Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-04-22
ECLI:NL:RBNHO:2026:4473
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Verstek
2,597 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4473 text/xml public 2026-05-19T13:27:16 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-04-22 11986858 \ CV EXPL 25-4575 Uitspraak Verstek NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4473 text/html public 2026-05-19T13:26:51 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4473 Rechtbank Noord-Holland , 22-04-2026 / 11986858 \ CV EXPL 25-4575 Ambtshalve toetsing. Verstek. 6:230l BW. Voldaan aan de precontractuele informatieplichten. Incassobeding niet volledig leesbaar. Voor zover het incassobeding wel leesbaar is, is het beding overigens oneerlijk omdat de opgenomen termijn te kort en daarmee in strijd is met de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 6:96 lid 6 BW. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 11986858 \ CV EXPL 25-4575 Uitspraakdatum: 22 april 2026 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] B.V. te [plaats 1] de eisende partij gemachtigde: LAVG BV (Groningen) tegen [gedaagde] te [plaats 2] de gedaagde partij niet verschenen 1 De procedure 1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2 De beoordeling 2.1. De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 1.670,00, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten. Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten 2.2. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. 2.3. De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden 2.4. De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest , gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak). 2.5. Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(en) de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing zijn verklaard: Amysoft Algemene Voorwaarden Thuiswinkel (hierna: de algemene voorwaarden). 2.6. Niet alle artikelen van de overgelegde algemene voorwaarden zijn helemaal afgedrukt. De inhoud van het incassobeding (artikel 15) is daardoor onduidelijk en als gevolg daarvan kan de kantonrechter voormelde ambtshalve toets niet doen. Daarom worden de gevorderde buitengerechtelijk kosten afgewezen. 2.7. Voor zover het incassobeding wel leesbaar is, is het beding overigens oneerlijk omdat de opgenomen termijn te kort en daarmee in strijd is met de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 96 lid 6 BW. Conclusie 2.8. De gevorderde hoofdsom en rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. 2.9. De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.829,43, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.670,00 vanaf 8 oktober 2026 tot aan de dag van de gehele betaling; 3.2. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 120,78; griffierecht € 385,00; salaris gemachtigde € 217,00; 3.3. verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.4. wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677. HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4473 text/xml public 2026-05-19T13:27:16 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-04-22 11986858 \ CV EXPL 25-4575 Uitspraak Verstek NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4473 text/html public 2026-05-19T13:26:51 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4473 Rechtbank Noord-Holland , 22-04-2026 / 11986858 \ CV EXPL 25-4575 Ambtshalve toetsing. Verstek. 6:230l BW. Voldaan aan de precontractuele informatieplichten. Incassobeding niet volledig leesbaar. Voor zover het incassobeding wel leesbaar is, is het beding overigens oneerlijk omdat de opgenomen termijn te kort en daarmee in strijd is met de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 6:96 lid 6 BW. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 11986858 \ CV EXPL 25-4575 Uitspraakdatum: 22 april 2026 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] B.V. te [plaats 1] de eisende partij gemachtigde: LAVG BV (Groningen) tegen [gedaagde] te [plaats 2] de gedaagde partij niet verschenen 1 De procedure 1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2 De beoordeling 2.1. De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 1.670,00, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten. Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten 2.2. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. 2.3. De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden 2.4. De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest , gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak). 2.5. Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(en) de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing zijn verklaard: Amysoft Algemene Voorwaarden Thuiswinkel (hierna: de algemene voorwaarden). 2.6. Niet alle artikelen van de overgelegde algemene voorwaarden zijn helemaal afgedrukt. De inhoud van het incassobeding (artikel 15) is daardoor onduidelijk en als gevolg daarvan kan de kantonrechter voormelde ambtshalve toets niet doen. Daarom worden de gevorderde buitengerechtelijk kosten afgewezen. 2.7. Voor zover het incassobeding wel leesbaar is, is het beding overigens oneerlijk omdat de opgenomen termijn te kort en daarmee in strijd is met de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 96 lid 6 BW. Conclusie 2.8. De gevorderde hoofdsom en rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. 2.9. De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.829,43, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.670,00 vanaf 8 oktober 2026 tot aan de dag van de gehele betaling; 3.2. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 120,78; griffierecht € 385,00; salaris gemachtigde € 217,00; 3.3. verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.4. wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677. HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).