Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2026-04-29
ECLI:NL:RBNHO:2026:4211
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,645 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4211 text/xml public 2026-05-11T14:39:44 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-04-29 K/4102/11915553 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4211 text/html public 2026-05-11T14:39:21 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4211 Rechtbank Noord-Holland , 29-04-2026 / K/4102/11915553 Met het wijzigen van het type sportschoolabonnement is een nieuwe overeenkomst tot stand gekomen. Gedaagde heeft de overeenkomst binnen de (verlengde) herroepingstermijn willen herroepen, zodat geen betalingsverplichting kan worden vastgesteld. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 11915553 \ CV EXPL 25-6852 Vonnis van 29 april 2026 in de zaak van [eiser] handelend onder de naam [bedrijf 1] EN [bedrijf 2] , gevestigd te [plaats], eisende partij, hierna te noemen: [bedrijf 1], gemachtigde: De Ruijter & Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V., tegen [gedaagde] , wonende te [plaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - het mondelinge antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Feiten 2.1. [gedaagde] heeft op 1 juli 2021 een sportschoolabonnement voor haar minderjarige zoon [betrokkene] afgesloten bij [bedrijf 1]. Het abonnement had betrekking op ‘CrossFit teens’-lessen en had een vaste contractduur van zes maanden. 2.2. Per 6 januari 2023 is het lidmaatschap van [betrokkene] omgezet naar een ‘1 Year - CrossFit fullmembership’. 2.3. Op 23 september 2023 heeft [gedaagde] het lidmaatschap van [betrokkene] opgezegd. 2.4. [bedrijf 1] heeft [betrokkene] per 1 juli 2024 uitgeschreven. 3 Het geschil 3.1. [bedrijf 1] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 181,76, vermeerderd met rente en kosten. Zij legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] niet aan haar betalingsverplichting op grond van de overeenkomst heeft voldaan. 3.2. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [bedrijf 1], met veroordeling van [bedrijf 1] in de kosten van deze procedure. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. 4.2. Met het wijzigen van het type abonnement naar een ‘CrossFit fullmembership’ is een nieuwe overeenkomst tot stand gekomen. [bedrijf 1] heeft niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij bij het sluiten van deze (nieuwe) overeenkomst heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. Ook heeft [bedrijf 1] nagelaten om (voldoende) te stellen en onderbouwen dat de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW is nagekomen. Weliswaar heeft zij een bevestigingsemail overgelegd, maar daarin ontbreekt (onder meer) informatie over het herroepingsrecht. 4.3. [bedrijf 1] heeft zich weliswaar bij dupliek op het standpunt gesteld dat ‘ de aanvrager van een abonnement na ontvangst van de bevestigingsmail zeven dagen de tijd heeft om het abonnement te wijzigen of te annuleren’ , maar dat blijkt niet uit de overgelegde bevestigingsmail. Bovendien is de wettelijke herroepingstermijn veertien (en dus niet zeven) dagen. De enkele link naar een webpagina waarmee het abonnement kan worden gewijzigd en/of opgezegd volstaat in dit verband niet. 4.4. De schending met betrekking tot het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan [gedaagde] zijn verstrekt, maar ten hoogste met twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Uit de e-mail van 23 september 2023 is gebleken dat [gedaagde] de overeenkomst heeft willen herroepen binnen de verlengde herroepingstermijn (die liep tot 6 januari 2024). Daarom kan een betalingsverplichting ingevolge artikel 6:230s lid 5 sub a onder 1 of 2 BW niet worden vastgesteld. Dit leidt tot afwijzing van de vordering. 4.5. [bedrijf 1] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. wijst de vorderingen van [bedrijf 1] af, 5.2. veroordeelt [bedrijf 1] in de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [gedaagde] begroot op nihil; 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026. De griffier De kantonrechter Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2026:4211 text/xml public 2026-05-11T14:39:44 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-04-29 K/4102/11915553 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4211 text/html public 2026-05-11T14:39:21 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:4211 Rechtbank Noord-Holland , 29-04-2026 / K/4102/11915553 Met het wijzigen van het type sportschoolabonnement is een nieuwe overeenkomst tot stand gekomen. Gedaagde heeft de overeenkomst binnen de (verlengde) herroepingstermijn willen herroepen, zodat geen betalingsverplichting kan worden vastgesteld. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 11915553 \ CV EXPL 25-6852 Vonnis van 29 april 2026 in de zaak van [eiser] handelend onder de naam [bedrijf 1] EN [bedrijf 2] , gevestigd te [plaats], eisende partij, hierna te noemen: [bedrijf 1], gemachtigde: De Ruijter & Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V., tegen [gedaagde] , wonende te [plaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - het mondelinge antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Feiten 2.1. [gedaagde] heeft op 1 juli 2021 een sportschoolabonnement voor haar minderjarige zoon [betrokkene] afgesloten bij [bedrijf 1]. Het abonnement had betrekking op ‘CrossFit teens’-lessen en had een vaste contractduur van zes maanden. 2.2. Per 6 januari 2023 is het lidmaatschap van [betrokkene] omgezet naar een ‘1 Year - CrossFit fullmembership’. 2.3. Op 23 september 2023 heeft [gedaagde] het lidmaatschap van [betrokkene] opgezegd. 2.4. [bedrijf 1] heeft [betrokkene] per 1 juli 2024 uitgeschreven. 3 Het geschil 3.1. [bedrijf 1] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 181,76, vermeerderd met rente en kosten. Zij legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] niet aan haar betalingsverplichting op grond van de overeenkomst heeft voldaan. 3.2. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [bedrijf 1], met veroordeling van [bedrijf 1] in de kosten van deze procedure. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. 4.2. Met het wijzigen van het type abonnement naar een ‘CrossFit fullmembership’ is een nieuwe overeenkomst tot stand gekomen. [bedrijf 1] heeft niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij bij het sluiten van deze (nieuwe) overeenkomst heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. Ook heeft [bedrijf 1] nagelaten om (voldoende) te stellen en onderbouwen dat de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW is nagekomen. Weliswaar heeft zij een bevestigingsemail overgelegd, maar daarin ontbreekt (onder meer) informatie over het herroepingsrecht. 4.3. [bedrijf 1] heeft zich weliswaar bij dupliek op het standpunt gesteld dat ‘ de aanvrager van een abonnement na ontvangst van de bevestigingsmail zeven dagen de tijd heeft om het abonnement te wijzigen of te annuleren’ , maar dat blijkt niet uit de overgelegde bevestigingsmail. Bovendien is de wettelijke herroepingstermijn veertien (en dus niet zeven) dagen. De enkele link naar een webpagina waarmee het abonnement kan worden gewijzigd en/of opgezegd volstaat in dit verband niet. 4.4. De schending met betrekking tot het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan [gedaagde] zijn verstrekt, maar ten hoogste met twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Uit de e-mail van 23 september 2023 is gebleken dat [gedaagde] de overeenkomst heeft willen herroepen binnen de verlengde herroepingstermijn (die liep tot 6 januari 2024). Daarom kan een betalingsverplichting ingevolge artikel 6:230s lid 5 sub a onder 1 of 2 BW niet worden vastgesteld. Dit leidt tot afwijzing van de vordering. 4.5. [bedrijf 1] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. wijst de vorderingen van [bedrijf 1] af, 5.2. veroordeelt [bedrijf 1] in de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [gedaagde] begroot op nihil; 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026. De griffier De kantonrechter Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.