HAA 24/8287: de besloten vennootschap [eiser 3] B.V. , uit Den Oever; 4. in zaaknummer HAA 24/8288: de besloten vennootschap [eiser 4] B.V. uit Den Oever; 5. in zaaknummer HAA 24/8290: de besloten vennootschap [eiser 5] B.V. uit Den Oever; 6. in zaaknummer HAA 24/8291: de besloten vennootschap [eiser 6] B.V. uit Hippolytushoef; 7. in zaaknummer HAA 24/8292: de vennootschap onder firma VOF [eiser 7] uit Den Oever, hierna gezamenlijk: eisers (gemachtigde: R. Scholten), en de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur , verweerder (gemachtigde: mr. drs. P.J. Kooiman). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen de aan hen op 22 december 2021 dan wel 28 december 2022 verleende garnalenvergunningen kustwateren (GK). 2. Met de bestreden besluiten van 1 november 2024 op de bezwaren van eisers is verweerder bij die besluiten gebleven. 3. De rechtbank heeft de beroepen van eisers op 19 mei 2026 op zitting behandeld. Verschenen zijn daar [naam 1] ( [eiser 1] B.V ) , [naam 2] (namens [eiser 4] B.V.), [naam 3] (namens [eiser 5] B.V.), [naam 4] (namens VOF [eiser 7] ), bijgestaan door hun gemachtigde, vergezeld van [naam 5] (beleidsmedewerker Nederlandse Vissersbond). Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. 4. Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Procesverloop 5. Met ingang van 1 oktober 2022 is de Uitvoeringsregeling visserij aangepast. Op grond van artikel 20a van de Uitvoeringsregeling visserij en bijlage 6 bij de Uitvoeringsregeling visserij zijn met ingang van die datum de kombergingsgebieden Eierlandse Gat en Oostwad gesloten voor garnalenvisserij. 6. De in bezwaar aangevoerde gronden tegen de verleende GK-vergunningen zien alle op de (motivering van de) geslotenverklaring van voornoemde gebieden die volgens eisers als voorwaarde aan de vergunningen is verbonden. 7. In reactie op deze bezwaargronden heeft verweerder in de bestreden besluiten exceptief getoetst of artikel 20a van de Uitvoeringsregeling visserij al dan niet in strijd is met de wet of met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Verweerder komt in het bestreden besluit tot de conclusie dat daarvan geen sprake is. 8. Eisers hebben hiertegen in beroep diverse gronden aangevoerd. Beoordeling door de rechtbank 9. De rechtbank is van oordeel dat de bestreden besluiten ondeugdelijk zijn gemotiveerd. Verweerder heeft ten onrechte artikel 20a van de Uitvoeringsregeling visserij exceptief getoetst. 10. Artikel 20a van de Uitvoeringsregeling visserij is een algemeen verbindend voorschrift waartegen op grond van het bepaalde in artikel 8.3, eerste lid, onder a, van de Awb geen bezwaar en beroep openstaat. Een algemeen verbindend voorschrift kan wel (exceptief) getoetst worden als op basis van de toepassing van dat algemeen verbindend voorschrift een besluit wordt genomen, maar alleen in het kader van de beoordeling van dat besluit. 11. Van die situatie is hier geen sprake. De GK-vergunningen zijn immers niet verleend met toepassing van artikel 20a van de Uitvoeringsregeling visserij, maar zijn gebaseerd op de artikelen 21 en 36 van de Uitvoeringsregeling visserij. 12. Aan de beoordeling van de door eisers opgevoerde beroepsgronden komt de rechtbank daarom niet toe. Conclusie en gevolgen 13. Gelet op het voorgaande zijn de beroepen gegrond. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten wegens strijd met artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank ziet aanleiding het geschil tussen eisers en verweerder finaal te beslechten met toe