Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-01-21
ECLI:NL:RBNHO:2026:504
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Beschikking
2,389 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:504 text/xml public 2026-05-12T15:14:33 2026-01-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-01-21 11892143 \ CV FORM 25-6330 Uitspraak Beschikking NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:504 text/html public 2026-05-12T15:13:57 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:504 Rechtbank Noord-Holland , 21-01-2026 / 11892143 \ CV FORM 25-6330 Luchtvaart. EPGV. De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. Hij heeft het verzoek echter na de vervaltermijn ingediend. Daarom wordt hij niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11892143 \ CV FORM 25-6330 Uitspraakdatum: 21 januari 2026 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] wonende te [nummer] verzoekende partij verder te noemen: de passagier gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht EasyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen, Oostenrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) De zaak in het kort De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. Hij heeft het verzoek echter na de vervaltermijn ingediend. Daarom wordt hij niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek. 1 Het procesverloop 1.1. Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2 De feiten 2.1. De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 21 september 2023 vervoeren van Berlijn, Duitsland, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EC5287 dan wel EJU5287 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het verzoek 3.1. De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten; - de proceskosten. 3.2. De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht gehouden moet compenseren met een bedrag van € 250,-. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.2. De kantonrechter moet ook beoordelen of de passagier in het verzoek kan worden ontvangen. Dat is niet het geval. Het verzoek is namelijk gebaseerd op een overeenkomst van luchtvervoer. Een verzoek op basis van een dergelijke overeenkomst vervalt door verloop van twee jaren. Deze termijn gaat in op de dag waarop de vlucht op de bestemming had moeten aankomen. 4.3. De vlucht in kwestie had op 21 september 2023 moeten aankomen. Dit betekent dat de passagier het verzoek uiterlijk op 21 september 2025 had kunnen indienen. Het vorderingsformulier is echter op 23 september 2025 ontvangen op de griffie van de rechtbank. Daarmee is het verzoek na de vervaldatum ingediend. De passagier zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek. 4.4. De proceskosten komen voor rekening van de passagier omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagier, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. verklaart de passagier niet-ontvankelijk in het verzoek; 5.2. veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 82,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de passagier tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.3. verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. In de zin van artikel 8:1390 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Artikel 8:1835 BW.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:504 text/xml public 2026-05-12T15:14:33 2026-01-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-01-21 11892143 \ CV FORM 25-6330 Uitspraak Beschikking NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:504 text/html public 2026-05-12T15:13:57 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:504 Rechtbank Noord-Holland , 21-01-2026 / 11892143 \ CV FORM 25-6330 Luchtvaart. EPGV. De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. Hij heeft het verzoek echter na de vervaltermijn ingediend. Daarom wordt hij niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11892143 \ CV FORM 25-6330 Uitspraakdatum: 21 januari 2026 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] wonende te [nummer] verzoekende partij verder te noemen: de passagier gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht EasyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen, Oostenrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) De zaak in het kort De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. Hij heeft het verzoek echter na de vervaltermijn ingediend. Daarom wordt hij niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek. 1 Het procesverloop 1.1. Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2 De feiten 2.1. De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 21 september 2023 vervoeren van Berlijn, Duitsland, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EC5287 dan wel EJU5287 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het verzoek 3.1. De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten; - de proceskosten. 3.2. De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht gehouden moet compenseren met een bedrag van € 250,-. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.2. De kantonrechter moet ook beoordelen of de passagier in het verzoek kan worden ontvangen. Dat is niet het geval. Het verzoek is namelijk gebaseerd op een overeenkomst van luchtvervoer. Een verzoek op basis van een dergelijke overeenkomst vervalt door verloop van twee jaren. Deze termijn gaat in op de dag waarop de vlucht op de bestemming had moeten aankomen. 4.3. De vlucht in kwestie had op 21 september 2023 moeten aankomen. Dit betekent dat de passagier het verzoek uiterlijk op 21 september 2025 had kunnen indienen. Het vorderingsformulier is echter op 23 september 2025 ontvangen op de griffie van de rechtbank. Daarmee is het verzoek na de vervaldatum ingediend. De passagier zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek. 4.4. De proceskosten komen voor rekening van de passagier omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagier, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. verklaart de passagier niet-ontvankelijk in het verzoek; 5.2. veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 82,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de passagier tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.3. verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. In de zin van artikel 8:1390 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Artikel 8:1835 BW.