Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-02-12
ECLI:NL:RBNHO:2026:4947
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,921 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4947 text/xml public 2026-05-08T09:07:52 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-02-12 11961269 \ CV EXPL 25-3361 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zaanstad Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4947 text/html public 2026-05-08T09:07:43 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4947 Rechtbank Noord-Holland , 12-02-2026 / 11961269 \ CV EXPL 25-3361 ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen, fietsenplan RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 11961269 \ CV EXPL 25-3361 Uitspraakdatum: 12 februari 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap NFP Groep B.V. gevestigd te Heerenveen eiseres verder te noemen: NFP gemachtigde: AGIN Pranger Gerechtsdeurwaarders Juristen Incassospecialisten tegen [gedaagde] wonende te [plaats] gedaagde verder te noemen: [gedaagde] procederend in persoon 1 Het procesverloop 1.1. NFP heeft bij dagvaarding van 3 november 2025 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. 1.2. [gedaagde] heeft uitstel gevraagd voor het voeren van verweer. [gedaagde] heeft, na het verleende uitstel, niet meer gereageerd. 2 De vordering 2.1. NFP vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 789,82, te vermeerderen met de verdere rente en de proceskosten. 2.2. NFP legt aan de vordering ten grondslag dat NFP een koopovereenkomst heeft gesloten met de werkgever van [gedaagde] en [gedaagde] op basis waarvan er een fiets aan [gedaagde] is geleverd. Een deel van de kooprijs wordt via een inhouding op het loon door de werkgever aan NFP betaald. Daarnaast diende [gedaagde] een eigen bijdrage van € 801,00 te betalen. [gedaagde] heeft deze eigen bijdrage echter niet volledig aan NFP voldaan. 3 De beoordeling 3.1. [gedaagde] heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, de vordering niet weersproken. De niet betwiste vordering zal daarom grotendeels worden toegewezen, zoals hierna omschreven. 3.2. In de dagvaarding stelt de NFP dat er sprake is van een buiten de verkoopruimte gesloten overeenkomst en dat bij het sluiten van de overeenkomst aan de wettelijk voorgeschreven informatieplichten. In dit geval hangt de overeenkomst echter nauw samen met de arbeidsovereenkomst die [gedaagde] heeft gesloten met haar werkgever. Indien [gedaagde] niet in dienst was bij haar werkgever had zij immers niet op deze fiscaal vriendelijke wijze een fiets kunnen kopen bij NFP. Een werkgever is echter geen handelaar is in de zin van artikel 6:230g lid 1 onder b BW, zodat de bepalingen uit afdeling 2b van boek 6 BW niet van toepassing zijn op overeenkomsten die voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst. Vanwege het nauwe verband tussen de arbeidsovereenkomst en de koopovereenkomst, is de kantonrechter van oordeel dat in dit geval niet getoetst hoeft te worden of bij het sluiten van de koopovereenkomst is voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden 3.3. De kantonrechter moet wel onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak). 3.4. Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(en) de volgende algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard: Algemene Voorwaarden NFP Fietslease (hierna: de algemene voorwaarden ). 3.5. Artikel 12.4 van de algemene voorwaarden betreft een rentebeding. De kantonrechter vindt dit beding echter niet oneerlijk, omdat het beding aansluit bij de wettelijke regeling. 3.6. Verder betreft artikel 12.5 betreft een incassokostenbeding. Dat luidt als volgt: ‘Alle buitenrechtelijke kosten, waaronder begrepen kosten van interne en externe adviezen, die voor NFP voortvloeien uit het niet nakomen door Lessee van enige (betalings-) verplichting, zijn voor rekening van Lessee. De buitengerechtelijke incassokosten zijn vastgesteld op een percentage van 15% van de hoofdsom met een minimum van € 40,00. Door de Lessee gedane betalingen strekken steeds ter aflossing van alle verschuldigde rente en kosten en vervolgens van opeisbare leasetermijnen die het langst openstaan, zelfs al vermeldt Lessee dat de voldoening betrekking heeft op een latere leasetermijn.’ 3.7. In het hiervoor geciteerde artikel wordt ten nadele van de consument afgeweken van het bepaalde in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Er wordt immers van uitgegaan dat alle kosten verschuldigd zijn. Daarbij is ook geen maximum opgenomen, wat ertoe leidt dat onbeperkte kosten voor rekening van de consument zouden kunnen komen. Dat zou tot gevolg hebben dat de consument belast wordt met hogere kosten dan wettelijk is toegestaan. Ook is in dit geval de bedongen vergoeding altijd ten minste 15% van de hoofdsom en daarmee hoger dan de wettelijke vergoeding. Tot slot volgt uit de tekst van het beding niet dat de incassokosten pas verschuldigd zijn nadat een zogenoemde veertiendagenbrief is verstuurd. De kantonrechter vindt het beding daarom oneerlijk. 3.8. NFP heeft zich in de dagvaarding op het standpunt gesteld dat de algemene voorwaarden geen onredelijk bezwarende bedingen bevatten. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat NFP geen behoefte heeft om zich daar verder nog over uit te laten. De kantonrechter volgt NFP niet in haar standpunt gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en vernietigt artikel 12.5 van de algemene voorwaarden. Dat betekent dat de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Wat is toewijsbaar? 3.9. De gevorderde hoofdsom en rente worden toegewezen. [gedaagde] heeft echter reeds een bedrag van € 160,00 voldaan. Deze deelbetaling strekt, gelet op het bepaalde in artikel 6:44 BW en wat hiervoor is overwogen, eerst in mindering op de verschenen rente en de toewijsbare hoofdsom. Dit maakt dat een bedrag van € 669,67 zal worden toegewezen 3.10. De verdere rente zal worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing wordt vermeld. 3.11. [gedaagde] wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij wordt [gedaagde] ook veroordeeld tot betaling van € 77,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door NFP worden gemaakt. 4 De beslissing De kantonrechter: 4.1. Veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan NFP van € 669,67 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 641,00 vanaf 22 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling; 4.2. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van NFP tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 120,78 griffierecht € 340,00 salaris gemachtigde € 144,00 ; 4.3. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 77,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door NFP worden gemaakt 4.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 4.5. wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4947 text/xml public 2026-05-08T09:07:52 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-02-12 11961269 \ CV EXPL 25-3361 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zaanstad Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4947 text/html public 2026-05-08T09:07:43 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4947 Rechtbank Noord-Holland , 12-02-2026 / 11961269 \ CV EXPL 25-3361 ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen, fietsenplan RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 11961269 \ CV EXPL 25-3361 Uitspraakdatum: 12 februari 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap NFP Groep B.V. gevestigd te Heerenveen eiseres verder te noemen: NFP gemachtigde: AGIN Pranger Gerechtsdeurwaarders Juristen Incassospecialisten tegen [gedaagde] wonende te [plaats] gedaagde verder te noemen: [gedaagde] procederend in persoon 1 Het procesverloop 1.1. NFP heeft bij dagvaarding van 3 november 2025 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. 1.2. [gedaagde] heeft uitstel gevraagd voor het voeren van verweer. [gedaagde] heeft, na het verleende uitstel, niet meer gereageerd. 2 De vordering 2.1. NFP vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 789,82, te vermeerderen met de verdere rente en de proceskosten. 2.2. NFP legt aan de vordering ten grondslag dat NFP een koopovereenkomst heeft gesloten met de werkgever van [gedaagde] en [gedaagde] op basis waarvan er een fiets aan [gedaagde] is geleverd. Een deel van de kooprijs wordt via een inhouding op het loon door de werkgever aan NFP betaald. Daarnaast diende [gedaagde] een eigen bijdrage van € 801,00 te betalen. [gedaagde] heeft deze eigen bijdrage echter niet volledig aan NFP voldaan. 3 De beoordeling 3.1. [gedaagde] heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, de vordering niet weersproken. De niet betwiste vordering zal daarom grotendeels worden toegewezen, zoals hierna omschreven. 3.2. In de dagvaarding stelt de NFP dat er sprake is van een buiten de verkoopruimte gesloten overeenkomst en dat bij het sluiten van de overeenkomst aan de wettelijk voorgeschreven informatieplichten. In dit geval hangt de overeenkomst echter nauw samen met de arbeidsovereenkomst die [gedaagde] heeft gesloten met haar werkgever. Indien [gedaagde] niet in dienst was bij haar werkgever had zij immers niet op deze fiscaal vriendelijke wijze een fiets kunnen kopen bij NFP. Een werkgever is echter geen handelaar is in de zin van artikel 6:230g lid 1 onder b BW, zodat de bepalingen uit afdeling 2b van boek 6 BW niet van toepassing zijn op overeenkomsten die voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst. Vanwege het nauwe verband tussen de arbeidsovereenkomst en de koopovereenkomst, is de kantonrechter van oordeel dat in dit geval niet getoetst hoeft te worden of bij het sluiten van de koopovereenkomst is voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden 3.3. De kantonrechter moet wel onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak). 3.4. Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(en) de volgende algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard: Algemene Voorwaarden NFP Fietslease (hierna: de algemene voorwaarden ). 3.5. Artikel 12.4 van de algemene voorwaarden betreft een rentebeding. De kantonrechter vindt dit beding echter niet oneerlijk, omdat het beding aansluit bij de wettelijke regeling. 3.6. Verder betreft artikel 12.5 betreft een incassokostenbeding. Dat luidt als volgt: ‘Alle buitenrechtelijke kosten, waaronder begrepen kosten van interne en externe adviezen, die voor NFP voortvloeien uit het niet nakomen door Lessee van enige (betalings-) verplichting, zijn voor rekening van Lessee. De buitengerechtelijke incassokosten zijn vastgesteld op een percentage van 15% van de hoofdsom met een minimum van € 40,00. Door de Lessee gedane betalingen strekken steeds ter aflossing van alle verschuldigde rente en kosten en vervolgens van opeisbare leasetermijnen die het langst openstaan, zelfs al vermeldt Lessee dat de voldoening betrekking heeft op een latere leasetermijn.’ 3.7. In het hiervoor geciteerde artikel wordt ten nadele van de consument afgeweken van het bepaalde in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Er wordt immers van uitgegaan dat alle kosten verschuldigd zijn. Daarbij is ook geen maximum opgenomen, wat ertoe leidt dat onbeperkte kosten voor rekening van de consument zouden kunnen komen. Dat zou tot gevolg hebben dat de consument belast wordt met hogere kosten dan wettelijk is toegestaan. Ook is in dit geval de bedongen vergoeding altijd ten minste 15% van de hoofdsom en daarmee hoger dan de wettelijke vergoeding. Tot slot volgt uit de tekst van het beding niet dat de incassokosten pas verschuldigd zijn nadat een zogenoemde veertiendagenbrief is verstuurd. De kantonrechter vindt het beding daarom oneerlijk. 3.8. NFP heeft zich in de dagvaarding op het standpunt gesteld dat de algemene voorwaarden geen onredelijk bezwarende bedingen bevatten. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat NFP geen behoefte heeft om zich daar verder nog over uit te laten. De kantonrechter volgt NFP niet in haar standpunt gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en vernietigt artikel 12.5 van de algemene voorwaarden. Dat betekent dat de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Wat is toewijsbaar? 3.9. De gevorderde hoofdsom en rente worden toegewezen. [gedaagde] heeft echter reeds een bedrag van € 160,00 voldaan. Deze deelbetaling strekt, gelet op het bepaalde in artikel 6:44 BW en wat hiervoor is overwogen, eerst in mindering op de verschenen rente en de toewijsbare hoofdsom. Dit maakt dat een bedrag van € 669,67 zal worden toegewezen 3.10. De verdere rente zal worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing wordt vermeld. 3.11. [gedaagde] wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij wordt [gedaagde] ook veroordeeld tot betaling van € 77,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door NFP worden gemaakt. 4 De beslissing De kantonrechter: 4.1. Veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan NFP van € 669,67 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 641,00 vanaf 22 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling; 4.2. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van NFP tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 120,78 griffierecht € 340,00 salaris gemachtigde € 144,00 ; 4.3. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 77,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door NFP worden gemaakt 4.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 4.5. wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter