Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-01-21
ECLI:NL:RBNHO:2026:503
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Beschikking
3,735 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:503 text/xml public 2026-05-12T13:42:20 2026-01-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-01-21 11915628 \ CV FORM 25-6854 Uitspraak Beschikking NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:503 text/html public 2026-05-12T13:42:12 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:503 Rechtbank Noord-Holland , 21-01-2026 / 11915628 \ CV FORM 25-6854 Luchtvaart. EPGV. De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De vlucht moest geannuleerd worden omdat een vlucht die na de vlucht in kwestie zou worden uitgevoerd de nachtsluiting van Schiphol dreigde te schenden. Dit levert echter geen buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie op. Daarom wordt het verzoek toegewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11915628 \ CV FORM 25-6854 Uitspraakdatum: 21 januari 2026 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] wonende te [plaats] verzoekende partij verder te noemen: de passagier gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Easyjet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen, Oostenrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) De zaak in het kort De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De vlucht moest geannuleerd worden omdat een vlucht die na de vlucht in kwestie zou worden uitgevoerd de nachtsluiting van Schiphol dreigde te schenden. Dit levert echter geen buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie op. Daarom wordt het verzoek toegewezen. 1 Het procesverloop 1.1. Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2 De feiten 2.1. De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 13 oktober 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Lissabon, Portugal, met vlucht EC7962 dan wel EJU7962 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 60,00 aan buitengerechtelijke incassokosten; - de proceskosten. 3.2. De passagier baseert het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon. 3.3. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.2. De kantonrechter begrijpt dat de vervoerder aanvoert dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievluchten Amsterdam – Genève – Amsterdam – Lissabon – Amsterdam. De vluchten van Amsterdam naar Genève en terug werden vertraagd uitgevoerd als gevolg van (de doorwerking van) latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Deze vertraging dreigde vervolgens ook door te werken op de vlucht in kwestie en op de retourvlucht naar Amsterdam. Dit maakte het onmogelijk om de terugvlucht uit te voeren zonder daarbij de nachtsluiting van Schiphol te schenden. Daarop heeft de vervoerder de vlucht in kwestie en de terugvlucht geannuleerd. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder onder meer naar vluchtrapporten. De passagier betwist dit. 4.3. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder hiermee echter onvoldoende onderbouwd waarom de vlucht in kwestie niet alsnog, zij het vertraagd, kon worden uitgevoerd. Weliswaar zou het nachtregime van Schiphol van toepassing zijn op de retourvlucht (van Lissabon naar Amsterdam), maar dat gold niet voor de vlucht in kwestie. Wellicht heeft de vervoerder daarbij keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van zijn onderneming het meest gunstig waren, maar dit ontslaat hem niet van zijn verplichting om de passagiers te compenseren. Daarmee heeft hij onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij geen invloed had op de annulering van de vlucht en was deze niet het gevolg van buitengewone omstandigheden. De verzochte compensatie zal worden toegewezen. De wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar. 4.4. De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. 4.5. De kantonrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagier kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.6. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. 4.7. Op verzoek van de passagier zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 460,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 400,00 vanaf 13 oktober 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.2. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 90,00 aan griffierecht en € 82,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:503 text/xml public 2026-05-12T13:42:20 2026-01-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-01-21 11915628 \ CV FORM 25-6854 Uitspraak Beschikking NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:503 text/html public 2026-05-12T13:42:12 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:503 Rechtbank Noord-Holland , 21-01-2026 / 11915628 \ CV FORM 25-6854 Luchtvaart. EPGV. De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De vlucht moest geannuleerd worden omdat een vlucht die na de vlucht in kwestie zou worden uitgevoerd de nachtsluiting van Schiphol dreigde te schenden. Dit levert echter geen buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie op. Daarom wordt het verzoek toegewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11915628 \ CV FORM 25-6854 Uitspraakdatum: 21 januari 2026 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] wonende te [plaats] verzoekende partij verder te noemen: de passagier gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Easyjet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen, Oostenrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) De zaak in het kort De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De vlucht moest geannuleerd worden omdat een vlucht die na de vlucht in kwestie zou worden uitgevoerd de nachtsluiting van Schiphol dreigde te schenden. Dit levert echter geen buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie op. Daarom wordt het verzoek toegewezen. 1 Het procesverloop 1.1. Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2 De feiten 2.1. De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 13 oktober 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Lissabon, Portugal, met vlucht EC7962 dan wel EJU7962 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 60,00 aan buitengerechtelijke incassokosten; - de proceskosten. 3.2. De passagier baseert het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon. 3.3. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.2. De kantonrechter begrijpt dat de vervoerder aanvoert dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievluchten Amsterdam – Genève – Amsterdam – Lissabon – Amsterdam. De vluchten van Amsterdam naar Genève en terug werden vertraagd uitgevoerd als gevolg van (de doorwerking van) latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Deze vertraging dreigde vervolgens ook door te werken op de vlucht in kwestie en op de retourvlucht naar Amsterdam. Dit maakte het onmogelijk om de terugvlucht uit te voeren zonder daarbij de nachtsluiting van Schiphol te schenden. Daarop heeft de vervoerder de vlucht in kwestie en de terugvlucht geannuleerd. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder onder meer naar vluchtrapporten. De passagier betwist dit. 4.3. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder hiermee echter onvoldoende onderbouwd waarom de vlucht in kwestie niet alsnog, zij het vertraagd, kon worden uitgevoerd. Weliswaar zou het nachtregime van Schiphol van toepassing zijn op de retourvlucht (van Lissabon naar Amsterdam), maar dat gold niet voor de vlucht in kwestie. Wellicht heeft de vervoerder daarbij keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van zijn onderneming het meest gunstig waren, maar dit ontslaat hem niet van zijn verplichting om de passagiers te compenseren. Daarmee heeft hij onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij geen invloed had op de annulering van de vlucht en was deze niet het gevolg van buitengewone omstandigheden. De verzochte compensatie zal worden toegewezen. De wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar. 4.4. De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. 4.5. De kantonrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagier kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.6. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. 4.7. Op verzoek van de passagier zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 460,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 400,00 vanaf 13 oktober 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.2. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 90,00 aan griffierecht en € 82,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015.