Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-05-01
ECLI:NL:RBNHO:2026:5660
ECLI:NL:RBNHO:2026:5660 text/xml public 2026-06-01T11:44:03 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-05-01 C/15/376733 Uitspraak Kort geding NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5660 text/html public 2026-06-01T11:43:10 2026-06-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:5660 Rechtbank Noord-Holland , 01-05-2026 / C/15/376733 Huurder bedrijfsruimte vordert een verbod voor de verhuurder om een bankgarantie aan te spreken en een verbod van de bank om tot uitbetaling over te gaan. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af. Geen misbruik van bevoegdheid of strijd met maatstaven van redelijkheid en billijkheid. RECHTBANK Noord-Holland Handel, Kanton en Insolventie Locatie Haarlem Zaaknummer: C/15/376733 / KG ZA 26-190 Vonnis in kort geding van 1 mei 2026 in de zaak van BILAL GROUP B.V. , gevestigd te Amsterdam, eiseres, hierna te noemen: Bilal Group, advocaat: mr. Y. Moszkowicz, tegen 1 STAR EU PAS DUTCH II COÖPERATIEF U.A., gevestigd te Hoofddorp, gedaagde, hierna te noemen: Star, advocaat: mr. M.A.M. Notkamp, 2 2. ABN AMRO BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, hierna te noemen: ABN, advocaat: mr. Y.D. van Noordenne. De zaak in het kort Bilal Group heeft een huurachterstand aan Star. Als zekerheid voor al hetgeen zij aan Star is verschuldigd heeft ABN namens Bilal Group een bankgarantie verstrekt. Star heeft vanwege de huurachterstand trekkingsverzoeken gedaan. Volgens Bilal Group is dat ten onrechte en zij wil dat de voorzieningenrechter Star verbiedt trekkingsverzoeken te doen en ABN verbiedt uit te betalen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met 7 producties, - de conclusie van antwoord met een exceptie van onbevoegdheid namens Star, met 20 producties, - de akte namens ABN, met 4 producties, - de mondelinge behandeling van 17 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, - de pleitnota van de advocaat van Bilal Group, - de pleitnota van de advocaat van Star, - de pleitnota van de advocaat van ABN. 1.2. Ten slotte is bepaald dat er een vonnis komt. 2 De feiten 2.1. Bilal Group exploiteert een groothandel in pluimveeproducten. Tussen Bilal Group en Star is op 31 maart 2022 een huurovereenkomst tot stand gekomen (hierna: de huurovereenkomst) voor de bedrijfsruimte aan de Scharenburg 10 in Amsterdam. 2.2. In de huurovereenkomst staat voor zover relevant: “ (…) 4.1 The initial annual rent of the Leased Premises on the Commencement Date is EUR 345,000 (three hundred and forty-five thousand euros). This amount is exclusive of turnover tax. (…) 6.1 On or prior to the Commencement Date, the Tenant shall pay a deposit into an account to be specified by the Landlord, in an amount equal to six months' rent plus VAT, which is EUR 208,725 (two hundred and eight thousand and seven hundred and twenty-five euro) in accordance with clause 24 of the General Conditions. No interest will be paid on the deposit. 6.2 During the Lease the Tenant will have the right to provide the Landlord with a transferrable bank guarantee for the same amount as the deposit in accordance with clause 24 of the General Conditions. (…) 12.1 This Lease is governed by Dutch law and the competent court of Amsterdam, the Netherlands, shall have exclusive jurisdiction and each Party irrevocably submits to the jurisdiction of such court. (…) ” 2.3. Op 15 augustus 2024 heeft ABN een bankgarantie verstrekt voor een bedrag van € 208.725,00 (hierna: de bankgarantie). In de bankgarantie staat voor zover relevant: “ ABN AMRO Bank N.V. (…) verklaart zich door deze, bij wijze van zelfstandige verbintenis tegenover verhuurder of zijn rechtverkrijgende(n) onherroepelijk en onvoorwaardelijk garant te stellen voor al hetgeen huurder ingevolge de bovengenoemde huurovereenkomst, of een eventuele verlenging daarvan (ten laste van huurder komende schade ABN heeft dit tweede verzoek op 13 april 2026 afgewezen, omdat Star geen verklaring had bijgevoegd dat de vorderingen geen betrekking hebben op vorderingen onder a en b als bedoeld in de bankgarantie (schadevergoeding voor gemis van de huur die verschuldigd zou zijn na beëindiging van de huurovereenkomst door opzegging op grond van artikel 39, artikel 238 of artikel 305 van de Faillissementswet, of tussen Star en Bilal Group overeengekomen (schade)vergoedingsvorderingen in dat kader). 2.14. Daarop heeft (de advocaat van) Star op 13 april 2026 een derde trekkingsverzoek gedaan voor een bedrag van € 84.743,29 (welk bedrag opnieuw was vastgesteld naar aanleiding van inmiddels ontvangen en verwerkte betalingen), voorzien van de door ABN vereiste verklaring. 3 Het geschil 3.1. Bilal Group vordert, samengevat: Star te verbieden ABN te verzoeken tot uitbetaling onder de bankgarantie over te gaan, op straffe van de verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat Star in strijd handelt met dit gebod; ABN te verbieden een uitbetaling te doen onder de bankgarantie totdat in een bodemprocedure over de aanspraken van Star is beslist, Star te veroordelen in de proceskosten. 3.2. Bilal Group legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Star misbruik maakt van haar bevoegdheid (in de zin van artikel 3:13 van het Burgerlijk Wetboek (BW)) door de bankgarantie in te roepen en dat dit bovendien naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (in de zin van artikel 6:2 lid 2 BW). Er is ten eerste sprake van de door de Hoge Raad , in het geval van een abstracte bankgarantie, vereiste willekeur om een beroep op een bankgarantie te blokkeren. Star heeft namelijk drie trekkingsverzoeken gedaan, telkens voor een ander bedrag zonder voldoende zekerheid te hebben over de juistheid van de hoogte van haar vordering. Daarmee handelt Star niet met de vereiste zorgvuldigheid die van een professionele verhuurder mag worden verwacht. Bovendien houdt Star zich niet aan op 29 januari 2026 gemaakte afspraken en heeft zij de bankgarantie ingeroepen terwijl er tegelijk substantiële betalingen binnenkwamen. Daarnaast bestaat er een onevenredigheid tussen het belang van Star bij het inroepen van de bankgarantie en de schade die Bilal Group hierdoor lijdt (in de zin van artikel 3:13 lid 2 BW). Star verliest door uitbetaling onder de bankgarantie haar zekerheid voor alle toekomstige verplichtingen terwijl Bilal Group wordt geconfronteerd met een regresvordering van ABN, waarvoor ABN de door haar bedongen zekerheden zal inroepen, dit naast de nog openstaande huurverplichtingen. Bovendien dreigt bij uitbetaling directe liquiditeitsschade voor Bilal Group. Tot slot heeft Star tussen 29 januari 2026 en 8 april 2026 nooit ondubbelzinnig aangezegd dat zij de bankgarantie zou inroepen, aldus nog steeds Bilal Group. 3.3. Star voert primair aan dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord‑Holland relatief onbevoegd is om van dit geschil kennis te nemen, omdat partijen in artikel 12.1 van de huurovereenkomst een exclusieve forumkeuze zijn overeengekomen. Subsidiair voert Star aan dat de voorzieningenrechter de vorderingen moet afwijzen. Star betwist dat zij door de trekkingsverzoeken te doen misbruik maakt van haar bevoegdheid. Het staat namelijk vast dat Bilal Group een huurachterstand heeft van (ten minste) € 84.743,29 en partijen hebben juist bedoeld dat de bankgarantie tot zekerheid strekt van een huurachterstand. Verder betwist Star dat partijen enige afspraken hebben gemaakt op 29 januari 2026. Dat er geen onvoorwaardelijke afspraken zijn gemaakt blijkt ook uit de correspondentie van na die datum; Bilal Group heeft geen financiële bescheiden overgelegd die Star nodig heeft om een eventuele regeling te treffen. Daarnaast is er door de verschillende trekkingsverzoeken juist geen sprake van willekeur, omdat Star de verzoeken naar aanleiding van gedane betalingsverzoeken steeds heeft herzien met opgave van de actuele huurach Bilal Group heeft het spoedeisend belang bij haar vorderingen tegenover de betwisting daarvan door Star voldoende onderbouwd. Zij heeft immers betoogd dat er een reële kans bestaat dat zij in financiële moeilijkheden komt als de bankgarantie komt te vervallen. Bilal Group heeft namelijk gesteld dat er een grote kans bestaat dat zij in dat geval onder bijzonder beheer zal worden geplaatst en dat daarmee de kans bestaat dat de verdere samenwerking met ABN zal worden gestaakt. Dat heeft vervolgens weer effect op de financieringsmogelijkheden van Bilal Group bij andere banken. Ter zitting heeft ABN dat niet ontkracht. Het spoedeisend belang van Bilal Group bij haar vorderingen is daarmee voldoende aangetoond. Star maakt geen sprake van misbruik van recht door de bankgarantie in te roepen 4.4. Bilal Group betoogt dat Star misbruik maakt van haar bevoegdheid de bankgarantie in te roepen, als bedoeld in artikel 3:13 BW. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat een bevoegdheid onder meer kan worden misbruikt door haar (1) uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of (2) met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of (3) in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. 4.5. Star heeft vanwege de (onbetwiste) huurachterstand van Bilal Group in beginsel de bevoegdheid de bankgarantie in te roepen. De bankgarantie is abstract van aard. Dat, en de functie die dergelijke garanties in het handelsverkeer vervullen, brengt mee dat een strikte toepassing van de voorwaarden van de bankgarantie door ABN is geboden, mede gelet op de positie van ABN en de wederzijdse belangen van Bilal Group en Star. Het betekent ook dat de bankgarantie een betalingsverplichting van ABN betreft die zelfstandig is ten opzichte van de onderliggende rechtsverhouding tussen Bilal Group en Star. Verweren die ontleend zijn aan de onderliggende rechtsverhouding staan daarom in beginsel niet in de weg aan de vordering tot betaling uit hoofde van de bankgarantie, als aan de in de bankgarantie gestelde voorwaarden voor betaling is voldaan. Op het hiervoor bepaalde over de strike toepassing van de voorwaarden en de relevantie van de verweren die Bilal Group tegenover Star voert is op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid een uitzondering mogelijk als sprake is van bedrog of willekeur aan de zijde van Bilal Group of Star. Dat bedrog of die willekeur kan ook betrekking hebben op de onderliggende rechtsverhouding. Daarbij is niet vereist dat Star als degene die de garantie inroept, op het moment van inroepen wetenschap heeft van het gestelde bedrog of van de beweerde willekeur. 4.6. De willekeur van Star blijkt volgens Bilal Group uit het feit dat Star drie trekkingsverzoeken heeft gedaan voor telkens een ander bedrag. De voorzieningenrechter volgt Bilal Group hierin niet. Hoewel slechts het derde trekkingsverzoek ter discussie staat in dit kort geding, geldt het volgende. Star heeft met een overzicht van openstaande posten voldoende onderbouwd dat de betalingsachterstand van Bilal Group op 2 april 2026 € 201.017,79 bedroeg. Star heeft vervolgens Bilal Group gesommeerd tot betaling van dit bedrag, waarna zij op 8 april 2026 het eerste trekkingsverzoek heeft gedaan. Bilal Group verwijt Star dat ze daarbij ABN onjuist heeft geïnformeerd over de hoogte van de openstaande vordering, omdat zij de betaling van 7 april 2026 nog niet van de vordering had afgeboekt. Dit getuigt evenwel niet van willekeur en het heeft er de schijn van dat de trekkingsverzoeken en (de verwerking van) de betalingen elkaar hebben gekruist. Bilal Group heeft onvoldoende weerlegd dat Star aangepaste verzoeken heeft gedaan aan ABN zodra zij op de hoogte raakte van de betalingen van Bilal Group, namelijk eerst op 9 april en later op 13 april 2026. Dit heeft zij de eerste keer uit eigen beweging gedaan en de tweede keer hebbe