Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-02-04
ECLI:NL:RBNHO:2026:4506
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
6,801 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4506 text/xml public 2026-05-11T11:24:44 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-02-04 C/15/335384 / HA ZA 23-10 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4506 text/html public 2026-05-11T11:24:07 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4506 Rechtbank Noord-Holland , 04-02-2026 / C/15/335384 / HA ZA 23-10 Tussenvonnis. Benoeming deskundige. RECHTBANK Noord-Holland Civiel recht Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: C/15/335384 / HA ZA 23-10 Vonnis van 4 februari 2026 in de zaak van 1 [eiser 1], 2. [eiser 2] , beiden te [plaats], eisende partijen, hierna samen te noemen: [eisers], advocaat: mr. J.P. Groen, tegen FRIESPLAN B.V. (ONTBONDEN) , te Katlijk, gedaagde partij, hierna te noemen: Friesplan, onttrokken advocaat: mr. D.A. Westra. De zaak in het kort In het tussenvonnis van 17 september 2025 heeft de rechtbank het voornemen geuit een deskundige te benoemen en vragen voorgesteld. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Met dit vonnis wordt bepaald dat een deskundige wordt benoemd en worden de vragen vastgesteld die aan de deskundige zullen worden voorgelegd. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 17 september 2025 - de B-formulieren van mr. Groen waarin eenstemmig verzoek wordt gedaan de procedure ten aanzien van gedaagde partij Bouwgarant B.V. door te halen - de akte uitlating voortgang procedure, tevens akte overleggen producties tevens akte vermindering van eis van [eisers] van 19 november 2025 - de e-mail van deze rechtbank van 27 november 2025, waarin de zaak naar de rol van 24 december 2025 is verwezen voor akte uitlaten [eisers] - de akte uitlating van [eisers] van 24 december 2025. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De verdere beoordeling 2.1. Bij tussenvonnis van 17 september 2025 heeft de rechtbank aangekondigd dat een deskundigenbericht zal worden gelast. Daarbij heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de aan de deskundige te stellen vragen. 2.2. Op verzoek van [eisers] is de procedure tegen Bouwgarant B.V. doorgehaald. De procedure tegen de ontbonden vennootschap Friesplan is voortgezet. In een akte hebben [eisers] zich uitgelaten over de voortgang van de procedure, producties overgelegd (waaronder een rapport van [bedrijf 1] ([bedrijf 2] Groep B.V.)) en hun eis gewijzigd. [eisers] hebben de rechtbank in deze akte ook verzocht om geen deskundige te benoemen, maar om Friesplan (direct) te veroordelen tot betaling van € 15.000,- en de procedure voor de overige schade te verwijzen naar de schadestaatprocedure. 2.3. De rechtbank heeft daarop – onder verwijzing naar de overwegingen 4.17 en verder uit het tussenvonnis van 17 september 2025 – toegelicht dat zij voornemens is om een deskundige te benoemen omdat zij behoefte heeft aan deskundige voorlichting over (kort gezegd) de geconstateerde schade, de oorzaak van die schade en de herstelkosten daarvan. Het door [eisers] overgelegde rapport van [bedrijf 1] maakt niet dat deze behoefte bij de rechtbank is komen te vervallen. Uit het rapport volgt dat destructief onderzoek nodig is om de oorzaak van de vochtoverlast exact te achterhalen en dat het opstellen van een goede kostenbegroting niet mogelijk is. Ook de gewijzigde vordering kan enkel worden toegewezen als duidelijk is dat er schade is die wordt veroorzaakt doordat Friesplan de overeengekomen werkzaamheden niet juist heeft uitgevoerd en wat die schade dan is. De rechtbank heeft aangegeven dat zij om die reden bij haar voornemen blijft om een deskundige te benoemen en heeft [eisers] nogmaals in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over dat voornemen en de aan de deskundige te stellen vragen. 2.4. [eisers] verzoeken de rechtbank een deskundige te benoemen. Zij hebben (nogmaals) de heer [betrokkene] , werkzaam bij [bedrijf 3], aangedragen als deskundige. De heer [betrokkene] heeft de rechtbank te kennen gegeven nog steeds bereid te zijn het onderzoek uit te voeren. De rechtbank zal deze deskundige in dit vonnis dan ook benoemen. 2.5. De rechtbank heeft in haar tussenvonnis van 17 september 2025 al uiteengezet dat zij bij de formulering van de vragen voor de deskundige niet volledig zal uitgaan van de vragen als geformuleerd in de akte van [eisers] van 22 januari 2025. [eisers] hebben geen bezwaren geuit tegen de door de rechtbank geformuleerde vragen zoals opgenomen in het tussenvonnis van 17 september 2025. Deze vragen zullen daarom in de beslissing worden opgenomen en ter beantwoording aan de deskundige worden voorgelegd. 2.6. In het tussenvonnis van 17 september 2025 is al aangekondigd en toegelicht dat het voorschot op de kosten van de deskundige door [eisers] moet worden betaald. 2.7. De rechtbank wijst erop dat een partij wettelijk verplicht is om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij. 2.8. Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken. 2.9. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3 De beslissing De rechtbank 3.1. beveelt in vervolg op het bepaalde onder 4.21. van het vonnis van 17 september 2025 een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen: Kunt u een oordeel geven over de door Friesplan ingevolge de aannemingsovereenkomst van 21 september 2016 aangelegde achterpui, kozijnen (voor- en achterzijde) en badkamer? Zijn deze naar de binnen de garantieregeling omschreven eis van goed en deugdelijk werk en met inachtneming van de voorschriften van overheid en nutsbedrijven, op een juiste wijze en water/vochtdicht gemonteerd? Zo nee, wat is het verschil met een situatie waarin wel aan die eis van goed en deugdelijk werk is voldaan? Constateert u vochtplekken en/of vochtschade bij de kozijnen van de achtergevel (op alle verdiepingen). Zo ja, wat is daarvan volgens u de oorzaak? Constateert u vochtplekken en/of vochtschade bij de vloeren van de begane grond en de tweede verdieping ter plaatse van de achtergevel? Zo ja, wat is daarvan volgens u de oorzaak? Constateert u vochtplekken en/of vochtschade bij het metselwerk aan de onderzijde, aan weerszijden van de pui bij de achtergevel? Zo ja, wat is daarvan volgens u de oorzaak? Constateert u vochtplekken en/of vochtschade bij de binnenwanden achter de hemelwaterafvoeren aan de achterzijde? Zo ja, wat is daarvan volgens u de oorzaak? Constateert u vochtplekken en/of vochtschade ter plaatse van de badkamer? Zo ja, wat is daarvan volgens u de oorzaak? Als u constateert dat de kozijnen en pui niet naar de in de garantieregeling omschreven eis van goed en deugdelijk werk zijn bevestigd/geplaatst, tot welke schade heeft dat geleid? Als u constateert dat de kozijnen en pui niet naar de in de garantieregeling omschreven eis van goed en deugdelijk werk en met inachtneming van de voorschriften van overheid en nutsbedrijven zijn bevestigd/geplaatst, kunt u dan een raming geven van de kosten om te komen tot een situatie waarin de gevel(s) voldoende water/vochtdicht gemaakt kunnen worden? Als u constateert dat de kozijnen en pui niet naar de in de garantieregeling omschreven eis van goed en deugdelijke werk en met inachtneming van de voorschriften van overheid en nutsbedrijven zijn bevestigd/geplaatst, en dat dit tot schade heeft geleid, kunt u dan een raming geven van de kosten om de schade te herstellen? Constateert u schade aan stucwerk, metselwerk en tuintegels? Is vast te stellen wat de oorzaak is van deze schade? Zo ja, wat is die oorzaak? Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling? 3.2. benoemt tot deskundige: De heer ing. J.C.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4506 text/xml public 2026-05-11T11:24:44 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-02-04 C/15/335384 / HA ZA 23-10 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4506 text/html public 2026-05-11T11:24:07 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4506 Rechtbank Noord-Holland , 04-02-2026 / C/15/335384 / HA ZA 23-10 Tussenvonnis. Benoeming deskundige. RECHTBANK Noord-Holland Civiel recht Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: C/15/335384 / HA ZA 23-10 Vonnis van 4 februari 2026 in de zaak van 1 [eiser 1], 2. [eiser 2] , beiden te [plaats], eisende partijen, hierna samen te noemen: [eisers], advocaat: mr. J.P. Groen, tegen FRIESPLAN B.V. (ONTBONDEN) , te Katlijk, gedaagde partij, hierna te noemen: Friesplan, onttrokken advocaat: mr. D.A. Westra. De zaak in het kort In het tussenvonnis van 17 september 2025 heeft de rechtbank het voornemen geuit een deskundige te benoemen en vragen voorgesteld. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Met dit vonnis wordt bepaald dat een deskundige wordt benoemd en worden de vragen vastgesteld die aan de deskundige zullen worden voorgelegd. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 17 september 2025 - de B-formulieren van mr. Groen waarin eenstemmig verzoek wordt gedaan de procedure ten aanzien van gedaagde partij Bouwgarant B.V. door te halen - de akte uitlating voortgang procedure, tevens akte overleggen producties tevens akte vermindering van eis van [eisers] van 19 november 2025 - de e-mail van deze rechtbank van 27 november 2025, waarin de zaak naar de rol van 24 december 2025 is verwezen voor akte uitlaten [eisers] - de akte uitlating van [eisers] van 24 december 2025. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De verdere beoordeling 2.1. Bij tussenvonnis van 17 september 2025 heeft de rechtbank aangekondigd dat een deskundigenbericht zal worden gelast. Daarbij heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de aan de deskundige te stellen vragen. 2.2. Op verzoek van [eisers] is de procedure tegen Bouwgarant B.V. doorgehaald. De procedure tegen de ontbonden vennootschap Friesplan is voortgezet. In een akte hebben [eisers] zich uitgelaten over de voortgang van de procedure, producties overgelegd (waaronder een rapport van [bedrijf 1] ([bedrijf 2] Groep B.V.)) en hun eis gewijzigd. [eisers] hebben de rechtbank in deze akte ook verzocht om geen deskundige te benoemen, maar om Friesplan (direct) te veroordelen tot betaling van € 15.000,- en de procedure voor de overige schade te verwijzen naar de schadestaatprocedure. 2.3. De rechtbank heeft daarop – onder verwijzing naar de overwegingen 4.17 en verder uit het tussenvonnis van 17 september 2025 – toegelicht dat zij voornemens is om een deskundige te benoemen omdat zij behoefte heeft aan deskundige voorlichting over (kort gezegd) de geconstateerde schade, de oorzaak van die schade en de herstelkosten daarvan. Het door [eisers] overgelegde rapport van [bedrijf 1] maakt niet dat deze behoefte bij de rechtbank is komen te vervallen. Uit het rapport volgt dat destructief onderzoek nodig is om de oorzaak van de vochtoverlast exact te achterhalen en dat het opstellen van een goede kostenbegroting niet mogelijk is. Ook de gewijzigde vordering kan enkel worden toegewezen als duidelijk is dat er schade is die wordt veroorzaakt doordat Friesplan de overeengekomen werkzaamheden niet juist heeft uitgevoerd en wat die schade dan is. De rechtbank heeft aangegeven dat zij om die reden bij haar voornemen blijft om een deskundige te benoemen en heeft [eisers] nogmaals in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over dat voornemen en de aan de deskundige te stellen vragen. 2.4. [eisers] verzoeken de rechtbank een deskundige te benoemen. Zij hebben (nogmaals) de heer [betrokkene] , werkzaam bij [bedrijf 3], aangedragen als deskundige. De heer [betrokkene] heeft de rechtbank te kennen gegeven nog steeds bereid te zijn het onderzoek uit te voeren. De rechtbank zal deze deskundige in dit vonnis dan ook benoemen. 2.5. De rechtbank heeft in haar tussenvonnis van 17 september 2025 al uiteengezet dat zij bij de formulering van de vragen voor de deskundige niet volledig zal uitgaan van de vragen als geformuleerd in de akte van [eisers] van 22 januari 2025. [eisers] hebben geen bezwaren geuit tegen de door de rechtbank geformuleerde vragen zoals opgenomen in het tussenvonnis van 17 september 2025. Deze vragen zullen daarom in de beslissing worden opgenomen en ter beantwoording aan de deskundige worden voorgelegd. 2.6. In het tussenvonnis van 17 september 2025 is al aangekondigd en toegelicht dat het voorschot op de kosten van de deskundige door [eisers] moet worden betaald. 2.7. De rechtbank wijst erop dat een partij wettelijk verplicht is om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij. 2.8. Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken. 2.9. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3 De beslissing De rechtbank 3.1. beveelt in vervolg op het bepaalde onder 4.21. van het vonnis van 17 september 2025 een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen: Kunt u een oordeel geven over de door Friesplan ingevolge de aannemingsovereenkomst van 21 september 2016 aangelegde achterpui, kozijnen (voor- en achterzijde) en badkamer? Zijn deze naar de binnen de garantieregeling omschreven eis van goed en deugdelijk werk en met inachtneming van de voorschriften van overheid en nutsbedrijven, op een juiste wijze en water/vochtdicht gemonteerd? Zo nee, wat is het verschil met een situatie waarin wel aan die eis van goed en deugdelijk werk is voldaan? Constateert u vochtplekken en/of vochtschade bij de kozijnen van de achtergevel (op alle verdiepingen). Zo ja, wat is daarvan volgens u de oorzaak? Constateert u vochtplekken en/of vochtschade bij de vloeren van de begane grond en de tweede verdieping ter plaatse van de achtergevel? Zo ja, wat is daarvan volgens u de oorzaak? Constateert u vochtplekken en/of vochtschade bij het metselwerk aan de onderzijde, aan weerszijden van de pui bij de achtergevel? Zo ja, wat is daarvan volgens u de oorzaak? Constateert u vochtplekken en/of vochtschade bij de binnenwanden achter de hemelwaterafvoeren aan de achterzijde? Zo ja, wat is daarvan volgens u de oorzaak? Constateert u vochtplekken en/of vochtschade ter plaatse van de badkamer? Zo ja, wat is daarvan volgens u de oorzaak? Als u constateert dat de kozijnen en pui niet naar de in de garantieregeling omschreven eis van goed en deugdelijk werk zijn bevestigd/geplaatst, tot welke schade heeft dat geleid? Als u constateert dat de kozijnen en pui niet naar de in de garantieregeling omschreven eis van goed en deugdelijk werk en met inachtneming van de voorschriften van overheid en nutsbedrijven zijn bevestigd/geplaatst, kunt u dan een raming geven van de kosten om te komen tot een situatie waarin de gevel(s) voldoende water/vochtdicht gemaakt kunnen worden? Als u constateert dat de kozijnen en pui niet naar de in de garantieregeling omschreven eis van goed en deugdelijke werk en met inachtneming van de voorschriften van overheid en nutsbedrijven zijn bevestigd/geplaatst, en dat dit tot schade heeft geleid, kunt u dan een raming geven van de kosten om de schade te herstellen? Constateert u schade aan stucwerk, metselwerk en tuintegels? Is vast te stellen wat de oorzaak is van deze schade? Zo ja, wat is die oorzaak? Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling? 3.2. benoemt tot deskundige: De heer ing. J.C.
Volledig
Kok , correspondentieadres: Pothstraat 7 D, 3811 JJ Amersfoort, telefoon: 033 737 06 00, e-mailadres: j.kok@kodeconsult.nl, het voorschot 3.3. bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende: - de deskundige moet binnen twee weken na de datum van deze beslissing een begroting van de kosten opgeven aan de griffie van de rechtbank, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten, - de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen, - partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief/het bericht van de griffie schriftelijk bij de rechtbank bezwaar maken tegen de begroting, - als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag, - als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot door de rechtbank worden vastgesteld, 3.4. bepaalt dat partij [eisers] het voorschot voor de deskundige binnen twee weken na ontvangst van een nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak dienen over te maken op het daarop vermelde rekeningnummer, onder vermelding van ‘voorschot deskundigenrapport’ en het zaak- en rolnummer, 3.5. draagt de griffier op om de onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot, het onderzoek 3.6. bepaalt dat [eisers]- na vaststelling van het voorschot - het procesdossier in afschrift aan de deskundige moeten toesturen, 3.7. bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats, 3.8. wijst de deskundige erop dat: - de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl), - de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot, - de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn, - de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken, - de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan, - als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd, 3.9. bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten, 3.10. bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis en van het vonnis van 17 september 2025 aan de deskundige zal toezenden, het schriftelijk rapport 3.11. draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie, 3.12. wijst de deskundige erop dat: - uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd, - de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden, 3.13. bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren, overige bepalingen 3.14. bepaalt dat de zaak op de rol zal komen voor conclusie na deskundigenbericht op een termijn van vier weken na ontvangst ter griffie van het rapport, 3.15. draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen: - als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of - na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van [eisers] op een termijn van vier weken, 3.16. verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad, 3.17. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. Hoogkamer en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026. 1589
Volledig
Kok , correspondentieadres: Pothstraat 7 D, 3811 JJ Amersfoort, telefoon: 033 737 06 00, e-mailadres: j.kok@kodeconsult.nl, het voorschot 3.3. bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende: - de deskundige moet binnen twee weken na de datum van deze beslissing een begroting van de kosten opgeven aan de griffie van de rechtbank, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten, - de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen, - partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief/het bericht van de griffie schriftelijk bij de rechtbank bezwaar maken tegen de begroting, - als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag, - als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot door de rechtbank worden vastgesteld, 3.4. bepaalt dat partij [eisers] het voorschot voor de deskundige binnen twee weken na ontvangst van een nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak dienen over te maken op het daarop vermelde rekeningnummer, onder vermelding van ‘voorschot deskundigenrapport’ en het zaak- en rolnummer, 3.5. draagt de griffier op om de onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot, het onderzoek 3.6. bepaalt dat [eisers]- na vaststelling van het voorschot - het procesdossier in afschrift aan de deskundige moeten toesturen, 3.7. bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats, 3.8. wijst de deskundige erop dat: - de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl), - de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot, - de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn, - de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken, - de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan, - als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd, 3.9. bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten, 3.10. bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis en van het vonnis van 17 september 2025 aan de deskundige zal toezenden, het schriftelijk rapport 3.11. draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie, 3.12. wijst de deskundige erop dat: - uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd, - de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden, 3.13. bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren, overige bepalingen 3.14. bepaalt dat de zaak op de rol zal komen voor conclusie na deskundigenbericht op een termijn van vier weken na ontvangst ter griffie van het rapport, 3.15. draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen: - als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of - na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van [eisers] op een termijn van vier weken, 3.16. verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad, 3.17. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. Hoogkamer en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026. 1589