Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-01-21
ECLI:NL:RBNHO:2026:6272
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 11558647 \ CV EXPL 25-1287 Vonnis van 21 januari 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats 1], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], gemachtigde: mr. S. Yadegari, tegen [gedaagde] , h.o.d.n. [bedrijf 1], te [plaats 2], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], gemachtigde: mr. S.A. van Snippenburg. De zaak in het kort Deze zaak gaat over de vraag of de door [gedaagde] aan [eiser] verkochte tweedehands auto non-conform was vanwege een defecte koppakking. De kantonrechter oordeelt dat dit het geval is. [eiser] hoefde, ondanks de leeftijd, kilometerstand en koopprijs van de auto, niet te verwachten dat zich zo korte tijd na levering een dergelijk ernstig motorisch defect zou openbaren. [gedaagde] moet daarom de herstelkosten van [eiser] vergoeden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 t/m 10, - de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 4, - het tussenvonnis van 7 mei 2025, - de akte vervanging producties 6 t/m 8, tevens aanvullende producties 11 t/m 14, tevens wijziging van eis, beperking van eis van [eiser] van 17 juni 2025, - de brief van [gedaagde] met bezwaar tegen de akte van [eiser] van 17 juni 2025, - de brief van [gedaagde] inzake artikel 1.2.13 van het procesreglement van 19 juni 2025, - aantekeningen ter comparitie, tevens de aanvullende productie 15 van [eiser], - de mondelinge behandeling van 7 juli 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt, en de daarbij overgelegde spreekaantekeningen van [gedaagde] en [eiser], - de antwoordakte van [gedaagde] van 16 juli 2025. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [gedaagde] drijft een eenmanszaak die zich bezighoudt met de in- en verkoop van auto’s. 2.2. Op 3 april 2024 koopt [eiser] van [gedaagde] een Opel Zafira uit 2012 met een kilometerstand van 202.693 km voor een bedrag van € 6.295,- (verder: de auto). [eiser] heeft vooraf aan de koop een kleine korting van € 50,- bedongen. Op de dag van aankoop heeft de zoon van [gedaagde] aangegeven dat de auto in goede staat is en de korting ingetrokken. [eiser] is vervolgens akkoord gegaan. 2.3. De door beide partijen ondertekende factuur vermeldt dat de auto is verkocht zonder garantie. 2.4. Op 4 juli 2024 stelt de gemachtigde van [eiser] [gedaagde] in gebreke en verzoekt tot herstel van de auto, omdat volgens [eiser] sprake is van de volgende gebreken: ″- De koppakking is stuk. Hier komt een brandgeur vanaf. - Er zit olie in de koelvloeistoftank. Mogelijk is er sprake van een olielekkage.″ 2.5. Op 6 juli 2024 onderzoekt [betrokkene 1] van [bedrijf 2] (verder: [betrokkene 1]) de auto. In het rapport van 9 juli 2024 staat het volgende: “ Expertise Bij het openen van het koelvloeistof reservoir is te zien dat hier motorolie in zit. Dit komt alleen bij de koelvloeistof wanneer er een pakking in de motor defect is. Deze pakking wordt de koppakking genoemd. Deze pakking scheidt het koelcircuit van het oliecircuit. Maar wanneer deze pakking defect raakt komen deze twee vloeistoffen samen. Wat bij deze Zafira aan de hand is. Om deze te vervangen moet de bovenzijde van de motor worden gedemonteerd. Dit is een tijdrovende klus. (…) Oorzaak / conclusie (…) De koppakking van de Opel Zafira is kapot dat is waardoor er motorolie bij de koelvloeistof aanwezig is. De sporen van motorolie in de koelvloeistof zijn zo dat dit al langer aanwezig is dan dat de heer [eiser] de auto in bezit heeft. Ik kan dus zeggen dat dit al was ten tijde van de aankoop.” 2.6. Per e-mail van 18 juli 2024 betwist de toenmalig gemachtigde van [gedaagde] dat sprake is van gebreken. Wel stelt hij voor de auto te laten herstellen en de kosten te delen. 2.7. Diezelfde dag stuurt de gemachtigde van [eiser] het rapport van [betrokkene 1] per e-mail aan de toenmalige gemachtigde van [gedaagde], met opnieuw het verzoek de auto kosteloos te herstellen binnen een redelijke termijn. 2.8. Op 24 juli 2024 d Daarbij moet echter worden betrokken dat mededelingen van de verkoper over de staat van de auto – afhankelijk van hun inhoud – eraan in de weg kunnen staan dat wordt aangenomen dat de koper dit risico heeft aanvaard. 5.6. Dat het moet gaan om een gebrek dat niet eenvoudig kan worden ontdekt en hersteld, brengt een zekere onderzoeksplicht voor de koper met zich. 5.7. Veilige verkeersdeelname is de ondergrens voor wat de koper mag verwachten voor het normaal gebruik van een tweedehands auto. Daarnaast mag de koper verwachten dat een tweedehands auto de eigenschappen bezit waarvan hij de aanwezigheid niet behoeft te betwijfelen. Wat dat concreet betekent, hangt af van de specifieke eigenschappen van de auto – zoals het bouwjaar van de auto, de gereden kilometers en koopprijs van de auto – en van specifieke afspraken die partijen hebben gemaakt. 5.8. Naarmate een tweedehands auto ouder is en meer kilometers heeft gereden, mag de koper minder verwachten dan van een nieuwe(re) auto. De koper moet er dan rekening mee houden dat onderdelen als gevolg van slijtage kapot kunnen gaan en voor eigen rekening moeten worden hersteld. Niet ieder defect na aankoop levert dus non-conformiteit op. De defecte koppakking 5.9. [eiser] stelt dat hij vanaf 15 april 2024 een brandgeur in de auto opmerkte. Hij heeft de auto daarom laten onderzoeken door [betrokkene 1]. In het expertiserapport concludeert [betrokkene 1] dat de auto een defecte koppakking had, omdat in het koelvloeistofreservoir motorolie werd aangetroffen. 5.10. [gedaagde] betwist dat de koppakking defect was, maar die betwisting is naar het oordeel van de kantonrechter in het licht van de bevindingen in het expertiserapport van [betrokkene 1] onvoldoende gemotiveerd. Van belang hierbij is dat [gedaagde] was uitgenodigd voor het onderzoek van [betrokkene 1], maar dat hij daarbij niet aanwezig is geweest en dat hij later heeft afgezien van de aangekondigde contra-expertise. Het had op de weg gelegen van [gedaagde] om zijn betwisting van de defecte koppakking en de bevindingen in het rapport nader te motiveren. Hij heeft weliswaar aangevoerd dat het rapport van [betrokkene 1] niet betrouwbaar zou zijn omdat de expert een persoonlijke bekende van de gemachtigde van [eiser] zou zijn, maar [gedaagde] heeft verder niet onderbouwd waarom het expertiseonderzoek in dat geval onbetrouwbaar zou zijn. De gemachtigde van [eiser] heeft dit bovendien weersproken. 5.11. De kantonrechter volgt de conclusie in het expertiserapport. Die conclusie is in het rapport helder onderbouwd: er zit motorolie bij de koelvloeistof en dat komt door de defecte koppakking. De foto’s in het rapport dienen ter onderbouwing van deze conclusie en zijn niet betwist. De kapotte koppakking kwalificeert als ‘gebrek’ 5.12. De kernvraag in deze zaak is of de defecte koppakking kwalificeert als een ‘gebrek’ in de zin van non-conformiteit, dan wel of sprake is van normale slijtage aan de auto die voor rekening van [eiser] moet komen. De kantonrechter is van oordeel dat het gaat om een ‘gebrek’ in de zin van non-conformiteit. 5.13. In het expertiserapport van [betrokkene 1] wordt geconcludeerd dat het defect aan de koppakking al vóór de verkoop van de auto aanwezig moet zijn geweest. Op basis hiervan zou direct sprake zijn van een ‘gebrek’, omdat alleen slijtage die zich na levering voordoet voor rekening van de koper komt. De kantonrechter acht de onderbouwing van deze conclusie in het expertiserapport echter onvoldoende specifiek om het oordeel enkel daarop te baseren. Hierna wordt daarom toegelicht hoe verder tot het oordeel is gekomen. 5.14. Het is niet zo dat het gebruik van de auto door de defecte koppakking een gevaar opleverde voor de verkeersveiligheid. [eiser] heeft erkend dat hij nog ongeveer tweeduizend kilometer met de auto heeft gereden in de drie maanden tussen aankoop en herstel. Het ging volgens [eiser] dan wel alleen om korte ritjes om de kinderen naar school te brengen, maar hij heeft niet gesteld en er is niet a Ook de stelling dat het niet mogelijk zou zijn dat de koppakking bij levering al defect was, omdat dit dan bij de Apk-keuring aan het licht had moeten zijn gekomen, is theoretisch en onvoldoende concreet om te kunnen leiden tot tegendeelbewijs. [gedaagde] heeft ter zitting weliswaar toegelicht hoe de CO2 bij de Apk-keuring wordt gemeten en dat er witte rook uit de uitlaat moet zijn gekomen als de koppakking kapot zou zijn, maar uit de overgelegde productie inzake de Apk-keuring blijkt niet dat specifiek onderzoek is gedaan naar de koppakking en dat deze in orde was. [gedaagde] heeft met zijn stellingen hooguit twijfel gezaaid, maar dat is onvoldoende om toe te komen aan het leveren van tegendeelbewijs voor het weerleggen van het bewijsvermoeden. De defecte koppakking leidt daarom tot non-conformiteit van de auto. Ontbreken garantie en onderzoeksplicht [eiser] 5.26. Het verweer van [gedaagde] dat het gebrek voor rekening van [eiser] komt omdat hij de auto zonder garantie heeft gekocht en niet zelf heeft laten keuren, slaagt niet. Deze omstandigheden maken namelijk niet dat [gedaagde] niet aan zijn verplichtingen ten aanzien van de conformiteit van de auto heeft te voldoen. 5.27. Ook het verweer dat [eiser] zijn onderzoeksplicht heeft geschonden faalt. [eiser] heeft de auto voorafgaand aan de koop bekeken en hem is daarbij medegedeeld dat de auto “goed” was. Ook was de auto vlak voor de verkoop nog Apk-gekeurd. Omdat de bovenzijde van de motor moet worden gedemonteerd om bij de koppakking te komen, had [eiser] het gebrek niet eenvoudig op een andere wijze kunnen ontdekken of herstellen. Er was naar het oordeel van de kantonrechter onder die omstandigheden geen aanleiding voor [eiser] om nog verder onderzoek te moeten doen naar een eventuele defecte koppakking van de auto, bijvoorbeeld met een eigen aankoopinspectie. Dit had wellicht anders kunnen zijn als [gedaagde] voorafgaand aan de koop met zoveel woorden zou hebben gezegd dat zich binnen korte tijd problemen met de koppakking zouden kunnen voordoen, zodat [eiser] – door het nalaten van een eigen aankoopinspectie – het risico van dit specifieke gebrek heeft aanvaard, maar dat is niet gesteld. [gedaagde] moet de herstelkosten vergoeden 5.28. De kantonrechter wijst de gevorderde herstelkosten van € 1.598,35 toe. [eiser] was bevoegd het herstel van de auto door een derde te doen plaatsvinden en de kosten daarvan op [gedaagde] te verhalen. 5.29. [eiser] heeft [gedaagde] in gebreke gesteld en verzocht tot kosteloos herstel van de auto binnen een redelijke termijn. [gedaagde] heeft daarop laten weten dat hij de auto alleen wilde herstellen als partijen de kosten daarvoor zouden delen. [gedaagde] heeft met het delen van het expertiserapport van [betrokkene 1] nog een tweede verzoek tot kosteloos herstel van de auto gedaan, maar ook daar is [gedaagde] niet op ingegaan. [betrokkene 1] heeft de auto daarna laten herstellen door [bedrijf 3] [plaats 1], die daarvoor een bedrag van € 1.598,35 heeft gefactureerd. Dit is door [gedaagde] ook niet betwist. 5.30. Het verweer van [gedaagde] dat sprake is van een mismatch tussen de factuur en de betaling (een betaling van € 1.596,23 aan [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3]), slaagt niet. Voor toewijzing van de herstelkosten kan namelijk in het midden blijven of deze factuur – al dan niet volledig of op juiste wijze – door [eiser] is voldaan. Dat is geen vereiste voor het vaststellen van schade in de zin van herstelkosten. Geen aanvullende schadevergoeding 5.31. [eiser] vordert een bedrag van € 598,25 aan betaalde wegenbelasting en betaalde verzekeringspremies, omdat hij in de periode tussen 3 april 2024 en 19 september 2024 geen ongestoord gebruik heeft kunnen maken van de auto als gevolg van de non-conformiteit. 5.32. Omdat gebleken is dat [eiser] nog wel gebruik heeft kunnen maken van de auto in de betreffende periode – hij heeft er immers nog ongeveer tweeduizend kilometer mee gereden – is de kantonrechter van oordeel dat de kosten voor de weg