Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2026-04-23
ECLI:NL:RBNHO:2026:4689
Rechtbank noord-holland Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 26/37 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2026 in de zaak tussen [belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder. Procesverloop Bij beschikking van 2 september 2025 heeft verweerder het verzoek van belanghebbende om toepassing van artikel 10ea, eerste lid, onderdeel a (hierna: de 30%-regeling) van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (hierna: UBLB) afgewezen. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de beschikking gehandhaafd. Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 april 2026 te Haarlem. Belanghebbende is verschenen bijgestaan door [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 2] en mr. [naam 3] . Overwegingen Feiten 1. Belanghebbende is geboren op 6 november 1992 en woonde tot haar vestiging in Nederland in [stad] ( [land 1] ). 2. Op 18 februari 2025 is belanghebbende een schriftelijke arbeidsovereenkomst aangegaan met [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf] ). In de overeenkomst, waarin belanghebbende is aangeduid als “de vlieger”, is onder meer het volgende bepaald: “Artikel 1: Ingangsdatum en duur van de arbeidsovereenkomst 1. De vlieger treedt met ingang van 1 april 2025 in dienst van [bedrijf] , in de functie van First Officer. 2. Deze arbeidsovereenkomst wordt afgesloten voor bepaalde tijd, te weten voor de duur van 12 maanden en zal derhalve, behoudens tussentijdse opzegging door een van beide partijen, van rechtswege eindigen op 1 april 2026. Deze arbeidsovereenkomst heeft een omvang van 100% van voltijd 36 uur per week. De eerste maand van het dienstverband geldt als de wettelijke proeftijd. 3. Bij aanvang van de arbeidsovereenkomst start de vlieger met de initiële opleiding voor het helikoptertype [#] en zal daartoe gelijktijdig met de ondertekening van deze arbeidsovereenkomst een opleidingsovereenkomst met [bedrijf] aangaan. 4. Het dienstverband eindigt op de datum waarop de MFO van [bedrijf] , na advies van de beoordelingscommissie genoemd in Bijlage 7, beslist dat de vlieger niet binnen de door [bedrijf] gestelde termijn na aanvang van de arbeidsovereenkomst erin is geslaagd de initiële opleiding als genoemd in dit artikel onder (3) en de daarbij behorende routetraining met goed gevolg te voltooien, zonder dat daartoe enige opzegging vereist is. Artikel 2: Salaris 1. Het aanvangssalaris gedurende de initiële opleiding als bedoeld in artikel 1 onder (3) en De daarbij behorende route opleiding bedraagt het wettelijke minimumloon zijnde € 2.147,67 bruto per maand. Zodra de vlieger na voltooiing van zijn type-opleiding zijn linecheck met succes heeft voltooid, doch uiterlijk 2 maanden na het bijschrijven van de type bevoegdverklaring op het vliegbrevet, bedraagt het salaris € 6.086,53 bruto per maand, zijnde stap 1 van de First Officer salarisschaal.” 3. Tegelijk met de arbeidsovereenkomst is belanghebbende met [bedrijf] een opleidingsovereenkomst aangegaan. De artikel 5 en 6 van deze overeenkomst luiden als volgt: “Artikel 5: Mogelijkheid tot voortzetting arbeidsovereenkomst Indien de in artikel 1 bedoelde opleiding en de daarbij behorende routetraining met succes door de vlieger is voltooid, heeft [bedrijf] het recht de vlieger voortzetting van zijn arbeidsovereenkomst met [bedrijf] aan te bieden, ingeval de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met de vlieger is aangegaan.” Artikel 6: Gevolgen niet aanvaarden voortzetting arbeidsovereenkomst De vlieger is de opleidingskosten ad € 80.000,00 in zijn geheel aan [bedrijf] verschuldigd, in het geval de vlieger een aanbod tot voortzetting van de arbeidsovereenkomst - ingeval de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan - niet aanvaardt door een oorzaak of reden die in de risicosfeer van de vlieger ligt en / of om reden(en) die voor [bedrijf] niet aanvaardbaar is / zijn. De o Ingevolge het hierboven aangehaalde arrest dient aan de hand van de feiten ten tijde van de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst, te worden beoordeeld of is voldaan aan de looneis. Dit heeft tot gevolg dat alseen arbeidsovereenkomst is gesloten waarmee niet aan de looneis wordt voldaan, een latere wijziging van de arbeidsovereenkomst er niet toe leidt dat de 30%-regeling, met terugwerkende kracht of vanaf dat latere moment, alsnog kan worden toegepast. 12. De rechtbank is op basis van de feiten ten tijde van de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst van oordeel dat voldaan is aan de looneis. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. 13. Gelet op de vaststaande feiten onder 2 en 3 zijn de arbeids- en opleidingsovereenkomst gelijktijdig overeengekomen bij de aanvang van het dienstverband met [bedrijf] . Volgens de arbeidsovereenkomst ontving belanghebbende een loon van € 2.147,67 bruto per maand, en na het afronden van de opleiding een loon van € 6.129,13 bruto per maand. Het loon van € 6.129,13 staat vermeld in artikel 2 van de arbeidsovereenkomst en was dus reeds bij het tot stand komen van de arbeidsovereenkomst overeengekomen. 14. Eiseres heeft voorts gemotiveerd uiteengezet dat bij het aangaan van de dienstbetrekking het zo goed als zeker was dat zij de opleiding met goed gevolg zou afronden en dat de opleiding moest worden gezien als een inwerkperiode. Verweerder heeft een en ander niet weerspoken. De rechtbank volgt belanghebbende dan ook in haar betoog. Aannemelijk is dat [bedrijf] , gelet op de hoge kosten die met de opleiding zijn gemoeid, alleen mensen aanneemt van wie vrijwel zeker is dat zij de opleiding met goed gevolg zullen afronden Daarbij geldt een strenge selectie voor de piloten van [bedrijf] voordat er een dienstbetrekking wordt aangegaan. Alle piloten die bij [bedrijf] in dienst komen moeten de interne opleiding volgen, ongeacht de kwalificaties en ervaring van de piloten. Naar de rechtbank begrijpt hadden alle door [bedrijf] aangenomen helikopterpiloten - zonder uitzondering - de opleiding binnen enkele maanden met goed gevolg afgerond en hebben zij de dienstbetrekking bij [bedrijf] dan ook steeds voortgezet. Er gold dus een slagingspercentage van 100. Ook voor belanghebbende bestond de verwachting dat zij de opleiding met goed gevolg zou afronden en is de dienstbetrekking voortgezet. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat o.a. blijkens de in bezwaar overgelegde verklaring van de ‘Chief Pilot’ van [bedrijf] , belanghebbende op initiatief van [bedrijf] is aangeworven uit [land 1] omdat zij voldeed aan de kwalificaties om helikopterpiloot te worden bij het bedrijf in Nederland. Zoals voorts blijkt uit de door belanghebbende ingediende stukken beschikte zij bij indiensttreding bij [bedrijf] over vliegbrevetten als helikopterpiloot en als vliegtuigpiloot en beschikte zij daarnaast over universitaire diploma’s op het gebied van lucht- en ruimtevaartkunde, aerodynamica en vliegtuigbouw. Ook had zij voorafgaande aan de dienstbetrekking in Nederland al een aantal jaren ervaring als helikopterpiloot in [land 1] en [land 2] . Om in [land 2] te kunnen vliegen had zij aldaar een soortgelijke opleiding als thans aan de orde met goed gevolg afgerond. Het volgen van de opleiding bij [bedrijf] was in het geval van belanghebbende een formaliteit om in Nederland te kunnen blijven vliegen. De rechtbank is gelet op dit alles van oordeel dat reeds bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst het zo goed als zeker was dat belanghebbende de opleiding binnen enkele maanden met succes zou afronden en haar dienstverband bij [bedrijf] zou voortzetten. 15. Het vorenstaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat bij het tot stand komen van de arbeidsovereenkomst tussen belanghebbende en [bedrijf] vaststond dat belanghebbende op enig moment een bruto salaris van € 6.086,53 per maand zou gaan verdienen. Uit het verhandelde ter zitting begrijpt de rechtbank dat de opleiding 3 tot 5 maanden zou duren. Ervan uitgaande dat de oplei