Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-04-24
ECLI:NL:RBNHO:2026:4327
Civiel recht; Arbeidsrecht
Beschikking
8,083 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4327 text/xml public 2026-05-19T08:31:40 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-04-24 K/4102/12097187 Uitspraak Beschikking NL Haarlem Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4327 text/html public 2026-05-19T08:31:11 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4327 Rechtbank Noord-Holland , 24-04-2026 / K/4102/12097187 De beslissing van de werkgever om een werknemer met een nulurencontract (blijvend) niet meer op te roepen voor werkzaamheden moet worden aangemerkt als een (onregelmatige) opzegging van de arbeidsovereenkomst. Toepassing rechtsvermoeden uit artikel 7:610b BW. Werknemer heeft zich niet tot het einde van het dienstverband beschikbaar gehouden voor werkzaamheden (7:628 BW). RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer / rekestnummer: 12097187 \ AO VERZ 26-19 Beschikking van 24 april 2026 (bij vervroeging) in de zaak van [verzoeker] , wonende te [plaats], verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoeker], gemachtigde: mr. S.I. Schinkel, tegen de besloten vennootschap PROFI VISION B.V. , te Schiphol-Rijk, verwerende partij, hierna te noemen: Profi Vision, verschenen bij haar directeur, dhr. B. Ruslan De zaak in het kort De beslissing van de werkgever om een werknemer met een nulurencontract (blijvend) niet meer op te roepen voor werkzaamheden moet worden aangemerkt als een (onregelmatige) opzegging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer heeft terecht een beroep gedaan op het rechtsvermoeden uit artikel 7:610b BW. De verzochte vergoedingen worden toegewezen. De loonvordering wordt gedeeltelijk afgewezen, omdat niet is gebleken dat de werknemer zich tot het einde van het dienstverband beschikbaar heeft gehouden voor werkzaamheden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - het verweerschrift; - de aanvullende stukken van [verzoeker]; - de mondelinge behandeling van 10 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 Feiten 2.1. [verzoeker] is sinds 1 oktober 2024 in dienst bij Profi Vision. De functie van [verzoeker] is timmerman met een loon van € 17,50 bruto per uur. 2.2. De overeengekomen arbeidsomvang is nul uren per week (oproepovereenkomst). 2.3. Profi Vision heeft [verzoeker] na augustus 2025 niet meer opgeroepen. 2.4. Bij e-mail van 18 oktober 2025 heeft [verzoeker] Profi Vision aangesproken op een openstaande schuld, bestaande uit achterstallige salarissen en compensatie van brandstofkosten. 2.5. Bij e-mail van 17 november 2025 heeft (de gemachtigde van) [verzoeker] Profi Vision verzocht om betaling van (onder meer) het salaris over de maanden juli en augustus 2025, de transitievergoeding en de gefixeerde schadevergoeding. 2.6. Bij e-mail van 24 november 2025 heeft Profi Vision geweigerd om tot betaling over te gaan. Profi Vision heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat geen verplichting tot het aanbieden van arbeid bestaat omdat zij de arbeidsovereenkomst niet heeft beëindigd maar slechts is gestopt met het oproepen van [verzoeker] voor werkzaamheden. 3 Het verzoek en het verweer 3.1. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter om voor recht te verklaren dat sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst met een vaste arbeidsomvang van 43,5 uren per week en dat deze onregelmatig is beëindigd op 24 november 2025. Daarnaast maakt [verzoeker] aanspraak op het (achterstallig) loon over de maanden juli en augustus 2025, het opgebouwde vakantiegeld en het loon over de maanden september t/m 24 november 2025 (dit alles te vermeerderen met de maximale verhoging en onder verstrekking van deugdelijke bruto/netto-specificaties). Ten slotte wil [verzoeker] dat Profi Vision veroordeeld wordt tot betaling van de transitievergoeding en de gefixeerde schadevergoeding. Al het voorgaande te vermeerderen met rente en kosten, en op straffe van een dwangsom voor elke dag dat zij niet aan de veroordelingen uit deze beschikking voldoet. 3.2. Profi Vision betwist de vordering en voert aan dat geen sprake is van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. [verzoeker] heeft een 0-uren-contract en dus geen recht op arbeid. Profi Vision heeft hem simpelweg niet meer opgeroepen. Het beroep op het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW moet volgens Profi Vision worden afgewezen, omdat [verzoeker] een zeer onregelmatig arbeidspatroon had. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt vast dat uit de tekst en strekking van de e-mail van Profi Vision van 24 november 2025 aan (de gemachtigde van) [verzoeker] volgt dat Profi Vision [verzoeker] niet meer zal oproepen voor werkzaamheden. Ter zitting heeft Profi Vision bevestigd dat zij al enige tijd geen gebruik meer maakt van de diensten van [verzoeker] en dat ook niet meer van plan is; er is te weinig werk en bovendien laat het werktempo van [verzoeker] te wensen over, aldus Pro Vision. Met [verzoeker] is de kantonrechter daarom van oordeel dat de brief van 24 november 2025 in deze procedure moet worden aangemerkt als een opzegging van de arbeidsovereenkomst. 4.2. [verzoeker] heeft niet ingestemd met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Er is ook onvoldoende gebleken van een redelijke grond voor ontbinding. Bovendien heeft Profi Vision de geldende opzegtermijn niet in acht genomen. Er is dus sprake van een onregelmatige opzegging in strijd met artikel 7:671 van het Burgerlijk Wetboek (BW). 4.3. [verzoeker] berust in de opzegging, maar maakt wel aanspraak op betaling van een aantal vergoedingen. Voordat de kantonrechter toekomt aan de beoordeling daarvan, zal zij eerst ingaan op de arbeidsomvang. Omdat [verzoeker] sinds 1 oktober 2024 werkzaam was op basis van een nul-urencontract en partijen geen vaste arbeidsomvang zijn overeengekomen, zal aan de hand van artikel 7:610b BW worden bepaald wat de omvang is van de arbeidsovereenkomst. Beroep op rechtsvermoeden uit artikel 7:610b BW slaagt 4.4. In dit artikel is bepaald dat, wanneer een arbeidsovereenkomst ten minste drie maanden heeft geduurd, de bedongen arbeid in enige maand vermoed wordt een omvang te hebben gelijk aan de gemiddelde omvang van de arbeid per maand in de drie voorafgaande maanden (de referteperiode). [verzoeker] heeft terecht een beroep gedaan op dit rechtsvermoeden. Hij heeft aan de hand van werkbriefjes voldoende aannemelijk gemaakt dat hij tijdens zijn dienstverband structureel (veel) méér uren heeft gewerkt dan de nul uren die in zijn arbeidsovereenkomst zijn overeengekomen. 4.5. Het verweer van Profi Vision dat het beroep op het rechtsvermoeden moet worden afgewezen vanwege het onregelmatige arbeidspatroon, wordt verworpen. De kantonrechter neemt daarbij in aanmerking dat het rechtsvermoeden juist beoogt houvast te bieden in situaties als deze, waarin de arbeidsomvang niet (eenduidig) is overeengekomen, of waarin de feitelijke omvang van de arbeid zich structureel op een hoger niveau bevindt dan de oorspronkelijk overeengekomen arbeidsduur. 4.6. Weerlegging van het rechtsvermoeden is mogelijk, bijvoorbeeld door aan te tonen dat geen sprake is van een structurele situatie, of door het stellen en onderbouwen van bijzondere omstandigheden die aanleiding waren voor het langduriger inzetten van de werknemer in de betreffende periode. Profi Vision is er niet in geslaagd dit rechtsvermoeden te weerleggen. De kantonrechter licht dit toe. 4.7. [verzoeker] heeft zijn verzoek gebaseerd op de referteperiode mei t/m juli 2025, waaruit volgens hem blijkt van een gemiddelde arbeidsomvang van 43,5 uur per week. Ter onderbouwing daarvan heeft [verzoeker] werkbriefjes die betrekking hebben op die periode overgelegd. Volgens [verzoeker] hield hij zijn uren daarop steeds zelf bij en werd zijn loon op basis van die uren uitbetaald. 4.8. Profi Vision heeft loonstroken over de periode januari t/m maart 2025 overgelegd, waaruit (zo begrijpt de kantonrechter) zou moeten blijken dat de gemiddelde arbeidsomvang veel kleiner was dan [verzoeker] stelt.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4327 text/xml public 2026-05-19T08:31:40 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-04-24 K/4102/12097187 Uitspraak Beschikking NL Haarlem Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4327 text/html public 2026-05-19T08:31:11 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4327 Rechtbank Noord-Holland , 24-04-2026 / K/4102/12097187 De beslissing van de werkgever om een werknemer met een nulurencontract (blijvend) niet meer op te roepen voor werkzaamheden moet worden aangemerkt als een (onregelmatige) opzegging van de arbeidsovereenkomst. Toepassing rechtsvermoeden uit artikel 7:610b BW. Werknemer heeft zich niet tot het einde van het dienstverband beschikbaar gehouden voor werkzaamheden (7:628 BW). RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer / rekestnummer: 12097187 \ AO VERZ 26-19 Beschikking van 24 april 2026 (bij vervroeging) in de zaak van [verzoeker] , wonende te [plaats], verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoeker], gemachtigde: mr. S.I. Schinkel, tegen de besloten vennootschap PROFI VISION B.V. , te Schiphol-Rijk, verwerende partij, hierna te noemen: Profi Vision, verschenen bij haar directeur, dhr. B. Ruslan De zaak in het kort De beslissing van de werkgever om een werknemer met een nulurencontract (blijvend) niet meer op te roepen voor werkzaamheden moet worden aangemerkt als een (onregelmatige) opzegging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer heeft terecht een beroep gedaan op het rechtsvermoeden uit artikel 7:610b BW. De verzochte vergoedingen worden toegewezen. De loonvordering wordt gedeeltelijk afgewezen, omdat niet is gebleken dat de werknemer zich tot het einde van het dienstverband beschikbaar heeft gehouden voor werkzaamheden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - het verweerschrift; - de aanvullende stukken van [verzoeker]; - de mondelinge behandeling van 10 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 Feiten 2.1. [verzoeker] is sinds 1 oktober 2024 in dienst bij Profi Vision. De functie van [verzoeker] is timmerman met een loon van € 17,50 bruto per uur. 2.2. De overeengekomen arbeidsomvang is nul uren per week (oproepovereenkomst). 2.3. Profi Vision heeft [verzoeker] na augustus 2025 niet meer opgeroepen. 2.4. Bij e-mail van 18 oktober 2025 heeft [verzoeker] Profi Vision aangesproken op een openstaande schuld, bestaande uit achterstallige salarissen en compensatie van brandstofkosten. 2.5. Bij e-mail van 17 november 2025 heeft (de gemachtigde van) [verzoeker] Profi Vision verzocht om betaling van (onder meer) het salaris over de maanden juli en augustus 2025, de transitievergoeding en de gefixeerde schadevergoeding. 2.6. Bij e-mail van 24 november 2025 heeft Profi Vision geweigerd om tot betaling over te gaan. Profi Vision heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat geen verplichting tot het aanbieden van arbeid bestaat omdat zij de arbeidsovereenkomst niet heeft beëindigd maar slechts is gestopt met het oproepen van [verzoeker] voor werkzaamheden. 3 Het verzoek en het verweer 3.1. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter om voor recht te verklaren dat sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst met een vaste arbeidsomvang van 43,5 uren per week en dat deze onregelmatig is beëindigd op 24 november 2025. Daarnaast maakt [verzoeker] aanspraak op het (achterstallig) loon over de maanden juli en augustus 2025, het opgebouwde vakantiegeld en het loon over de maanden september t/m 24 november 2025 (dit alles te vermeerderen met de maximale verhoging en onder verstrekking van deugdelijke bruto/netto-specificaties). Ten slotte wil [verzoeker] dat Profi Vision veroordeeld wordt tot betaling van de transitievergoeding en de gefixeerde schadevergoeding. Al het voorgaande te vermeerderen met rente en kosten, en op straffe van een dwangsom voor elke dag dat zij niet aan de veroordelingen uit deze beschikking voldoet. 3.2. Profi Vision betwist de vordering en voert aan dat geen sprake is van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. [verzoeker] heeft een 0-uren-contract en dus geen recht op arbeid. Profi Vision heeft hem simpelweg niet meer opgeroepen. Het beroep op het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW moet volgens Profi Vision worden afgewezen, omdat [verzoeker] een zeer onregelmatig arbeidspatroon had. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt vast dat uit de tekst en strekking van de e-mail van Profi Vision van 24 november 2025 aan (de gemachtigde van) [verzoeker] volgt dat Profi Vision [verzoeker] niet meer zal oproepen voor werkzaamheden. Ter zitting heeft Profi Vision bevestigd dat zij al enige tijd geen gebruik meer maakt van de diensten van [verzoeker] en dat ook niet meer van plan is; er is te weinig werk en bovendien laat het werktempo van [verzoeker] te wensen over, aldus Pro Vision. Met [verzoeker] is de kantonrechter daarom van oordeel dat de brief van 24 november 2025 in deze procedure moet worden aangemerkt als een opzegging van de arbeidsovereenkomst. 4.2. [verzoeker] heeft niet ingestemd met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Er is ook onvoldoende gebleken van een redelijke grond voor ontbinding. Bovendien heeft Profi Vision de geldende opzegtermijn niet in acht genomen. Er is dus sprake van een onregelmatige opzegging in strijd met artikel 7:671 van het Burgerlijk Wetboek (BW). 4.3. [verzoeker] berust in de opzegging, maar maakt wel aanspraak op betaling van een aantal vergoedingen. Voordat de kantonrechter toekomt aan de beoordeling daarvan, zal zij eerst ingaan op de arbeidsomvang. Omdat [verzoeker] sinds 1 oktober 2024 werkzaam was op basis van een nul-urencontract en partijen geen vaste arbeidsomvang zijn overeengekomen, zal aan de hand van artikel 7:610b BW worden bepaald wat de omvang is van de arbeidsovereenkomst. Beroep op rechtsvermoeden uit artikel 7:610b BW slaagt 4.4. In dit artikel is bepaald dat, wanneer een arbeidsovereenkomst ten minste drie maanden heeft geduurd, de bedongen arbeid in enige maand vermoed wordt een omvang te hebben gelijk aan de gemiddelde omvang van de arbeid per maand in de drie voorafgaande maanden (de referteperiode). [verzoeker] heeft terecht een beroep gedaan op dit rechtsvermoeden. Hij heeft aan de hand van werkbriefjes voldoende aannemelijk gemaakt dat hij tijdens zijn dienstverband structureel (veel) méér uren heeft gewerkt dan de nul uren die in zijn arbeidsovereenkomst zijn overeengekomen. 4.5. Het verweer van Profi Vision dat het beroep op het rechtsvermoeden moet worden afgewezen vanwege het onregelmatige arbeidspatroon, wordt verworpen. De kantonrechter neemt daarbij in aanmerking dat het rechtsvermoeden juist beoogt houvast te bieden in situaties als deze, waarin de arbeidsomvang niet (eenduidig) is overeengekomen, of waarin de feitelijke omvang van de arbeid zich structureel op een hoger niveau bevindt dan de oorspronkelijk overeengekomen arbeidsduur. 4.6. Weerlegging van het rechtsvermoeden is mogelijk, bijvoorbeeld door aan te tonen dat geen sprake is van een structurele situatie, of door het stellen en onderbouwen van bijzondere omstandigheden die aanleiding waren voor het langduriger inzetten van de werknemer in de betreffende periode. Profi Vision is er niet in geslaagd dit rechtsvermoeden te weerleggen. De kantonrechter licht dit toe. 4.7. [verzoeker] heeft zijn verzoek gebaseerd op de referteperiode mei t/m juli 2025, waaruit volgens hem blijkt van een gemiddelde arbeidsomvang van 43,5 uur per week. Ter onderbouwing daarvan heeft [verzoeker] werkbriefjes die betrekking hebben op die periode overgelegd. Volgens [verzoeker] hield hij zijn uren daarop steeds zelf bij en werd zijn loon op basis van die uren uitbetaald. 4.8. Profi Vision heeft loonstroken over de periode januari t/m maart 2025 overgelegd, waaruit (zo begrijpt de kantonrechter) zou moeten blijken dat de gemiddelde arbeidsomvang veel kleiner was dan [verzoeker] stelt.
Volledig
Volgens deze loonstroken heeft Pro Vision [verzoeker] echter iedere maand exact hetzelfde bedrag aan salaris aan [verzoeker] overgemaakt, hetgeen in tegenspraak is met haar standpunt dat sprake was van een zeer onregelmatig arbeidspatroon. Die loonstroken bevestigen veeleer de stelling van [verzoeker] dat Profi Vision hem slechts een deel van de door hem gewerkte uren uitbetaalde via de bank, en de resterende uren contant met hem afrekende. Profi Vision heeft ter zitting bevestigd dat zij contante betalingen aan [verzoeker] heeft gedaan, zij het dat het volgens haar (alleen) zou gaan om brandstofkosten. Daarbij heeft Profi Vision tegenover de gemotiveerde betwisting door [verzoeker] niet aannemelijk gemaakt dat zij - eerder dan in het kader van deze procedure - überhaupt loonstroken aan [verzoeker] heeft verstrekt. Profi Vision heeft dan ook onvoldoende gemotiveerd betwist dat [verzoeker] structureel werd ingezet en niet slechts incidenteel werd opgeroepen. 4.9. In de wet is bepaald dat de werkgever verplicht is om een deugdelijke registratie van de arbeidstijden van de werknemer bij te houden. Aangezien Profi Vision geen urenregistratie heeft overgelegd, en zij ter zitting heeft verklaard ook geen urenregistratie te hebben bijgehouden, zal de kantonrechter de werkbriefjes van [verzoeker] tot uitgangspunt nemen. 4.10. De conclusie is dat de kantonrechter uit zal gaan van een arbeidsomvang van 43,5 uren per week. Dat betekent dat [verzoeker] bij een uurloon van € 17,50 aanspraak heeft op een bedrag van € 3.298,75 bruto per maand aan loon, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag. De door [verzoeker] verzochte verklaringen voor recht zullen (gelet op hetgeen hiervoor is overwogen) worden toegewezen. Vergoeding wegens onregelmatige opzegging 4.11. De verzochte vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal worden toegewezen, omdat is opgezegd tegen een eerdere dag dan die tussen partijen geldt. De vergoeding is gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de opzegtermijn (in dit geval vanaf 24 november 2025 tot 1 januari 2026). Profi Vision wordt daarom veroordeeld tot betaling van € 3.562,65 bruto. Dit is het bedrag dat door [verzoeker] is verzocht en waartegen Profi Vision geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen vanaf 24 november 2025 (de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd). Transitievergoeding 4.12. Het verzoek om Profi Vision te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding wordt eveneens toegewezen. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat Profi Vision de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Dat betekent dat Profi Vision op grond van artikel 7:673 lid 1 BW de transitievergoeding verschuldigd is en zal worden veroordeeld tot betaling van die vergoeding tot een bedrag van € 1.187,55 bruto. Dit is het bedrag dat door [verzoeker] is verzocht en waartegen Profi Vision geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd. De wettelijke rente over de transitievergoeding zal worden toegewezen te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 24 december 2025. Recht op loon over juli en augustus 2025 4.13. De kantonrechter stelt op basis van de door [verzoeker] overgelegde werkbriefjes vast dat [verzoeker] in de maanden juli en augustus 2026 voor Profi Vision heeft gewerkt. Profi Vision heeft niet betwist dat aan [verzoeker] gedurende voornoemde periode geen loon is betaald. 4.14. Profi Vision wordt veroordeeld tot betaling van € 3.021,50 netto. Dit is het bedrag dat door [verzoeker] is verzocht en waartegen Profi Vision geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen, omdat Profi Vision de door [verzoeker] gewerkte uren willens en wetens niet heeft uitbetaald. 4.15. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van het verzoekschrift omdat [verzoeker] geen ingangsdatum heeft gevorderd en hij niet heeft toegelicht vanaf welke eerdere datum hij aanspraak kan maken op wettelijke rente. Geen recht op loon vanaf september 2025 4.16. De vraag of [verzoeker] ook ná 1 september 2025 recht heeft op loon over de hiervoor (onder 4.10) vastgestelde arbeidsomvang, moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 7:628 lid 1 BW. Daarin is bepaald dat de werkgever verplicht is het loon te betalen indien de werknemer de overeengekomen arbeid niet heeft verricht, tenzij het niet verrichten van de arbeid in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen. Voor het slagen van een dergelijke loonvordering is noodzakelijk dat de werknemer bereid is de bedongen arbeid te verrichten. 4.17. Op de zitting is duidelijk geworden dat [verzoeker] in september 2025 aan een nieuwe baan is begonnen. Hoewel [verzoeker] (na de schorsing van de zitting) heeft toegelicht dat hij slechts één maand bij deze nieuwe werkgever heeft gewerkt, is niet gebleken dat hij zich daarna nog (expliciet) beschikbaar heeft gehouden voor werkzaamheden bij Profi Vision. De conclusie is daarom dat het gevorderde loon over de periode vanaf 1 september tot 24 november 2025 zal worden afgewezen. Afrekening van het opgebouwde vakantiegeld 4.18. Het einde van de arbeidsovereenkomst brengt mee dat Profi Vision ook het opgebouwde vakantiegeld aan [verzoeker] moet uitbetalen. Profi Vision zal daarom worden veroordeeld tot betaling van € 3.166,00 bruto. Dit is het bedrag dat door [verzoeker] is verzocht en waartegen Profi Vision geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd. 4.19. De kantonrechter ziet aanleiding om de wettelijke verhoging over het opgebouwde vakantiegeld te matigen tot 25%. 4.20. De wettelijke rente over het vakantiegeld wordt toegewezen vanaf de datum van het verzoekschrift omdat [verzoeker] geen ingangsdatum heeft gevorderd en niet heeft toegelicht vanaf welke eerdere datum hij aanspraak kan maken op wettelijke rente. Salarisspecificaties 4.21. Profi Vision zal worden veroordeeld om binnen één maand na betaling van de hiervoor toegewezen bedragen correcte bruto/netto-specificaties te verstrekken van deze betalingen. Dwangsom 4.22. De verzochte dwangsom wordt enkel toegewezen voor zover die betrekking heeft op veroordelingen die niet zien op betaling van een geldsom. Ook zal de dwangsom worden gematigd tot een bedrag van € 50,00 per dag met een maximum van € 1.000,00. Buitengerechtelijke incassokosten 4.23. [verzoeker] heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [verzoeker] onvoldoende gesteld dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt daarom afgewezen. Proceskosten 4.24. De proceskosten komen voor rekening van Profi Vision, omdat Profi Vision overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 1.102,00 (€ 93,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten). 4.25. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. verklaart voor recht dat sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst tussen partijen met een vaste arbeidsomvang van 43,5 uur per week, 5.2. verklaart voor recht dat Profi Vision de arbeidsovereenkomst op 24 november 2025 onregelmatig heeft opgezegd, 5.3. veroordeelt Profi Vision om aan [verzoeker] de vergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen van € 3.562,65, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 24 november 2025 tot aan de dag van de gehele betaling, 5.4. veroordeelt Profi Vision om aan [verzoeker] een transitievergoeding te betalen van € 1.187,55, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 24 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling, 5.5. veroordeelt Profi Vision om aan [verzoeker] het achterstallig salaris over juli en augustus 2025 te betalen van € 3.021,50 netto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente over het totaalbedrag vanaf 12 februari 2026 tot aan de dag van de gehele betaling, 5.6.
Volledig
Volgens deze loonstroken heeft Pro Vision [verzoeker] echter iedere maand exact hetzelfde bedrag aan salaris aan [verzoeker] overgemaakt, hetgeen in tegenspraak is met haar standpunt dat sprake was van een zeer onregelmatig arbeidspatroon. Die loonstroken bevestigen veeleer de stelling van [verzoeker] dat Profi Vision hem slechts een deel van de door hem gewerkte uren uitbetaalde via de bank, en de resterende uren contant met hem afrekende. Profi Vision heeft ter zitting bevestigd dat zij contante betalingen aan [verzoeker] heeft gedaan, zij het dat het volgens haar (alleen) zou gaan om brandstofkosten. Daarbij heeft Profi Vision tegenover de gemotiveerde betwisting door [verzoeker] niet aannemelijk gemaakt dat zij - eerder dan in het kader van deze procedure - überhaupt loonstroken aan [verzoeker] heeft verstrekt. Profi Vision heeft dan ook onvoldoende gemotiveerd betwist dat [verzoeker] structureel werd ingezet en niet slechts incidenteel werd opgeroepen. 4.9. In de wet is bepaald dat de werkgever verplicht is om een deugdelijke registratie van de arbeidstijden van de werknemer bij te houden. Aangezien Profi Vision geen urenregistratie heeft overgelegd, en zij ter zitting heeft verklaard ook geen urenregistratie te hebben bijgehouden, zal de kantonrechter de werkbriefjes van [verzoeker] tot uitgangspunt nemen. 4.10. De conclusie is dat de kantonrechter uit zal gaan van een arbeidsomvang van 43,5 uren per week. Dat betekent dat [verzoeker] bij een uurloon van € 17,50 aanspraak heeft op een bedrag van € 3.298,75 bruto per maand aan loon, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag. De door [verzoeker] verzochte verklaringen voor recht zullen (gelet op hetgeen hiervoor is overwogen) worden toegewezen. Vergoeding wegens onregelmatige opzegging 4.11. De verzochte vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal worden toegewezen, omdat is opgezegd tegen een eerdere dag dan die tussen partijen geldt. De vergoeding is gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de opzegtermijn (in dit geval vanaf 24 november 2025 tot 1 januari 2026). Profi Vision wordt daarom veroordeeld tot betaling van € 3.562,65 bruto. Dit is het bedrag dat door [verzoeker] is verzocht en waartegen Profi Vision geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen vanaf 24 november 2025 (de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd). Transitievergoeding 4.12. Het verzoek om Profi Vision te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding wordt eveneens toegewezen. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat Profi Vision de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Dat betekent dat Profi Vision op grond van artikel 7:673 lid 1 BW de transitievergoeding verschuldigd is en zal worden veroordeeld tot betaling van die vergoeding tot een bedrag van € 1.187,55 bruto. Dit is het bedrag dat door [verzoeker] is verzocht en waartegen Profi Vision geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd. De wettelijke rente over de transitievergoeding zal worden toegewezen te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 24 december 2025. Recht op loon over juli en augustus 2025 4.13. De kantonrechter stelt op basis van de door [verzoeker] overgelegde werkbriefjes vast dat [verzoeker] in de maanden juli en augustus 2026 voor Profi Vision heeft gewerkt. Profi Vision heeft niet betwist dat aan [verzoeker] gedurende voornoemde periode geen loon is betaald. 4.14. Profi Vision wordt veroordeeld tot betaling van € 3.021,50 netto. Dit is het bedrag dat door [verzoeker] is verzocht en waartegen Profi Vision geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen, omdat Profi Vision de door [verzoeker] gewerkte uren willens en wetens niet heeft uitbetaald. 4.15. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van het verzoekschrift omdat [verzoeker] geen ingangsdatum heeft gevorderd en hij niet heeft toegelicht vanaf welke eerdere datum hij aanspraak kan maken op wettelijke rente. Geen recht op loon vanaf september 2025 4.16. De vraag of [verzoeker] ook ná 1 september 2025 recht heeft op loon over de hiervoor (onder 4.10) vastgestelde arbeidsomvang, moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 7:628 lid 1 BW. Daarin is bepaald dat de werkgever verplicht is het loon te betalen indien de werknemer de overeengekomen arbeid niet heeft verricht, tenzij het niet verrichten van de arbeid in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen. Voor het slagen van een dergelijke loonvordering is noodzakelijk dat de werknemer bereid is de bedongen arbeid te verrichten. 4.17. Op de zitting is duidelijk geworden dat [verzoeker] in september 2025 aan een nieuwe baan is begonnen. Hoewel [verzoeker] (na de schorsing van de zitting) heeft toegelicht dat hij slechts één maand bij deze nieuwe werkgever heeft gewerkt, is niet gebleken dat hij zich daarna nog (expliciet) beschikbaar heeft gehouden voor werkzaamheden bij Profi Vision. De conclusie is daarom dat het gevorderde loon over de periode vanaf 1 september tot 24 november 2025 zal worden afgewezen. Afrekening van het opgebouwde vakantiegeld 4.18. Het einde van de arbeidsovereenkomst brengt mee dat Profi Vision ook het opgebouwde vakantiegeld aan [verzoeker] moet uitbetalen. Profi Vision zal daarom worden veroordeeld tot betaling van € 3.166,00 bruto. Dit is het bedrag dat door [verzoeker] is verzocht en waartegen Profi Vision geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd. 4.19. De kantonrechter ziet aanleiding om de wettelijke verhoging over het opgebouwde vakantiegeld te matigen tot 25%. 4.20. De wettelijke rente over het vakantiegeld wordt toegewezen vanaf de datum van het verzoekschrift omdat [verzoeker] geen ingangsdatum heeft gevorderd en niet heeft toegelicht vanaf welke eerdere datum hij aanspraak kan maken op wettelijke rente. Salarisspecificaties 4.21. Profi Vision zal worden veroordeeld om binnen één maand na betaling van de hiervoor toegewezen bedragen correcte bruto/netto-specificaties te verstrekken van deze betalingen. Dwangsom 4.22. De verzochte dwangsom wordt enkel toegewezen voor zover die betrekking heeft op veroordelingen die niet zien op betaling van een geldsom. Ook zal de dwangsom worden gematigd tot een bedrag van € 50,00 per dag met een maximum van € 1.000,00. Buitengerechtelijke incassokosten 4.23. [verzoeker] heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [verzoeker] onvoldoende gesteld dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt daarom afgewezen. Proceskosten 4.24. De proceskosten komen voor rekening van Profi Vision, omdat Profi Vision overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 1.102,00 (€ 93,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten). 4.25. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. verklaart voor recht dat sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst tussen partijen met een vaste arbeidsomvang van 43,5 uur per week, 5.2. verklaart voor recht dat Profi Vision de arbeidsovereenkomst op 24 november 2025 onregelmatig heeft opgezegd, 5.3. veroordeelt Profi Vision om aan [verzoeker] de vergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen van € 3.562,65, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 24 november 2025 tot aan de dag van de gehele betaling, 5.4. veroordeelt Profi Vision om aan [verzoeker] een transitievergoeding te betalen van € 1.187,55, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 24 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling, 5.5. veroordeelt Profi Vision om aan [verzoeker] het achterstallig salaris over juli en augustus 2025 te betalen van € 3.021,50 netto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente over het totaalbedrag vanaf 12 februari 2026 tot aan de dag van de gehele betaling, 5.6.