Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-06-17
ECLI:NL:RBNHO:2026:7237
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11834087 \ CV EXPL 25-5226 Uitspraakdatum: 17 juni 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar het recht van de plaats harer vestiging United Airlines Inc. gevestigd te Wilmington, Verenigde Staten eiser in het verzethierna te noemen: de vervoerder gemachtigden: mr. R.L.S.M. Pessers en mr. G.D. Baboolal (Van Traa Advocaten N.V.) tegen 1 [gedaagde 1] 2. [gedaagde 2] beiden wonende te [plaats] gedaagden in het verzethierna te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim) De zaak in het kort De vervoerder komt in verzet tegen een verstekvonnis waarin hij is veroordeeld tot het compenseren van de passagiers voor een vertraagde vlucht en een gemiste overstap. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Dit verweer slaagt. Hij heeft daarnaast voldoende onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken, onder meer door de passagiers de keuze te geven tussen terugbetaling en omboeking. De aanvullende grondslag die de passagiers aan de vordering hebben toegevoegd, namelijk dat de vervoerder hen onvoldoende bijstand heeft geboden, slaagt daarom evenmin. Het verzet is gegrond en het verstekvonnis wordt vernietigd. 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verstekvonnis van 25 juni 2025; - de verzetdagvaarding; - de conclusie van antwoord in het verzet, tevens wijziging eis; - de conclusie van repliek in het verzet; - het tussenvonnis van 4 februari 2026 waarin mondelinge behandeling is bepaald; - het bericht van 15 mei 2026 met aanvullende producties van de passagiers; - de mondelinge behandeling van 22 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 23 mei 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via San Francisco, Verenigde Staten, naar Salt Lake City, Verenigde Staten, met vluchtcombinatie UA969 en UA5590. 2.2. De vervoerder heeft vlucht UA969 van Amsterdam naar San Francisco (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht gemist. Zij zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. 2.3. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 3 Het geschil 3.1. Bij inleidende dagvaarding vorderen de passagiers dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van vertraagde aankomst van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente; - de nakosten. 3.2. De passagiers baseren hun vorderingen op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon. 3.3. De vorderingen zijn, behalve een gedeelte van de wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten, bij verstek toegewezen. 3.4. De vervoerder is tegen het verstekvonnis in verzet gekomen en vraagt om de vorderingen van de passagiers alsnog af te wijzen. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. De vertraging was Bovendien is het naar het oordeel van de kantonrechter te vergaand om luchtvaartmaatschappijen te verplichten passagiers al bij elke mogelijkheid van het missen van een overstap de keuze te geven tussen terugbetaling of proactieve omboeking vanaf de luchthaven van vertrek. 4.8. Daarnaast hebben de passagiers onvoldoende gemotiveerd betwist dat de vervoerder hen na aankomst op de luchthaven van San Francisco alsnog de keuze heeft geboden tussen terugbetaling en omboeking naar een alternatieve vlucht. Hoewel uit de door de vervoerder overgelegde schermafbeelding uit zijn interne systeem niet direct blijkt dat hij hen, naast een alternatieve vlucht en hotel- en maaltijdvouchers ook de keuze heeft geboden voor terugbetaling van de ticketkosten, heeft hij op de mondelinge behandeling voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat een medewerker van de servicebalie hen ook deze mogelijkheid heeft aangeboden, waarbij zij zelf hebben gekozen voor omboeking. Het had op de weg van de passagiers gelegen om hun betwisting op dit punt nader te concretiseren/motiveren, bijvoorbeeld door aan te voeren hoe de gesprekken met de medewerker van de vervoerder op de luchthaven precies zouden zijn gegaan. Omdat zij dit niet hebben gedaan, moet het ervoor gehouden worden dat de vervoerder hen ook de keuze heeft geboden voor terugbetaling. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van hem mocht worden verwacht. Daarmee heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De aanvullende grondslag van de vorderingen slaagt evenmin 4.9. Ook de aanvullende grondslag die de passagiers bij antwoord in het verzet aan hun vorderingen hebben toegevoegd, kan op grond van het voorgaande niet slagen. Deze grondslag is immers eveneens gebaseerd op het betoog dat de vervoerder al voorafgaand aan het vertrek van de vlucht in kwestie kon verwachten dat zij de aansluitende vlucht zouden missen en daardoor met ten minste vijf uur vertraging op de eindbestemming zouden aankomen en dat hij hen daarom al op dat moment de keuze had moeten bieden tussen omboeking of terugbetaling, hetgeen, zoals hiervoor overwogen, in dit geval niet van hem kon worden vereist. 4.10. Bovendien baseren zij deze vordering op een arrest waarin het Hof heeft geoordeeld dat een passagier van een geannuleerde vlucht zich, om compensatie te verkrijgen, kan beroepen op de niet-nakoming door de luchtvaartmaatschappij van onder meer haar verplichting om bijstand te bieden, waaronder ook haar plicht valt om informatie te verstrekken, en dat deze compensatie is beperkt tot hetgeen, gelet op de specifieke omstandigheden van het geval, noodzakelijk, passend en redelijk is om het verzuim van de luchtvaartmaatschappij om bijstand te bieden, goed te maken. 4.11. Dit arrest ging echter om een geval waarin een passagier extra kosten moest maken omdat de luchtvaartmaatschappij hem, na de annulering van zijn vlucht, geen alternatieve vlucht naar de bestemming aanbood en de passagier daarom zelf een alternatief moest boeken. Het onderhavige geval is daar niet mee vergelijkbaar omdat de passagiers niet hebben gesteld dat zij door het eventuele verzuim van de vervoerder om bijstand te bieden, enige extra kosten hebben gemaakt. Zij zijn immers meegevlogen met de door de vervoerder aangeboden alternatieve vlucht en hebben gebruik gemaakt van de aangeboden hotel- en maaltijdvouchers. Daarmee hebben zij eveneens onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat een bedrag van € 1.200,- op enige manier noodzakelijk, passend en redelijk zou zijn om het eventuele verzuim van de vervoerder om bijstand te bieden, goed te maken. 4.12. De conclusie is dat het verzet gegrond is. Het verstekvonnis kan daarom niet in stand blijven. De oorspronkelijke vorderingen zullen alsnog worden afgewezen. De vordering tot terugbetaling van hetgeen de vervoerder naar aanleiding van het verstekvonnis aan de passagiers heeft betaald wordt toegelaten en toegewezen 4.13. Bij repliek