Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-01-21
ECLI:NL:RBNHO:2026:509
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Beschikking
4,005 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:509 text/xml public 2026-05-12T15:09:33 2026-01-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-01-21 11898869 \ CV FORM 25-6484 Uitspraak Beschikking NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:509 text/html public 2026-05-12T15:09:16 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:509 Rechtbank Noord-Holland , 21-01-2026 / 11898869 \ CV FORM 25-6484 Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege buitengewone omstandigheden; vertraging van voorgaande vluchten dreigde door te werken op de vlucht in kwestie en een latere vlucht, waardoor de latere vlucht de nachtklok van Schiphol dreigde te schenden. Dit levert echter geen buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie op. Het verzoek wordt toegewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11898869 \ CV FORM 25-6484 Uitspraakdatum: 21 januari 2026 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [verzoeker 1] 2. [verzoeker 2] beiden wonende te [plaats 1] 3. [verzoeker 3] wonende te [plaats 2] verzoekende partijen verder te noemen: de passagiers gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht EasyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen, Oostenrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege buitengewone omstandigheden; vertraging van voorgaande vluchten dreigde door te werken op de vlucht in kwestie en een latere vlucht, waardoor de latere vlucht de nachtklok van Schiphol dreigde te schenden. Dit levert echter geen buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie op. Het verzoek wordt toegewezen. 1 Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het antwoordformulier (formulier C). 2 De feiten 2.1. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 23 september 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Pisa, Italië, met vlucht EJU7825 (hierna: de vlucht) 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 750,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 112,50 aan buitengerechtelijke incassokosten; - de proceskosten. 3.2. De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon. 3.3. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.2. Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. 4.3. De vervoerder stelt dat de vlucht in kwestie (Amsterdam – Pisa) vanwege een doorwerking van buitengewone omstandigheden op eerdere vluchten zodanig vertraagd uitgevoerd dreigde te worden, dat het niet langer mogelijk zou zijn om de daarop volgende vlucht (Pisa – Amsterdam) uit te voeren zonder de nachtsluiting van Schiphol te schenden. Dit betoog slaagt niet. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie niet alsnog, zij het vertraagd, uit te voeren. De vlucht van Pisa naar Amsterdam zou namelijk aan het nachtregime worden onderworpen en niet de vlucht in kwestie. Wellicht heeft de vervoerder keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van zijn onderneming het meest gunstig waren, maar dit ontslaat hem niet van zijn verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren. Ook de stelling dat het toestel nog moest terugkeren naar Amsterdam omdat het de dag erna gepland stond om andere vluchten uit te voeren, maakt dit niet anders. Dit zijn namelijk interne, operationele gronden. Daarom kon de vervoerder zelf invloed uitoefenen op de annulering en was deze niet het gevolg van buitengewone omstandigheden. Het verzoek van de passagiers zal worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar. 4.4. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.5. De proceskosten komen voor rekening van de verveorder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. 4.6. Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 862,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 750,00 vanaf 23 september 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.2. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 135,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015. Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:509 text/xml public 2026-05-12T15:09:33 2026-01-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-01-21 11898869 \ CV FORM 25-6484 Uitspraak Beschikking NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:509 text/html public 2026-05-12T15:09:16 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:509 Rechtbank Noord-Holland , 21-01-2026 / 11898869 \ CV FORM 25-6484 Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege buitengewone omstandigheden; vertraging van voorgaande vluchten dreigde door te werken op de vlucht in kwestie en een latere vlucht, waardoor de latere vlucht de nachtklok van Schiphol dreigde te schenden. Dit levert echter geen buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie op. Het verzoek wordt toegewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11898869 \ CV FORM 25-6484 Uitspraakdatum: 21 januari 2026 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [verzoeker 1] 2. [verzoeker 2] beiden wonende te [plaats 1] 3. [verzoeker 3] wonende te [plaats 2] verzoekende partijen verder te noemen: de passagiers gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht EasyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen, Oostenrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege buitengewone omstandigheden; vertraging van voorgaande vluchten dreigde door te werken op de vlucht in kwestie en een latere vlucht, waardoor de latere vlucht de nachtklok van Schiphol dreigde te schenden. Dit levert echter geen buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie op. Het verzoek wordt toegewezen. 1 Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het antwoordformulier (formulier C). 2 De feiten 2.1. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 23 september 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Pisa, Italië, met vlucht EJU7825 (hierna: de vlucht) 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 750,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 112,50 aan buitengerechtelijke incassokosten; - de proceskosten. 3.2. De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon. 3.3. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.2. Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. 4.3. De vervoerder stelt dat de vlucht in kwestie (Amsterdam – Pisa) vanwege een doorwerking van buitengewone omstandigheden op eerdere vluchten zodanig vertraagd uitgevoerd dreigde te worden, dat het niet langer mogelijk zou zijn om de daarop volgende vlucht (Pisa – Amsterdam) uit te voeren zonder de nachtsluiting van Schiphol te schenden. Dit betoog slaagt niet. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie niet alsnog, zij het vertraagd, uit te voeren. De vlucht van Pisa naar Amsterdam zou namelijk aan het nachtregime worden onderworpen en niet de vlucht in kwestie. Wellicht heeft de vervoerder keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van zijn onderneming het meest gunstig waren, maar dit ontslaat hem niet van zijn verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren. Ook de stelling dat het toestel nog moest terugkeren naar Amsterdam omdat het de dag erna gepland stond om andere vluchten uit te voeren, maakt dit niet anders. Dit zijn namelijk interne, operationele gronden. Daarom kon de vervoerder zelf invloed uitoefenen op de annulering en was deze niet het gevolg van buitengewone omstandigheden. Het verzoek van de passagiers zal worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar. 4.4. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.5. De proceskosten komen voor rekening van de verveorder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. 4.6. Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 862,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 750,00 vanaf 23 september 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.2. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 135,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015. Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015.