Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-04-21
ECLI:NL:RBNHO:2026:4214
Civiel recht; Insolventierecht
Rekestprocedure
3,841 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4214 text/xml public 2026-05-11T08:57:15 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-04-21 C/15/371210 FT RK 25/854 Uitspraak Rekestprocedure NL Haarlem Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4214 text/html public 2026-05-11T08:56:53 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4214 Rechtbank Noord-Holland , 21-04-2026 / C/15/371210 FT RK 25/854 Ontvankelijk ondanks niet doorlopen minnelijk traject. Moratorium loopt af op 30 april 2026. Geen minnelijk traject afgerond wegens tijdgebrek omdat schuldenaar niet adequaat reageert op verzoeken. Toch ontvankelijk wegens bijzonder omstandigheden. Schuldenaar wordt toegelaten tot de wsnp. Schuldenaar betaalt tijdig de lopende huurtermijnen en staat onder beschermingsbewind. Hij heeft een fullltime baan en afloscapaciteit en zijn minderjarige dochter woont voltijds bij hem. Onruiming heeft grote gevolgen voor hen, want een alternatieve woonruimte heeft schuldenaar niet. VONNIS TOELATING WSNP RECHTBANK NOORD-HOLLAND zittingsplaats: Haarlem afdeling: Handel, Kanton en Insolventie zaaknummer: 15/371210 FT RK 25/854 naam rechter: mr. A.J. Wolfs uitspraakdatum: 21 april 2026 in de zaak van: [schuldenaar] (hierna: schuldenaar) geboren op: [geboortedatum] 1967 te [plaats 1] wonende te: [plaats 2] 1 Samenvatting Schuldenaar heeft de rechtbank verzocht om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank moet beoordelen of schuldenaar voldoet aan de wettelijke eisen die daarvoor gelden. Daarnaast moet de rechtbank (ambtshalve) beoordelen of er aanleiding is om een eerdere ingangsdatum van de wsnp te bepalen. 2 Beslissing van de rechtbank De rechtbank laat schuldenaar met ingang van vandaag toe tot de wsnp. De termijn van de wsnp gaat lopen vanaf 21 april 2026 en eindigt dan 18 maanden later op 21 oktober 2027. 3 Gevolgen voor schuldenaar Schuldenaar moet zich gedurende de komende maanden houden aan de verplichtingen van de wsnp. In het eerder toegestuurde stappenplan bij de oproepbrief staat wat die verplichtingen zijn. Zo lang de wsnp duurt, mogen schuldeisers geen betaling eisen voor de al bestaande schulden. Als schuldenaar zich aan alle verplichtingen houdt, komt hij in aanmerking voor de schone lei. Als schuldenaar zich niet aan de verplichtingen houdt, kan de wsnp (eerder) worden beëindigd zonder schone lei. Schuldeisers kunnen schuldenaar dan weer tot betaling dwingen. 4 Redenen voor deze beslissing In verband met een dreigende uithuiszetting van schuldenaar is op 30 oktober 2025 een voorlopige voorziening toegewezen. Op 23 december 2025 heeft de rechtbank vervolgens de uitvoering van het ontruimingsvonnis geschorst tot 30 april 2026 om schuldenaar in de gelegenheid te stellen een minnelijke regeling met zijn schuldeisers te treffen. De rechtbank moet nu beoordelen of schuldenaar kan worden toegelaten tot de wsnp. De rechtbank verklaart een verzoek van een schuldenaar om toegelaten te worden tot de wsnp niet-ontvankelijk, als er voorafgaand aan het toelatingsverzoek geen minnelijk traject heeft plaats gevonden. De schuldenaar moet bij zijn verzoek een verklaring bijvoegen dat hij tevergeefs heeft geprobeerd om met zijn schuldeisers tot een minnelijke regeling te komen. De rechtbank stelt vast dat het minnelijk traject niet heeft plaatsgevonden en dat schuldenaar geen aanbod tot een schuldregeling heeft gedaan aan zijn schuldeisers. Als aannemelijk is dat het voor schuldenaar onmogelijk is om een regeling te treffen met zijn schuldeisers omdat hij onvoldoende aflossingsmogelijkheden heeft of andere omstandigheden het onmogelijk maken om een aanbod te doen, dan hoeft schuldenaar niet eerst te hebben geprobeerd tot een regeling met zijn schuldeisers te komen. In dat geval kan de rechtbank schuldenaar toch ontvankelijk verklaren in zijn verzoek. De schuldhulpverlener heeft de volgende redenen aangegeven waarom er geen minnelijk aanbod is gedaan aan de schuldeisers. Na het ondertekenen van de schuldregelingsovereenkomst op 6 november 2025, zijn alle schuldeisers aangeschreven met het verzoek om hun vorderingen kenbaar te maken. Pas op 20 februari 2026 was het schuldenoverzicht compleet en verzonden naar de beschermingsbewindvoerder. Pas op 7 april 2026 is dat door schuldenaar ondertekend, met als gevolg dat er onvoldoende tijd resteerde voor het doen van een voorstel voor een minnelijke regeling binnen de termijn van het moratorium. De rechtbank is van oordeel dat het niet adequaat reageren door schuldenaar in beginsel voor risico komt van schuldenaar. De rechtbank zal schuldenaar desondanks ontvankelijk verklaren in zijn verzoek tot toelating tot de wsnp om de volgende reden. Schuldenaar heeft een vaste baan en werkt 38 tot 40 uur per week. Hij heeft de lopende huurtermijnen telkens tijdig en compleet voldaan en wordt daarbij geholpen door de beschermingsbewindvoerder. De huur past bij zijn inkomen. Schuldenaar heeft op basis van de vtlb-berekening over de periode januari tot en met juni 2026 een afloscapaciteit van ongeveer € 420,- en kan dus goed sparen voor zijn gezamenlijke schuldeisers. Bij schuldenaar woont zijn minderjarige dochter voltijds in. Ook zij heeft er belang bij dat haar vader niet ontruimd wordt, want een alternatief voor deze woonruimte heeft schuldenaar niet. Het gevolg van een niet-ontvankelijkheidverklaring zal zijn dat zij op straat komen te staan. De rechtbank ziet in die omstandigheden voldoende aanleiding om een uitzondering te maken op de hoofdregel (dat eerst een minnelijk traject moet worden doorlopen) en het verzoek tot toelating tot de WSNP te toetsen zonder dat schuldenaar eerst een (mislukte) poging hoeft te doen om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. De rechtbank concludeert dat het verzoekschrift met de door Kredietbank Nederland afgegeven verklaring dat het onmogelijk was om (tijdig) te komen tot een buitengerechtelijke schuldregeling, gelet op deze bijzondere omstandigheid, voldoet aan de daaraan gestelde eisen en dat schuldenaar ontvankelijk is in zijn verzoek De rechtbank stelt vast dat schuldenaar voldoet aan de inhoudelijke toelatingseisen. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024 zal de rechtbank (ambtshalve) onderzoeken of er aanleiding bestaat om een eerder aanvangsmoment van de termijn van de wsnp te bepalen dan het moment waarop de wsnp met dit vonnis wordt toegepast. De rechtbank ziet daartoe geen aanleiding omdat schuldenaar ondanks zijn afloscapaciteit niet heeft afgedragen. 5 Stukken waarop dit vonnis is gebaseerd Het verzoekschrift met bijlagen dat door schuldenaar is ingediend. De aantekeningen van de zitting die op 14 april 2026 plaatsvond. Op deze zitting zijn schuldenaar, [betrokkene 1] namens Kredietbank Nederland (schuldhulpverlener) en [betrokkene 2] van [bedrijf] (beschermingsbewindvoerder) verschenen. 6 Andere gevolgen van dit vonnis De rechtbank benoemt tot rechter-commissaris: mr. M.P. de Valk. De rechtbank benoemt tot bewindvoerder: [bewindvoerder], [adres] [plaats 2] De bewindvoerder mag een voorschot op het salaris nemen volgens het Besluit salaris bewindvoerder. Dit kan alleen: - zolang de schuldsaneringsregeling loopt en - als er genoeg geld op de boedelrekening staat. De bewindvoerder ontvangt de komende dertien maanden de post van schuldenaar en mag deze inzien. 7 Mogelijkheden om dit vonnis aan te vechten Dit vonnis kan, voor zover het de beslissing over de looptijd van de wsnp betreft, binnen acht dagen na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat. ECLI:NL:HR:2024:1913
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4214 text/xml public 2026-05-11T08:57:15 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-04-21 C/15/371210 FT RK 25/854 Uitspraak Rekestprocedure NL Haarlem Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4214 text/html public 2026-05-11T08:56:53 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4214 Rechtbank Noord-Holland , 21-04-2026 / C/15/371210 FT RK 25/854 Ontvankelijk ondanks niet doorlopen minnelijk traject. Moratorium loopt af op 30 april 2026. Geen minnelijk traject afgerond wegens tijdgebrek omdat schuldenaar niet adequaat reageert op verzoeken. Toch ontvankelijk wegens bijzonder omstandigheden. Schuldenaar wordt toegelaten tot de wsnp. Schuldenaar betaalt tijdig de lopende huurtermijnen en staat onder beschermingsbewind. Hij heeft een fullltime baan en afloscapaciteit en zijn minderjarige dochter woont voltijds bij hem. Onruiming heeft grote gevolgen voor hen, want een alternatieve woonruimte heeft schuldenaar niet. VONNIS TOELATING WSNP RECHTBANK NOORD-HOLLAND zittingsplaats: Haarlem afdeling: Handel, Kanton en Insolventie zaaknummer: 15/371210 FT RK 25/854 naam rechter: mr. A.J. Wolfs uitspraakdatum: 21 april 2026 in de zaak van: [schuldenaar] (hierna: schuldenaar) geboren op: [geboortedatum] 1967 te [plaats 1] wonende te: [plaats 2] 1 Samenvatting Schuldenaar heeft de rechtbank verzocht om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank moet beoordelen of schuldenaar voldoet aan de wettelijke eisen die daarvoor gelden. Daarnaast moet de rechtbank (ambtshalve) beoordelen of er aanleiding is om een eerdere ingangsdatum van de wsnp te bepalen. 2 Beslissing van de rechtbank De rechtbank laat schuldenaar met ingang van vandaag toe tot de wsnp. De termijn van de wsnp gaat lopen vanaf 21 april 2026 en eindigt dan 18 maanden later op 21 oktober 2027. 3 Gevolgen voor schuldenaar Schuldenaar moet zich gedurende de komende maanden houden aan de verplichtingen van de wsnp. In het eerder toegestuurde stappenplan bij de oproepbrief staat wat die verplichtingen zijn. Zo lang de wsnp duurt, mogen schuldeisers geen betaling eisen voor de al bestaande schulden. Als schuldenaar zich aan alle verplichtingen houdt, komt hij in aanmerking voor de schone lei. Als schuldenaar zich niet aan de verplichtingen houdt, kan de wsnp (eerder) worden beëindigd zonder schone lei. Schuldeisers kunnen schuldenaar dan weer tot betaling dwingen. 4 Redenen voor deze beslissing In verband met een dreigende uithuiszetting van schuldenaar is op 30 oktober 2025 een voorlopige voorziening toegewezen. Op 23 december 2025 heeft de rechtbank vervolgens de uitvoering van het ontruimingsvonnis geschorst tot 30 april 2026 om schuldenaar in de gelegenheid te stellen een minnelijke regeling met zijn schuldeisers te treffen. De rechtbank moet nu beoordelen of schuldenaar kan worden toegelaten tot de wsnp. De rechtbank verklaart een verzoek van een schuldenaar om toegelaten te worden tot de wsnp niet-ontvankelijk, als er voorafgaand aan het toelatingsverzoek geen minnelijk traject heeft plaats gevonden. De schuldenaar moet bij zijn verzoek een verklaring bijvoegen dat hij tevergeefs heeft geprobeerd om met zijn schuldeisers tot een minnelijke regeling te komen. De rechtbank stelt vast dat het minnelijk traject niet heeft plaatsgevonden en dat schuldenaar geen aanbod tot een schuldregeling heeft gedaan aan zijn schuldeisers. Als aannemelijk is dat het voor schuldenaar onmogelijk is om een regeling te treffen met zijn schuldeisers omdat hij onvoldoende aflossingsmogelijkheden heeft of andere omstandigheden het onmogelijk maken om een aanbod te doen, dan hoeft schuldenaar niet eerst te hebben geprobeerd tot een regeling met zijn schuldeisers te komen. In dat geval kan de rechtbank schuldenaar toch ontvankelijk verklaren in zijn verzoek. De schuldhulpverlener heeft de volgende redenen aangegeven waarom er geen minnelijk aanbod is gedaan aan de schuldeisers. Na het ondertekenen van de schuldregelingsovereenkomst op 6 november 2025, zijn alle schuldeisers aangeschreven met het verzoek om hun vorderingen kenbaar te maken. Pas op 20 februari 2026 was het schuldenoverzicht compleet en verzonden naar de beschermingsbewindvoerder. Pas op 7 april 2026 is dat door schuldenaar ondertekend, met als gevolg dat er onvoldoende tijd resteerde voor het doen van een voorstel voor een minnelijke regeling binnen de termijn van het moratorium. De rechtbank is van oordeel dat het niet adequaat reageren door schuldenaar in beginsel voor risico komt van schuldenaar. De rechtbank zal schuldenaar desondanks ontvankelijk verklaren in zijn verzoek tot toelating tot de wsnp om de volgende reden. Schuldenaar heeft een vaste baan en werkt 38 tot 40 uur per week. Hij heeft de lopende huurtermijnen telkens tijdig en compleet voldaan en wordt daarbij geholpen door de beschermingsbewindvoerder. De huur past bij zijn inkomen. Schuldenaar heeft op basis van de vtlb-berekening over de periode januari tot en met juni 2026 een afloscapaciteit van ongeveer € 420,- en kan dus goed sparen voor zijn gezamenlijke schuldeisers. Bij schuldenaar woont zijn minderjarige dochter voltijds in. Ook zij heeft er belang bij dat haar vader niet ontruimd wordt, want een alternatief voor deze woonruimte heeft schuldenaar niet. Het gevolg van een niet-ontvankelijkheidverklaring zal zijn dat zij op straat komen te staan. De rechtbank ziet in die omstandigheden voldoende aanleiding om een uitzondering te maken op de hoofdregel (dat eerst een minnelijk traject moet worden doorlopen) en het verzoek tot toelating tot de WSNP te toetsen zonder dat schuldenaar eerst een (mislukte) poging hoeft te doen om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. De rechtbank concludeert dat het verzoekschrift met de door Kredietbank Nederland afgegeven verklaring dat het onmogelijk was om (tijdig) te komen tot een buitengerechtelijke schuldregeling, gelet op deze bijzondere omstandigheid, voldoet aan de daaraan gestelde eisen en dat schuldenaar ontvankelijk is in zijn verzoek De rechtbank stelt vast dat schuldenaar voldoet aan de inhoudelijke toelatingseisen. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024 zal de rechtbank (ambtshalve) onderzoeken of er aanleiding bestaat om een eerder aanvangsmoment van de termijn van de wsnp te bepalen dan het moment waarop de wsnp met dit vonnis wordt toegepast. De rechtbank ziet daartoe geen aanleiding omdat schuldenaar ondanks zijn afloscapaciteit niet heeft afgedragen. 5 Stukken waarop dit vonnis is gebaseerd Het verzoekschrift met bijlagen dat door schuldenaar is ingediend. De aantekeningen van de zitting die op 14 april 2026 plaatsvond. Op deze zitting zijn schuldenaar, [betrokkene 1] namens Kredietbank Nederland (schuldhulpverlener) en [betrokkene 2] van [bedrijf] (beschermingsbewindvoerder) verschenen. 6 Andere gevolgen van dit vonnis De rechtbank benoemt tot rechter-commissaris: mr. M.P. de Valk. De rechtbank benoemt tot bewindvoerder: [bewindvoerder], [adres] [plaats 2] De bewindvoerder mag een voorschot op het salaris nemen volgens het Besluit salaris bewindvoerder. Dit kan alleen: - zolang de schuldsaneringsregeling loopt en - als er genoeg geld op de boedelrekening staat. De bewindvoerder ontvangt de komende dertien maanden de post van schuldenaar en mag deze inzien. 7 Mogelijkheden om dit vonnis aan te vechten Dit vonnis kan, voor zover het de beslissing over de looptijd van de wsnp betreft, binnen acht dagen na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat. ECLI:NL:HR:2024:1913