Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-04-23
ECLI:NL:RBNHO:2026:4857
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Mondelinge uitspraak
1,899 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4857 text/xml public 2026-05-08T11:57:51 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-04-23 HAA 26/1237 Uitspraak Mondelinge uitspraak Proces-verbaal Voorlopige voorziening NL Alkmaar Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4857 text/html public 2026-05-08T11:57:44 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4857 Rechtbank Noord-Holland , 23-04-2026 / HAA 26/1237 Vovo afgewezen. Geen spoedeisend belang. Vergunninghouder heeft naar aanleiding van de vovo de werkzaamheden stilgelegd en schriftelijk verklaard dat zij in afwachting van de beslissing op bezwaar de werkzaamheden staakt en gestaakt zal houden. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Alkmaar Bestuursrecht zaaknummer: HAA 26/1237 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 april 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen 1 1) [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] ( [adres 1] ), 2) [naam 4] en [naam 5] , ( [adres 2] ), en 3) [naam 6] ( [adres 3] ), allen uit Kwadijk, hierna: verzoekers (gemachtigde: mr. M.L.M. Frantzen), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam hierna: het college (gemachtigden: S. Hoekstra en D. van de Goot). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Sportvereniging Kwadijk uit Kwadijk hierna: vergunninghouder. Procesverloop 1.1. Vergunninghouder heeft op 5 november 2024 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van 4 padelbanen op het perceel Reinoud van Brederostraat 9 in Kwadijk. Het college heeft deze omgevingsvergunning met het besluit van 6 november 2025, gepubliceerd op 10 november 2025, verleend. Hiertegen hebben verzoekers op 17 december 2025, aangevuld op 21 januari 2026, bezwaar gemaakt. 1.2. Omdat vergunninghouder op 17 februari 2026 is gestart met de werkzaamheden hebben verzoekers op 20 februari 2026 de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen en de vergunning te schorsen totdat op bezwaar wordt beslist. 1.3. Het college en vergunninghouder hebben schriftelijk op het verzoek gereageerd. 1.4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigden van het college. 1.5. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. Vergunninghouder heeft naar aanleiding van het door verzoekers ingediende verzoek om voorlopige voorziening de werkzaamheden stilgelegd en schriftelijk verklaard dat zij in afwachting van de beslissing op bezwaar de werkzaamheden staakt en gestaakt zal houden. Onder deze omstandigheden hebben verzoekers geen spoedeisend belang bij het treffen van enige voorziening in afwachting van die beslissing, zodat de voorzieningenrechter geen voorziening kan treffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht bestaat geen aanleiding. 3. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 april 2026 door mr. R.H.M. Bruin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4857 text/xml public 2026-05-08T11:57:51 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-04-23 HAA 26/1237 Uitspraak Mondelinge uitspraak Proces-verbaal Voorlopige voorziening NL Alkmaar Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4857 text/html public 2026-05-08T11:57:44 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4857 Rechtbank Noord-Holland , 23-04-2026 / HAA 26/1237 Vovo afgewezen. Geen spoedeisend belang. Vergunninghouder heeft naar aanleiding van de vovo de werkzaamheden stilgelegd en schriftelijk verklaard dat zij in afwachting van de beslissing op bezwaar de werkzaamheden staakt en gestaakt zal houden. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Alkmaar Bestuursrecht zaaknummer: HAA 26/1237 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 april 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen 1 1) [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] ( [adres 1] ), 2) [naam 4] en [naam 5] , ( [adres 2] ), en 3) [naam 6] ( [adres 3] ), allen uit Kwadijk, hierna: verzoekers (gemachtigde: mr. M.L.M. Frantzen), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam hierna: het college (gemachtigden: S. Hoekstra en D. van de Goot). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Sportvereniging Kwadijk uit Kwadijk hierna: vergunninghouder. Procesverloop 1.1. Vergunninghouder heeft op 5 november 2024 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van 4 padelbanen op het perceel Reinoud van Brederostraat 9 in Kwadijk. Het college heeft deze omgevingsvergunning met het besluit van 6 november 2025, gepubliceerd op 10 november 2025, verleend. Hiertegen hebben verzoekers op 17 december 2025, aangevuld op 21 januari 2026, bezwaar gemaakt. 1.2. Omdat vergunninghouder op 17 februari 2026 is gestart met de werkzaamheden hebben verzoekers op 20 februari 2026 de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen en de vergunning te schorsen totdat op bezwaar wordt beslist. 1.3. Het college en vergunninghouder hebben schriftelijk op het verzoek gereageerd. 1.4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigden van het college. 1.5. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. Vergunninghouder heeft naar aanleiding van het door verzoekers ingediende verzoek om voorlopige voorziening de werkzaamheden stilgelegd en schriftelijk verklaard dat zij in afwachting van de beslissing op bezwaar de werkzaamheden staakt en gestaakt zal houden. Onder deze omstandigheden hebben verzoekers geen spoedeisend belang bij het treffen van enige voorziening in afwachting van die beslissing, zodat de voorzieningenrechter geen voorziening kan treffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht bestaat geen aanleiding. 3. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 april 2026 door mr. R.H.M. Bruin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.