Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-01-13
ECLI:NL:RBNHO:2026:714
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,017 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNHO:2026:714 text/xml public 2026-02-13T15:41:37 2026-01-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-01-13 C/15/372590 / JU RK 25-1761 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Haarlem Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:714 text/html public 2026-02-13T15:41:23 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:714 Rechtbank Noord-Holland , 13-01-2026 / C/15/372590 / JU RK 25-1761 OTS + MUHP toewijzen voor een maand, rest aanhouden; er moet meer zicht komen op behoeften en wensen minderjarige. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Haarlem Zaaknummer: C/15/372590 / JU RK 25-1761 Datum uitspraak: 13 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling de Jeugd- & Gezinsbeschermers te Amsterdam, hierna te noemen de GI, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ), hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats] , [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats] ( [land] ). 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 december 2025. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 januari 2026. Daarbij was aanwezig de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] . 1.3. De moeder is, hoewel zij daartoe behoorlijk is opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De vader heeft zich afgemeld voor de zitting. 1.4. De kinderrechter heeft [de minderjarige] in de gelegenheid gesteld om (telefonisch)in een gesprek met de kinderrechter haar mening te geven, maar hier heeft zij geen gebruik van gemaakt. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.2. [de minderjarige] verblijft bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] , groep [groep] , in [plaats] . 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 oktober 2024 [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 25 januari 2025. Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 24 januari 2025 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 24 januari 2026. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 oktober 2024 een (spoed)machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, Thans duurt de machtiging uithuisplaatsing eveneens tot 24 januari 2026. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt primair de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en subsidiair voor de duur van drie maanden met aanhouding van het overige. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van vijf maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De GI heeft het verzoek als volgt onderbouwd. [de minderjarige] verblijft bij de langverblijfgroep [groep] van [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] . De wens van [de minderjarige] is nog steeds dat zij graag bij haar moeder wil opgroeien. De groep heeft met [de minderjarige] afgesproken dat zij drie dagen op de groep verblijft. Hier vallen de schooldagen onder. De overige vier dagen verblijft zij bij de moeder. Er zijn nog steeds zorgen om [de minderjarige] . Zo is het [de minderjarige] niet gelukt om zich aan de afspraken met betrekking tot school te houden en inmiddels is een proces-verbaal opgemaakt voor schoolverzuim. Daarnaast is het de GI ondanks het gedwongen kader niet gelukt om de veiligheid van [de minderjarige] bij de moeder in zicht te krijgen. De moeder komt namelijk niet in contact met de GI, omdat de moeder dat absoluut niet wil. De GI is desondanks voornemens om [de minderjarige] binnen de komende zes maanden volledig bij de moeder te laten verblijven, zoals zij wenst. 3.3. Ter zitting heeft de GI hieraan toegevoegd dat het over het algemeen wisselend gaat met [de minderjarige] en ze lastig in contact komt met [de minderjarige] . [de minderjarige] wil heel graag weer bij de moeder wonen en zij verblijft hier regelmatig, ook tegen de afspraken in. Hierdoor staat de uitvoerbaarheid van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing ter discussie. [de minderjarige] lijkt klem te zitten tussen loyaliteit richting haar moeder en richting de groep. Opvallend is namelijk dat het verblijf bij de moeder wegens de wens van [de minderjarige] is uitgebreid, maar dat [de minderjarige] toen heeft aangegeven dat het te snel ging. De GI wilt daarom de komende periode gebruiken om samen met de betrokkenen, waaronder [de minderjarige] , een concreet plan voor terugkeer, al dan niet deels, op te stellen, waarbij het tempo daarvan bij [de minderjarige] ligt. 4 De standpunten De vader 4.1. Vader heeft per mail aangegeven dat hij akkoord is met het verzoek. 5 De beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht 5.1. Door de omstandigheid dat de vader en [de minderjarige] burger van de Bondsrepubliek Duitsland zijn en de moeder zowel burger van de Bondsrepubliek Duitsland is als de Amerikaanse nationaliteit heeft, draagt deze zaak een internationaal karakter. Gelet hierop dient eerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht toekomt. Aangezien de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is, komt de Nederlandse rechter op grond van artikel 10:113 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en artikel 7 van de Verordening Brussel-II-ter rechtsmacht toe om dit verzoek te behandelen. 5.2. Vervolgens is de vraag aan de orde welk recht van toepassing is. Op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 is het Nederlands recht van toepassing op het verzoek. Inhoudelijke beoordeling van het verzoek 5.3. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.4. Gebleken is dat de ontwikkeling van [de minderjarige] nog steeds ernstig wordt bedreigd. Er zijn nog diverse zorgen over [de minderjarige] met name ten aanzien van haar veiligheid en schoolverzuim. De zorgen lijken vooral voort te komen uit het feit dat onvoldoende zicht op haar is, omdat het lastig is gebleken om in contact te komen met zowel de moeder als [de minderjarige] . Het is daarom nog steeds niet gelukt om hulpverlening in te zetten. Inmiddels verblijft [de minderjarige] enige tijd op de groep bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] , waarbij gewerkt wordt aan een terugplaatsing bij de moeder middels een terugwerkschema. Hieruit volgt dat zij drie dagen in de week op de groep verblijft en vier dagen in de week bij haar moeder. Het is echter nog onduidelijk of dit terugwerkschema wenselijk en haalbaar is voor [de minderjarige] , mede nu zij recent heeft aangegeven dat dit te snel voor haar gaat en zij klem lijkt te zitten tussen de moeder en de groep. [de minderjarige] geeft vaak aan dat ze het liefst thuis bij haar moeder wil wonen – hoewel ze het daar niet altijd even makkelijk heeft, maar aan de andere kant heeft ze ook behoefte aan de structuur, rust en begeleiding die ze bij de groep krijgt. Om tot een thuisplaatsing over te gaan, wil de GI graag – terecht – meer zicht krijgen op de thuissituatie van de moeder, maar de moeder houdt al lange tijd de deur voor de GI stevig dicht. De kans is heel klein dat daar op korte termijn verandering in zal komen. Desgevraagd heeft de GI naar voren gebracht dat ten aanzien van de moeder geen zorgelijke signalen of andere tekenen van onveiligheid binnen zijn komen.