Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-01-30
ECLI:NL:RBNHO:2026:5510
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
7,322 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:5510 text/xml public 2026-05-20T14:11:00 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-01-30 HAA 25/1879 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Haarlem Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5510 text/html public 2026-05-20T14:09:35 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:5510 Rechtbank Noord-Holland , 30-01-2026 / HAA 25/1879 Deze uitspraak gaat over het besluit om een gedeelte van de aanvraag van eiser om subsidie op grond van de Woonhuisregeling voor het in stand houden van een rijksmonument, af te wijzen. Eiser is het er niet mee eens dat de minister voor de kostenposten voor funderingsherstel geen subsidie heeft toegekend. Hij voert aan dat funderingsherstel noodzakelijk was om het monument in stand te houden en te kunnen gebruiken als woonhuis. Deze technische noodzaak is volgens eiser aangetoond in het Herstelplan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister op goede gronden heeft besloten om geen subsidie toe te kennen voor de kostenposten voor funderingsherstel. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat funderingsherstel technisch noodzakelijk is om het monument in stand te houden. Dat eiser het monument wil gebruiken als woning, en het daardoor moet voldoen aan de technische eisen uit het Bouwbesluit/Bbl, maakt dit niet anders RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 25/1879 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs (gemachtigde: mr. L.J. Tigelaar). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het besluit om een gedeelte van de aanvraag van eiser om subsidie op grond van de Woonhuisregeling voor het in stand houden van een rijksmonument, af te wijzen. Eiser is het er niet mee eens dat de minister voor de kostenposten voor funderingsherstel geen subsidie heeft toegekend. Hij voert aan dat funderingsherstel noodzakelijk was om het monument in stand te houden en te kunnen gebruiken als woonhuis. Deze technische noodzaak is volgens eiser aangetoond in het Herstelplan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de gedeeltelijke afwijzing van subsidie. 2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister op goede gronden heeft besloten om geen subsidie toe te kennen voor de kostenposten voor funderingsherstel. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 3. Eiser heeft op 16 april 2024 een aanvraag ingediend om subsidietoekenning voor het rijksmonument met woonfunctie (nr. [nummer] ) aan [adres] in [plaats] . Volgens het Rijksmonumentenregister is het monument omschreven als ‘ [naam/omschrijving] . 18e eeuwse lage woning in topgevels eindigend’. De hoofdcategorie is ‘Woningen en woningbouwcomplexen’ met subcategorie ‘Dienstwoning(K)’. 3.1. Bij brief van 26 april 2024 heeft de minister eiser verzocht om zijn aanvraag aan te vullen met: Gespecificeerde facturen; Stukken waarin de noodzaak van de werkzaamheden voor funderingsherstel, het volledig vervangen van de dakconstructie en herstel van de verdiepingsvloer is aangetoond; Een adviesrapport van de constructeur. Hier heeft eiser bij e-mails van 15 en 16 mei 2024 met stukken op gereageerd. 3.2. De minister heeft de aanvraag met het besluit van 30 juli 2024 gedeeltelijk toegewezen en de subsidie vastgesteld op een bedrag van € 4.881,85 (38% van het subsidiabele bedrag € 12.846,98). Hier heeft eiser bezwaar tegen gemaakt. 3.3. Met het bestreden besluit van 28 februari 2025 op het bezwaar van eiser heeft de minister de subsidie vastgesteld op € 15.340,52 (38% van het subsidiabele bedrag € 40.369,80). Hier heeft eiser beroep tegen ingesteld, en de beroepsgronden op 27 april 2025 aangevuld. Op 29 april 2025 heeft eiser het rapport ‘Restauratie, renovatie en uitbreiding werkmanshuis’ van juli 2023 ingediend (hierna: het Herstelplan). 3.4. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 3.5. De rechtbank heeft het beroep op 8 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser vergezeld door [naam 1] , en de gemachtigde van de minister vergezeld door [naam 2] . Beoordeling door de rechtbank Omvang van het geschil 4.1. Met het bestreden besluit heeft de minister het subsidiebedrag vastgesteld op € 15.340,52. Eiser heeft tegen de toegekende subsidiabele kostenposten geen beroepsgronden aangevoerd. De rechtbank beoordeelt die daarom niet. 4.2. Het geschil in beroep beperkt zich tot de vraag of de vier aangevraagde kostenposten voor het funderingsherstel van het [naam/omschrijving] subsidiabel zijn, vanwege een technische noodzaak om het rijksmonument in stand te houden. Toetsingskader Woonhuisregeling 5.1. De Woonhuisregeling is opgenomen in de bijlage van het Besluit vaststelling beleidsregels instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten. Op grond van de Woonhuisregeling kunnen particuliere eigenaren van een rijksmonument met een woonfunctie subsidie aanvragen. De subsidie is voor werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen ten behoeve van het in stand houden van het rijksmonument en bedraagt 38% van de subsidiabele kosten. Om te bepalen welke werkzaamheden subsidiabel zijn, wordt aangesloten bij de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten in de bijlage van de Subsidieregeling instandhouding monumenten (hierna: de Leidraad). In de aanvraag dient aan de hand van stukken te worden aangetoond dat de subsidiabele kosten zijn gemaakt. Bij een aanvraag voor meer dan € 70.000,- aan kosten, dient aanvullend een adequaat inspectierapport van het rijksmonument te worden gevoegd. Het inspectierapport dient een adequate beschrijving te bevatten van de technische of fysieke staat van het rijksmonument voorafgaand aan de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Het inspectierapport dient ertoe inzicht te geven in de toenmalige gebreken van het monument en ook de oorzaken en mogelijke gevolgen van die gebreken, en dient te zijn opgesteld door een ter zake deskundige persoon of instantie. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) beoordeelt of het inspectierapport voldoet aan de gestelde eisen. 5.2. In de Leidraad is concreet aangegeven welke werkzaamheden subsidiabel zijn. Algemene uitgangspunten zijn dat a) de werkzaamheden dienen te strekken tot instandhouding van het rijksmonument en zijn monumentale waarden, b)de werkzaamheden sober en doelmatig zijn, c) de werkzaamheden technisch noodzakelijk dienen te zijn en d) de werkzaamheden gericht dienen te zijn op maximaal behoud van aanwezige monumentale waarden, in het bijzonder historische materialen en constructies. Of de werkzaamheden technisch noodzakelijk en sober en doelmatig zijn, wordt getoetst aan de hand van de bevindingen in het inspectierapport en detailfoto’s van de gebreken enerzijds, en de in het plan opgenomen werkzaamheden anderzijds. Bij meer ingrijpende werkzaamheden moeten nog meer stukken worden gevoegd bij de subsidieaanvraag, bijvoorbeeld (opname)tekeningen en specialistische rapporten. Kosten voor reconstructie en werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen voor veranderd gebruik, comfortverbetering, verfraaiing en verduurzaming zijn slechts in uitzonderlijke en expliciet aangemerkte gevallen subsidiabel. Tot slot zijn kosten voor werkzaamheden voor zover die reeds aangevangen of voltooid zijn voor de subsidieverlening niet subsidiabel. Standpunt minister in het bestreden besluit 6. De minister stelt zich op het standpunt dat de door eiser aangevraagde kostenposten voor het funderingsherstel niet subsidiabel kunnen worden gesteld. Op basis van de door eiser ingediende stukken heeft de minister geen technische noodzaak kunnen vaststellen voor funderingswerkzaamheden om het monument of de monumentale waarden in stand te houden.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:5510 text/xml public 2026-05-20T14:11:00 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-01-30 HAA 25/1879 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Haarlem Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5510 text/html public 2026-05-20T14:09:35 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:5510 Rechtbank Noord-Holland , 30-01-2026 / HAA 25/1879 Deze uitspraak gaat over het besluit om een gedeelte van de aanvraag van eiser om subsidie op grond van de Woonhuisregeling voor het in stand houden van een rijksmonument, af te wijzen. Eiser is het er niet mee eens dat de minister voor de kostenposten voor funderingsherstel geen subsidie heeft toegekend. Hij voert aan dat funderingsherstel noodzakelijk was om het monument in stand te houden en te kunnen gebruiken als woonhuis. Deze technische noodzaak is volgens eiser aangetoond in het Herstelplan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister op goede gronden heeft besloten om geen subsidie toe te kennen voor de kostenposten voor funderingsherstel. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat funderingsherstel technisch noodzakelijk is om het monument in stand te houden. Dat eiser het monument wil gebruiken als woning, en het daardoor moet voldoen aan de technische eisen uit het Bouwbesluit/Bbl, maakt dit niet anders RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 25/1879 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs (gemachtigde: mr. L.J. Tigelaar). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het besluit om een gedeelte van de aanvraag van eiser om subsidie op grond van de Woonhuisregeling voor het in stand houden van een rijksmonument, af te wijzen. Eiser is het er niet mee eens dat de minister voor de kostenposten voor funderingsherstel geen subsidie heeft toegekend. Hij voert aan dat funderingsherstel noodzakelijk was om het monument in stand te houden en te kunnen gebruiken als woonhuis. Deze technische noodzaak is volgens eiser aangetoond in het Herstelplan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de gedeeltelijke afwijzing van subsidie. 2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister op goede gronden heeft besloten om geen subsidie toe te kennen voor de kostenposten voor funderingsherstel. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 3. Eiser heeft op 16 april 2024 een aanvraag ingediend om subsidietoekenning voor het rijksmonument met woonfunctie (nr. [nummer] ) aan [adres] in [plaats] . Volgens het Rijksmonumentenregister is het monument omschreven als ‘ [naam/omschrijving] . 18e eeuwse lage woning in topgevels eindigend’. De hoofdcategorie is ‘Woningen en woningbouwcomplexen’ met subcategorie ‘Dienstwoning(K)’. 3.1. Bij brief van 26 april 2024 heeft de minister eiser verzocht om zijn aanvraag aan te vullen met: Gespecificeerde facturen; Stukken waarin de noodzaak van de werkzaamheden voor funderingsherstel, het volledig vervangen van de dakconstructie en herstel van de verdiepingsvloer is aangetoond; Een adviesrapport van de constructeur. Hier heeft eiser bij e-mails van 15 en 16 mei 2024 met stukken op gereageerd. 3.2. De minister heeft de aanvraag met het besluit van 30 juli 2024 gedeeltelijk toegewezen en de subsidie vastgesteld op een bedrag van € 4.881,85 (38% van het subsidiabele bedrag € 12.846,98). Hier heeft eiser bezwaar tegen gemaakt. 3.3. Met het bestreden besluit van 28 februari 2025 op het bezwaar van eiser heeft de minister de subsidie vastgesteld op € 15.340,52 (38% van het subsidiabele bedrag € 40.369,80). Hier heeft eiser beroep tegen ingesteld, en de beroepsgronden op 27 april 2025 aangevuld. Op 29 april 2025 heeft eiser het rapport ‘Restauratie, renovatie en uitbreiding werkmanshuis’ van juli 2023 ingediend (hierna: het Herstelplan). 3.4. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 3.5. De rechtbank heeft het beroep op 8 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser vergezeld door [naam 1] , en de gemachtigde van de minister vergezeld door [naam 2] . Beoordeling door de rechtbank Omvang van het geschil 4.1. Met het bestreden besluit heeft de minister het subsidiebedrag vastgesteld op € 15.340,52. Eiser heeft tegen de toegekende subsidiabele kostenposten geen beroepsgronden aangevoerd. De rechtbank beoordeelt die daarom niet. 4.2. Het geschil in beroep beperkt zich tot de vraag of de vier aangevraagde kostenposten voor het funderingsherstel van het [naam/omschrijving] subsidiabel zijn, vanwege een technische noodzaak om het rijksmonument in stand te houden. Toetsingskader Woonhuisregeling 5.1. De Woonhuisregeling is opgenomen in de bijlage van het Besluit vaststelling beleidsregels instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten. Op grond van de Woonhuisregeling kunnen particuliere eigenaren van een rijksmonument met een woonfunctie subsidie aanvragen. De subsidie is voor werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen ten behoeve van het in stand houden van het rijksmonument en bedraagt 38% van de subsidiabele kosten. Om te bepalen welke werkzaamheden subsidiabel zijn, wordt aangesloten bij de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten in de bijlage van de Subsidieregeling instandhouding monumenten (hierna: de Leidraad). In de aanvraag dient aan de hand van stukken te worden aangetoond dat de subsidiabele kosten zijn gemaakt. Bij een aanvraag voor meer dan € 70.000,- aan kosten, dient aanvullend een adequaat inspectierapport van het rijksmonument te worden gevoegd. Het inspectierapport dient een adequate beschrijving te bevatten van de technische of fysieke staat van het rijksmonument voorafgaand aan de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Het inspectierapport dient ertoe inzicht te geven in de toenmalige gebreken van het monument en ook de oorzaken en mogelijke gevolgen van die gebreken, en dient te zijn opgesteld door een ter zake deskundige persoon of instantie. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) beoordeelt of het inspectierapport voldoet aan de gestelde eisen. 5.2. In de Leidraad is concreet aangegeven welke werkzaamheden subsidiabel zijn. Algemene uitgangspunten zijn dat a) de werkzaamheden dienen te strekken tot instandhouding van het rijksmonument en zijn monumentale waarden, b)de werkzaamheden sober en doelmatig zijn, c) de werkzaamheden technisch noodzakelijk dienen te zijn en d) de werkzaamheden gericht dienen te zijn op maximaal behoud van aanwezige monumentale waarden, in het bijzonder historische materialen en constructies. Of de werkzaamheden technisch noodzakelijk en sober en doelmatig zijn, wordt getoetst aan de hand van de bevindingen in het inspectierapport en detailfoto’s van de gebreken enerzijds, en de in het plan opgenomen werkzaamheden anderzijds. Bij meer ingrijpende werkzaamheden moeten nog meer stukken worden gevoegd bij de subsidieaanvraag, bijvoorbeeld (opname)tekeningen en specialistische rapporten. Kosten voor reconstructie en werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen voor veranderd gebruik, comfortverbetering, verfraaiing en verduurzaming zijn slechts in uitzonderlijke en expliciet aangemerkte gevallen subsidiabel. Tot slot zijn kosten voor werkzaamheden voor zover die reeds aangevangen of voltooid zijn voor de subsidieverlening niet subsidiabel. Standpunt minister in het bestreden besluit 6. De minister stelt zich op het standpunt dat de door eiser aangevraagde kostenposten voor het funderingsherstel niet subsidiabel kunnen worden gesteld. Op basis van de door eiser ingediende stukken heeft de minister geen technische noodzaak kunnen vaststellen voor funderingswerkzaamheden om het monument of de monumentale waarden in stand te houden.
Volledig
Bovendien is in de technische stukken van eiser benoemd dat de funderingswerkzaamheden voortvloeien uit veranderd gebruik als nieuwbouw-woonhuis, welk gebruik volgens de Woonhuisregeling niet subsidiabel is gesteld. Beroepsgronden 7. Eiser voert aan dat de kosten voor funderingsherstel subsidiabel zijn. Uit het bij de aanvraag ingediende Herstelplan volgt dat het noodzakelijk was om de fundering te herstellen. De staat van de fundering kon pas worden vastgesteld nadat de vloer verwijderd was. De vele scheuren in de buitenmuren en de scheefstand van deze muren gaven al wel een indicatie dat er mogelijk problemen zouden zijn met de fundering. Eiser wijst op pagina 6 van het Herstelplan, waar is opgenomen dat constructieve aanpak aangewezen is om verdere zakkingen te voorkomen, en zo het monument te behouden. Daarnaast heeft [b.v.] geconstateerd dat de fundering onbetrouwbaar was, en dat het noodzakelijk was om een nieuwe fundering toe te voegen. Hieruit leidt eiser af dat de oorspronkelijke monumentale constructie onvoldoende was om het monument overeind te houden. Het verzakken van de woning kon worden tegengegaan door een betonnen funderingsplaat aan te brengen, en de verdiepingsvloer en kapconstructie konden worden opgevangen via HSB-voorzetwanden. De bestaande muren worden dan aan de voorzetwanden gefixeerd om toekomstige verzakkingen te voorkomen. Ook de voorzetwanden zijn dus noodzakelijk voor het behoud van het monument, en daarom volgens eiser subsidiabel. Eiser verwijst verder nog naar de constructieberekeningen van [naam adviesbureau] . Om de geadviseerde gewapende betonvloer en voorzetwanden aan te brengen waren tevens alle sloop- en graafwerkzaamheden en het afvoeren van sloopafval noodzakelijk. De kosten hiervoor zijn dan ook subsidiabel. Bij aanvulling van de subsidiabele kosten met de kosten voor funderingsherstel, zijn tot slot ook de kosten voor de bouwplaats, de bouwvoorbereiding en de aanvulling op het Herstelplan naar verhouding subsidiabel, aldus eiser. Technische noodzaak vastgesteld? 8.1. Uit het Herstelplan volgt dat scheuren in de muren van het rijksmonument zijn geconstateerd, en dat het rijksmonument 10 cm scheefstand kent. De rechtbank volgt op dit punt het verweer van de minister dat deze constateringen op zichzelf niet al betekenen dat het noodzakelijk is om funderingsherstel uit te voeren. Op enig moment kan het gewicht van het gebouw zich op de zandbodem gestabiliseerd hebben. Uit de gegevens in het Herstelplan volgt namelijk niet dat sprake is van actieve scheuring of verzakking. De scheurpatronen zijn niet inzichtelijk gemaakt, op foto’s in het Herstelplan is geen actieve scheurvorming op te merken en bovendien is niet vastgesteld wat de oorzaak is van de gebreken. Hierdoor voldoet het Herstelplan niet aan de daaraan gestelde eisen uit de Woonhuisregeling. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze analyse van het Herstelplan door de minister te twijfelen. Uit de memo van Raadschelders volgt dat wel aanvullend funderingsonderzoek is gedaan omdat de fundering mogelijk niet zou voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit. Uit handsonderingen van de conusweerstand bleek toen dat de weerstand erg laag is. Hierop is besloten om een gewapende betonvloer op grondslag te maken, zodat alle bijkomende belastingen door een groot oppervlak naar de grondafslag afgedragen worden. Hiermee wordt volgens Raadschelders dan ook de belasting op de bestaande fundering verminderd zodat de kans op zettingen significant wordt verminderd tot een acceptabel niveau. De rechtbank volgt echter op dit punt het standpunt van de minister dat met de informatie in de memo van Raadschelders onvoldoende technisch vastgesteld kan worden dat het funderingsherstel noodzakelijk is omdat de oude fundering het rijksmonument niet meer in stand zou kunnen houden. In de memo ontbreekt opnieuw een onderbouwde analyse van (de oorzaken van) de scheurvorming en de scheefstand, waaruit volgt dat deze gebreken actief zijn zodat op dit moment funderingsherstel noodzakelijk is. Hierbij overweegt de rechtbank dat Raadschelders op de zitting heeft toegelicht dat de renovatie van het rijksmonument de oude evenwichtstoestand wijzigt, zodat de oude fundering verbeterd en met een nieuwe fundering versterkt moet worden om schade in de toekomst te voorkomen. Het gewicht (wat geen metselwerk is) komt op de nieuwe fundering, zodat de oude fundering wordt ontlast, en het oude evenwicht niet verstoord wordt. Hieruit leidt de rechtbank af dat het rijksmonument voor de werkzaamheden in evenwicht was. 8.2. Op de zitting is voor de rechtbank duidelijk geworden dat eiser de werkzaamheden heeft uitgevoerd om het rijksmonument bruikbaar en bewoonbaar te maken, waarbij het voldoet aan de bouwtechnische vereisten voor een woning uit het Bouwbesluit 2012 (thans het Besluit Bouwwerken Leefomgeving). De Woonhuisregeling is daar echter niet voor bedoeld. De extra nieuwbouwkosten om het monument in gebruik te mogen nemen als woning, komen dus voor rekening van eiser. De Woonhuisregeling is slechts bedoeld als tegemoetkoming en stimulans om de monumentale onderdelen van het rijksmonument in stand te houden. Op voorhand is niet uitgesloten dat hiervoor ook funderingsherstel noodzakelijk is, maar zoals hiervoor overwogen, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser dit voor het [naam/omschrijving] niet met stukken aannemelijk heeft gemaakt. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt en de afwijzing van een subsidie voor de kostenposten die verband houden met de funderingswerkzaamheden in stand blijft. Hierom krijgt eiser ook geen vergoeding van proceskosten, voor zover eiser die zou hebben gemaakt. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Lauryssen, rechter, in aanwezigheid van mr.I.A. Bakker, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledig
Bovendien is in de technische stukken van eiser benoemd dat de funderingswerkzaamheden voortvloeien uit veranderd gebruik als nieuwbouw-woonhuis, welk gebruik volgens de Woonhuisregeling niet subsidiabel is gesteld. Beroepsgronden 7. Eiser voert aan dat de kosten voor funderingsherstel subsidiabel zijn. Uit het bij de aanvraag ingediende Herstelplan volgt dat het noodzakelijk was om de fundering te herstellen. De staat van de fundering kon pas worden vastgesteld nadat de vloer verwijderd was. De vele scheuren in de buitenmuren en de scheefstand van deze muren gaven al wel een indicatie dat er mogelijk problemen zouden zijn met de fundering. Eiser wijst op pagina 6 van het Herstelplan, waar is opgenomen dat constructieve aanpak aangewezen is om verdere zakkingen te voorkomen, en zo het monument te behouden. Daarnaast heeft [b.v.] geconstateerd dat de fundering onbetrouwbaar was, en dat het noodzakelijk was om een nieuwe fundering toe te voegen. Hieruit leidt eiser af dat de oorspronkelijke monumentale constructie onvoldoende was om het monument overeind te houden. Het verzakken van de woning kon worden tegengegaan door een betonnen funderingsplaat aan te brengen, en de verdiepingsvloer en kapconstructie konden worden opgevangen via HSB-voorzetwanden. De bestaande muren worden dan aan de voorzetwanden gefixeerd om toekomstige verzakkingen te voorkomen. Ook de voorzetwanden zijn dus noodzakelijk voor het behoud van het monument, en daarom volgens eiser subsidiabel. Eiser verwijst verder nog naar de constructieberekeningen van [naam adviesbureau] . Om de geadviseerde gewapende betonvloer en voorzetwanden aan te brengen waren tevens alle sloop- en graafwerkzaamheden en het afvoeren van sloopafval noodzakelijk. De kosten hiervoor zijn dan ook subsidiabel. Bij aanvulling van de subsidiabele kosten met de kosten voor funderingsherstel, zijn tot slot ook de kosten voor de bouwplaats, de bouwvoorbereiding en de aanvulling op het Herstelplan naar verhouding subsidiabel, aldus eiser. Technische noodzaak vastgesteld? 8.1. Uit het Herstelplan volgt dat scheuren in de muren van het rijksmonument zijn geconstateerd, en dat het rijksmonument 10 cm scheefstand kent. De rechtbank volgt op dit punt het verweer van de minister dat deze constateringen op zichzelf niet al betekenen dat het noodzakelijk is om funderingsherstel uit te voeren. Op enig moment kan het gewicht van het gebouw zich op de zandbodem gestabiliseerd hebben. Uit de gegevens in het Herstelplan volgt namelijk niet dat sprake is van actieve scheuring of verzakking. De scheurpatronen zijn niet inzichtelijk gemaakt, op foto’s in het Herstelplan is geen actieve scheurvorming op te merken en bovendien is niet vastgesteld wat de oorzaak is van de gebreken. Hierdoor voldoet het Herstelplan niet aan de daaraan gestelde eisen uit de Woonhuisregeling. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze analyse van het Herstelplan door de minister te twijfelen. Uit de memo van Raadschelders volgt dat wel aanvullend funderingsonderzoek is gedaan omdat de fundering mogelijk niet zou voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit. Uit handsonderingen van de conusweerstand bleek toen dat de weerstand erg laag is. Hierop is besloten om een gewapende betonvloer op grondslag te maken, zodat alle bijkomende belastingen door een groot oppervlak naar de grondafslag afgedragen worden. Hiermee wordt volgens Raadschelders dan ook de belasting op de bestaande fundering verminderd zodat de kans op zettingen significant wordt verminderd tot een acceptabel niveau. De rechtbank volgt echter op dit punt het standpunt van de minister dat met de informatie in de memo van Raadschelders onvoldoende technisch vastgesteld kan worden dat het funderingsherstel noodzakelijk is omdat de oude fundering het rijksmonument niet meer in stand zou kunnen houden. In de memo ontbreekt opnieuw een onderbouwde analyse van (de oorzaken van) de scheurvorming en de scheefstand, waaruit volgt dat deze gebreken actief zijn zodat op dit moment funderingsherstel noodzakelijk is. Hierbij overweegt de rechtbank dat Raadschelders op de zitting heeft toegelicht dat de renovatie van het rijksmonument de oude evenwichtstoestand wijzigt, zodat de oude fundering verbeterd en met een nieuwe fundering versterkt moet worden om schade in de toekomst te voorkomen. Het gewicht (wat geen metselwerk is) komt op de nieuwe fundering, zodat de oude fundering wordt ontlast, en het oude evenwicht niet verstoord wordt. Hieruit leidt de rechtbank af dat het rijksmonument voor de werkzaamheden in evenwicht was. 8.2. Op de zitting is voor de rechtbank duidelijk geworden dat eiser de werkzaamheden heeft uitgevoerd om het rijksmonument bruikbaar en bewoonbaar te maken, waarbij het voldoet aan de bouwtechnische vereisten voor een woning uit het Bouwbesluit 2012 (thans het Besluit Bouwwerken Leefomgeving). De Woonhuisregeling is daar echter niet voor bedoeld. De extra nieuwbouwkosten om het monument in gebruik te mogen nemen als woning, komen dus voor rekening van eiser. De Woonhuisregeling is slechts bedoeld als tegemoetkoming en stimulans om de monumentale onderdelen van het rijksmonument in stand te houden. Op voorhand is niet uitgesloten dat hiervoor ook funderingsherstel noodzakelijk is, maar zoals hiervoor overwogen, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser dit voor het [naam/omschrijving] niet met stukken aannemelijk heeft gemaakt. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt en de afwijzing van een subsidie voor de kostenposten die verband houden met de funderingswerkzaamheden in stand blijft. Hierom krijgt eiser ook geen vergoeding van proceskosten, voor zover eiser die zou hebben gemaakt. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Lauryssen, rechter, in aanwezigheid van mr.I.A. Bakker, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.