Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-01-21
ECLI:NL:RBNHO:2026:501
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Beschikking
4,075 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:501 text/xml public 2026-05-12T15:20:33 2026-01-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-01-21 11881707 \ CV FORM 25-6129 Uitspraak Beschikking NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:501 text/html public 2026-05-12T15:20:27 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:501 Rechtbank Noord-Holland , 21-01-2026 / 11881707 \ CV FORM 25-6129 Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een capaciteitsbeperking op de luchthaven van vertrek. Hij heeft echter onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd in hoeverre hij door deze beperking geen andere keuze had dan de vlucht te annuleren. Daarom slaagt het verweer niet. Het verzoek wordt toegewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11881707 \ CV FORM 25-6129 Uitspraakdatum: 21 januari 2026 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [verzoeker 1] 2. [verzoeker 2] beiden wonende te [plaats 1] 3. [verzoeker 3] 4. [verzoeker 4] beiden wonende te [plaats 2] 5. [verzoeker 5] , wonende te [plaats 3] 6. [verzoeker 6] 7. [verzoeker 7] beiden wonende te [plaats 2] 8. [verzoeker 8] 9. [verzoeker 9] beiden wonende te [plaats 3] 10. [verzoeker 10] wonende te [plaats 4] verzoekende partijen verder te noemen: de passagiers gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht EasyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen, Oostenrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een capaciteitsbeperking op de luchthaven van vertrek. Hij heeft echter onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd in hoeverre hij door deze beperking geen andere keuze had dan de vlucht te annuleren. Daarom slaagt het verweer niet. Het verzoek wordt toegewezen. 1 Het procesverloop 1.1. Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2 De feiten 2.1. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen en de minderjarige kinderen van passagiers sub 5 en sub 8 en van passagiers sub 3 en sub 7 op 17 september 2023 vervoeren van Londen, Verenigd Koninkrijk, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EC8688 dan wel EJU8688 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 2.5. Passagiers sub 5 en sub 8 en passagiers sub 3 en sub 7 hebben de eventuele vorderingsrechten van hun minderjarige kinderen aan zichzelf overgedragen. 3 Het geschil 3.1. De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 3.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 425,00 aan buitengerechtelijke incassokosten; - de proceskosten. 3.2. De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon. 3.3. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.2. Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. 4.3. Volgens de vervoerder moest de vlucht geannuleerd worden vanwege een capaciteitsbeperking door slechte weersomstandigheden op de luchthaven van Londen. Daarnaast stelt hij ook dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege latere opgelegde vertrektijden aan voorgaande vluchten, waardoor de bemanning van de vlucht in kwestie ‘uit de uren’ dreigde te lopen. De passagiers hebben dit betwist. 4.4. De kantonrechter overweegt dat een capaciteitsbeperking een buitengewone omstandigheid kan zijn, mits de vervoerder aantoont dat hij vanwege de duur en de mate van de beperkingen geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. Naar het oordeel van de kantonrechter is hij daar niet in geslaagd. Weliswaar heeft hij voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat er rond de geplande vertrektijd van de vlucht een capaciteitsbeperking gold op de luchthaven van Londen, maar hij heeft daarbij onvoldoende concreet gemaakt waarom het noodzakelijk was om de vlucht in kwestie te annuleren en het niet mogelijk was om, bijvoorbeeld, de vlucht vertraagd uit te voeren. Bovendien heeft hij onvoldoende concreet gesteld in hoeverre het uit de uren lopen van de bemanning ook een rol heeft gespeeld bij deze keuze. Het uit de uren lopen van de bemanning is namelijk in beginsel een operationeel probleem. Hij heeft evenmin toegelicht welke vluchten er voorafgaand aan de vlucht in kwestie gepland stonden en wat voor vertraging dit heeft opgeleverd. Al met al kan daarom niet worden geoordeeld dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. 4.5. Het verzoek van de passagiers zal worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar. 4.6. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. 4.7. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.8. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat hij ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. 4.9. Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 3.425,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.000,00 vanaf 17 september 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.2. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 257,00 aan griffierecht en € 238,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 119,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. Deze beschikking is gegeven door mr. S.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:501 text/xml public 2026-05-12T15:20:33 2026-01-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-01-21 11881707 \ CV FORM 25-6129 Uitspraak Beschikking NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:501 text/html public 2026-05-12T15:20:27 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:501 Rechtbank Noord-Holland , 21-01-2026 / 11881707 \ CV FORM 25-6129 Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een capaciteitsbeperking op de luchthaven van vertrek. Hij heeft echter onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd in hoeverre hij door deze beperking geen andere keuze had dan de vlucht te annuleren. Daarom slaagt het verweer niet. Het verzoek wordt toegewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11881707 \ CV FORM 25-6129 Uitspraakdatum: 21 januari 2026 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [verzoeker 1] 2. [verzoeker 2] beiden wonende te [plaats 1] 3. [verzoeker 3] 4. [verzoeker 4] beiden wonende te [plaats 2] 5. [verzoeker 5] , wonende te [plaats 3] 6. [verzoeker 6] 7. [verzoeker 7] beiden wonende te [plaats 2] 8. [verzoeker 8] 9. [verzoeker 9] beiden wonende te [plaats 3] 10. [verzoeker 10] wonende te [plaats 4] verzoekende partijen verder te noemen: de passagiers gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht EasyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen, Oostenrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een capaciteitsbeperking op de luchthaven van vertrek. Hij heeft echter onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd in hoeverre hij door deze beperking geen andere keuze had dan de vlucht te annuleren. Daarom slaagt het verweer niet. Het verzoek wordt toegewezen. 1 Het procesverloop 1.1. Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2 De feiten 2.1. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen en de minderjarige kinderen van passagiers sub 5 en sub 8 en van passagiers sub 3 en sub 7 op 17 september 2023 vervoeren van Londen, Verenigd Koninkrijk, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EC8688 dan wel EJU8688 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 2.5. Passagiers sub 5 en sub 8 en passagiers sub 3 en sub 7 hebben de eventuele vorderingsrechten van hun minderjarige kinderen aan zichzelf overgedragen. 3 Het geschil 3.1. De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 3.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 425,00 aan buitengerechtelijke incassokosten; - de proceskosten. 3.2. De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon. 3.3. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.2. Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. 4.3. Volgens de vervoerder moest de vlucht geannuleerd worden vanwege een capaciteitsbeperking door slechte weersomstandigheden op de luchthaven van Londen. Daarnaast stelt hij ook dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege latere opgelegde vertrektijden aan voorgaande vluchten, waardoor de bemanning van de vlucht in kwestie ‘uit de uren’ dreigde te lopen. De passagiers hebben dit betwist. 4.4. De kantonrechter overweegt dat een capaciteitsbeperking een buitengewone omstandigheid kan zijn, mits de vervoerder aantoont dat hij vanwege de duur en de mate van de beperkingen geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. Naar het oordeel van de kantonrechter is hij daar niet in geslaagd. Weliswaar heeft hij voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat er rond de geplande vertrektijd van de vlucht een capaciteitsbeperking gold op de luchthaven van Londen, maar hij heeft daarbij onvoldoende concreet gemaakt waarom het noodzakelijk was om de vlucht in kwestie te annuleren en het niet mogelijk was om, bijvoorbeeld, de vlucht vertraagd uit te voeren. Bovendien heeft hij onvoldoende concreet gesteld in hoeverre het uit de uren lopen van de bemanning ook een rol heeft gespeeld bij deze keuze. Het uit de uren lopen van de bemanning is namelijk in beginsel een operationeel probleem. Hij heeft evenmin toegelicht welke vluchten er voorafgaand aan de vlucht in kwestie gepland stonden en wat voor vertraging dit heeft opgeleverd. Al met al kan daarom niet worden geoordeeld dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. 4.5. Het verzoek van de passagiers zal worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar. 4.6. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. 4.7. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.8. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat hij ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. 4.9. Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 3.425,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.000,00 vanaf 17 september 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.2. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 257,00 aan griffierecht en € 238,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 119,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. Deze beschikking is gegeven door mr. S.